Sluiten

Leidsche en Oegstgeester Hockey Club: gezelligheid, veiligheid en verbinding

Praktijkvoorbeelden

Geplaatst op 8 september 2015

Zaterdagmiddag bij de Leidsche en Oegstgeester Hockey Club (LOHC) in Oegstgeest. Het is grijs, druilerig weer, maar op alle vijf de kunstgrasvelden spelen juniorenteams hun wedstrijden. Langs de lijnen staat volop publiek en ook in het grote gezellige clubhuis is het een drukte van belang. Daar, vanaf een rustig plekje met grote glaswanden, overziet René Coenen het geheel met een tevreden blik. Hij is bestuurslid Junioren en in die functie mede verantwoordelijk voor het binden en behouden van jongeren voor de club.

portretfoto‘LOHC is een echte familieclub’, vertelt Coenen. ‘Van de jongeren die hier hockeyen, spelen veel ouders bij de veteranen of de trimmers en zijn er veel actief als vrijwilliger. De betrokkenheid van familie en vrienden bij wedstrijden is groot. Hockey staat centraal, maar als club organiseren we ook allerlei andere activiteiten en faciliteren we initiatieven van onze leden. Zo hebben we inmiddels ook een fiets- en een wandelcommunity en zelfs een ledenkoor. Bij LOHC is altijd wat te doen en als je hier komt, zijn er altijd mensen die je kent. Dat geeft een sterk gevoel van veiligheid, geborgenheid en verbinding. Mijn eigen zoon speelt voetbal, maar na zijn wedstrijden komt hij vaak alleen of met vrienden naar LOHC. Gewoon vanwege de gezellige en familiale sfeer.’

Techniek en spelplezier

Hoe belangrijk het sociale aspect ook mag zijn; de aantrekkingskracht van een sportvereniging valt of staat wat betreft Coenen in eerste instantie met een goede organisatie van de sportactiviteiten. LOHC groeide de afgelopen vier jaar van ruim 1.600 naar 2.100 leden. De club telt 1.020 juniorleden, waarvan 530 in de leeftijd van 13 tot en met 18 jaar (C-, B- en A-jeugd). ‘Hockey is het leukst als je het goed kan’, zegt Coenen.

‘Daarom vinden wij het essentieel dat onze jeugd van jongs af aan de juiste techniek aanleert. Onze jongste jeugd krijgt dan ook de beste trainers. Tot en met de C-jeugd zijn we daarnaast vrij strikt in onze teamsamenstellingen. Spelers moeten vooral een gelijkwaardig hockeyniveau hebben. Het motiveert namelijk veel meer als je goed met je teamgenoten kunt meekomen, dan als je stukken beter of slechter bent.’

Onder de noemer ‘Hockey op maat’ laat LOHC bij de oudere jeugd de teugels bewust wat meer vieren. Coenen: ‘Zit je niet in het eerste of tweede team, dan mag je voor de start van het nieuwe seizoen zelf aangeven met wie je graag samen wilt spelen. ‘Samen met vrienden’ is voor sommigen dan belangrijker dan op een zo hoog mogelijk niveau presteren.

Bij deze jongeren dringen wij er ook niet op aan om zoals bij de D-, C- en topjeugd mee te doen aan activiteiten tijdens de winterstop. Zaalhockey, wintercompetitie en fitness zijn allemaal mogelijk, maar als je liever niets wilt doen, dan kun je dat ook aangeven.’

Goed opgeleide trainers

Voor de Hockeyschool (jongste jeugd) en de breedtejeugd moet Coenens afdeling wekelijks 180 uur aan training invullen. ‘We hebben twee betaalde trainerscoördinatoren, die alle trainers aanstellen’, licht Coenen toe. ‘Daarbij letten ze op hockey- en trainerservaring, maar ook of iemand goed met jongeren en ouders overweg kan. Daarnaast vinden we het belangrijk dat een trainer ook in sociaal opzicht goed bij de club past.

Iemand die zich alleen maar aanmeldt om hier in een paar uur tijd zijn geld te verdienen en vervolgens direct weer vertrekt, is hier niet echt welkom.’
Een aantal jeugdtrainers van LOHC wordt betaald, maar er zijn ook veel vrijwilligers – over het algemeen seniorleden, ouders of oudere jeugd. ‘Goed opgeleide trainers zijn cruciaal voor een goede jeugdopleiding’, vindt Coenen. ‘Op dit moment hebben we er daar te weinig van, mede vanwege de snelle groei van de club. Komend seizoen komen we met een gericht opleidingsprogramma en willen we dertig trainers opleiden. In 2017 moet 80% van onze trainers gediplomeerd zijn.’

Ontspanning en opleiding

Voor de trainersopleiding zal LOHC ook zeker onder de oudere jeugd werven. De hockeyclub doet het misschien beter dan andere verenigingen, maar naar de zin van het bestuur vertrekken ook hier te veel jeugdleden. ‘Nog niet zozeer in de categorie twaalf tot en met zestien, maar wel vlak daarna’, zegt Coenen. ‘Dan moeten ze doorstromen naar de senioren, maar gaan ze ook studeren en dat lijkt dan een goed moment om af te haken. Voor het zover is, willen we jongeren behalve met hockeyplezier ook bewust binden met ontspanning en opleiding.’

Bij ontspanning valt te denken aan sociale activiteiten als toernooien, feesten en een kerstdiner; opleiding heeft een heel breed karakter. ‘We willen onze B- en A-jeugd betrekken bij de jongere kinderen en bij organisatorische taken. Niet alleen omdat we elke vrijwilliger goed kunnen gebruiken, maar ook omdat veel jongeren het prettig vinden om zich op verschillende manieren te ontwikkelen en een steentje bij te dragen. Als jongeren dat met plezier doen, dan zijn ze ook weer een voorbeeld voor de jeugd die daarna komt.’

Meer dan hockey alleen

En zo kunnen jongeren een trainers- of scheidsrechterscursus volgen, maar zijn ze ook actief in het jeugdbestuur en verschillende clubcommissies. Er is een keepersclub, ontstaan toen bij de jeugd een keeperstekort dreigde. Vijf fanatieke keepers in de leeftijd van 16 t/m 22 jaar proberen de jeugd enthousiast te maken voor het keepersvak. Dat doen zij enerzijds door goed naar de wensen van huidige keepers te luisteren en daaraan tegemoet te komen, anderzijds door keepersclinics te organiseren.

Jongeren die achter de bar willen staan, krijgen daarvoor betaald. ‘Net zoveel als bij een winkel of supermarkt, dus daar hoeven ze niet naartoe om hun zakgeld te verdienen’, zegt Coenen. Om vervolgens nog met een heel ander voorbeeld te komen.

‘Voor de D- en C-jeugd faciliteren we met behulp van een externe organisatie ook huiswerkbegeleiding en agendaplanning in ons clubhuis. Het gaat om de leeftijdscategorie waarin kinderen de overstap van basisschool naar vervolgonderwijs maken. Daar willen we bij helpen, want voor ons is er meer dan hockey alleen. We hebben ook oog voor school, de behoefte aan sociale activiteiten en bijbaantjes.’

Veilige en positieve omgeving

De basiscursus scheidsrechter is in de hockeywereld verplicht vanaf 16 jaar (B-jeugd) en de deelnemers moeten vervolgens ook meteen (jongste) jeugdwedstrijden fluiten. ‘Voor veel jongeren is dat best griezelig, maar de club zorgt voor een goede begeleiding door volwassen vrijwilligers’, zegt Coenen. Hij wijst naar buiten, waar deze vrijwilligers in blauwe jassen goed opvallen. Er zijn ook oranje jassen. ‘Dat zijn vrijwilligers die de opleiding Clubscheidsrechter Plus van de KNHB hebben gevolgd. Indien nodig kunnen ook die een helpende hand toesteken.’

Publiek wordt aangesproken op negatief gedrag, maar dat gebeurt niet alleen om de jonge scheidsrechters te beschermen. Kinderen en jongeren moeten met plezier kunnen hockeyen en dat lukt het beste in een positieve en sportieve sfeer. ‘Ook daar zijn we op allerlei manieren alert op’, geeft Coenen aan. ‘Een tijdje geleden won een aantal van onze teams tegen een club uit Den Haag. ‘We hebben Den Haag vernederd’, schreef een speelster op haar Facebookpagina. Daar is ze direct op aan gesproken, want sport heeft wat ons betreft niets met vernederen te maken.’

Familieclub blijven

LOHC heeft de ambitie om voor de jeugd de meest geliefde hockeyclub in de regio te worden. ‘Dat willen we bereiken door iedere deelnemer met onze prachtige faciliteiten en een gedegen organisatie een maximale hockeybeleving te bieden’, besluit Coenen zijn verhaal. ‘Die beleving uit zich wat ons betreft in twee zaken: plezier en verbondenheid met LOHC en zijn leden.

Voor jongeren dus vooral techniek, spelplezier, ontspanning en opleiding en dat allemaal binnen de gezellige, sociale en veilige sfeer van een familieclub. Dat laatste is voor al onze leden belangrijk, maar voor een positieve ontwikkeling van jongeren nog meer. Daarom willen we ook nadrukkelijk een familieclub blijven.’

Meer informatie :

  • Website LOHC
  • Contactpersoon Kenniscentrum Sport: laura.butselaar@kcsport.nl, 0318 – 490 900.

Andere praktijkvoorbeelden hoe je jongeren kunt binden en behouden bij sport:

Dit interview is in 2015 afgenomen in het kader van binden en behouden van jongeren bij de sport.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.