Alles over sport logo

Buitenspelen in de wijk krijgt een boost met de pop-upspeelplek

Je kent ze wel, pop-upstores. Zo’n tijdelijke winkel in een leegstaande of nog te verhuren ruimte. Juist omdat de winkel tijdelijk is, valt die meer op en ben je nieuwsgieriger. Zo werkt het ook met speelplekken. Een pop-upspeelplek in de wijk maakt nieuwsgierig en verbindt inwoners. Wie er in de buurt woont, gaat meer naar buiten. Om te spelen, helpen en ontmoeten. Masterstudent Stefan van Veen realiseerde een pop-upspeelplek in ’s-Hertogenbosch. In dit artikel deelt hij zijn ervaringen.

Als combinatiefunctionaris voor S-PORT bij de gemeente ’s-Hertogenbosch krijg ik elke dag kinderen in beweging. Nu verzorg ik de lichamelijke opvoeding van zo’n 300 kinderen in het basisonderwijs en houd ik me bezig met naschools sport- en beweegaanbod in dezelfde wijk. Het beweegniveau van de kinderen viel me tegen en ik realiseerde me dat dat al jaren gaande is. Door mijn werkplek te combineren met de masteropleiding Sport- en Beweeginnovatie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) ontstond de mogelijkheid om voor dit probleem met een innovatieve oplossing te komen.

Buitenspelen

Kinderen van nu spelen aanzienlijk minder buiten dan hun ouders en grootouders. En dat terwijl één op de vier kinderen wel aangeeft meer buiten te willen spelen. Maar liefst 15% van de kinderen blijkt nooit buiten te spelen[1]. De kinderen die dat wel doen, noem ik buitenspeelkinderen. Ik zie dat ze gevarieerder en vrijer en blijer bewegen. Ze zijn ook handiger in samenspel. Een kind met goede motorische vaardigheden en fitheid blijft fysiek actiever en sociaal sterker op latere leeftijd. Daar wordt ook duidelijk op ingezet in het Nationaal Sportakkoord[2]

Basiseigenschappen

In onderzoek van het Mulier Instituut uit 2014[3] staat: “Om fysiek actief te kunnen zijn hebben kinderen de basiseigenschappen kracht, snelheid, flexibiliteit en coördinatie nodig. Wanneer bij kinderen deze basiseigenschappen niet voldoende ontwikkeld zijn, is er kans dat ze minder participeren in sport- en spelactiviteiten, omdat zij niet de juiste vaardigheden hebben. Hierdoor ondervinden deze kinderen niet de voordelen van een actieve leefstijl.” 

Motorisch leren

Buitenspelen speelt een belangrijke rol bij het behalen van genoeg fysieke activiteit[4], het ontwikkelen van motorische vaardigheden[5] en motorische fitheid[3]. Spelen kenmerkt zich door de vrijheid om je te kunnen ontwikkelen. Ik wil die vrijheid stimuleren, want in de praktijk zie ik dat sommige ouders hun kind afremmen vanwege allerlei barrières. Zo wordt de motorische ontwikkeling niet gestimuleerd, evenmin als de zelfregulatie. Ook het aanleren van fysiek actief zijn is belangrijk. Niet genoeg fysiek actief zijn kost de samenleving zo’n € 700 miljoen per jaar[6]. Het analyseren van buitenspelen en gesprekken met kinderen, ouders en experts heeft geleid tot de pup-upspeelplek.

Doel

Het eerste doel van de pop-upspeelplek is om jongere kinderen – ongeveer 4- tot en met 9-jarigen – meer te laten buitenspelen. Naast de motorische vaardigheden en de fysieke activiteit ontwikkelen kinderen zich sociaal en emotioneel. “De sociale interactie is fantastisch”, zegt een buurtbewoner. “Als kinderen het lastig vinden om iemand op te zoeken om mee te spelen, dan komen ze niet zo snel op het idee om buiten te spelen. Een beetje hulp is dan wel nodig.”

Voor de pop-upspeeltuin is literatuuronderzoek gedaan. De zes punten waarmee de kans op buitenspelen zo groot mogelijk wordt gemaakt[7,8] en de invloed van de sociale en fysieke omgeving zijn belangrijke pijlers voor het speelconcept. Dat leidde tot een tweede doel: het zorgen voor meer sociale cohesie in de wijk.

Samenwerking

Ik heb contact gezocht met kinderen en bewoners uit de Bossche wijk Haren, Donk en Reit. De leefbaarheid en gezondheid in deze wijk kan een boost gebruiken: een ideale plaats voor de doelen van de speelplek. Het pop-up-concept komt van de kinderen zelf. Bij innovatie haal je ideeën op. Bij mensen die de beslissingen nemen – ouders, beleidsmakers, fabrikanten – maar ook bij de doelgroep: de kinderen. Zij verzonnen een ‘groen parcours’ op de stoep en het pop-up-idee. Ouders zegden hun medewerking bij de realisatie toe.  Twaalf ouders zijn vier weken ‘speelplaatsbaas’ geweest. De betrokken bewoners waren ook trots op ‘hun’ speelplek. Met hun input is de inrichting aangepast aan de situatie ter plaatse en is de wijk via social media geactiveerd.

Het pop-upkarakter geeft kinderen dat nu-of-nooit-gevoel. Ze willen het niet missen en omdat ze weten dat de plek straks weer weggaat, werkt die als een magneet. Daardoor zijn er ook altijd veel andere kinderen en dat is veel leuker spelen.

Buurtbewoner

Barrières

Buitenspelen? Op de stoep en voor de deur, zeg ik altijd, dat geeft ouders gemak. Over het algemeen wil iedereen zijn kinderen best lekker laten buitenspelen. Maar voor veel ouders zijn er barrières [1,9]. Ze zijn zelf druk en kunnen niet altijd mee om toezicht te houden. Ook moet het veilig zijn. Sociaal gezien, maar zeker met kleine kinderen ook verkeerstechnisch.

Een observatierapport beschrijft de effecten van de speelplek op de buurt[10]. De de opzet geeft meer sociale cohesie en controle in de buurt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid groot genoeg is, zodat ouders hun kind met een gerust hart laten spelen. Ook is de speelplek erop gericht dat kinderen zelfstandig en zonder ouders kunnen spelen. Zo kunnen en mogen ze er altijd naartoe. Dat leidt tot vrijheid, vrij spel en zelfregulatie – precies wat kinderen nodig hebben om zich motorisch en sociaal-emotioneel te ontwikkelen[11].

Voordelen voor gemeente 

De gemeente ’s-Hertogenbosch investeerde in de pop-upspeelplek. Wethouder Huub van Olden (CDA) opende en prees de speelplaats. Corniel Groenen, hoofd van de afdeling Sport en Recreatie van de gemeente ’s-Hertogenbosch, benoemt de voordelen: 

  • Jonge kinderen (4 tot en met 9 jaar) gaan meer buitenspelen.
  • De sociale cohesie in een wijk wordt vergroot. Bewoners voelen zich gezien en gehoord.
  • De pop-upspeelplek is in te zetten als tijdelijke voorziening. Dat kan op allerlei manieren handig zijn. Gewoon in wijkjes waar het nodig is. Maar ook bij de bouw van nieuwbouwwijken (er staat dan meteen een speeltuin) of bij evenementen (bijvoorbeeld op een groot plein in de stad). Tijdelijk betekent ook: beperking van eventuele overlast. 
  • De speelplek is in te zetten als aanleiding om in gesprek te gaan met bewoners over vaste speelvoorzieningen. Die aanleiding is op zichzelf al mooi. Maar het biedt ook de mogelijkheid om een speelplek eerst eens tijdelijk (en dus veel goedkoper) uit te proberen.
  • Mobiel, verplaatsbaar en op min of meer elke plek neer te zetten.
  • Het is noodzakelijk om een combinatiefunctionaris, buurtsportcoach of wijkwerker te hebben om alle partijen bij elkaar te brengen. In verreweg de meeste gemeenten bestaat zo’n structuur al en is het dus makkelijk in te passen.
infographic pop-up speelplek
infographic pop-up speelplek

Van concept naar programma

Een innovatie als de pop-upspeelplek kan alleen slagen als je samenwerkt met veel partners. In dit geval zijn dat de gemeente ’s-Hertogenbosch, S-PORT, fabrikant Nijha, InnoSportLab Sport & Beweeg, de masteropleiding Sport- en Beweeginnovatie van de HAN, wijkwerk en wijkbewoners. De eerste pop-upspeelplek startte eind 2020. Dit pilotjaar zijn nog drie plaatsingen gepland, alle in verschillende omstandigheden. Zo kunnen we meer praktijkonderzoeken vergelijken.

We onderzoeken bijvoorbeeld of op een stenen ondergrond anders wordt gespeeld dan op een ondergrond van gras. Hoe ziet het speelgedrag van de kinderen eruit en kunnen we op basis daarvan de speelplek beter maken? Hoe werkt de sociale cohesie rond de pop-uppeelplek en is dat in een stedelijke omgeving anders dan in een dorp? In de hele pilot worden effecten gemeten, onderzoek gedaan en data verzameld.. Zo draagt de speelplek bij aan praktijkonderzoek naar buitenspelen. Het kostenplaatje doet er ook toe. Ik wil het programma zo effectief mogelijk opschalen. Suggesties voor de pop-upspeelplek zijn welkom via mijn LinkedIn-groep Buitenspelen 2.0.

Meer over buitenspelen?

Bronnen

  1. Kantar Public (2019). Buitenspelen Onderzoek 2019. Utrecht: Jantje Beton
  2. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (2018). Nationaal Sportakkoord: Sport verenigt Nederland. Den Haag: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  3. Mulier Instituut (2014). Motorische fitheid van basisschoolkinderen (10-12 jaar). Utrecht, Mulier Instituut.
  4. Page, A. S., et al. (2009). “Independent mobility in relation to weekday and weekend physical activity in children aged 10–11 years: The PEACH Project.” The International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity 6.
  5. Leuken-Frerichs, M. v. (2009). “De relatie tussen buiten spelen en de motorische ontwikkeling bij kinderen 4-6 jaar.”
  6. AvroTros (2018, 17 april). EenVandaag, Erik Scherder: Kinderen ga buiten spelen. Geraadpleegd op 15 augustus 2019, van https://eenvandaag.avrotros.nl/item/erik-scherder-kinderen-ga-buiten-spelen/?fbclid=IwAR05atPVjLwv0JZhEsaAgeBhYTfxGJJ8jhgow-B0pBgzXdFgMFm05-YPvWc
  7. Schuit, J., & Van Oers, H. (2016). Beweeg je buurt. Geraadpleegd op 17 februari 2019, van edepot.wur.nl/416233
  8. Remmers, T., et al. (2014). “Moderators of the longitudinal relationship between the perceived physical environment and outside play in children: the KOALA birth cohort study.” International Journal of Behavioral Nutrition & Physical Activity 11: 1-19.
  9. International Institute for the Urban Environment. (2009). Childstreet 2009. Geraadpleegd op 8 februari 2019, van http://www.woonerfgoed.nl/bnl/Kindvriendelijk_files/Childstreet2009_web_small.pdf
  10. Innosportlab Sport en Beweeg (2020). Pilot van de Pop-up speelplek. September – november 2020. Geraadpleegd op: https://innosportlabsportenbeweeg.nl/pop-up-play-succesvol-afgerond/
  11. Inspectie van het Onderwijs (2018). Peil.Bewegingsonderwijs. Einde basis- en speciaal basisonderwijs 2016-2017. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs
Beweegstimulering
In de wijk
public, professional
praktijkvoorbeeld
beweegvriendelijke omgeving, in beweging brengen, motorische ontwikkeling, ouderbetrokkenheid