Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Wat ‘beweegt’ (jong)volwassenen tijdens hun drukke leven?

Artikel

Jongvolwassenen bevinden zich in de periode van 18-35 jaar vaak in de drukste periode van hun leven. Waar ze voor hun 18e jaar vaak nog thuis woonden, wonen ze nu vaak op zichzelf en maken zij verschillende levensgebeurtenissen mee in deze fase. In deze periode is deze groep nog jong en actief. Genoeg energie om voldoende te sporten en bewegen zou je denken. Toch heeft het sporten en bewegen in deze drukke levensfase te lijden onder een aantal zaken.

Bekijk ook de factsheet over jong volwassenen en sport.

Welke belangrijkste levensgebeurtenissen zijn van invloed zijn op het starten of stoppen met sport en bewegen? Dit artikel gaat hierop in en biedt tips over hoe sportbeleid en -uitvoering zo goed mogelijk kan aansluiten op de behoeften van deze drukke 18 tot 35 jarigen.

Sport en bewegen in deze levensfase

Het sport en beweeggedrag neemt op alle gebieden in de leeftijd van 18 tot 35 jaar af. Het wekelijks sporten vermindert en mensen zijn minder vaak lid van een sportvereniging in vergelijking met 12-18 jarigen. Samen met deze leeftijdsgroep (12-18 jaar), zitten 18-35 jarigen het meest, namelijk tussen de 9 en 10 uur per dag. Tegelijkertijd neemt het aantal dagelijks actieve uren toe, met name door meer huishoudelijke activiteiten. Het percentage overgewicht zien we bij deze leeftijdsgroepen fors oplopen. Terwijl dit bij 12-18 jarigen nog 11,0% is, is dit 20,4% voor 18-25 jarigen en 37,7% voor 25-35 jarigen.wekelijks sporten en combinorm

De twee belangrijkste motieven voor sporten en bewegen in deze levensfase zijn ‘verbeteren conditie’, gevolgd door ‘verbeteren/behouden gezondheid’. Belangrijke belemmeringen voor sporten en bewegen voor deze (jong)volwassenen zijn ‘tijdgebrek’, ‘ondanks voornemens, geen zin’ en ‘voorkeur voor andere dingen’. Bekijk de factsheet over jong volwassenen en sport.

Inspelen op belangrijke gebeurtenissen met sport en bewegen

Levensgebeurtenissen, zoals beginnen met werken en het krijgen van het eerste kind, veranderen het dagelijks leven aanzienlijk. Dit heeft invloed op het sport- en beweeggedrag. Veranderingen in vrije tijd, sociale netwerk, financiële middelen en lichamelijke gesteldheid hebben invloed de keuze om wel of niet te gaan sporten en bewegen. Deze veranderingen kunnen drastisch zijn, zoals starten of stoppen met (een) sport, maar ook subtieler, zoals het veranderen van de sportfrequentie of sportsetting. Hieronder beschrijven we de belangrijkste levensgebeurtenissen en hun invloed op het sport en beweeggedrag.

Professionele carrière

Veel (jong)volwassenen zijn druk bezig met hun carrière: ze doorlopen gedurende deze fase een HBO- of WO-opleiding en/of starten met hun eerste ‘echte’ baan. Studie- en werkverplichtingen en het onderhouden van sociaal contact maakt het lastiger om sporten en bewegen in te passen in het dagelijks leven op dat moment. Andere punten met invloed op sport en bewegen zijn:

  • De afstand tussen huis en opleiding of werk verandert, reisafstanden worden niet meer met de fiets overbrugd, dit is een mogelijke verklaring voor minder tijd besteden aan fietsen dan jongeren van 12 tot 18 jaar.
  • Beginnen met werken leidt mogelijk tot verschuiving in sportdeelname: het vergroot zowel de kans om te starten als de kans op te stoppen met een sport. Startende werknemers lijken bij een nieuwe sport minder snel kiezen voor vaak sporten of een overstap maken naar een ‘lichtere’ sportsetting die laagdrempeliger en flexibeler is. Toename van fitness en afname van verenigingslidmaatschap kunnen een gevolg hiervan zijn.

Ouderschap

Het krijgen van kinderen is een belangrijke levensgebeurtenis. De gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse vrouwen hun eerste kind krijgen is 29,4 jaar. De geboorte van een kind zorgt voor een aanslag op de vrij besteedbare tijd van de ouders en belemmeren sportdeelname. Ook de prioriteit van sport neemt vaak af bij het opbouwen van een sociale band met hun kinderen.

  • De kans om te starten met een sport wordt kleiner, terwijl de kans om de stoppen met een sport juist groter wordt. Na opsplitsing op basis van geslacht lijkt de stop-kans van sporten enkel groter te worden voor vrouwen; het effect voor mannen is niet significant. Mogelijke verklaringen zijn: extra fysieke lasten bij de vrouw na de bevalling en doorwerking van traditionele rolopvattingen ‘zorg voor de kinderen is meer een taak voor de moeder’.
  • Mannen met jonge kinderen blijven wel meer dan hun vrouw blijven sporten doordat zij vaker lid zijn van een vereniging en door competitie een hechtere band hebben binnen de club.

Dat ouderschap mogelijk een grotere impact heeft op vrouwen dan op mannen, verdient speciale aandacht. Het doorbreken van traditionele rolpatronen, opvattingen en (ouderschapsverlof)regelingen draagt bij aan een gelijkwaardige verdeling van zorg en opvoeding.

Relaties en wonen

Tot slot hebben relaties en zelfstandig wonen invloed op sport- en beweeggedrag. Zelfstandig gaan wonen vergroot zowel de kans om te starten als de kans op te stoppen met een sport. (Jong)volwassenen beëindigen hun lidmaatschap(pen) vaker en kiezen vervolgens voor nieuwe sportactiviteiten. Dit wordt vaak verklaard door verhuizing naar een andere plaats en het opbouwen van sociale contacten in de nieuwe woonomgeving. Een relatie kan een flinke stempel drukken op sportdeelname. Jongvolwassen met een relatie beoefenen bijvoorbeeld meer verschillende sporten tegelijk dan degene zonder relatie omdat samen sporten met hun partner de voorkeur krijgt boven de eigen sportvoorkeur.

  • Alleenstaanden hebben, wanneer ze zelfstandig gaan wonen, een bijzonder vergrootte kans om te starten met (een) sport in het algemeen en vanuit een sociale motivatie en in competitief verenigingsverband.
  • Huishoudelijke activiteiten nemen toe door het runnen van een eigen huishouden bij het zelfstandig gaan wonen.
  • Bij samenwonen of trouwen verandert de kans om te starten met sporten niet, maar de kans om te stoppen met een sport en een verenigingslidmaatschap op te zeggen wordt groter. Samenwonen/trouwen zorgt naast huishouden en onderhouden van sociale contacten ook voor een meer gedeelde agenda, waardoor andere vrijetijdsactiviteiten moeten wijken.

 

Aangrijpingspunten gemeentelijk sport- en beweegbeleid

De gemeente kan op verschillende manieren sport en bewegen van deze leeftijdsgroep stimuleren. Kenniscentrum Sport heeft 7 strategieën uitgewerkt speciaal voor de groep (jong)volwassenen. Dit zijn:

  1. Gericht accommodatiebeleid
  2. Enthousiasmeren van sportaanbieders
  3. Benutten van de openbare ruimte
  4. Direct de doelgroep stimuleren
  5. Faciliteren van activiteiten van inwoners
  6. Organisaties ondersteunen en sturen in aanpakken op doelgroep
  7. Gericht subsidiebeleid

Lees in het artikel Sport- en beweegbeleid voor volwassenen de uitwerking van deze strategieën.

Een 8e strategie is ‘sporten op het werk faciliteren’. Bedrijven besteden steeds meer aandacht aan het belang van de gezondheid van hun werknemers. Ze spelen in op het feit dat veel werknemers na een lange werkdag geen zin meer hebben om nog te gaan sporten. Als gemeente helpt het om samenwerking met grotere bedrijven in de regio te zoeken die veel werkgelegenheid bieden aan burgers. Dit kan ook een consortium van werkgevers zijn, zoals bijvoorbeeld in Goeree Overflakkee waarin ‘de sportieve werkvloer’ een belangrijk thema is.

Bekijk de factsheet over jong volwassenen en sport.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.