Alles over sport logo

Feit of fabel? Menstruatiecyclus beïnvloedt de sportprestatie

Veel vrouwelijke sporters zijn ervan overtuigd dat zij beter of juist slechter presteren tijdens een bepaalde fase van hun menstruatiecyclus. Is dat zo? Wat kan hier fysiologisch gezien de reden voor zijn? En wat is de invloed van hormonale anticonceptie op sportprestaties? Raak je sneller geblesseerd vlak voor je menstruatie? Topsport Topics ontrafelt de feiten en fabels rond de menstruatiecyclus en sportprestaties en geeft zo coaches meer achtergronden.

De menstruatiecyclus 

Om te begrijpen hoe de menstruatiecyclus invloed kan hebben op sportprestaties, moeten we eerst kort uitleggen wat er tijdens deze cyclus gebeurt. Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen hormonale anticonceptie gebruiken, varieert de hoeveelheid vrouwelijke geslachtshormonen tijdens een cyclus van ongeveer 28 dagen. Het gaat dan met name om de hormonen oestrogeen en progesteron. De cyclus begint met de folliculaire fase. Deze start op dag één van de menstruatie. Aan het begin van deze fase is de hoeveelheid oestrogeen in het bloed laag, maar deze stijgt naarmate de fase vordert. De hoeveelheid progesteron is ook laag. Daarna komt de ovulatiefase. Hierin is de hoeveelheid oestrogeen hoog maar dalend, de hoeveelheid progesteron is nog altijd laag. Tijdens de luteale fase is de hoeveelheid oestrogeen hoog, evenals de hoeveelheid progesteron[1]. De concentraties oestrogeen en progesteron hebben invloed op allerlei processen in het lichaam die sportprestaties beïnvloeden, waaronder de hartfunctie, warmteregulatie en stofwisseling[1].

Concentratie vrouwelijke geslachtshormonen tijdens de menstruatiecyclus[2].

Menstruatiecyclus en prestatie

In theorie zijn er verschillende redenen waarom de fluctuerende concentraties oestrogeen en progesteron invloed zouden kunnen hebben op sportprestaties. Zo zorgt oestrogeen voor betere glucose-opname en -opslag in lever en spieren. Ook bevordert oestrogeen de vetverbranding. Beide mechanismen kunnen gunstig zijn voor duurprestaties[1]. Oestrogeen heeft ook een gunstig effect op de spieropbouw en op de activatie van spiervezels[2]. Dat zou weer goed zijn voor krachtprestaties. Progesteron heeft een werking tegenovergesteld aan oestrogeen[2]. In theorie zouden sportprestaties dus beter moeten zijn in de fase van de cyclus waarin het oestrogeengehalte hoog is en het progesterongehalte laag. Dit is het geval aan het einde van de folliculaire fase, vlak voor de ovulatie.   

Geen verschil

Tot zover de theorie. Kunnen we deze ook onderbouwen met data? In de afgelopen decennia hebben veel onderzoekers gekeken naar het effect van de menstruatiecyclus op sportprestaties. Dat dit geen gemakkelijke opgave is, bleek uit een recente overzichtsstudie van Kelly McNulty en collega’s van de Northumbria University[2]. Zij bekeken alle tot nu toe uitgevoerde studies waarin maten voor sportprestaties zoals kracht, vermogen en duurprestaties, op verschillende momenten in de cyclus werden gemeten. Hierbij werd alleen gekeken naar vrouwen die geen hormonale anticonceptie gebruikten. De conclusie? Als je al deze data op een hoop gooide, was er bijna geen verschil te zien tussen de verschillende fasen. Sportprestaties waren over het algemeen een heel klein beetje slechter in de vroege folliculaire fase, als de hoeveelheden oestrogeen en progesteron beiden laag zijn. De onderzoekers benadrukken echter dat zo’n verschil door onderzoek heel moeilijk aan te tonen is. 

Dit komt vooral door de grote individuele verschillen tussen vrouwen. Zo hebben veel vrouwen een kortere of langere cyclus dan de gemiddelde 28 dagen. Ook kan dit bij één persoon verschillen van de ene tot de andere cyclus. Dit zorgt voor verschillende hormoonprofielen binnen en tussen proefpersonen. Het is dus moeilijk om precies aan te duiden in welke fase een deelnemer op een bepaald moment zit. Onderzoekers moeten de proefpersonen dus eigenlijk gedurende meerdere cycli volgen en met bloedtesten bevestigen in welke fase van de cyclus een deelnemer zich bevindt. Dit gebeurt lang niet altijd en daarom blijven de conclusies van zo’n overzichtsstudie onduidelijk[2].

Ervaren prestaties

Ondanks dat er op groepsniveau amper invloed van de menstruatiecyclus op prestaties wordt gevonden, zijn er wel grote individuele verschillen in hoe sporters dit zelf ervaren. Sommige vrouwen denken beter te presteren tijdens hun menstruatie, terwijl andere vrouwen er niet aan moeten denken om in die dagen een topprestatie te moeten leveren. Een bekend voorbeeld is Leontien van Moorsel, die haar werelduurrecordpoging in 2003 doelbewust plande tijdens haar menstruatie, omdat ze dacht dan meer pijn te kunnen verdragen[3].

Deze individuele voorkeuren blijken ook uit onderzoek. In een studie onder 1073 deelnemers aan de London Marathon gaf 32 procent aan dat hun menstruatiecyclus invloed had op hun prestaties. In een vragenlijstonderzoek onder 241 Turkse vrouwelijke topsporters gaf 17 procent aan beter te presteren tijdens de menstruatie, 21 procent gaf aan slechter te presteren en 62 procent merkte geen verschil[4]. Dat er op groepsniveau geen invloed van de menstruatiecyclus op prestaties wordt gevonden, wil dus niet zeggen dat individuele topsporters ook geen verschil ervaren. Sterker nog, als ongeveer evenveel vrouwen beter als slechter presteren tijdens de menstruatie, middelt zich dit op groepsniveau uit en vind je geen verschil.

Klachten tijdens of vlak voor de menstruatie vormen een belangrijke reden waarom sporters aangeven dat hun menstruatiecyclus invloed heeft op hun prestaties. Dit blijkt uit een vragenlijstonderzoek onder 6812 gebruikers van de populaire sportapp Strava[5]. De meest genoemde klachten in dit onderzoek waren stemmingswisselingen (91 procent), vermoeidheid (86 procent), buikkrampen (84 procent) en pijnlijke borsten (83 procent). Vrouwen die aangaven vaak deze klachten te hebben, misten hierdoor vaker trainingen of wedstrijden dan vrouwen met minder klachten.  

Rol van hormonale anticonceptie

De tot nu toe genoemde onderzoeksresultaten gelden voor vrouwen die geen hormonale anticonceptie gebruiken, zoals de pil, prikpil, pleister, hormoonhoudend spiraaltje en hormoonstaafje. Maar veel sporters gebruiken die wel. In Nederland gebruikt 35,9 procent van de vrouwen tussen de 16 en 49 jaar de anticonceptiepil[6]. Nederlandse cijfers onder topsporters zijn niet bekend, maar in Groot-Brittannië, Noorwegen en de Verenigde Staten gebruikt ongeveer de helft van de vrouwelijke topsporters hormonale anticonceptie, tegenover 28-30 procent in de rest van de bevolking van deze landen[7,8]. Naast het voorkomen van zwangerschap kunnen deze middelen namelijk menstruatiegerelateerde klachten verminderen en stelt het topsporters in staat om hun menstruatie uit te stellen bij belangrijke toernooien. Helaas geven ze bij sommige mensen ook vervelende bijwerkingen zoals stemmingswisselingen, gewichtstoename, hoofdpijn of migraine en vele andere klachten. De gunstige en nadelige effecten van hormonale anticonceptie verschillen enorm tussen individuen.

Hormonale anticonceptiemiddelen bevatten synthetische vrouwelijke geslachtshormonen. De hoeveelheid en samenstelling van deze hormonen verschilt per middel. De hormonen in de veelgebruikte anticonceptiepil houden de ovulatie tegen en zorgen dat de concentratie door het lichaam aangemaakte geslachtshormonen constant en laag is[8]

Klein effect

Op groepsniveau blijkt er nauwelijks effect van het gebruik van hormonale anticonceptie op sportprestaties[8,9]. In een onlangs gepubliceerde overzichtsstudie werd er een heel klein effect gevonden in het voordeel van natuurlijk menstruerende vrouwen[9]. Dit effect kan echter ook komen doordat een deel van de hormonale anticonceptiegebruikers hiervoor kiest vanwege ernstige cyclusgerelateerde klachten, die ook voor slechtere sportprestaties zouden kunnen zorgen. De onderzoekers geven aan dat er eigenlijk een grootschalige en langdurige cross-over studie gedaan zou moeten worden, waarin deelnemers een tijd zonder en met hormonale anticonceptie moeten sporten. Maar vanwege de grote tijdsinvestering en het risico op ongewenste zwangerschappen zijn er nog geen onderzoekers die zich hieraan hebben gewaagd.

Menstruatiecyclus en blessures

Omdat het hormoon oestrogeen de rekbaarheid van gewrichtsbanden beïnvloedt, suggereren sommige onderzoekers dat sporters een hoger blessurerisico hebben in bepaalde fasen van hun cyclus. Er is bijvoorbeeld zorg om enkelblessures en voorste kruisbandletsels, die vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen. Sommige voetbalclubs kiezen daarom voor een individuele aanpak en passen de trainingsschema’s aan op de cyclus van hun speelsters. Ze kiezen ervoor om de speelsters enigszins te sparen vlak voor of tijdens de menstruatie[10].   

Helaas zijn er weinig goede studies gedaan naar deze hypothese. De resultaten zijn ook niet consistent: sommige studies suggereren een verhoogd blessurerisico tijdens de ovulatiefase, terwijl andere studies de folliculaire fase als risicofase aanduiden. Bovendien blijkt de toegenomen rekbaarheid van de gewrichtsbanden niet duidelijk gerelateerd te zijn aan het aantal blessures, waarmee het blessuremechanisme ook niet duidelijk is[11]. Op grond van de literatuur is er dus geen reden om voor alle sporters extra voorzorgsmaatregelen te nemen tijdens bepaalde fasen in de cyclus om blessures te voorkomen. 

Conclusie

Hoewel in de wetenschappelijke literatuur geen eenduidig bewijs te vinden is voor een positief of negatief effect van de menstruatiecyclus op sportprestaties, kunnen we ook zeker niet stellen dat deze relatie een fabel is. Dat blijkt wel uit de consequent aangetoonde subjectieve ervaring van vrouwen. 

Wat te doen? Sporters doen er goed aan om hun cyclus te leren kennen. Door bij te houden hoe ze zich voelen en hoe ze presteren op verschillende momenten in hun cyclus, kunnen zij patronen herkennen. Vervolgens is het zaak om hierover open te communiceren met de coach. Uit onderzoek blijkt dat sporters het vaak moeilijk vinden om met hun mannelijke coaches te praten over cyclusgerelateerde klachten[12]. Toch is het belangrijk om dit gesprek aan te gaan en samen het trainingsschema aan te passen op de behoeften van de sporter. Ook kunnen sporters eventuele menstruatieklachten en de voor- en nadelen van hormonale anticonceptie bespreken met hun arts. Intussen is het wachten op een grootschalig, goed uitgevoerd onderzoek naar de relatie tussen de menstruatiecyclus en sportprestaties en de invloed van hormonale anticonceptie. Aangezien de wetenschap hard bezig is om het gat rondom onderzoek naar vrouwen in de sport te dichten, komt dit er hopelijk binnenkort wel aan.

Dit stuk verscheen eerder in het magazine NLCoach (jaargang 16, nummer 3).

Bronnen

  1. Constantini NW, Dubnov G, Lebrun CM. The menstrual cycle and sport performance. Clin Sports Med. 2005;24(2):51–82. 
  2. McNulty KL, Elliott-Sale KJ, Dolan E, Swinton PA, Ansdell P, Goodall S, et al. The effects of menstrual cycle phase on exercise performance in eumenorrheic women: a systematic review and meta-analysis. Sport Med. 2020;50(10):1813–27. 
  3. Graat J. Van Moorsel ongesteld, “dus super.” Trouw [Internet]. 2003 Oct 1; Available from: https://www.trouw.nl/nieuws/van-moorsel-ongesteld-dus-super~b183ac39/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F
  4. Kishali NF, Imamoglu O, Katkat D, Atan T, Akyol P. Effects of menstrual cycle on sports performance. Int J Neurosci. 2006;116(12):1549–63. 
  5. Bruinvels G, Goldsmith E, Blagrove R, Simpkin A, Lewis N, Morton K, et al. Prevalence and frequency of menstrual cycle symptoms are associated with availability to train and compete: A study of 6812 exercising women recruited using the Strava exercise app. Br J Sports Med. 2020;1–7. 
  6. Leefstijl en preventie; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken. CBS. 2020. Available from: https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83385NED?q=de%20pil
  7. Knowles OE, Aisbett B, Main LC, Drinkwater EJ, Orellana L, Lamon S. Resistance training and skeletal muscle protein metabolism in eumenorrheic females: implications for researchers and practitioners. Sport Med [Internet]. 2019;49(11):1637–50. 
  8. Martin D, Sale C, Cooper SB, Elliott-Sale KJ. Period prevalence and perceived side effects of hormonal contraceptive use and the menstrual cycle in elite athletes. Int J Sports Physiol Perform. 2018; 
  9. Elliott-Sale KJ, McNulty KL, Ansdell P, Goodall S, Hicks KM, Thomas K, et al. The effects of oral contraceptives on exercise performance in women: a systematic review and meta-analysis. Sport Med. 2020. 
  10. Postma A. Kans op ernstige blessures voetbalsters neemt toe tijdens menstruatie. Volkskrant  2020 Mar 5; Available from: https://www.volkskrant.nl/sport/kans-op-ernstige-blessures-voetbalsters-neemt-toe-tijdens-menstruatie~bfc527bd/?utm_source=link&utm_medium=app&utm_campaign=shared content&utm_content=free
  11. Somerson JS, Isby IJ, Hagen MS, Kweon CY, Gee AO. The menstrual cycle may affect anterior knee laxity and the rate of anterior cruciate ligament rupture: a systematic review and meta-analysis. JBJS Rev. 2019;7(9):e2. 
  12. Brown N, Knight CJ, Forrest LJ. Elite female athletes’ experiences and perceptions of the menstrual cycle on training and sport performance. Scand J Med Sci Sport. 2020;(March):1–18.
Dit artikel is ook getoond op Topsporttopics.nl

Auteur(s)

Artikelen uitgelicht


Topsport
public, professional
samenvatting