Zo laat je kinderen met overgewicht sporten en bewegen | Alles over sport

Zo laat je kinderen met overgewicht sporten en bewegen

Interventies

geplaatst op: 12 april 2017

Het programma Kids in Action helpt kinderen met overgewicht binnen twee jaar aan een gezonde leefstijl. Gebruikers, ouders en kinderen reageren enthousiast. Werk jij met kinderen met overgewicht? In dit artikel lees je hoe Kids in Action precies werkt.

Lees hier het artikel over Kids in Action, speciaal geschreven voor ouders van kinderen met overgewicht

Kids in Action: bij zo’n aanduiding denk je aan spelende, rennende kinderen die met elkaar plezier maken in bijvoorbeeld de gymzaal. Vol enthousiasme doen ze mee aan tikkertje of trefbal, of aan een estafetterace met karretjes die moeten worden voortgeduwd. Soms puffen ze even uit en daarna doen ze snel weer mee. Klaar voor de start? Go!

Kids in Action is ook de naam van de leefstijlinterventie voor kinderen met overgewicht – een zichtbaar probleem voor veel kids in action. Het programma draait om gedragsverandering en de rol van ouders daarbij.

Twee jaar durend programma gericht op leefstijl

Margriet Kuiper is leefstijladviseur bij Beweegcentrum Winschoten en ontwikkelde het programma. “Met Kids in Action richten we ons op kinderen met overgewicht”, legt ze uit. “Niet door een focus op de BMI, maar juist op een gezonde leefstijl.”

Een kind wordt door een huisarts of kinderarts bij Kids in Action aangemeld en doorloopt dan het volledige tweejarige programma. Kuiper: “Kinderen komen eerst een half jaar twee keer in de week bij ons sporten. Leuk en positief met elkaar bewegen, plezier beleven en conditie opbouwen. Na die eerste zes maanden komen ze iedere drie maanden bij ons terug voor een evaluatie en dat gedurende een periode van twee jaar. Ook de ouders betrekken we nauw bij het programma. Gedragsverandering kost nu eenmaal tijd en moeite, behoeft het goede voorbeeld en soms een steuntje in de rug.”

“We willen niet dat het een moeten wordt”

Ellis Groninger, kinderarts, reageert enthousiast: “Wij checken natuurlijk eerst of er een medische oorzaak is voor het overgewicht, bijvoorbeeld een probleem met de schildklier, of iets anders. Dan brengen we het eet- en beweegpatroon van de kinderen in kaart en in hoeverre kind en ouders gemotiveerd zijn om mee te doen aan Kids in Action. We willen niet dat het een moeten wordt, maar dat er aandacht is voor normaal en gezond eten en bewegen. En vooral ook dat je er veel plezier aan kunt beleven.”

Maurice doet iedere dinsdag en donderdag mee aan Kids in Action in Winschoten. “De spelletjes vind ik het allerleukst, vooral apenkooi. Het is heel erg leuk om te doen. En sportief. Maar soms word je er wel erg moe van, hoor!” Ook Jesse komt graag naar Kids in Action. Trefballen doet hij het liefst. “En als ik een keertje geen zin heb om te gaan, dan zeggen pappa en mamma dat ik wel moet gaan. Daarna vind ik het vaak toch hartstikke leuk en ben ik blij dat ik ben geweest.”

Een heel team van specialisten werkt mee

Aan de basis van Kids in Action staat een team van kinderartsen, diëtisten, leefstijladviseurs en kinderfysiotherapeuten. “Daarnaast werken we samen met een orthopedagoog, jeugdartsen en de huisarts”, vervolgt Kuiper. “Ook artsen van het consultatiebureau hebben een belangrijke rol. En dan heb ik het met name over de inbreng vanuit de zorgsector. We werken ook met partijen uit de sportwereld, bijvoorbeeld het Huis voor de Sport Groningen. Dat is een meer indirecte samenwerking, maar zij kennen Kids in Action en kunnen er bijvoorbeeld op scholen over vertellen.”   

Haar collega Marjolein Veldman vult aan: “Het is belangrijk dat je elkaar als professionals weet te vinden en dat je weet wanneer je de hulp vanuit andere disciplines kunt inschakelen. Het liefst direct, zonder wachttijden. Als je er een diëtist of psycholoog bij wilt roepen, wil je niet dat een kind daar twee maanden op moet wachten.”

Tikkertje, veters strikken en je jurkje passen

Margot Boeve, kinderarts: “Belangrijk uitgangspunt is: ervaart het kind het overgewicht als probleem of niet? Als dat zo is en als het kind er, gesteund door de ouders, iets aan wil doen, is de kans op succes groot.”

Margriet Kuiper noemt een aantal voorbeelden van problemen waar de deelnemende kinderen mee te maken hebben: “Niet meer mee kunnen doen met tikkertje op het schoolplein of in de gymles, gepest worden. Maar het kan ook iets kleins zijn, zoals lastig je veters kunnen strikken, of moeite hebben om de trap op te lopen. Voor een meisje kan het passen van nét dat ene jurkje heel belangrijk zijn.”

Veldman: “Bij Kids in Action is iedereen gelijk. Het is een veilige omgeving. Ieder kind heeft wel iets dat hij of zij lastig vindt. De een kan niet zo goed rennen of huppelen, de ander durft niet van de kast te springen. Ze zien bij elkaar dat het verbetert, en ook bij zichzelf. En dat is fijn en motiverend. Het programma draagt daarmee bij aan hun zelfvertrouwen.”

Beter in z’n vel

De moeder van Maurice bevestigt dat. “Maurice heeft een betere conditie gekregen en heeft zelfs geen medicatie meer nodig voor zijn astma. Daar zijn we enorm blij mee. Maar Maurice is ook blijer geworden, heeft meer zelfvertrouwen gekregen. Hij is fitter en zit echt beter in zijn vel.”  

Kuiper: “Het is enorm belangrijk dat ouders en het kind samen het traject doorlopen. Je moet het samen doen, met z’n allen. En ouders zijn nu eenmaal bepalend binnen het gezin. Niet alleen als het gaat om de boodschappen, ze hebben ook een belangrijke voorbeeldfunctie.”  

Hoe bereik je ouders? Hoe maak je ze bewust van het probleem? En hoe ondersteun je hen? Marjolein Veldman: “Het begint met een intakegesprek. Dan komen kind en ouders bij ons om te praten over voeding, bewegen en wat er al is gedaan om het overgewicht tegen te gaan. Ook verzorgen we ouderavonden om ouders te betrekken bij het programma. En we hebben tussentijdse evaluatiemomenten. Dan kijken we naar succesfactoren en dingen die minder goed gaan. Om te kijken hoe je er samen uit kunt komen.”

“Je wilt het beste voor je kind”, zegt de moeder van Maurice; “dat hij zich gelukkig voelt en dat zijn gezondheid goed blijft. Dus natuurlijk stimuleer ik Maurice, ook thuis. Het is belangrijk dat Maurice weet waarom hij naar Kids in Action gaat, weet waarvoor hij het doet.”

De moeder van Jesse valt haar bij: “Soms heeft Jesse even een duwtje in de rug nodig om naar Kids in Action te gaan, dat geef ik hem graag. En als ouder krijg ik ook tips om dingen te veranderen, bijvoorbeeld van de diëtist. Bij yoghurtdrank de magere variant kiezen, geen volvette worsten meer. Daar doen we zeker aan mee, en het is goed voor het hele gezin.”

Andere problemen thuis

“We merken dat ouders soms andere zaken aan hun hoofd hebben en daardoor het probleem van hun kind als niet zo groot ervaren”, zegt Margot Boeve. “Voor ons is het dan belangrijk om in kaart te brengen welke problemen er nog meer spelen. Denk bijvoorbeeld aan werkloosheid, financiële problemen of echtscheidingsproblemen. Dat doen we in nauwe samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Soms is het verstandig om dan op een later moment terug te komen op het probleem van overgewicht. Dan zijn mensen ook meer gemotiveerd.”

Doorstroom naar sportclub

In de eerste zes maanden van het programma zijn allerlei beweegactiviteiten opgenomen. Kuiper legt uit wat er daarna gebeurt. “Ons doel is dat de kinderen na die eerste oriëntatieperiode doorstromen naar het reguliere sportaanbod. Vind je voetballen leuk? Dan ga je naar voetbal. Houd je van hockey, dan ga je naar een hockeyclub, enzovoort. Wij kunnen daarbij helpen en hebben contacten met verschillende sportclubs in de buurt. Sommige kinderen blijven nog iets langer doorgaan bij ons, vooral omdat ze de afwisseling en de spelletjes fijn vinden om te doen. Maar doel is dat ze doorstromen en dat komt ook tijdens de evaluatiegesprekken aan de orde.”

Deelnemers werven: tips en goede voorbeelden

Programma’s die vergelijkbaar zijn met Kids in Action hebben moeite met het werven van deelnemers. Bij Kids in Action zitten de groepen vol. Kuiper geeft daarom tips om deelnemers te werven: “Op nummer 1 staat echt een goede samenwerking. Wij zijn met ons Beweegcentrum de uitvoerende partij, maar de kinderarts en diëtiste maken ook echt deel uit van het projectteam. Ze zijn dus niet alleen verwijzers, maar denken mee over en hebben invloed op de invulling van het programma.”

“Daarnaast is naamsbekendheid natuurlijk belangrijk”, vult Veldman aan. “Het duurt misschien eventjes voordat je bekend bent, maar investeer in publiciteit. Hang posters op en leg brochures en flyers bij huisartsen, fysiopraktijken en andere handige plekken. Zorg dat mensen over je gaan praten. Vergeet ook niet scholen en schoolartsen te informeren: zij hebben een belangrijke screenende rol. En je kunt je verwijzers natuurlijk ook goed inzetten om over je project te communiceren. Zo is het bijvoorbeeld goed om kinderartsen op ouderavonden te laten vertellen over Kids in Action.”

Kuiper: “Verder werkt bij ons de continue instroom erg goed. Als iemand zich aanmeldt, is het intakegesprek binnen een week en neemt het kind binnen twee weken deel aan Kids in Action. Een wachtlijst werkt demotiverend voor kinderen en voor ouders: wij willen dat mensen meteen terecht kunnen.”

De estafetterace in de gymzaal is afgelopen, het uurtje Kids in Action zit er op. Het is tijd om samen de pionnen en ballen op te ruimen. “Waar ik enorm blij van word”, zegt de moeder van Maurice over haar zoon, “is als hij me vraagt: ‘Is het al dinsdag? Mag ik er weer heen?’ Daar doe ik het voor!”

Lees ook:

Auteurs:

Rebecca Beck
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook