Sluiten

Zelfstandig sporten van kinderen met DCD: de succesfactoren

Artikel

Publicatiedatum 9 mei 2019

Kinderen met Development Coordination Disorder (DCD) ervaren problemen bij het uitvoeren van motorische vaardigheden zoals voetballen, fietsen en klimmen. Door de problemen die zij ervaren wanneer ze motorische vaardigheden uitvoeren doen deze kinderen minder succeservaring op met sport en bewegen. Dit leidt tot een verminderde motivatie en daarmee tot minder deelname aan sport- en spelactiviteiten. Hoe zorgen we ervoor dat ook deze kinderen lichamelijk actief worden en blijven? De Hanzehogeschool heeft een aanpak ontwikkeld en geëvalueerd voor kinderen met DCD. In dit artikel vind je meer informatie over de aanpak, het onderzoek en de resultaten.

Aanpak ‘Zelfstandig sporten van kinderen met DCD’

In de aanpak ‘Zelfstandig sporten van kinderen met DCD‘ van de Hanzehogeschool gaat het allereerst om het plezier in sport en bewegen en de keuzevrijheid om zelf een sport te mogen kiezen. De uitgangspunten zijn:

  • Plezier in bewegen. Ervaren van plezier tijdens het sporten is een belangrijke voorwaarde voor deze groep kinderen om mee te doen.
  • Zelfsturing. Kinderen voeren zelf de regie over het leerproces en het resultaat. Naast hun eigen sportvaardigheid kiezen, stellen kinderen leerdoelen, denken ze na over hoe vaak en wanneer ze willen oefenen (planning maken) en monitoren en reflecteren ze het leerproces. Hiervoor is gebruik gemaakt van een zelfsturingscyclus.
  • Impliciet leren. Kinderen met DCD hebben moeite met (veel) verbale instructie. Daarom gaan we uit van meer impliciete en visuele instructies. Impliciete instructies belasten het werkgeheugen van deze kinderen minder, waardoor ze meer aandacht hebben voor het leerproces. In de aanpak wordt visuele instructie gegeven aan de hand van videobeelden van de sportvaardigheid. De kinderen kunnen dan stap voor stap de beweging zien en deze zelf uitproberen. Bovendien is de sportvaardigheid in acht kleine stappen opgedeeld waardoor kinderen met veel succeservaringen (foutloos) leren.

Lees voor meer informatie over de aanpak van de Hanzehogeschool het artikel ‘Zelfstandig sporten voor kinderen met DCD‘.

De zelfsturingscyclus.
De zelfsturingscyclus.

De aanpak ‘Zelfstandig sporten voor kinderen met DCD’ is geëvalueerd op de inhoud, de werkwijze en de effecten van de aanpak. Er is gekeken in hoeverre de aanpak toepasbaar en uitvoerbaar is voor de doelgroep. Succes- en faalfactoren en verbetermogelijkheden zijn hierbij beschreven.

Met alle deelnemende docenten en verschillende kinderen zijn interviews gehouden om de toepasbaarheid, uitvoerbaarheid, succes- en faalfactoren en verbetermogelijkheden in kaart te brengen. Om de effectiviteit van de aanpak te onderzoeken zijn verschillende meetinstrumenten afgenomen. De Movement ABC is afgenomen om de motorische vaardigheden te meten. Om het zelfregulerend vermogen van de kinderen te meten is een vragenlijst (SLO) en een zelfregulatie-test afgenomen. De zelfregulatie-test is een motorische taak volgens de principes van de ‘goal-theory’ (bijv., Zimmerman, 2000). De motivatie en motorische competentiebeleving zijn gemeten aan de hand van respectievelijk de Behavioral Regulations in Physical Education Questionnaire (BRPEQ) en de ‘Hoe ik vind dat ik het doe’ vragenlijst. Naast deze testen en vragenlijsten zijn met verschillende docenten en kinderen interviews gehouden.

Resultaten

Vooruitgang sportvaardigheden

De resultaten laten zien dat de kinderen die met de aanpak ‘Zelfstandig sporten’ werkten vooruitgang geboekt hebben op de specifieke sportvaardigheden die de kinderen gekozen en geoefend hebben. De vooruitgang in de specifieke sporten is weergegeven aan de hand van het aantal stappen dat kinderen vooruit zijn gegaan in de gekozen sport. Een voorbeeld: Iris heeft voor longboarden gekozen. Haar beginniveau was stap 2 en haar eindniveau was stap 7 (zie kader). Iris is dan vijf stappen vooruit gegaan. In de eerste interventieperiode was de gemiddelde vooruitgang drie stappen, in de tweede interventieperiode was de gemiddelde vooruitgang vijf stappen. Opvallend was verder dat er veel verschillende sporten gekozen zijn. Op basis hiervan kan gesteld worden dat kinderen een brede belangstelling hebben om sportvaardigheden aan te leren. Waar de een wil leren tennissen, heeft de ander zijn zinnen gezet op het leren van de radslag.

Daarnaast geven de resultaten op de verschillende testen en vragenlijsten geen eenduidig beeld over de effecten van de aanpak op de motorische vaardigheden, beleving en zelfregulatie. Op individueel niveau laten de resultaten grote verschillen zien. Diverse kinderen laten vooruitgang zien, maar anderen weer niet. Deze grote verschillen kunnen veroorzaakt worden door diverse factoren. Zo kan de getrainde sport heel specifiek zijn, waardoor er op de algemene motorische testen geen vooruitgang te zien is. Gezien de relatief kleine onderzoekspopulatie en de grote spreiding in leeftijd van de onderzoeksgroep is het niet mogelijk om de grote variatie te kunnen verklaren.

Toepasbaarheid en uitvoerbaarheid in de praktijk

Op basis van de procesevaluatie is gebleken dat de onderzoekers erin geslaagd zijn een aanpak ‘Zelfstandig sporten’ te ontwikkelen die aansluit bij de doelgroep (toepasbaar) en voldoende uitvoerbaar is in de praktijk. Zowel kinderen als docenten en begeleiders zijn enthousiast, zo blijkt uit de interviews.

Verder bleek dat de aanpak goed uitvoerbaar is. Werken in blokken van vier weken werkt overzichtelijk. De aangeboden sportvaardigheden in de app sluiten goed aan bij de belevingswereld van de kinderen. Stapsgewijs oefenen en de voorbeeldfilmpjes maken dat de kinderen zich betrokken voelen bij het leerproces. De kinderen zelf gaven aan het prettig te vinden om zelf te kunnen kiezen wat ze graag willen leren. Stapsgewijs oefenen en de duidelijke voorbeeldfilmpjes sluiten aan bij de behoefte van de kinderen. Ze hebben bovendien veel plezier gehad tijdens de lessen en hebben ervaren dat ze stapje voor stapje beter zijn geworden in de sportvaardigheden.

Aanbevelingen voor doorontwikkeling

Hoewel er dus een haalbare en toepasbare aanpak ‘Zelfstandig sporten’ is ontwikkeld, zijn er ook nog punten om te verbeteren. De grootste uitdaging van de aanpak ligt in de organisatie van de les en de zelfsturingscyclus toepassen, zo blijkt uit de interviews met de docenten. De zelfsturingscyclus toepassen vraagt andere didactische vaardigheden van de docent of begeleider. Daarnaast heeft ieder kind op dit vlak weer een andere ondersteuningsbehoefte. Goed kunnen inschatten van het niveau van het kind en het handelen daarop aanpassen, is iets waar docenten nog verder in geschoold kunnen worden.

Daarnaast bleek uit het evaluatieonderzoek dat de huidige acht stappen per sportvaardigheid niet geheel toereikend zijn voor het niveau/moeilijkheidsgraad. Aan te bevelen is om de acht stappen te herzien en uit te breiden van acht stappen naar twaalf of meer. Hiermee wordt meer uitdaging geboden en dat vergroot het bereik van de aanpak.

De onderzoekers hebben inmiddels zes sportvaardigheden doorontwikkeld, waarbij naast de acht basisstappen er vier ‘advanced’ stappen zijn ontwikkeld. Ook is op basis van de ervaringen uit de praktijk een deel van de videofilmpjes aangepast.

Conclusie

Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de aanpak ‘Zelfstandig sporten’ haalbaar is en goed aansluit bij de doelgroep. Zowel de kinderen als de docenten zijn enthousiast over de aanpak. De bevindingen van het evaluatieonderzoek vormen een mooi uitgangspunt voor verdere implementatie in de praktijk, en voor voortgaand onderzoek naar de effecten van de aanpak.

Lees meer:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.