Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Succesvol implementeren van sport en bewegen in de revalidatie

Interview

Sport- en beweegprogramma’s implementeren in de revalidatiezorg. Hoe doe je dat? Femke de Groot-Hoekstra promoveerde erop en deelt haar belangrijkste inzichten en tips.

Het proefschrift van de kersverse doctor zoomt in op de landelijke uitrol van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen in de Nederlandse revalidatiezorg. Hiervoor werd het onderzoek ReSpAct opgezet, waaraan ruim 70 professionals en 1.700 patiënten uit 18 revalidatie instellingen deelnamen. Het proefschrift belicht de factoren die een succesvolle implementatie van sport en bewegen in de revalidatiezorg belemmeren, of juist bevorderen. De inzichten uit haar proefschrift zijn daarmee ook bruikbaar bij implementatieprocessen elders in de gezondheidszorg.

Hoe kunnen organisaties zo’n groot implementatietraject aanpakken?

Het implementeren van een programma zoals Revalidatie Sport en Bewegen is eigenlijk een veranderproces. Bij veranderprocessen zoals deze zijn drie dingen erg belangrijk voor een organisatie:

  • Creëer eigenaarschap op verschillende niveaus. Zorg dat je afspreekt wie verantwoordelijk is voor welk deel van het implementatieproces. Dit is belangrijk tijdens het implementatieproces, maar vooral ook voor de borging ervan. Als een programma nu goed loopt, wie houdt dan in de gaten of het over een jaar nog steeds goed loopt? Belangrijk om daar vanaf het begin over na te denken en afspraken over te maken.
  • Samenwerken is een succesfactor. Niet alleen binnen een organisatie tussen de verschillende disciplines zoals bewegingsagogie, fysio en revalidatie-artsen. Maar ook tussen organisaties. Organisaties kunnen veel van elkaar leren en elkaar inspireren.
  • Creëer een verandervisie. Maak met alle betrokkenen een plan op welke manier je het programma wilt implementeren. Zorg dat het programma ook iets van jouw organisatie wordt. Maak het eigen. Om de kwaliteit en effectiviteit te waarborgen, adviseren we om de kernonderdelen van een programma of interventie zoveel mogelijk in de structuur van de organisatie op te nemen. Zorg voor ruimte voor eigen ideeën en aanpassingen daarbinnen, zodat het programma past binnen de context, cultuur en visie van je organisatie.

Wat is jouw advies aan de revalidatiepraktijk?

Specifiek voor het programma Revalidatie, Sport en Bewegen, zou ik revalidatie instellingen nog drie extra dingen willen meegeven:

  • Ontwikkel en behoud kennis en vaardigheden, specifiek de kennis over Motivational Interviewing (MI). Dit was echt één van de successen van het programma. De sport- en beweegconsulenten hebben hierin een goede basisscholing gehad en de consulenten hebben dit als belangrijk ervaren. Dankzij MI konden ze revalidanten motiveren en hen goed doorverwijzen naar sport- en beweegaanbod dat aansluit bij hun wensen en behoeften. Het viel ons sowieso op dat in vergelijking met veel andere studies de revalidatie professionals goed geschoold zijn. De MI scholing, maar ook de landelijke en regionale bijeenkomsten met alle betrokken professionals, hebben hieraan bijgedragen.
  • Betrek gemotiveerde en enthousiaste professionals. Vrijwel alle betrokken professionals waren ontzettend positief en enthousiast over de implementatie en de opzet van het programma. En dat helpt enorm! Specifiek voor het programma Revalidatie, Sport en Bewegen zien we dat het belangrijk is om de revalidatiearts mee te krijgen in het veranderproces. Die is immers eindverantwoordelijke van de behandeling. Dit geldt met name ook voor de borging van het programma op de lange termijn. In het Handboek Revalidatie, Sport en Bewegen staan concrete tips en adviezen hoe je dit kunt doen.
  • Blijf het programma promoten binnen de organisatie. Blijf je collega’s continu herinneren aan het bestaan van het Sportloket, het belang van het stimuleren van een actieve leefstijl, enz. Eén keer noemen is niet genoeg. Je moet de verandering continue onder de aandacht blijven brengen om het echt te kunnen borgen in de organisatie.

Impuls voor lokale samenwerking

Aan het begin van de programmaperiode waren nog niet alle sport- en beweegconsulenten voldoende op de hoogte van het lokale sport- en beweegaanbod. Het programma heeft dat verbeterd. Ook is de samenwerking met gemeenten en lokale sport- en beweegaanbieders enorm versterkt. De landelijke uitrol van het programma Revalidatie, Sport en Bewegen heeft dus gezorgd voor nieuwe verbindingen tussen de revalidatiezorg en het regionale beweegaanbod.

Bijna 80 procent van de patiënten is doorverwezen naar een passende sport- of beweegactiviteit. Dit percentage is erg hoog. Je kunt alleen goed doorverwijzen, als je het lokale sport- en beweegaanbod voor mensen met een beperking goed kent. Vanuit vele Sportloketten zijn bruggen geslagen naar het beweegaanbod, maar het kan altijd beter. Er kunnen meer bruggen bij en niet alle bruggen zijn even sterk. Het is van belang om hier continu aandacht voor te blijven houden. Landelijke programma’s zoals Grenzeloos actief en Uniek Sporten helpen hierbij.

Wat heb je aan veranderbereidheid gezien in de revalidatiezorg?

Zoals overal varieert het van voorlopers tot middengroepen en tegenstanders. De betrokken professionals binnen ReSpAct waren met name voorlopers. Maar die 3 of 4 professionals per organisatie zijn niet genoeg. Deze voorlopers hebben heel hard gewerkt om hun collega’s steeds opnieuw het belang van het programma uit te leggen en hen te enthousiasmeren.

Het helpt als je hiervoor verschillende strategieën toepast. Bijvoorbeeld een presentatie geven aan een groep artsen, één op één collega’s aanspreken, nieuwsbericht op intranet, enz. Dit alles kost veel tijd waarbij herhaling heel belangrijk is, maar dan verschuift de middengroep uiteindelijk naar mede-voorlopers. Ook hier is het beleggen van eigenaarschap enorm belangrijk. Het voorkomt dat je met elkaar ‘terugzakt’ in de verandering die je wilt inzetten.

Hoe beleg je eigenaarschap goed?

Dat verschilt per organisatie. Soms is een consulent verantwoordelijk voor de promotie, soms de projectleider, manager en/of revalidatiearts. Het is vooral belangrijk dat je met alle betrokkenen afspraken maakt over wie wat doet en wie welke verantwoordelijkheden heeft op basis van ieders affiniteit, rol en taak binnen de organisatie.

Specifiek voor het programma Revalidatie, Sport en Bewegen hebben we tijdens de interviews vaak gehoord dat het programma heeft geholpen om de bewegingsagogie binnen de revalidatie meer op de kaart te zetten en taken en verantwoordelijkheden van deze relatief jonge discipline helderder te krijgen.

Een andere tip die ik organisaties nog wil geven om de gedragsverandering bij professionals te realiseren is: monitor en evalueer je eigen veranderproces. Daarmee maak je je eigen proces inzichtelijk. Het helpt om problemen en hiaten te zien en kan ook helpen om de groep ‘meelopers’ te overtuigen. Het is belangrijk om als groep gemotiveerd te blijven en het vieren van succes is hierbij ook erg belangrijk!

Wat is belangrijk bij monitoren en evalueren?

Het is belangrijk om alle kernonderdelen van het programma te monitoren, om zicht te krijgen op verbeterpunten. En om te zien of het bijvoorbeeld bij bepaalde groepen patiënten goed gaat. Concreet denk ik aan:

  • Hoeveel patiënten ontvangen een intake over hun beweeg- en sportinteresses?
  • Hoeveel patiënten worden doorverwezen naar het Sportloket?
  • Hoeveel patiënten ontvangen daadwerkelijk een adviesgesprek?
  • En hoe zit het met de counseling na revalidatie?

Door dit soort aantallen op een structurele manier te monitoren weet je hoe je organisatie het doet. Belangrijk is dan wel om als organisatie aan elk kernonderdeel een visie, doel en/of percentage te koppelen. Bijvoorbeeld: wij vinden het belangrijk dat alle patiënten een intake krijgen. En counseling zetten we in voor die patiënten die een extra steuntje nodig hebben. Dan kun je als organisatie ook kijken of je je eigen doelen behaalt of niet.

Door te monitoren ontstaat bovendien de mogelijkheid om organisaties met elkaar te vergelijken. Altijd levert dit gespreksstof op en de mogelijkheid om van elkaar te leren.

Welke verschillen zag je tussen ziekenhuizen en revalidatiecentra?

Een revalidatieafdeling van een ziekenhuis is een stuk kleiner dan een revalidatiecentrum, er zijn dus ook minder mensen bij betrokken. Wanneer er binnen het ziekenhuis voorlopers zijn, dan lukt het vrij snel om de revalidatie-afdeling mee te krijgen. Een ander verschil zijn de faciliteiten om te bewegen en sporten tijdens de revalidatie. Over het algemeen hebben centra meer beweegfaciliteiten dan ziekenhuizen en kunnen patiënten makkelijker verschillende sporten en beweegactiviteiten uitproberen en ontdekken wat ze leuk vinden.

Als laatste wil ik het verschil in visie noemen tussen een revalidatiecentrum en ziekenhuis. Een revalidatieafdeling in het ziekenhuis is onderdeel van een grotere organisatie. Een ziekenhuis heeft meestal geen visie specifiek op het stimuleren van een actieve leefstijl. Veel revalidatiecentra wel. En als een organisatie zo’n specifieke visie heeft die aansluit bij de inhoud en doelstellingen van het programma dat je wilt gaan implementeren, dan helpt dat enorm. Overigens waren de zes ziekenhuizen uit ons onderzoek duidelijk voorlopers op het gebied van sport en bewegen tijdens en na de revalidatiebehandeling. Het is belangrijk om dat goed te realiseren.

Je vertrekt naar Canada voor onderzoek. Wat zijn jouw toekomstwensen?

In mijn proefschrift heb ik hierover een stelling opgenomen: bereiken van maatschappelijk impact van wetenschappelijk onderzoek, vraagt om een gedragsverandering van de onderzoekers, subsidiegevers, mensen uit de praktijk én van beleidsmakers. Onderzoekers kunnen veel meer leren van de praktijk door meer naar de praktijk te luisteren en hun vraagstukken mee te nemen in onderzoeksaanvragen. Onderzoeksgroepen zetten naar mijn idee nog te vaak in op hetgeen dat op basis van hun eigen interesses belangrijk is.

De praktijk kan naar onderzoekers toestappen met de vraag: kunnen jullie ons helpen om ons vraagstuk helder te krijgen? Door meer samenwerking kun je sámen de onderzoeksagenda bepalen. Dit levert uiteindelijk relevant en bruikbaar onderzoek op voor de praktijk met meer impact. Hiervoor is het belangrijk om te werken in partnerships. In Nederland gebeurt dit al steeds meer, maar in Canada zijn ze hier al ver mee. Ik ga daar werken aan het opstellen van richtlijnen hoe je als onderzoekers meer en beter kunt samenwerken met de praktijk.

Wat wens je de professionals uit de revalidatiezorg toe?

Ik hoop dat het enthousiasme en de motivatie waarmee gewerkt wordt niet verloren gaat! En dat de professionals zich blijven inzetten om sport en bewegen binnen de revalidatie op de kaart te houden. Het einde van de programmaperiode is wat mij betreft een nieuw begin. Bijvoorbeeld voor verder onderzoek naar inzet van E- en M-Health technieken om een actieve leefstijl te stimuleren bij mensen met een beperking.

Wat we ons denk ik onvoldoende realiseren is de voorbeeldrol die we vanuit Nederland kunnen vervullen voor veel andere landen. De Nederlandse revalidatiezorg loopt wereldwijd voorop in het stimuleren van een actieve leefstijl bij mensen met een beperking tijdens en na de revalidatie. In Nederland kunnen we weer leren van bijvoorbeeld Canada, waar revalidatietrajecten kort zijn en ze zich – juist ook vanwege de afstanden – meer richten op het implementeren van beweegprogramma’s in de community, zoals bijvoorbeeld buurthuizen.

Meer lezen

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.