Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Wat kunnen sporters leren van dieren; fascinatie voor mimicry bij een hockeytrainer

Interview

Haaienvinnen pakken, bijenkolonies, wedstrijdsport en hun gemene deler. Wetenschappers met een voorliefde voor sport. Een combinatie die interessante, spannende en onthullende inzichten oplevert. Marian ter Haar gaat met een aantal wetenschappers het gesprek aan over niches in de wetenschap en hun betekenis voor sport en bewegen. Als eerste spreekt zij met Marijn Korthals Altes over mimicry.

Wat is mimicry?

Marijn: “Bij mimicry draait het, simpel gezegd, om het vergelijken van soorten in de natuur. Hoe soorten zich handhaven in onderlinge survival of the fittest. Hoe handhaven soorten zich in hun onderlinge competitie om vervolgens met die inzichten te leren voor een toepassing buiten de biologie.

Dan gaat het vooral om hoe dieren en planten omgaan met omstandigheden waar we het als mens moeilijk mee hebben. Hoe planten in hele droge omstandigheden overleven omdat ze door hun anatomie al het vocht verzamelen, helpt ons mensen in het ontwerpen van slimme toepassingen om water te verzamelen in droge gebieden.

Een heel simpel voorbeeld is hoe we een gladde vloer in de badkamer kunnen voorkomen. Een hagedis bijvoorbeeld, kan prima tegen een steile gladde wand op lopen. Wij kunnen door studie te maken van zijn poten informatie vinden die helpt bij het ontwikkelen van schoeisel die het voor mensen eenvoudiger maakt gladde oppervlakken te bedwingen.

Dieren die met elkaar in evolutionaire strijd zijn, bijvoorbeeld vleermuizen en motten hebben zo’n permanente strijd, maakt dat zij fine tunen op elkaars gedrag. Motten zijn steeds vernuftiger geraakt in zich onzichtbaarder maken voor vleermuizen. Gelijktijdig ontwikkelen vleermuizen in reactie op de motten grotere oren. Dit alles is het gevolg van de continue strijd tussen twee naaste soorten die elkaar ontmoeten in hun overlevingsdrift. Soorten anticiperen op gedrag van andere soorten in hun omgeving.”

Meebewegen met de natuur

“Wetenschappelijk gezien bestaat de laatste tijd veel meer aandacht voor hoe in de natuur omgegaan wordt met complexiteit. Daar is het gedrag veel eerder gericht op meewerken met de natuur in plaats van buitensluiten. Dat buitensluiten is wat de mens geneigd is te doen. Maar daarin komt verandering, we proberen nu meer met de natuur mee te bewegen. We blijven afhankelijk van de natuur. Dieren zijn minder onttrekkend aan de omgeving, plastics kunnen niet meer teruggedraaid worden. Dieren blijven onderdeel van de natuur, wij mensen niet. Wij hebben een eigen wereld waarin wij alles beheersen, een wereld in de wereld. En dus is het vooral belangrijk om het systeem meer duurzaam te maken en aan te passen aan de natuur, vooral met betrekking tot overproductie en uitstoot.”

Is een wedstrijd, de prestatie, een heel natuurlijk fenomeen?

Sport is uniek voor de mens. Het overgrote deel van sporters doet het – ook het heel hard sporten – voor het plezier. Onze eigen mensenwereld maakt dat we energie over hebben en daarin zijn we gaan sporten en dat maakt het uniek. Dieren leveren topprestaties in duel met andere diersoorten voor het overleven van hun soort, terwijl de mens zich kunstmatig via de sport met dezelfde diersoort, de mens, meet.

De drijfveer bij de dieren is overleven ten opzichte van een andere soort; ze wordt daarin genetisch ook steeds sterker. De mens heeft die natuurlijke strijd niet meer. Op grote natuurrampen na geldt dat vooral de mensen in de rijke delen van de wereld geen vrees meer hebben voor de natuur en niet meer in duel gaan met de natuur. De mens heeft zich steeds meer buiten de natuur geplaatst, zij beheerst de natuur en lijkt bijna onafhankelijk van de natuur.

Leg dat eens uit, hoe dan bijvoorbeeld?

“Vooral het prestatiegerichte van de sport leent zich daarvoor”, zegt Martijn. Er zijn een aantal spectaculaire voorbeelden, zoals de haaienvinnen pakken bij het zwemmen. Het werd door de rijkere sportlanden ontwikkeld en later weer afgeschaft; het werkte eigenlijk te goed. In het westen hebben we meer kansen dan elders in de wereld om te winnen, omdat we dichter op technologische en sociale kennis zitten die ons helpen beter te presteren. Mimicry kijkt wat dieren of planten doen onder omstandigheden die voor de sport ook interessant kunnen zijn. Dat geldt voor de materiële aspecten maar ook voor sociale aspecten. De materiële kant, de kant van de huiden, de poten, de boten, de sticks, het kunstgras, de beweging, heeft het eerst tot technologische innovatie aangezet”.

Bio-mimicry hoort ook echt bij westerse landen. Zij hebben de kennis en het onderzoek. De kloof tussen rijk en arm, parallel aan het afhankelijk en onafhankelijk zijn van de natuur, wordt dan groter. In Afrika is geen regen, geen eten en wij blijven irrigeren…ook dat is geen eerlijke wedstrijd.”

Wat heeft de organisatiewijze van dieren jou geleerd voor je rol als trainer en coach?

“De organisatiestructuur in de dierenwereld is uiterst efficiënt. In mierenkolonies bijvoorbeeld zijn er mechanismen waar wel wat van te leren is, met name het afbakenen van rollen. Aanvankelijk is het chaos bij de mieren maar op een zeker moment zijn de taken duidelijk. En vervolgens ook trouw blijven aan die rollen. Dat is bij mensen lastiger en bij dieren gaat dat eenvoudig. Dieren zijn daar volledig op gefocust en daarom gaat het goed…als de rollen een probleem zijn, dan gaat het mis in een team.”

In relatie tot sport: “Goede en efficiënte communicatie is zeker in teamsport op hoog niveau heel belangrijk. De groepsdynamiek wordt effectief door een heldere taak- en rolverdeling. Je krijgt tijd en ruimte voor creativiteit als iedereen weet wat er te doen staat en wat de anderen te doen hebben. Weten wat de ander gaat doen. Je moet als verdedigers aan een paar woorden genoeg hebben als je de tactiek verlegt. Dan kun je er van te voren al naar gaan handelen. Dat leer je van de bijenkolonies en de mieren.”

Hoe kijk je vanuit mimicry naar maatschappelijke uitdagingen als overgewicht, vergrijzing en hypes rondom voeding?

“Overgewicht is een heel onnatuurlijk probleem dat typisch bij de mens en haar ‘onnatuurlijke’ levenswijze hoort, en als zodanig heeft mimicry hier dan ook geen oplossingen voor. De mens heeft het zelf gecreëerd. Op het moment dat het zich lang genoeg voordoet – en vijftig jaar is niks op een evolutionaire schaal, dan heb ik het over 10.000 jaren – en de mens nog net zoveel kinderen produceert, dan is er geen evolutionair nadeel.”

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.