Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sport en gedrag: hoe zorg je voor gezonde wederzijdse afhankelijkheid op jouw club?

Artikel

Geplaatst op 3 mei 2018

Een veilig sportklimaat staat of valt met de inzet van de sporter. Maar het zijn de bestuurders en trainers van wie gevraagd wordt het gedrag van hun leden positief te beïnvloeden. Hoe pak je dat aan? In dit artikel tips voor bestuurders die een gezonde balans zoeken in de onderlinge relaties binnen de vereniging.

Stel: je bent bestuurder van een gymnastiekvereniging…

Je wilt graag een open cultuur binnen de vereniging. Aan de ene kant wil je dat een trainer de kinderen ondersteunt, en dus ook de aandacht geeft die ze nodig hebben. Aan de andere kant moet er geen te grote afhankelijkheid ontstaan. Je vraagt je af hoe dit nu zit en hoe je kan bijdragen aan een goede wederzijdse afhankelijkheid.

Schipperen tussen onafhankelijkheid en afhankelijkheid

In de sport bestaan tal van relaties zoals die tussen trainer en sporter, ouders en trainers en trainers en bestuur. Er is altijd sprake van onderlinge verhoudingen en deels dus ook sprake van onderlinge afhankelijkheid. Zo is een sporter afhankelijk van de feedback van de trainer en zo zijn kinderen afhankelijk van ouders die hen naar de club kunnen brengen. En is de club afhankelijk van de inzet van vrijwilligers.

Afhankelijkheid hoeft niet negatief te zijn, maar pure afhankelijkheid van de ander is niet wenselijk. Dan laat iemand zijn gedrag en keuzes volledig afhangen van wat de ander vindt. Zoals een aanwijzing van de trainer op jezelf betrekken als kritiek, voortdurend zoeken naar bevestiging en waardering van de ander en de ander de regie geven. De ander krijgt dan ruimte om een grens over te gaan en er ontstaat een negatieve afhankelijkheidsrelatie. Daar kunnen gemotiveerde daders gebruik van maken. Bijvoorbeeld professionals op een sportclub of kinderdagverblijf die met kinderen werken en die zich ook tot kinderen aangetrokken voelen en waarbij de grens van gewenst gedrag wordt gepasseerd.

6 vormen van positieve wederzijdse afhankelijkheid

Als we ons er bewust van zijn dat we elkaar wederzijds nodig hebben, dan gaan we ook voorzichtiger met elkaar om. We doen ons best om te voorkomen dat sociale relaties beschadigd raken. We willen een goede wederzijdse afhankelijkheid en willen eenzijdige afhankelijkheid voorkomen of signaleren. Een dergelijk streven is ook voor een sportvereniging interessant. Binnen de sport zien we 6 vormen van positieve wederzijdse afhankelijkheid:

  1. Positieve wederzijdse doelafhankelijkheid. Alle teamleden werken aan één gemeenschappelijk (haalbaar) doel, bijvoorbeeld ‘dit seizoen bij de top-3 eindigen’. De spelers van het team zijn afhankelijk van elkaar om dit doel te bereiken.
  2. Positieve wederzijdse beloningsafhankelijkheid. Elk teamlid werkt aan hetzelfde doel en krijgt dezelfde beloning zodra het doel bereikt is. Een beloning kan zijn dat de trainer de spelers zelf de training laat invullen.
  3. Positieve wederzijdse wedijverafhankelijkheid. Teamleden werken samen om in wedstrijdverband beter te presteren dan andere teams of beter te presteren dan de keer ervoor of dan het jaar ervoor.
  4. Positieve wederzijdse informatieafhankelijkheid. Bij deze vorm beschikken niet alle teamleden over dezelfde informatie, waardoor ze gedwongen worden samen te werken om tot een goed resultaat te komen. De trainer kan ervoor kiezen om met een paar spelers de tactiek te delen, waardoor de spelers met elkaar moeten samenwerken om tot een gezamenlijke tactiek te komen.
  5. Positieve wederzijdse rolafhankelijkheid. De teamspelers hebben ieder een aparte rol. Deze rollen hangen met elkaar samen en vullen elkaar aan bij het bereiken van het gemeenschappelijke doel. Zo zijn er bij basketbal spelverdelers, forwards en een center, met ieder hun eigen sterktes en zwaktes. Deze rollen moeten ervoor zorgen dat tussen spelers een effectieve samenwerking ontstaat.
  6. Positieve wederzijdse taakafhankelijkheid. Dit lijkt veel op rolafhankelijkheid. Een teamspeler heeft niet alleen een rol, maar is verantwoordelijkheid voor een taak en de uitvoering hiervan. Door de verschillende taken met elkaar te verenigen, ontstaat een gezamenlijk eindproduct. Een libero (verdediger) binnen een volleybalteam is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor een goede pass naar de set-upper, de set-upper is vervolgens verantwoordelijk voor een goede pass naar de aanvaller, die als laatste verantwoordelijk is voor een geplaatste smash.

Tip: stel een oudercommissie aan, die op basis van gesprekken en observaties met alle betrokkenen periodiek de balans opmaakt van het sociale klimaat in de vereniging.

Wat kun je als bestuurder doen?

Bovenstaande 6 vormen van afhankelijkheid zorgen ervoor dat spelers zich ervan bewust zijn dat ze elkaar nodig hebben. Ze worden en voelen zich minder afhankelijk van hun trainer, waardoor de kans op ongewenst gedrag bij de sporter ook minder groot wordt. Als bestuurder kun je ook bijdragen aan een goede wederzijdse afhankelijkheid:

  • Door eenzijdige afhankelijkheidsrelaties tussen trainers en de sporters te verkleinen of voorkomen. Doe dit door het vierogenprincipe: zorg altijd voor meerdere trainers per pupil. Probeer bovendien bestuurders, trainers en pupillen in dezelfde mate van elkaar afhankelijk te maken.
  • Door te reflecteren op veiligheid en afhankelijkheid. Reflecteer samen met coördinatoren, trainers en coaches op hun rol ten opzichte van de sporters. Creëer bewustzijn voor het voorkomen van ‘eenzijdige afhankelijkheid’. Tip: Gebruik hierbij de verschillende vormen van wederzijdse afhankelijkheid als aanknopingspunt om het gesprek met de coördinatoren, trainers en ouders aan te gaan.

Meer lezen

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.