Sluiten

I-Change model: 5 theorieën over gedrag gecombineerd

Artikel

Publicatiedatum 23 december 2015

Om in beweging te komen moeten mensen soms hun gedrag veranderen. Gedrag veranderen is een lastig concept, dat we proberen begrijpelijker en tastbaarder te maken door het gebruik van modellen. Het Integrated Change model (I-Change model) is het uitgebreidere vervolg op het ASE-model en geeft een overzicht van wat er zoal komt kijken bij de keuze die we maken om bijvoorbeeld te gaan sporten. In dit artikel lees je een korte toelichting bij ieder onderdeel van het I-Change model.

Klik op afbeelding voor een grotere weergave.

Gedrag en intentie

Helemaal aan de rechterkant van het model staat gedrag. Voordat we nieuw gedrag uitvoeren (en op lange termijn behouden), moeten we hier eerst de intentie toe ontwikkelen. Dat doen we door in een aantal fasen argumenten te verzamelen, te overwegen en een besluit nemen. Lees voor meer informatie over deze fasen van gedragsverandering het artikel over het Transtheoretisch model.

De intentie hebben is één, die ook echt omzetten in gedrag is weer heel wat anders. Dit lijkt een kleine stap, maar in de praktijk is er vaak sprake van barrières: drempels die we moeten overwinnen om het gedrag te kunnen vertonen. Als je weet dat we als mensen liever niet al te veel moeite doen voor dingen, dan kan zo’n barrière onze intentie al snel tenietdoen. Denk maar aan wat er vaak terecht komt van onze goede voornemens rond de jaarwisseling. Ook moeten we lichamelijk (fysiek) in staat zijn om ons op een bepaalde manier te gedragen, en we moeten ons plan om (bijvoorbeeld) te gaan sporten kunnen uitvoeren (implementatieplan). Lees meer over barrières en vaardigheden in het artikel over het ASE-model.

Je intentie kan ook nog verschillende fases bevatten: je hebt nog geen echte intentie (precontemplatie), je denkt na over nieuw gedrag, maar onderneemt nog geen actie (contemplatie), of je maakt plannen voor je nieuwe gedrag (preparatie).

Motivatie en waar die uit voortkomt

Voor het blokje intentie komt ‘motivatie’. Klinkt logisch: als we gemotiveerd zijn om te bewegen, hebben we ook sneller de intentie om te gaan bewegen. Motivatie bestaat in Integrated-change uit drie factoren: attitude (welke voor- en nadelen van bewegen zijn er voor mij?), sociale invloed (wat denk ik dat anderen ervan vinden dat ik beweeg?) en eigen-effectiviteit (zou ik in staat zijn om te bewegen?).

Meer over deze drie factoren lees je in het artikel over het ASE-model.

Onder bewustzijn wordt onder meer verstaan dat we kennis moeten hebben van het gedrag (wat is bewegen? Waar kan ik dat doen?). Ook moeten we soms de risico’s inzien van te weinig bewegen, willen we gemotiveerd raken het vaker te gaan doen (als ik te weinig beweeg is dat niet goed voor mijn gezondheid). Tot slot kunnen er dingen gebeuren die aanleiding geven om actie te gaan ondernemen, zoals het besef dat je niet meer soepel de trap op komt (nu moet er echt wat gebeuren).

onsportieve spelers aansprekenOns bewustzijn wordt beïnvloed door informatie. Tenminste, als deze ons bereikt, want doorgaans gaan we niet zomaar op zoek naar informatie. De boodschap moet inhoudelijk op onze belevingswereld aansluiten (zie ook de pagina over framing) én afkomstig zijn van iemand (een bron) van wie we iets willen aannemen. Ten slotte is het belangrijk via welk medium (kanaal) een boodschap verspreid wordt. Dit kan zijn via Facebook, de krant, een informatiefolder die bij de huisarts ligt, mondeling, etc. We moeten het kanaal vertrouwen, willen we de boodschap serieus nemen.

Tot slot is er dus onze predispositie. Zoals in de afbeelding te zien is gaat dit in I-change om gedragsfactoren (hoe we ons in het verleden hebben gedragen), psychologisch factoren (de één is van nature meer een ‘sporter’ dan de ander), biologische factoren (geslacht bijvoorbeeld, of lichaamsbouw) en sociaal-culturele factoren (sport heeft in verschillende culturen een verschillende rol/plek). Met het merendeel van deze factoren kunnen we alleen maar rekening houden: vaak zijn ze niet te beïnvloeden. Ze maken wel dat de ene individu zich gemakkelijker laat beïnvloeden dan de ander.

De vijf theorieën achter I-change

Voor de intentie komt ‘motivatie’. Klinkt logisch: als we gemotiveerd zijn om te bewegen, hebben we ook sneller de intentie om te gaan bewegen. Motivatie bestaat, net als bij het ASE-model, uit drie factoren: attitude (welke voor- en nadelen van bewegen zijn er voor mij?), sociale invloed (wat denk ik dat anderen ervan vinden dat ik beweeg?) en eigen-effectiviteit (zou ik in staat zijn om te bewegen?).Meer over deze drie factoren lees je in het artikel over het ASE-model.

De motivatie wordt weer beïnvloed door ons bewustzijn. Hebben we de kennis over het gedrag: wat is bewegen en waar kan ik dat doen? Hebben we de aanleiding om meer te bewegen, bijvoorbeeld doordat we het risico inzien van te weinig bewegen (als ik te weinig beweeg is dat niet goed voor mijn gezondheid). Tot slot kunnen er dingen gebeuren die aanleiding geven om actie te gaan ondernemen, zoals het besef dat je niet meer soepel de trap op komt (nu moet er echt wat gebeuren).

Ons bewustzijn wordt beïnvloed door informatie. Tenminste, als deze ons bereikt. Want doorgaans gaan we niet zomaar op zoek naar informatie. De boodschap moet inhoudelijk op onze belevingswereld aansluiten én afkomstig zijn van iemand (een bron) van wie we iets willen aannemen. Ten slotte is het belangrijk via welk medium (kanaal) een boodschap verspreid wordt. Dit kan zijn via social media, de krant, een informatiefolder die bij de huisarts ligt, mondeling, etc. We moeten het kanaal én de bron vertrouwen, willen we de boodschap serieus nemen.

Tot slot is er onze predispositie. Zoals in de afbeelding te zien is gaat dit in het I-Change model om gedragsfactoren (hoe we ons in het verleden hebben gedragen), psychologische factoren (de één is van nature meer een ‘sporter’ dan de ander), biologische factoren (geslacht, of lichaamsbouw) en sociaal-culturele factoren (sport heeft in verschillende culturen een verschillende rol/plek). Met het merendeel van deze factoren kunnen we alleen maar rekening houden: vaak zijn ze niet te beïnvloeden. Ze maken wel dat de een zich gemakkelijker laat beïnvloeden dan de ander.

Lees meer

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.

Sybe Bokma

Het transtheoretisch model van Prochaska uit 1977 staat de laatste tijd erg onder uur en ik zou graag jullie mening hier over willen. Het model zou uit de verslavingszorg komen en daarna klakkeloos overgenomen zijn voor iedere vorm van gedragsverandering. Wanneer je zoekt op gedragsverandering vind je 9 op de 10 keer dit model. Er is veel onderzoek gedaan naar dit model en er is nooit bewijs gevonden dat er verschillende fases van gedragsverandering bestaan of dat iemand zich in een fase kan bevinden. Ik zou graag willen weten hoe jullie hier over denken en wat dit betekent voor het i-change model. Alvast bedankt!

Kirsten de Klein

Heel fijn Chelle dat je dit aangaf. We hebben het gelijk aangepast!

Chelle Banen

In de afbeelding van het I-Change model staat preSdispositie i.p.v. predispositie.

Pelle Scheppers

Nuttig artikel. Als tip zou ik mee willen geven dat de volledige naam van het model: ‘Integrated Change model’ is. Bij het zoeken naar wetenschappelijke artikelen vind je met deze naam namelijk veel meer. Wellicht kunnen jullie ook enkele wetenschappelijke onderzoeken onderaan deze tekst zetten voor als de lezer meer wilt weten over dit model en de toepassing daarvan.