Sluiten

Topscore Amsterdam - Elke jongere het plezier van sport en bewegen aanleren

Praktijkvoorbeelden

Geplaatst op 8 september 2015

In Amsterdam doen meer dan 3.000 jongeren in de leeftijd van 12-18 jaar mee aan het programma Topscore. Via een naschools aanbod kunnen zij kennismaken met ruim twintig verschillende takken van sport en vervolgens doorstromen naar een sportvereniging of andere sportaanbieder. Aan programmamanager Diederik Fit van Sportservice Amsterdam de vraag wat voor jongeren wel en wat niet werkt. ‘De trainer en het tijdstip zijn essentieel.’

Diederik Fit

Topscore ging in 1998 van start, nadat de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) had geconstateerd dat bij jongeren van 12-14 jaar de interesse voor sport afnam. De oplossing: sport aanbieden via scholen en daar met trainingen, wedstrijden en materialen een verenigingssfeer kweken. Binnen zeven jaar deden vijftig scholen mee aan het programma en sindsdien wordt er continu aan kwaliteitsverbetering gewerkt.

Sportaanbod op vmbo-scholen

Topscore richt zich op het vmbo en het praktijkonderwijs. ‘Daar zitten de meeste kinderen van ouders met een lage sociaaleconomische status en die doen het minst aan sport en bewegen’, licht Diederik Fit toe. ‘We hebben een beperkt programma voor de bovenbouw, maar het accent ligt op de eerste- en tweedejaars. Die zijn nog redelijk makkelijk in hun keuzes te beïnvloeden en blijven vervolgens ook langer in een keuze hangen.’

Aan het begin van het schooljaar maken de scholieren tijdens de gymlessen kennis met een groot aantal sporten. Daaruit kiezen ze er eentje, maar dat mag niet een sport zijn die ze al bij een vereniging beoefenen. Bij Topscore gaat het er namelijk om verschillende sporten te ontdekken en te ervaren.

Is de keuze gemaakt, dan doet de jongere 15 weken lang mee aan een naschools sportaanbod. Dat bestaat uit trainingen en een stadsdeelcompetitie. Na de periode op school kunnen de deelnemers zich inschrijven voor een doorstroomactiviteit bij de vereniging in de buurt. Topscore organiseert in samenwerking met de verenigingen een grootstedelijke competitie en uiteindelijk een grootstedelijk kampioenschap. ‘Deze opzet blijkt voor veel beginners heel erg aantrekkelijk’, zegt Fit. ‘Ook die zijn wel degelijk competitief, al zitten ze niet op Olympic Moves-niveau. Jongeren vinden het leuk om ergens naartoe te leven en te werken. Nadeel is dat de aandacht na de competitie vaak ook weer wegvalt. Daarom hebben we ervoor gekozen om juist de grootstedelijke competitie alleen voor de doorstroomactiviteiten te organiseren. Zo belonen we de kinderen die lid willen worden van een vereniging. Tegelijkertijd zijn we met ons aanbod minder concurrerend met de sportverenigingen.’

Jonge assistenten stimuleren leeftijdgenoten

Per school worden twee jongeren als assistent bij het sporten betrokken. ‘Assistenten promoten de sportactiviteiten en kunnen een cursus jeugdsportbegeleider volgen’, vertelt Fit. ‘Dan zijn ze ook in staat om trainers te assisteren, bijvoorbeeld door alvast met de warming-up te beginnen. In feite gaat het om een ‘peer to peer’-benadering. De assistenten hebben een stimulerende invloed op hun leeftijdgenoten en dichten het gat tussen trainer en scholieren.’ Assistenten krijgen een trainingspak en via Randstad verdienen ze net iets meer dan het minimumloon. Hebben ze de cursus afgerond, dan krijgen ze direct een loonsverhoging. Fit: ‘Veel assistenten worden later Topscoretrainer. Gestimuleerd door de gymdocent vinden zij het leuk om zich in de sport te ontwikkelen en er later zelfs te gaan werken. Voor de assistenten organiseren we gezamenlijke bijeenkomsten. Daar vragen we ze ook ominput voor het programma.’

Organisatie

Het sportaanbod wordt altijd in samenspraak met de school vastgesteld.‘Dat gaat om een combinatie van aanbod en vraag’, legt Fit uit. ‘Een schoolcoördinator die een activiteit heel erg leuk vindt, de beschikbare accommodatie, aanwezige kennis over de behoeften van de leerlingen, wensen van de sectie lichamelijke opvoeding en de inbreng van de beweegmanager van het stadsdeel. Die laatste wordt weer gevoed door verenigingen die voor het verzorgen van trainingen een combinatiefunctionaris aanvragen.’

De school is vervolgens verantwoordelijk voor de accommodatie en voor de deelnemerscoördinatie, zoals het aanmelden en de aanwezigheid van leerlingen. Sportservice Amsterdam zorgt voor materialen en sporttrainers.

Dat zijn combinatiefunctionarissen verbonden aan verenigingen of externe trainers, van een vereniging of zelfstandig. Sportservice Amsterdam organiseert daarnaast de schoolcompetities en finales, omdat verenigingen daar niet goed toe in staat blijken.

Met Topscore Plus naar de vereniging

‘Ondanks de betrokkenheid van sportverenigingen blijft het aanbod vrij geïsoleerd rond de scholen’, zegt Fit. ‘Op zich niet erg, want ons voornaamste doel is dat jongeren gaan sporten en daar plezier aan beleven. Maar we willen ook dat ze blijven sporten, dus sinds dit jaar leggen we meer nadruk op de doorstroom naar de vereniging. Daarom zijn we het programma momenteel aan het herinrichten. Na vijftien weken training op school, kunnen deelnemers zich onder de noemer Topscore Plus verder ontwikkelen bij een vereniging. Afhankelijk van de sport trainen ze daar dan vijf tot tien weken door, over het algemeen tegen een gereduceerd verenigingstarief. In die periode moet de vereniging scholieren zelf overhalen om lid te worden.’

Hoeveel plezier de scholieren ook aan het sporten beleven; de overstap naar de sportvereniging blijkt in de praktijk niet zo makkelijk gemaakt. ‘Eén oorzaak was dat zowel de schoolcompetitie, als een deel van de verenigingssporten na de meivakantie eindigde’, vertelt Fit. ‘En hoe motiveer je jongeren dan om lid te worden, als er pas na de zomer weer aanbod is? Met Topscore Plus nemen we dat obstakel hopelijk weg. Een ander probleem is dat er een te groot verschil is tussen het aanbod op school en bij de vereniging, onder andere wat betreft trainingswijze en sfeer. We moeten school en vereniging voor jongeren even interessant zien te maken.’

Scholieren betrekken

Sportservice Amsterdam adviseert verenigingen hoe zij hun aanbod voor de scholieren aantrekkelijk kunnen maken. ‘Op school is alles goed geregeld, met wedstrijden en dergelijke. Dat moet ook zo zijn bij de vereniging. De scholieren stromen vaak als groepje in. Zeker in het begin is het belangrijk om ze als groep bij elkaar te houden, want dat geeft hen een veiliger gevoel. Maar ze moeten zich wel vanaf het begin welkom en betrokken voelen.

Stel bijvoorbeeld snel een shirt beschikbaar, zodat de jongeren het gevoel krijgen dat ze bij de vereniging horen. En laat ze een wedstrijdje spelen tegen een verenigingsteam van gelijkwaardig niveau.’ Jongeren willen het liefst direct na schooltijd sporten, maar veel verenigingen bieden op dat tijdstip nog geen training . ‘Wordt dat veel later, dan vormt dat voor veel jongeren echt een serieuze belemmering’, weet Fit. ‘Geld, contributie kan dat ook zijn, maar dát wordt meestal afgedekt door het Jeugdsportfonds. Overigens valt of staat een aantrekkelijk aanbod niet alleen met sportactiviteiten. We adviseren verenigingen dus ook over sociale aspecten. Feestjes bijvoorbeeld, maar waarom in de toekomst geen sollicitatietrainingen en bedrijfsstages? Daar wordt bijvoorbeeld in Eindhoven veel succes mee geboekt.’

Gericht en open beleid

Er zijn voorbeelden van verenigingen die het heel erg goed doen. Zoals VoNo, een kleine volleybalvereniging in Amsterdam-Noord. ‘Die club heeft dankzij Topscore stevige groeipercentages’, vertelt Fit. ‘Maar daar hebben ze ook echt hele leuke trainers, werken ze bewust aan het contact tussen leden en scholieren en is er een enthousiaste jeugdvoorzitter. Het is heel belangrijk dat bestuur, trainers en de clubcultuur openstaan voor de scholieren. Daar moet de vereniging serieus een visie en een plan voor opstellen. Wij hebben bij tachtig verenigingen een combinatiefunctionaris; ook die vervult een belangrijke rol in dit proces.’

Soms is er in een stadsdeel geen vereniging voor een bepaalde sport. In dat geval organiseert Sportservice Amsterdam zelf de doorstroom. ‘We vinden het belangrijk dat jongeren in hun directe woonomgeving structureel kunnen sporten, maar we willen niet concurreren met het bestaande aanbod’, licht Fit toe. ‘We richten dan een soort tijdelijk mini-verenigingetje in, gedraaid door de gemeente.

Jongeren kunnen meedoen in de reguliere Topscore-competitie en de gemeente maakt ze verenigingsklaar. In de tussentijd proberen we verenigingen uit een ander stadsdeel te bewegen de activiteit van ons over te nemen in de vorm van een dependance. Soms lukt het ook om een startende vereniging een jeugdafdeling op te laten richten en de activiteit over te nemen. We begeleiden de vereniging in dat proces. Dat kan best lang duren, maar het voordeel is dat we de betreffende jongeren direct na ons schoolprogramma een doorstroommogelijkheid bieden en ze voor de sport behouden.’

Gezicht van de sport

Essentieel voor de doorstroom is de trainer. Fit: ‘Die moet zich goed kunnen inleven in de belevingswereld van jongeren, het niveau van de lessen goed kunnen aanpassen en veel verschillende opdrachten geven. Geen wachtende rijen! Jongeren houden van afwisseling en willen niet stilstaan. Het gaat erom dat ze plezier hebben, dus niet zoals bij een selectieteam de zweep erover. En iemand ook niet meteen voor de groep helemaal afbranden als die een keer te laat komt. Hou er een beetje rekening mee dat je te maken hebt met beginners en vaak van een wat lager sociaaleconomisch niveau.’

Als jongeren het bij een trainer naar hun zin hebben, zullen ze hem of haar eerder naar de vereniging volgen. ‘In die zin moet je als trainer je eigen rol herkennen’, vindt Fit. ‘Jezelf realiseren dat je voor de jongeren het gezicht van je sport bent. Dat het aan jou ligt of ze wel of niet doorstromen. Daarbij helpt het als je het hele proces overziet, van de eerste kennismakingsles tot en met het lidmaatschap van de vereniging aan het eind. Daar kun je elke les op inspelen en jongeren mee uitdagen: over tien weken spelen jullie het stadsdeeltoernooi, maar als je naar de vereniging gaat, kun je kampioen van heel Amsterdam worden.’

Topscore Fit

Sportservice Amsterdam werkt alleen met gecertificeerde trainers. Die zijn pedagogisch en didactisch onderlegd en kunnen de lesplannen van Topscore goed uitvoeren. Pedagogiek wordt nog belangrijker bij de doelgroep van het helemaal nieuwe Topscore Fit. ‘We doen het goed met Topscore en Topscore Plus, maar er is nog steeds een groep die zich daardoor niet aangesproken voelt. Dat kan, want niet ieder kind vindt competitie leuk.

Met Topscore Fit gaan we ons specifiek op inactieve jongeren richten, op scholen waar het percentage inactieven het hoogste is. Die jongeren zijn moeilijk te motiveren en daarvoor heb je eerder coaches dan sporttrainers nodig.’

Topscore Fit is dit jaar (2015) goed voorbereid via gesprekken met twintig scholen (directie, sectie Lichamelijke Opvoeding, zorgcoördinator), met de GGD en met op vijf scholen een SALVO- onderzoek (Stimuleren van Actieve Leefstijl in het Vmbo-Onderwijs). ‘De school selecteert de groep die we gaan aanspreken’, vertelt Fit. ‘Dat mogen niet alleen dikke kinderen zijn, want dat stigmatiseert. Topscore Fit is geen zorgactiviteit, het gaat erom dat de jongeren samen bewegen. Elke jongere gaan we heel expliciet vragen: wat wil jij doen? We kunnen ontzettend veel aanbieden, er is van alles mogelijk, maar jij mag het zeggen. En dan gaan we daar heel goed naar luisteren en invulling aan geven.’

Liefde voor sport en bewegen

Fit hoopt uiteindelijk ook deze moeilijke doelgroep de liefde voor sport en bewegen aan te leren. ‘Als een jongere dagelijks een bushalte eerder uitstapt om vandaar naar school te lopen, is al een deel van het doel bereikt’, is hij van mening. ‘Als een jongere weet hoe leuk bewegen kan zijn, dan kan hij van Topscore Fit naar regulier en vandaar mogelijk zelfs naar Plus.

Meer dan bij de reguliere activiteiten van Topscore zullen we ouders betrekken en meer dan bij Topscore Plus gebruik maken van de sociale invloed van vrienden. Samen meedoen is voor jongeren aantrekkelijker dan alleen ergens heen gaan; dat vinden ze meestal doodeng.’

Meer informatie over Topscore

Voor meer informatie en informatie over het project Topscore kunt u contact opnemen met:
Sportservice Amsterdam
Diederik Fit, Programmamanager Topscore
Tel: 020-251 8228
E-mail: d.fit@amsterdam.nl
WebsiteTopscore

Andere praktijkvoorbeelden hoe je jongeren kunt binden en behouden bij sport:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.