Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Periodisering is maatwerk

Artikel

Geplaatst op 25 november 2016

Geplaatst op 25 november 2016

Hoe goedgetrainde wielrenners de intensiteit van hun hoogintensieve intervaltraining in hun trainingsschema periodiseren, lijkt niet uit te maken. Zowel met een opbouwend, afbouwend als met een willekeurig schema kunnen groepen wielrenners hun VO2max en prestatie verbeteren. Welke opbouw het beste resultaat geeft is per wielrenner echter wel verschillend. Een trainingsschema opstellen blijft dus maatwerk.

De eerste kennis op het gebied van trainingsplanning, ook wel periodisering genoemd, komt uit de voormalige Sovjet-Unie. Het boek dat Lev Matveyev in 1964 publiceerde over dit onderwerp geldt dan ook als een klassieker. In zijn boek beschrijft Matveyev als eerste hoe trainingen ingepland kunnen worden over een langere periode. Kenmerkend hierbij is de onderverdeling van een trainingsjaar in verschillende cycli, de zogenaamde macro-, meso-, en microcyclus; overeenkomend met maanden, weken en dagen. Een goede wetenschappelijke onderbouwing voor periodisering zoals Matveyev die beschrijft ontbreekt overigens tot op heden nog.

Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is er in de trainingsleer ook veel nieuwe kennis opgedaan en toegepast. Zo zijn veel sporters in de afgelopen jaren gebruik gaan maken van hoogintensieve intervaltraining, ook wel bekend als HIIT. Het uitgangspunt van HIIT is dat zowel het zuurstoftransportsysteem als de energieproductie in de spiercellen een maximale prikkel krijgen. Hierdoor zouden zij zich beter aanpassen dan na laagintensieve intervaltraining of rustige duurinspanning, zoals in eerdere door Topsport Topics geschreven stukken is te lezen.

Een groep Noorse bewegingswetenschappers heeft nu onderzocht of het voor de prestatieverbetering van wielrenners uitmaakt hoe zij de intensiteit van HIIT-sessies periodiseren in hun trainingsschema.

Drie verschillende periodiseringsmodellen

Voor goedgetrainde wielrenners lijkt het niet uit te maken hoe zij de intensiteit van hun HIIT-sessies in hun trainingsschema opbouwen. De prestatieverbetering is even groot wanneer de intensiteit toeneemt, afneemt of wanneer de intensiteit wisselt. Dat is althans het beeld dat ontstaat wanneer de prestatieverbeteringen van verschillende groepen met elkaar worden vergeleken. Binnen de trainingsgroepen treden tussen wielrenners echter aanzienlijke verschillen op in prestatieverbetering.

Dat vonden de Noorse onderzoekers nadat ze 63 goedgetrainde mannelijke wielrenners hadden verdeeld over drie trainingsgroepen. Bij de eerste groep nam de intensiteit van de HIIT-sessies toe en de omvang af. Bij de tweede groep verliep dat precies andersom. De laatste groep voerde de verschillende HIIT-sessies in willekeurige volgorde uit.

De trainingsperiode was verdeeld over drie blokken van vier weken. Hierbij stonden in elk blok in totaal acht HIIT-sessies op het programma. Hoewel de opbouw verschilde tussen de groepen, was de totale belasting van alle HIIT-sessies voor alle trainingsgroepen gelijk, evenals de rustige duurtraining die de wielrenners naast de intervaltraining uitvoerden.

Na de twaalf weken bleken alledrie de groepen op nagenoeg alle onderzochte uitkomstmaten evenveel verbeterd. Zo was de gemiddelde VO2max van alle groepen drie tot vijf procent gestegen en ook het gemiddelde vermogen dat de wielrenners leverden, steeg met vijf tot acht procent. Binnen de groepen traden op individueel niveau echter grote verschillen in trainingsrespons op. Bijna 90 procent van de wielrenners die het opbouwende schema volgden, verbeterden zich meer dan drie procent terwijl dit in de andere twee trainingsgroepen ongeveer 60 procent was.

Tot slot

De resultaten van deze studie laten op groepsniveau een heel ander beeld zien dan op individueel niveau. Hoewel op groepsniveau onder meer de VO2max en het vermogen evenveel toenamen, was deze verbetering op individueel niveau alles behalve gelijk. Dat er op groepsniveau geen verschillen zijn gevonden komt doordat sommige wielrenners zich flink verbeterden terwijl anderen amper een verbetering lieten zien. Daarmee laat deze studie goed zien dat “one size fits all” zeker niet opgaat bij het opstellen van een goed trainingsschema. Dat blijft maatwerk.

Sylta Ø, Tønnessen E, Hammarström D, Danielsen J, Skovereng K, Ravn T, Rønnestad BR, Sandbakk Ø, Seiler S (2016) The effect of different high-intensity periodization models on endurance adaptations. Med. Sci. Sports Exerc., 48: 2165-2174.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.