Sluiten

Intensiteit van opklimmende inspanning goed aan te geven met Borg-schaal

Artikel

Geplaatst op 28 januari 2013

Geplaatst op 28 januari 2013

Atleten kunnen tijdens een opklimmende inspanningstest aan de hand van de Borg-schaal zeer nauwkeurig inschatten hoe intensief ze aan het sporten zijn. Dat concluderen Duitse sportartsen op basis van een vergelijking van de Borg-scores van ruim 2500 mensen met gegevens van hun hartfrequentie en concentratie bloedlactaat.

De Borg Rating of Perceived Exertion (RPE) is de meest gebruikte vragenlijst om te meten hoe zwaar atleten een bepaalde inspanning ervaren. Atleten geven op een schaal van 6 tot en met 20 aan hoe zwaar ze de inspanning ervaren die ze op dat moment leveren. De Borg-schaal is in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontwikkeld door de inmiddels gepensioneerde Zweedse hoogleraar in de psychologie Gunnar Borg. Het idee achter de schaalverdeling is dat de uitkomst, na vermenigvuldiging met tien, overeenkomt met de hartfrequentie. Een atleet die tijdens een bepaalde inspanning een hartfrequentie heeft van 130 zou dus op de Borg-schaal 13 moeten aangeven. Maar hoe valide is de Borg-schaal nu? Met andere woorden: Hoe groot is de overeenkomst tussen objectieve fysiologische parameters van inspanning en de subjectieve Borg-score?

Om deze vraag te beantwoorden heeft de Duitse sportarts in opleiding Scherr samen met vijf collega’s de Borg-scores van 2.560 mensen (1.796 ♂, 764 ♀) vergeleken met gegevens van de hartfrequentie en de concentratie bloedlactaat. In de totale onderzoeksgroep zaten 1.187 (top)atleten, onder wie atleten uit de Duitse olympische ploeg. Alle gegevens zijn verzameld tijdens gestandaardiseerde opklimmende maximaaltesten die zijn uitgevoerd op een fietsergometer of een lopende band.

Uit een statistische analyse blijkt dat het verband tussen de Borg-score en de concentratie bloedlactaat zeer sterk is (r = 0,84). Het is zelfs sterker dan het verband tussen de concentratie bloedlactaat en de hartfrequentie (r = 0,79). Ook het verband tussen de Borg-score en de hartfrequentie is met 0,74 sterk.

Het is niet verwonderlijk dat in dit onderzoek van Scherr en collega’s het verband tussen de Borg-scores en de objectieve parameters van inspanning zo sterk was. Alle metingen zijn immers uitgevoerd tijdens opklimmende maximaaltesten. Dit soort testen heeft als doel het geleidelijk laten stijgen van (onder andere) de hartfrequentie. Dat atleten dit ook als steeds zwaarder ervaren, en dus een steeds hogere Borg-score rapporteren, is niet zo gek, aangezien de belasting ook steeds verder toeneemt. Het is de vraag of de resultaten even duidelijk zijn wanneer de verschillende belastingniveaus op een willekeurige wijze wisselen, zoals bij wedstrijden en trainingen meestal het geval is. De bruikbaarheid van de Borg-schaal voor die situaties dient nog nader onderzocht te worden. Een ander discussiepunt van de Borg-schaal is dat de maximale hartfrequentie afneemt naarmate de leeftijd toeneemt. Het uitgangspunt van het vermenigvuldigen van de Borg-score met tien gaat dus zeker niet voor iedereen op. Strikt genomen is dit alleen geldig voor mensen met een maximale hartfrequentie van 200. Daarnaast is de Borg-score ook geen valide meting wanneer atleten overreached zijn. Bij overreaching kan een atleet een bepaalde inspanning namelijk als veel zwaarder ervaren dan uit de fysiologische parameters blijkt. In dat geval wijkt de Borg-score dus af van onder andere de hartfrequentie.

Ondanks de bovenstaande discussiepunten van de Borg-schaal toont Scherr in ieder geval aan dat de Borg-score een valide meting is wanneer de belasting steeds verder toeneemt. Voor sporten waarbij het lastig is om met een hartfrequentiemeter de intensiteit van een toenemende belasting te bepalen, zoals waterpolo, is de Borg-schaal dus een goed alternatief. Indien een atleet wel de mogelijkheid heeft om een hartfrequentiemeter te gebruiken heeft dat uiteraard de voorkeur.

Scherr J, Wolfarth B, Christle JW, Pressler A, Wagenpfeil S, Halle M (2012) Associations between Borg’s rating of perceived exertion and physiological measures of exercise intensity. Eur. J. Appl. Physiol., 113: 147-155
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.