Sluiten

Tips voor trainers: ons team pakt te veel kaarten en schorsingen

Artikel

Geplaatst op 13 juni 2018

Een veilig sportklimaat staat of valt met de inzet van de sporter. Maar het zijn de trainers en de bestuurders van wie gevraagd wordt het gedrag van hun leden positief te beïnvloeden. Hoe pak je dat aan? In dit artikel tips voor trainers die iets willen doen aan teveel schorsingen en kaarten.

Stel: je bent trainer van een jeugdvoetbalteam…
Het team speelt goed en op het juiste niveau, maar het aantal schorsingen loopt te hoog op. Dit ondanks dat je als trainer de spelers op het hart drukt sportief te spelen en de spelers gemotiveerd lijken om zich sportief te gedragen. Wat kun je als trainer doen om te zorgen dat het aantal kaarten en schorsingen terugloopt?

Omstandigheden dragen bij aan ongewenst gedrag

Vaak zoeken we een verklaring van iemands gedrag in de persoonlijke kenmerken van die persoon: ‘Ja, hij reageert wat agressief op de scheidsrechter, maar hij is nu eenmaal een driftig type’ of ‘hij schopte na, hij was namelijk gefrustreerd omdat het hem niet lukte om te verdedigen.’

De gelegenheidstheorie betrekt naast de persoonlijke kenmerken van iemand echter vooral ook de omgeving (de omstandigheden/de gelegenheid) bij het verklaren van ongewenst gedrag. De gelegenheidstheorie wordt ook ‘de gelegenheid maakt de dief’ genoemd. Hierin is de kans op ongewenst gedrag te voorspellen door bepaalde voorwaarden of specifieke omstandigheden in de omgeving. Dat betekent dat als we deze voorwaarden en omstandigheden (tijdig) herkennen, we hier op in kunnen spelen en de kans op ongewenst gedrag terug te dringen is.

De dader, het doelwit en de controle

De gelegenheidstheorie kent drie onderdelen: de gemotiveerde dader, een geschikt doelwit en sociale controle. Zijn ze alle drie sterk aanwezig, dan is de kans op ongewenst gedrag zeer groot. Een voorbeeld: als een speler voorafgaand aan een wedstrijd het voornemen heeft om zich onsportief te gedragen (gemotiveerde dader) omdat hij ten koste van alles wil winnen (geschikt doelwit) en de coach grijpt niet in (sociale controle), dan is de kans op misdragingen zeer groot. Maar grijpt de coach wel in, dan is de kans geringer dat de speler zich grensoverschrijdend gedraagt.

Een toelichting op de drie onderdelen:

  • Een gemotiveerde dader is een speler die de wedstrijd ingaat om zich onsportief te gedragen. Hij negeert bijvoorbeeld de spelregels en ziet de tegenstander als een vijand. Behalve ‘gemotiveerd zijn’ moet zich ook een gelegenheid voordoen in de omgeving van de dader, die hem in de verleiding brengt en motiveert om zich grensoverschrijdend te gedragen. Deze ‘gelegenheid’ bestaat uit de volgende twee delen:
  • Een geschikt doelwit is ‘iets’ dat de dader wil bezitten of controleren. Een doelwit bij sport is bijvoorbeeld ‘willen winnen ten koste van alles’ of statusverhoging door te winnen. Ook het uitschakelen van de beste speler van de tegenpartij kan een gewild doelwit zijn. In de criminologie gaat het bijvoorbeeld om niet afgesloten auto’s of computers die in de etalage staan. Deze doelwitten triggeren de (potentiële) dader om zich grensoverschrijdend te gedragen.
  • De aan- of afwezigheid van sociale controle. Sociale controle is zorgen dat mensen zich aan de regels houden. Doen ze dat niet, dan volgen er sancties of straffen. Het gaat hier om zowel informele als formele controle. Informele controle is niet in spelregels of voorschriften te vatten, zoals het toezicht van trainers, ouders en medespelers op het gedrag. Bijvoorbeeld een ouder die zijn kind waarschuwt voor zijn taalgebruik of een speler die zijn medespeler aanspreekt op onsportief gedrag tijdens de wedstrijd. Formele controle is die van gezagsdragers als politie en justitie, scheidsrechters of het tuchtrecht. Als deze controle er niet of te weinig is, dan wordt de gelegenheid tot en het plegen van ongewenst gedrag groter.

Wat kun je als trainer doen?

De gelegenheidstheorie helpt je dus om ongewenst gedrag te verklaren. Maar deze theorie biedt ook tips:

  1. Invloed uitoefenen op het voornemen van de (eventuele) regelovertreder. De trainer kan op de training en tijdens de wedstrijd benadrukken dat het belangrijk is om je sportief te gedragen. Hij probeert op deze manier de spelers het veld in te krijgen met een houding van ‘winnen is mooi, maar niet ten koste van alles’. De intrinsieke motivatie van de spelers om sportief te spelen, wordt op deze manier verhoogd.
  2. Alternatieve beloningen creëren. Als je als trainer de nadruk legt op (samen)spel, vooruitgang of onderlinge coaching, maak je de spelers duidelijk dat ‘winnen’ niet overheersend is en dat dat andere even belangrijk is. Beloon de spelers daarom voor gewenst gedrag als alternatief voor ‘het gewenste doelwit/het winnen’. En organiseer bijvoorbeeld een teamuitje als ze vijf wedstrijden zonder kaarten hebben gespeeld.
  3. Verhoog de sociale controle door verhoogd toezicht dat streng wordt nageleefd. Betrek als trainer ook de ouders van jeugdleden om goed zicht te houden op het gedrag van de speler. Betrek ouders ook bij het opleggen van straffen als ‘wissel staan’ of ‘schorsen’. Geef als het om oudere jeugd gaat, de peers (leeftijdgenoten, teamspelers) een rol in de onderlinge controle, want rond de pubertijd is de invloed van leeftijdgenoten vaak groter dan die van de ouders. Zo komt de verantwoordelijkheid ook bij medesporters te liggen.

Meer lezen

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.