Alles over sport logo

Kijk verder dan de speler: hoe de omgeving het beweeggedrag bepaalt

Waarom is die ene hardloopgroep in de wijk een daverend succes, terwijl een vergelijkbaar initiatief een paar straten verderop maar niet van de grond komt? Waarom stopt een talentvol kind plotseling met sporten? Als professional in sport en bewegen weet je dat het antwoord zelden simpel is. Vaak staren we ons blind op de motivatie en wilskracht van het individu. Maar wat als niet de speler, maar de omgeving het verschil maakt? 

Matroesjka-poppetje

Laten we eens door de bril van het Ecologisch Model van Bronfenbrenner[1] kijken. Dit model laat zien dat gedrag niet op zichzelf staat. Het ontstaat door de wisselwerking tussen een persoon en de omgeving waarin degene leeft en beweegt. Zie het als een reeks Russische Matroesjka-poppetjes: in de kern zit het individu, omgeven door verschillende systemen (of lagen), van de thuissituatie tot aan landelijk beleid. 

Die verschillende systemen, dichtbij en ver weg, hebben invloed op gedrag. Dus ook op de keuze om te gaan bewegen of sporten. Soms is die invloed direct, zoals steun van het gezin of vrienden. Soms werkt het indirect, bijvoorbeeld via regels in het zorgsysteem. Dit artikel neemt je mee door deze verschillende systemen. Je leert hoe jij als professional het verschil kunt maken: door niet alleen naar de speler te kijken, maar door het héle speelveld te zien. 

Het Ecologisch Model van Bronfenbrenner[1] toegepast op systeembelemmeringen bij mensen met een beperking. Deze illustratie is afkomstig uit de handreiking Sport en bewegen met een beperking – de belemmeringen in beeld van Kenniscentrum Sport & Bewegen.

De kern van de zaak: het microsysteem

De eerste laag is het microsysteem, de directe leefomgeving van een persoon. Hier gaat het om dagelijkse gebeurtenissen en contacten met mensen dichtbij, zoals thuis, op school, op het werk of bij de sportclub. In dit systeem gebeurt de actie: een high-five van een trainer die een kind zelfvertrouwen geeft, de vriendengroep die wekelijks samen een balletje trapt of juist de sfeer op kantoor waar niemand het in zijn hoofd haalt om een lunchwandeling te maken. Het microsysteem is in sterke mate bepalend voor hoe iemand sport en bewegen ervaart en het speelt een cruciale rol bij het vormen van bewegingsgewoonten.

Bruggenbouwers aan het werk: het mesosysteem

De tweede laag is het mesosysteem. Dit gaat over de wisselwerking tussen de verschillende microsystemen van een persoon. Wat gebeurt er als de school nauw betrokken is bij de thuissituatie van een kind? Of wanneer de fysiotherapeut en de buurtsportcoach samenwerken om iemand na een blessure weer op de been te helpen? Wanneer deze microsystemen goed op elkaar zijn afgestemd, ontstaat een krachtig vangnet dat de doelgroep ondersteunt. Maar als de communicatie of samenwerking stroef verloopt, bijvoorbeeld tussen ouders en de sportclub, kan er wrijving ontstaan die het tegenovergestelde effect kan hebben. 

Het rimpeleffect van buitenaf: het exosysteem

Soms komt de invloed uit een onverwachte hoek, een hoek waar je doelgroep zelf geen directe invloed op heeft: het exosysteem. Voor deze laag kun je denken aan de beslissing van een gemeente om te investeren in een openbaar sportparkje, aan ouders die door onregelmatige diensten bij een werkgever hun kinderen niet structureel naar de training kunnen brengen of aan een buurtsportcoach die moet stoppen met beweegactiviteiten omdat de financiering stopt. 

De (on)geschreven regels van het spel: het macrosysteem

En dan is er de grootste, meest ongrijpbare laag: het macrosysteem. Daaronder vallen onder andere maatschappelijke en culturele normen en (ongeschreven) regels. Het macrosysteem bepaalt hoe naar sport en bewegen gekeken wordt: is het voor de elite of juist voor diegene die zich geen auto kunnen veroorloven? Is het onderdeel van culturele tradities? 

Ook wet- en regelgeving zijn onderdeel van het macrosysteem. Veranderingen in dit systeem dat van hogeraf regeert, kunnen grote gevolgen hebben op beweeggedrag. Denk hierbij bijvoorbeeld aan veranderende maatschappelijke normen waardoor er meer of minder aandacht is voor preventie of de opkomst van een fitnesstrend waardoor steeds meer jongeren naar de sportschool gaan.  

Alles blijft in beweging: het chronosysteem 

Tot slot is er het chronosysteem: de factor tijd. Dit systeem maakte geen deel uit van het oorspronkelijke Ecologische Model van Bronfenbrenner[1], maar werd later toegevoegd[2]. Het chronosysteem benadrukt dat zowel de mens als de wereld om hem heen voortdurend in ontwikkeling zijn. De reden waarom een puber sport, is totaal anders dan de motivatie van een zeventiger die vitaal wil blijven. Grote levensgebeurtenissen, zoals het krijgen van kinderen, ziekte of met pensioen gaan, kunnen iemands hele sport- en beweegleven op zijn kop zetten. Ook maatschappelijke gebeurtenissen, zoals de opkomst van thuis-workouts tijdens de coronapandemie, veranderen de manier waarop mensen sporten en bewegen. 

Invloed van levensgebeurtenissen

Wil je meer weten over de invloed van levensgebeurtenissen op sport- en beweeggedrag, en hoe je daarop kunt inspelen? Lees dan het verdiepende artikel over levensgebeurtenissen en beweeggedrag of bekijk het webinar over de rol van levensgebeurtenissen op ons sport- en beweeggedrag

Wat kun jij hiermee als professional? 

Het Ecologisch Model[1] laat zien dat beweeggedrag niet alleen wordt bepaald door de motivatie of weerstand van het individu, maar dat er altijd een wisselwerking is met verschillende lagen van de directe en indirecte omgeving. Dat biedt jou als professional veel aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan. 

Voor sport- en beweegprofessionals is het daarom belangrijk om verder te kijken dan de vraag waarom iemand wel of niet wil bewegen. Door de verschillende lagen uit het Ecologisch Model te analyseren, kun je knelpunten en kansen identificeren. De oplossing ligt dan misschien niet in een nieuwe motiverende app, maar bijvoorbeeld in een gesprek met de lokale school, het benutten van gemeentelijke subsidies of het verbinden van organisaties binnen de wijk. 

Maar hoe pak je dat aan? 

  • Ga niet alleen in op de vraag ‘waarom wil iemand niet bewegen?’, maar onderzoek ook wat iemand tegenhoudt in zijn omgeving. 
  • Breng de verschillende lagen van het Ecologisch Model in kaart. Waar liggen kansen en belemmeringen in de verschillende systemen?
  • Wees de ‘lijm’ tussen de verschillende microsystemen, zoals thuis, school, werk en de sportclub. 
  • Bekijk hoe beslissingen op gemeentelijk niveau (exosysteem) of maatschappelijke normen (macrosysteem) het beweeggedrag kunnen beïnvloeden en zoek naar mogelijkheden om hierop in te spelen.
  • Erken dat motivatie en behoeften veranderen door de tijd heen (chronosysteem) en pas je aanpak hierop aan.
  • Je kunt niet alle factoren beïnvloeden. Focus je op de factoren waar je invloed op hebt. 

Binnen- en buitenwereld

Het is goed om te beseffen dat dit model zich vooral richt op de buitenwereld. Om een compleet beeld te krijgen van wat iemand helpt of juist tegenhoudt om te bewegen, is het slim om dit te combineren met iemands binnenwereld. Denk hierbij aan persoonlijke motivatie, aan wat iemand al kan en waar iemand moeite mee heeft. Door daarnaast ook naar de omgeving te kijken, zul je merken dat jouw invloed veel groter is. Je bent dan niet alleen bezig met het stimuleren van één persoon, maar je bouwt mee aan een brede beweegcultuur. 

Meer lezen?

  • Wil je als professional beter wegwijs worden in de wereld van gedragsverandering en anderen effectief begeleiden naar meer beweging? Bekijk dan het e-book ‘Beweeggedrag veranderen’ van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Dit e-book behandelt onder andere gedrag, motivatie, weerstand, gedragsverandering, én biedt praktische tools om mee aan de slag te gaan.
  • Ben je benieuwd naar andere modellen en theorieën gericht op het veranderen van beweeggedrag? Bekijk dan het overzichtsartikel Beweeggedrag veranderen: vijf modellen als basis

Bronnen

  1. Bronfenbrenner U. The Ecology of Human Development: experiments by nature and design. Harvard University Press, 1979.
  2. Bronfenbrenner U. Ecological models of human development. In: International encyclopedia of education. 2nd ed. Vol. 3. Oxford: Pergamon Press/Elsevier; 1994. p. 1643‑1647.

Artikelen uitgelicht


Beweegstimulering
public, professional
samenvatting
gezondheidsbevordering, in beweging brengen, starten met sporten en bewegen