Alles over sport logo

Deze Doetinchemse sportvereniging heeft de kenmerken van een onderneming

Kenniscentrum Sport & Bewegen en Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) hielden op 30 november 2020 de inspiratiesessie ‘Beter benutten van buitensportaccommodaties’. Een van de inleiders was Peter Terbeek, voorzitter van voetbalvereniging DZC’68 uit Doetinchem. Hij vertelde over de ontwikkelingen van voetbalvereniging naar Open Club, en van Sportpark Zuid naar Open Sportpark. Dit is het tweede artikel in een tweeluik over het succes van DZC’68. Welke kenmerken heeft de vereniging?

Jan Minkhorst, oud-voorzitter, stond aan de basis van de ontwikkelingen. Peter Terbeek, in mei 2019 benoemd tot opvolger, is nu de aanjager en “bewaker van het erfgoed van Jan”. Want: “Stilstand is achteruitgang”, al is het in coronatijd wel een uitdaging om nieuwe ontwikkelingen in gang te zetten. Wij spraken voor dit artikel met beiden.

Overeenkomsten met ondernemingen

Iedere organisatie heeft haar eigen manier van werken, maar er zijn ook overeenkomsten, blijkt uit onderzoek van TwynstraGudde uit 2012. De overeenkomsten zijn door de onderzoekers vertaald naar een succesformule van het MKB. Voor het gesprek over DZC’68 hebben we de kenmerken toepasbaar gemaakt voor een sportvereniging.

Bij een succesvolle sportvereniging:

  1. Staat de werkelijke behoefte van de (potentiële) leden centraal.
  2. Is er is een goed uitlegbare (lange termijn) strategie zonder dwingende focus.
  3. Staan betrokken bestuurders/vrijwilligers/leden aan de basis van het succes (loyaliteit, gemeenschappelijke waarden).
  4. Zijn bestuurders op de hoogte van wat er speelt (goed en slecht).
  5. Kennen alle bestuurders/vrijwilligers/leden hun bijdrage.
  6. Zijn leden/relaties partners (samenwerking).
  7. Is het bestuur (of een of meerdere bestuursleden) een inspirerend boegbeeld.
  8. Vindt sturing plaats op basis van vertrouwen en resultaat.
  9. Is er een platte structuur met verantwoordelijkheden laag in de organisatie (goede samenwerking).
  10. Speelt men snel in op actuele ontwikkelingen (wendbaar).
  11. Is er een actueel inzicht in de prestaties van de sportvereniging (monitoring).
  12. Is er een ‘open familie’-cultuur.

Wat kenmerkt DZC’68?

Jan Minkhorst en Peter Terbeek zijn van mening dat ‘de basis op orde’ de belangrijkste voorwaarde is voor groei en ontwikkeling van een sportvereniging: voldoende trainers, een goede accommodatie, voldoende materialen en de organisatie op orde. Daarom is destijds goed gekeken naar de behoeften van de leden en geanalyseerd waar voor de bestaande leden de knelpunten zaten. Grote knelpunten waren de overgang van de junioren naar senioren (70% van de junioren stopte bij de overgang naar de senioren) en het stimuleren van de jongste jeugd. Oplossingen zijn gevonden door met vrijwilligers, leden en ouders in gesprek te gaan, iets met hun oplossingen en ideeën te doen en voor de uitvoering van nieuwe ideeën iemand verantwoordelijk maken. Zo is bijvoorbeeld de Champions League voor de jongste leden ontstaan. Jan werd geïnspireerd door DTS (Ede), vertelde dit aan de jeugdvoorzitter en de F-coördinator en zij hebben het omarmd.

Bij DZC’68 hebben alle betrokkenen een enthousiasmerende, pro-actieve houding en houdt men elkaar scherp. De verenigingsmanagers spelen hierin belangrijke rol. Het werken met betaalde verenigingsmanagers is stapsgewijs opgebouwd, zodat er tijd en ruimte was om de juiste balans te vinden tussen het vrijwilligerswerk en de werkzaamheden van de verenigingsmanagers. Er is begonnen met één verenigingsmanager, één dag in de week. Vervolgens was het belangrijk dat de leden ervaren dat een betaalde kracht het verschil kan maken. Door de inzet van de verenigingsmanager was voor het eerst aan het begin van een nieuw seizoen alles goed geregeld (teamindelingen, trainers, teamkleding en materialen). Vroeger gaf dat altijd gedoe, wat leidde tot onvrede bij de leden en kritiek op het bestuur. Eigenlijk hebben de verenigingsmanagers maar één opdracht: het werk voor de vrijwilligers makkelijker maken.

Een knelpunt was ook de beperkte maatschappelijke betrokkenheid vanuit de vereniging en het ontbreken van activiteiten buiten het voetbal om. Ook dat is veranderd. Intussen organiseert de vereniging verschillende sociale activiteiten en evenementen. Circa vijfentwintig activiteiten per jaar, van een Oktoberfest en Siem en Luuk de Jong-dagen tot een oliebollentoernooi.

Voor DZC’68 was het daarna tijd om maatschappelijke activiteiten na te denken en initiatieven te nemen en te gaan voor een goed uitlegbare (lange termijn) strategie zonder dwingende focus. De wijze waarop tegen het belang van een visie werd aangekeken, is het beste te illustreren door Jan: “We gaan naar het zuiden, of het Athene wordt of Barcelona weten we niet, maar we gaan naar daar waar het warm is.”

DZC’68 is een Open Club

DZC’68 is een voetbalvereniging die zich openstelt voor de hele maatschappij: een Open Club. Het clubhuis is zeven dagen per week open. Naast voetbal zijn er tal van andere activiteiten. Zo zijn er wekelijks veertig tot vijftig mensen met een vluchtelingenstatus of een verstandelijke beperking die er koken. Ook is er een sportieve buitenschoolse opvang. Zelfs het schoonmaken van het gebouw is een activiteit op zich. Dat gebeurt door een groep mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Voor hen is het dagbesteding, maar dat niet alleen. Ze sporten ook twee keer per week en krijgen kookles.

Ook het sportaanbod is verbreed. Voor ouderen of mensen die om een andere reden niet kunnen rennen, is er walking football. Samen met twee andere voetbalverenigingen zijn er elftallen voor mensen met een beperking. En mensen met bijvoorbeeld ADHD of een autistische stoornis kunnen in gewone teams meedoen en krijgen dan begeleiding als dat nodig is. Ook is er een multi-sportprogramma voor kinderen van 5 tot en met 7 jaar. Zij maken 15 weken kennis met de verschillende sporten op Sportpark Zuid.

Om ervoor te zorgen dat de trainers en coaches voldoende kennis hebben over het begeleiden van specifieke groepen, is er iemand die hen ondersteunt op het gebied van participatie. En om als maatschappelijke organisatie te kunnen werken, moet je ook samenwerken. DZC’68 doet dat met onder meer de gemeente Doetinchem, scholen, re-integratiebedrijven, ziekenhuizen en andere sportverenigingen

Bron: Grenzeloos actief (maart 2019)

Het goed op de hoogte zijn en weten welke bijdrage van je wordt verwacht, wordt geïllustreerd door onder andere de lage vergaderfrequentie. In het begin kwam het bestuur iedere twee weken bij elkaar. Nu is dat nog eens in de zes weken. Verantwoordelijkheden zijn gedelegeerd en liggen laag in de organisatie. Door de inzet van de verenigingsmanagers wordt dat ook makkelijker en goed geregeld.

DZC’68 gelooft in samenwerking en partnerschap met leden en relaties. Huurders zijn vooral partners en waar mogelijk trekken betrokkenen samen op bij (nieuwe) initiatieven. Ook is er begrip voor elkaars situatie en positie. De club wil bijvoorbeeld een huurder als de kinderopvang “niet het vel over de oren trekken met de huurprijs”. De vereniging is op zoek naar de verbinding en samenwerking en ieder doet waar hij goed in is. Dat is de win-win. Voor partijen die een commerciële activiteit willen organiseren, ligt dat anders. Dan hanteert DZC’68 marktconforme tarieven.

Een voorbeeld van inspelen op actuele ontwikkelingen is de aanstelling van de verenigingsmanager accommodaties. Dat was noodzakelijk, omdat bij de verhuur van de accommodatie professioneel handelen verwacht is, bijvoorbeeld in het geval van onderhoudswerkzaamheden. “Bij een kapot toilet kun je niet tegen een huurder zeggen dat je daar een paar dagen later naar gaat kijken, omdat een vrijwilliger niet beschikbaar is.”

De omvang van de vereniging (ruim 1.600 leden) maakt dat een ‘familiecultuur’ minder aanwezig is. Al is dat op kleinere schaal wel zo bij groepen leden onderling. DZC’68 heeft zo’n 430 vrijwilligers. En onder de grote paraplu zijn er veel kleinere ‘clubjes’, die familiair met elkaar omgaan en elkaar vinden bij grote evenementen. Sociale media spelen daar een rol in. DZC’68 is wel een familie bij het vieren van successen en ook bij het delen van leed, zoals overlijdensgevallen. Eén van de leden deed ooit de uitspraak: ‘Als DZC’68 er niet was geweest, weet ik niet of ik er nog was geweest.’

DZC’68 is een voetbalvereniging die zich openstelt voor de hele maatschappij: een Open Club. Het clubhuis is zeven dagen per week open.

Wat is er nog meer nodig?

“Misschien moet je soms ook een beetje geluk hebben”, zeggen de bestuurders. Als de omstandigheden meezitten, er ook ambities zijn bij de gemeente, dan vallen de puzzelstukjes makkelijker in elkaar. In Doetinchem was dat het geval. Toen eind 2012, begin 2013, de plannen en ideeën bij DZC’68 ontstonden, wilde de gemeente ook meer inzetten op sport- en beweegbeleid, onder andere met buurtsportcoaches. Een nieuwe, ambitieuze wethouder was zich ervan bewust dat renovaties op Sportpark Zuid noodzakelijk waren. De start in 2013 verliep in eerste instantie wat stroef, maar de samenwerking is steeds soepeler gaan verlopen. Een voorbeeld: het formele tweejaarlijkse overleg tussen DZC’68 en de gemeente is nu een soms wekelijks contact – formeel en informeel.

Het moment dat er mogelijkheden kwamen om met combinatiefunctionarissen (nu  buurtsportcoaches) te werken is ook belangrijk geweest. De invulling door de gemeente was lastig, omdat er geen beleidsplan sport was. De ontwikkeling van het sportbeleidsplan Doetinchem in Vorm 2017-2021 is destijds mede geïnitieerd door DZC’68. In het beleidsplan kwam onder meer terug dat sportbeleid meer moest zijn dan sportaccommodatiebeleid en regulier sportaanbod. Sport als middel en het maatschappelijk belang van sport kreeg aandacht. Dat was het haakje voor de verbinding met de ambities en plannen van DZC’68. 

Een samenloop van omstandigheden was dat op een van de trainingsvelden een brandweerkazerne moest komen. Mede door een tekort aan velden bood de gemeente aan dit te compenseren met een kunstgrasveld. De eerste in Doetinchem en een van de eerste in de regio. Ook waren de kleedkamers (eigendom van de gemeente) en kantine (eigendom van DZC’68) afgeschreven en renovatie was hard nodig. In de gesprekken hierover kwam ook de maatschappelijke rol van DZC’68 ter sprake. Niet alleen bij het ambtelijk apparaat, maar ook bij de politiek. De kans om de ambities te benoemen uit het DZC’68-beleidsplan. Dit leidde tot plannen voor nieuwbouw, waarbij draagvlak ontstond voor een multifunctionele accommodatie.

Volgens de KNVB-normen heeft de gemeente de accommodaties vervangen. Ook heeft de gemeente geïnvesteerd in duurzaamheid en een onderhoudsvriendelijke inrichting van de omgeving. De gemeente heeft meegedacht met de wensen van DZC’68 en dat gebeurt nog, want bij de renovatie van het kunstgrasveld is ook de verlichting op gas vervangen door ledverlichting. Een investering die de vereniging in zeven jaar zal terugbetalen.

Ook het sportaanbod is verbreed met nieuw aanbod voor ouderen, mensen met een beperking en kinderen van 5 tot en met 7 jaar.

Open Club, waarom zou je dat willen?

Een dergelijke ontwikkeling doet wat met je club en je leden. Het geeft veel trots, bij leden, vrijwilligers en bestuur. En het levert nieuwe leden op. Niet alleen voetballers, maar bijvoorbeeld ook ouderen die aan een beweegprogramma gaan deelnemen. En het stimuleert de vrijwilligers en levert meer vrijwilligers op. Een voorbeeld van wat het effect kan zijn van maatschappelijke activiteiten: bij walking football stond jaren geleden iemand die geen lid was langs de lijn en die sprak een van de bestuursleden aan. Hij was enthousiast over wat er gebeurde en vroeg of hij wat kon doen voor de vereniging. De man is nu al twee jaar de vaste cameraman van het eerste elftal die opnames maakt voor wedstrijdanalyses.

Meer weten?

Wil je meer weten over de inspiratiesessie over buitensportaccommodaties van 30 november 2020? Bekijk dan deze factsheet “Beter benutten van buitensportaccommodaties”.

Auteur(s)

Artikelen uitgelicht


Beleid
public, professional
praktijkvoorbeeld
accommodatiebeleid, samenwerken, sportbestuur