Sluiten

Sport als middel bij participatie: aan de slag met bouwstenen

Tools en instrumenten

Geplaatst op 14 september 2018

Wat werkt voor sport als onderdeel van een traject gericht op arbeidsparticipatie? Kenniscentrum Sport heeft de bouwstenen uit Europees onderzoek verder uitgewerkt en vertaald naar een praktische tool. Lees hier de ervaringen van 3 experts die in dit artikel zijn verweven met een uitleg van de bouwstenen.

Aanleiding

De bouwstenen zijn ontwikkeld om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te verleiden mee te doen in de samenleving. Het gaat daarbij om mensen die door persoonlijke omstandigheden of door het gebrek aan mogelijkheden in hun omgeving een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Op de weg naar meedoen in de samenleving staat niet de sport centraal, maar de persoon en hoe deze verleid kan worden. Naast de connectie met de andere deelnemers zijn de lokale mogelijkheden van belang voor het succes. We merken bijvoorbeeld dat de aansluiting met organisaties op het gebied van Werk & Inkomen (denk aan jobcoaches) geregeld ontbreekt in het netwerk. Ook doelen variëren van het ombuigen van schooluitval tot het uit langdurige werkloosheid geraken en naar passende vrijwillige inzet komen of vanuit isolement door deel te nemen aan sport anderen ontmoeten, samen plezier ervaren, structuur vinden, leren over zichzelf en weer mee tellen.

Houvast voor organisaties en samenwerking

Deze maatschappelijke ambitie vraagt om samenwerking tussen verschillende experts en organisaties die zich bezighouden met toeleiding naar (vrijwilligers)werk of school. Het draait om lokale samenwerking in het sociale domein tussen de gemeente, re-integratie experts, de GGD, buurtsportcoaches en sportaanbieders. Omdat verschillende organisaties samenwerken, iedereen van elkaar afhankelijk is en niemand de ‘eigenaar’, zijn deze netwerken zelfsturend.

Het is een uitdaging alle verschillende kwaliteiten te benutten, elkaar te waarderen en elkaars werkwijze en taal te begrijpen. In de praktijk kunnen bouwstenen een houvast bieden voor de methodische kant van de re-integratie. Het helpt de samenwerking gestalte te geven en met elkaar aan de slag te gaan en te leren hoe het steeds beter kan.

Van elkaar leren

Het integratieproces met sport als middel komt op verschillende plaatsen in het land tot ontwikkeling. Naast een handje vol pioniers die al wat langer bezig zijn, komen steeds meer lokale netwerken van de grond die gaan experimenteren. Kenniscentrum Sport organiseert bijeenkomsten voor de lokale organisatoren, verzamelt de kennis en zorgt dat de inzichten gedeeld en beschreven worden, zodat meer mensen deze kennis kunnen benutten. Dit netwerk komt geregeld bij elkaar om van elkaar te leren en bij elkaar in de keuken te kijken. Thema’s als monitoring & evaluatie, samenwerking, financiering (o.a. vanuit bedrijfsleven en zorgverzekeraars) staan de komende tijd op de agenda.

Op 20 juni jl. kwam dat netwerk in Oss bijeen om te werken met de bouwstenen. De ervaringen van drie experts, Justin Hendriks (Sport Expertise Centrum Oss), Maarten Stiggelbout (Welzijn Woerden) en Erna Mannen (Special Heroes), met elk een eigen werkwijze, zijn verweven met een uitleg van de bouwstenen. In Oss werkt men met de interventie Sportmaat voor Werkdaad. In Woerden wordt Stapjefitter uitgevoerd en Special Heroes heeft het programma Sport PA ontwikkeld.

Bewustwording en effectiviteit

De bouwstenen vormen de belangrijkste knoppen waaraan je draait om het proces met de deelnemers -en daarmee ook de resultaten- te beïnvloeden. Mensen zitten vaak vast in hun situatie en worden geconfronteerd met allerlei vragen waar ze een antwoord op moeten vinden. De bouwstenen maken de begeleider bewust van de verschillende aanknopingspunten en fasen in het leer- en ontwikkelproces, ze helpen bij het ontwikkelen van het leerproces en geven structuur in de aanpak.

Er is geen bewijs voor effectiviteit. Wel weten we op basis van onderzoek vanuit de theorie naar de praktijk en een analyse op wat daarin werkt, dat er bouwstenen zijn die bijdragen aan succes. Hieronder bespreken we elk van deze bouwstenen. Bij elke bouwsteen zijn vijf dragende aspecten benoemd. Hoe meer van deze aspecten betrokken worden, hoe groter de kans dat je effectief bent.

1. Aansluiten bij de deelnemers

Bij het verleiden van mensen met sport geldt: hoe dichter je aansluit bij wat zij zelf aantrekkelijk vinden en nodig hebben voor een grotere participatie, hoe beter het is. Niet het spel of de tak van sport zijn het vertrekpunt voor je programmering, maar de deelnemers en hoe sport hen verder helpt bij de terugkeer naar school of het verkrijgen van (vrijwilligers)werk.

Dragende aspecten

  • Werkvormen waarbij de deelnemers zich uitspreken & zichzelf onderzoeken;
  • Hoe sluiten de sportoefeningen en werkvormen aan bij de toeleiding, de vaardigheden en (zelf) reflectie;
  • Zicht op wat in het hoofd, het hart en de handen van de deelnemers speelt;
  • Zicht op zijn/haar leefomgeving en ervaringen;
  • Zicht op het netwerk van de deelnemers.

2. Veilige en stimulerende leeromgeving

De sfeer moet vertrouwen wekken en aandacht voor elkaar, open communicatie en respectvolle bejegening stimuleren. Op buitensluiten en discriminerende opmerkingen wordt gereageerd en de groepsleden worden aangemoedigd dit zelf ook te doen. De begeleider en andere betrokkenen zijn daarin voorbeelden, regels ondersteunen dit en daarop wordt toegezien en over gesproken.

Dragende aspecten

  • Welkom, gezien en geaccepteerd zijn;
  • Vertrouwen ontwikkelen vanuit een goede balans tussen afstand en nabijheid in de relatie;
  • Regels over binnen- en buitensluiten, wat wel en niet geaccepteerd wordt en daar actief op weten en kunnen reageren;
  • De deelnemers aanmoedigen ook op elkaar te reageren, feedback te geven en te ontvangen;
  • Duidelijkheid over hoe er omgegaan wordt met privacy.

3. Stimuleren dat competenties ontwikkeld worden door leren op de persoonlijke maat, bij voorkeur op basis van een assessment

Niet altijd is er een individueel assessment, dat is wel het streven waard. Het is een nuttig hulpmiddel, dat houvast biedt voor de deelnemer en de begeleiding. Het is eenvoudiger om zo aan te sluiten bij wat geleerd moet worden. Het helpt de persoonlijke mogelijkheden en omstandigheden te betrekken in het leerproces. Het geeft inzicht in hoe ver het traject moet reiken.

Dragende aspecten

  • Een individueel assessment geeft de basis voor gerichte kleine stappen die het leren op maat aanmoedigen;
  • Het assessment verbindt (waarover) en geeft richting (waarheen) in de communicatie met de deelnemers en in de sportieve oefeningen, het gedrag van de deelnemers en de reflectie daarop;
  • Het biedt structuur en doelen voor de reflectie;
  • Het is een meetlat voor het individuele leren (hard en soft skills);
  • Het geeft een idee over wat er van de groep verwacht wordt bij de processen van anderen.

4. Coaching op talent

Het gaat er om systematisch en bewust een sportgerelateerd repertoire te gebruiken om het leren te prikkelen, bekrachtigen en internaliseren. Sport maakt integraal onderdeel uit van het programma. Sportlessen helpen de deelnemers vaardigheden te ontwikkelen en op hun houding te reflecteren. Ze ontwikkelen ook een idee over hoe wat zij kunnen, zich verhoudt tot hun ambities.

Dragende aspecten

  • Ken jezelf, ook als begeleider, laat zien dat ook jij reflecteert en leert, wees een rolmodel;
  • Verbind je aan anderen vanuit respect voor diversiteit, praat daarover;
  • Neem in de samenwerking verantwoordelijkheid voor het teamleren: geef opdrachten en stimuleer positieve reflectie en feedback;
  • Maak groei mogelijk, stimuleer de ambities die passen bij de mogelijkheden van de deelnemers en als er weerstand of drempels zijn, ondersteun de deelnemer met een passende probleemoplossing;
  • Vertaal het werken aan zelfkennis, acceptatie van anders zijn, nemen van verantwoordelijkheid voor jezelf en de ander en de samenwerking naar sportoefeningen en rollen in de sport, reflecteer erop, ook op jouw rol (denk aan hanteren van emoties en aspiraties).

5. Begeleiding bij het deelnemen aan vrijwilligerswerk, school, stage of werk

Deze bouwstenen zijn niet alleen bedoeld voor mensen die naar werk of school geleid worden. Mensen met psychische problemen of verstandelijke beperkingen leven bijvoorbeeld soms dermate geïsoleerd dat het al een grote stap is deel te nemen aan een traject en/of bijvoorbeeld als vrijwilliger op een vereniging actief te worden. Het is van belang een inschatting te maken waar de deelnemers staan in hun mogelijkheden te participeren.

Deze bouwsteen gaat in op hoe de deelnemers zich presenteren, hoe zij een CV opstellen en oefenen met kennismaking, maar het doel ervan kan dus aanmerkelijk verschillen.

Hier is de koppeling met een actieve bemiddeling naar werk door de jobcoach mogelijk aan de orde. Soms hebben sportaanbieders ook mensen die uit bedrijven of organisaties komen die hierin iets kunnen betekenen. De afdeling Werk & Inkomen van de gemeente kan veel betekenen in de organisatie van de aanpak. Zij heeft taken op het gebied van re-integratie en participatie en voor hen is het van het grootste belang dat mensen uit de uitkering geholpen worden.

Dragende aspecten

  • Solliciteren, oefenen met CV, brief, telefoon of kennismaken bij een organisatie/sportaanbieder voor een vrijwilligersklus;
  • Oefenen van gesprekken over zichzelf, leren te vertellen wat je te bieden hebt, leren zich voor te bereiden en vragen te bedenken over wat je wilt weten;
  • Stimuleer dat de deelnemers een breder netwerk opbouwen;
  • Coachen en verwerven van geschikte plekken om bij te dragen;
  • Begeleiden en bemiddelen naar (vrijwilligers)werk en begeleiding tot een aantal maanden na het programma.

Praktische tool: Het spinnenweb

Het idee is dat vanuit de samenwerking tussen de sport en andere professionals geleerd wordt te werken met deze bouwstenen. Het vormt een aangrijpingspunt voor het gesprek tussen de verschillende partners over rollen en taken in de samenwerking. Het geeft tevens richting aan de reflectie en het leren van de concrete acties.

Kenniscentrum Sport heeft de bouwstenen vertaald naar een spinnenweb waarbij de 5 draden staan voor de 5 dragende aspecten.

spinnenweb als diagramAls bij een bouwsteen alle vijf de aspecten in de methode concrete invulling krijgen, zet je een kruisje bij de vijf, is er maar aandacht voor twee aspecten, dan plaats je het kruisje bij de twee. Zo kijk je bij elke bouwsteen naar in welke mate jouw aanpak daarin voorziet. Daarna verbind je de kruisjes en heb je de contouren van een web.

Het web kan een uitgangspunt zijn voor een gesprek. Je kunt je voorstellen dat je in de praktijk zelf andere manieren hebt gevonden om te werken. Het spinnenweb kan dan dienen als een vergelijkingsbasis voor je eigen werkwijze. Daarmee kun je ontdekken wat de aspecten zijn die nog aandacht verdienen. Het web kan ook een rol spelen bij teamontwikkeling en samenwerking.

Reacties van de experts op het spinnenweb

Maarten Stiggelbout vindt het erg bruikbaar als benchmark: “Ik heb mijn aanpak “Stapjefitter” losgelaten op deze 5 bouwstenen die weer uit 5 aspecten bestaan, dus die 25 aspecten heb ik gebruikt om te kijken of ik in mijn eigen aanpak daar voldoende aandacht voor heb. Het is echter multi-interpretabel, dat maakt het spinnenweb wel lastig. Wanneer beschouw je iets als optimaal aansluiten bij de groep bijvoorbeeld.”

Volgens Erna Mannen is het een mooi instrument om alle aspecten die er toe doen, mee te nemen: “Zaken die ik het meest belangrijk vind binnen PA voor onze doelgroep uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs en het Praktijkonderwijs, worden met name gedekt door de mechanismen ‘aansluiten bij de deelnemer’, ‘veilige en stimulerende omgeving’ en ‘coachen op talent’.”

Justin Hendriks ziet de waarde van het instrument bij het signaleren van verbeterpunten in zijn team: “Wij zouden het spinnenweb kunnen gebruiken om ons als projectleden scherp te houden en gemeenschappelijkheid in de aanpak te vinden. Wel moeilijk om buiten de lijntjes te blijven kijken…de eensgezindheid is groot, maar we blijven groeien en ons ontwikkelen. Door bijvoorbeeld halverwege het traject, na zes weken, het spinnenweb allemaal in te vullen en daarna samen te bespreken. Daarmee kijken we terug en halen onze ervaringen op, waar staan we en dan de verbeterpunten benoemen voor de komende periode, dat ga ik zeker een keer proberen. Elke vrijdag middag bespreken we alles met elkaar. We leggen zaken vast, dat kost veel tijd. Maar juist door goed met elkaar te communiceren werken we die individuele ontwikkelplannen succesvol uit. Duidelijkheid onderling geeft duidelijkheid en houvast voor de deelnemers. Op het gebied van kwaliteit gaan we stappen zetten en dit kan ons verder helpen.”

Tot slot denkt Maarten Stiggelbout het spinnenweb te kunnen benutten bij samenwerking: “Dat zie ik heel duidelijk voor me, bij re-integratie heb je echt samenwerking nodig. Je werkt samen in het sociale domein met partners uit sport of bewegen bijvoorbeeld de buurtsportcoach, vaak ook de GGD, welzijnsorganisaties. Vergelijkbaar met JOGG, bottom op en dan moet je met partijen in gesprek en dan kan zo’n spinnenweb wel bijdragen aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijk uitgangspunt.”

Meer lezen

Geïnspireerd?

Ben je geïnspireerd geraakt? Neem dan contact op met Marian ter Haar (marian.terhaar@kcsport.nl), Karin van der Maat (karin.vandermaat@kcsport.nl) of Hans Arends (hans.arends@kcsport.nl) van Kenniscentrum Sport.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.