Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Hoe duurzaam is de wielersport in Nederland?

Interview

Wat doet de Nederlandse wielersport aan duurzaamheid? Welke ideeën bestaan er, wat wordt er al gedaan en wat kunnen we van elkaar leren?

Nederland is een fietsland. Dat blijkt in ieder geval uit de cijfers, want er zijn in ons land zo’n 849.000 wielersporters. Daarmee worden dan personen bedoeld, die achttien jaar of ouder zijn en die twaalf keer per jaar of vaker wielrennen, mountainbiken of trektochten op de fiets doen. Deze activiteit beoefenen ze op een sportieve fiets. Deze gegevens staan in de Nederlandse wielersportmonitor 2016 van de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU).

Het zijn enorme aantallen, want het gaat dan om ruim zes procent van de bevolking ouder dan achttien jaar. En deze aantallen groeien, want in 2016 waren er ruim dertigduizend meer wielersporters dan twee jaar daarvoor. Wat meteen opvalt is dat slechts 10% lid is van een vereniging.

Economische impact van wielersport

Als dit wordt financieel wordt doorberekend, zien we wederom grote getallen. Volgens de NTFU zit er een potentie van zo’n 125 miljoen euro in de fietsmarkt: het aantal mensen dat dit jaar een nieuwe fiets nodig heeft, vermenigvuldigd met het gemiddelde aankoopbedrag. Daar moeten we dan nog de fietsgerelateerde uitgaven bij optellen, zoals onderdelen en kleding, die worden geschat op ruim 200 miljoen euro. Per jaar gaat wordt dus bijna € 350 miljoen besteed door wielerliefhebbers.

Bestaat er in deze wereld naast financieel bewustzijn ook een idee over duurzaamheid? Sport & Strategie onderzocht dit en keek hiervoor naar de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie (KNWU), de NTFU, evenementenorganisator Le Champion en wielerteam Team Earth van Daan Luijkx.

KNWU: duurzaamheid raakt alle vlakken in onze organisatie

De KNWU is de overkoepelende bond voor de wielersport. De organisatie besteedt aandacht aan duurzaamheid, alhoewel dit onderwerp bij de KNWU nog geen formele positie inneemt, zo vertellen algemeen directeur Vincent Luyendijk en Margo de Vries, verantwoordelijk voor strategie en organisatie bij de KNWU. “Duurzaamheid heeft versterkte aandacht gekregen”, verklaart Luyendijk, “maar we vinden het een zaak van iedereen. Daarom hebben we niet één persoon die verantwoordelijk is voor duurzaamheid. Het onderwerp raakt tenslotte alle vlakken van onze organisatie, ook intern. De hele wereld is bezig met deze vraagstukken en wij daarom ook.”

De KNWU heeft hier rekening mee gehouden met de naderende verhuizing van het Huis van de Sport in Nieuwegein naar Papendal. “Een betere wereld begint bij jezelf, zeggen ze wel eens,” aldus Luyendijk. “Daarom hebben wij als basisvoorwaarde voor ons nieuwe onderkomen op Papendal dat we beter omgaan met energie. Die gaan we opwekken met zonnepanelen. Dat gebeurt overigens al veel op Papendal.”

Modern wagenpark en fietsende collega’s

Het verduurzamen van de eigen organisatie richt zich verder op het wagenpark van de KNWU, dat de organisatie getrapt wil vervangen. Luyendijk: “Het gaat onder meer om de ploegleiderauto’s en ploegbusjes, die we, indien mogelijk, elektrisch willen laten rijden. Voorwaarde is natuurlijk wel deze wagens voldoende bereik krijgen om de etappe te volgen. Een andere stap is het ontmoedigen van lease-auto’s.”

Om de mobiliteit van het eigen personeel verder tegen te gaan, zo vult De Vries aan, wordt thuiswerk gestimuleerd. “We willen onze mensen weerhouden om elke dag de weg op te gaan, wanneer dit niet nodig is. En vergeet niet dat we een organisatie zijn van liefhebbers van fietsen. Er komen dus ook de nodige mensen met de fiets naar hun werk.”

In gesprek met gemeenten

De KNWU merkt dat er in de wielerwereld een groeiende belangstelling is voor duurzaamheid, waarbij de Eneco Tour een bekend voorbeeld is – een wielerwedstrijd die overigens vanaf dit jaar een andere sponsor en naam krijgt. De Vries: “We voeren gesprekken met gemeentes en partners over nieuwe wieleraccommodaties, waarbij we de aandacht vestigen op duurzaamheid. Dat kan met energiebeleid, zoals zonnepanelen, maar ook met slim gebruik. Iets wat bijvoorbeeld nu al regelmatig gebeurt, is dat de accommodatie gedeeld wordt met andere sporters en verenigingen. We merken dat er bij bestuurders meer aandacht komt, dat als ze dan toch bezig zijn met nieuwbouw of verbouw ze meteen denken aan dergelijke innovaties.”

Kennisoverdracht en gedragscodes

Kennisoverdracht en het delen van informatie hoort ook bij de zoektocht naar een nieuwe organisatievorm. Luyendijk hoopt dat hiervan een stimulerende werking uitgaat, zowel in de wielerwereld zelf als daarbuiten. “Wij hopen dat mensen er zelf iets mee gaan doen.” De voorbeeldfunctie van profrenners is dan ook erg belangrijk. De Vries: “Bij tourevenementen zien we duidelijke regels en aandacht voor het voorkomen van zwerfafval. In gedragscodes wordt vastgelegd dat dit niet de bedoeling is en vragen we fietsers rekening te houden met de natuur. Dan moeten profrenners natuurlijk niet zelf hun bidons zomaar weggooien tijdens een wedstrijd, zonder dat ze hierover nadenken. Zij zijn rolmodel, ook bij duurzaamheid.”

Luyendijk en De Vries zijn er in ieder geval van overtuigd dat er heel veel mogelijk is. De Vries: “Daar moeten we de komende jaren nog wel meer aan gaan doen. Het onderwerp heeft nog veel meer aandacht nodig.” Maar juist in de wielerwereld liggen de mogelijkheden voor het oprapen, meent Luyendijk, al helemaal in een land als Nederland waar fietsen zo’n belangrijk onderdeel van het dagelijks leven uitmaakt. “Duurzaamheid en innovaties zijn de belangrijkste opdrachten van de fietswereld, en daarmee bedoelen we alles wat hiermee te maken: bonden, fabrikanten, sporters, organisatoren, het publiek. We moeten fietsen in het algemeen stimuleren, niet alleen als sport maar ook in het algemeen gebruik.”

De algemeen directeur wil duurzaamheid daarom nog specifieker maken. “Juist bij de wielersport is dit verhaal zo sterk, in combinatie met schoon en energie. Er is niets efficiënter in energieverbruik dan de fiets, en dat gebeurt dan ook nog vaak in de buitenlucht. Voor mij is dat de centrale verhaallijn voor de wielersport.”

NTFU: échte wielrenners voorkomen zwerfafval

De NTFU is de overkoepelende organisatie van fietsverenigingen en richt zich op de belangen van de sportieve racefietser, de mountainbiker en de recreatieve fietser. Bij de toertochten van leden van de NTFU zijn jaarlijks zo’n 1,8 miljoen starts. Het gaat dan om ongeveer 2.000 evenementen.

Het gevaar hierbij is zwerfafval, vooral bij grote tochten met duizenden deelnemers. De NTFU heeft hier gedragscodes, een kwaliteitssysteem met twintig criteria. Daarin wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het voorkomen van afval en respect voor de omgeving. Er moeten maatregelen worden genomen om verstoring van de rust en de aantasting van het terrein en de natuur te voorkomen. Ook wordt er gelet op zwerfafval en het gebruik van bewegwijzering zonder gebruik van verf, spijkers, nietjes, punaises of schroeven. De bevoorrading moet zo min mogelijk afval veroorzaken.

Al die punten staan op de website van de NTFU, zodat iedereen zelf kan controleren of de organisator van een toertocht zich hieraan houdt – een eigen checklist. Een evenement dat hieraan voldoet mag het NTFU-keurmerk voeren.

Gedrag van leden bijsturen

Naast afspraken met organisatoren richt de NTFU zich nadrukkelijk op de individuele wielrenner, via de campagne De Echte Wielrenner laat van zich horen. ‘Door rood rijden, afval laten slingeren, agressief inhalen en op kop te hard rijden; het zijn voorbeelden van gedrag waar het grootste deel van wielrennend Nederland zich aan stoort bij andere wielrenners.’ Laat het niet gebeuren, roept de NTFU op, en spreek deze mensen aan. ‘Voor de NTFU is het lastig het gedrag van wielrenners op afstand bij te sturen. Dat kunnen ze veel beter zelf door elkaar aan te spreken op gedrag.’ Zoals we al eerder constateerden; een betere wereld begint bij jezelf.

Le Champion

Le Champion begon in 1969 als organisator van toerevenementen, maar inmiddels is de tak van loopevenementen vele malen groter. Loopevenementen als de TCS Amsterdam Marathon, de Dam-tot-Damloop en de Saucony Egmond Halve Marathon vormen inmiddels 70% van de activiteiten, 15% bestaat uit wandelen en de overige 15% uit fietsen. Jaarlijks worden er zo’n twintig wielerevenementen georganiseerd, op één na allemaal toertochten. Deze evenementen variëren in grootte van zo’n 6.000 tot 7.000 bij de grootste en enkele honderden bij de kleine.

Barometer voor duurzaam organiseren

Jan Willem Mijderwijk is als senior event manager verantwoordelijk voor duurzaamheid. “De TCS Amsterdam Marathon en Dam tot Damloop hebben wij als eerste beetgepakt om te verduurzamen”, zei hij toen, “samen met Stichting Duurzaam Organiseren.” Die stichting heeft een barometer opgesteld voor duurzaam organiseren, waarbij een organisatie kan scoren op goud, zilver en brons. De TCS Amsterdam Marathon en Dam tot Damloop waren de eerste sportevenementen met een bronzen certificaat. Volgens Mijderwijk hebben die evenementen een grote impact vanwege de tienduizenden deelnemers die erbij betrokken zijn. “Nu werken we eraan om onze wielerevenementen te verduurzamen.”

Die aanpak is te vergelijken met wat er de loopevenementen gebeurt, alleen de schaal is kleiner. Mijderwijk: “We bieden bij toertochten verschillende startplaatsen aan, zodat mensen meer mogelijkheden hebben om dichter bij huis kunnen starten. Dat zorgt voor minder reistijd en minder vervoer.”

Duurzaam vervoer naar het evenement

Bij loopevenementen worden afspraken gemaakt met de NS voor goed vervoer van deelnemers, maar bij wielerevenementen is dat onmogelijk. “De NS zit niet te wachten op honderden mensen die met fiets en al in de trein stappen.” De mogelijkheden van loopevenementen of bij het schaatsen kunnen bij fietstochten dus niet worden gebruikt. Mijderwijk: “We moedigen mensen wel aan om auto’s te delen en we regelen P&R. De verhouding van deelnemers die met de fiets of met de auto naar de start komen is ongeveer fifty-fifty.”

Voorkom overschotten bij inkoop

Net als de NTFU wordt er goed gelet op zwerfafval en respect voor de natuurlijke omgeving. “Le Champion wil zwerfafval voorkomen door waterpunten te plaatsen, waardoor er geen of minder plastic flesjes nodig zijn. We hebben gedragsregels voor het gebruik van de bidon, die niet zomaar overal weggegooid mag worden. We plaatsen blikvangers en afvalbakken, ook voor gemengd afval.”

Bij de inkoop houdt Le Champion rekening met de hoeveelheid deelnemers om overschotten te voorkomen. “Bij veel fietsevenementen is ravitaillering belangrijk. Bij de producten letten we niet alleen op de hoeveelheid, maar ook op de houdbaarheid. Als we aan het eind met overschotten zitten, moeten we die meteen weggooien als de houdbaarheid als is verlopen. Ook daar houden we dus rekening mee.”

Team Earth: het duurzaamste wielerteam ter wereld

In oktober vorig jaar kreeg Al Gore een wielrenshirt overhandigd tijdens de presentatie van wielerploeg Team Earth. Met deze gigantische stunt met de maker van de film An Inconvenient Truth had Daan Luijkx alle aandacht voor zijn nieuwe project van duurzaamste wielerteam ter wereld.

Luijkx was zelf vier jaar profwielrenner, waarna hij zijn studie afrondde en accountant werd. Tot en met 2013 was hij manager van Vacansoleil-DCM, maar daaraan kwam een einde toen de sponsoren opstapten. En dat zat Luijkx dwars: “Meestal is een ploeg afhankelijk van de financiële bijdragen van één of twee shirtsponsors. Dit maakt de ploegen enorm kwetsbaar. Want zodra deze essentiële sponsors afhaken, komt de duurzaamheid van de ploeg in het geding. Zowel qua financiën als qua identiteit.”

Lange termijn visie

Samen met Berry van Nes van reclamebureau GR*8 Industries werd een nieuwe methode bedacht: een platform met meerdere financiële partners die zich op voorhand vastleggen voor een meerjarige periode. Zo ontstaat de ruimte voor een langetermijnvisie, vindt Luijkx: “We moeten een duurzaam model bouwen, want duurzaamheid is waar de wereld nu aan toe is.”

Zowel de organisatie zelf als de boodschap van de organisatie moet duurzaamheid ademen. “De sport is prachtig, fascinerend, groots,” schrijft Luijkx in de wervingsbrochure van Team Earth. “De mooiste gebieden in de hele wereld doen we aan op één van de meest duurzame manieren van vervoer: de fiets. Maar hoe lang kunnen we dat nog blijven doen? Ik denk dat het tijd én belangrijk is dat we ook met de topsport én een fietsploeg een wezenlijke bijdrage gaan leveren aan het behoud van de schoonheid van de aarde. Zodat ook de generaties na ons kunnen fietsen, genieten en leven zoals wij dat nu kunnen.”

Bidons van suikerbietenafval

Dit besef moet altijd zichtbaar zijn: “Het is ons DNA. Of het nou gaat over onze ploegauto’s of de schoonmaakmiddelen die we gebruiken. We gaan bidons gebruiken van suikerbietenafval. De productie van onze fietsen bekijken we opnieuw, de productie van ons voedsel. Overal gaan we de limiet opzoeken, en verlangen dat ook van onze suppliers. Wat nu nog in de boardrooms wordt besproken, willen wij naar het brede publiek brengen.”

Sinds de stunt met Gore in oktober vorig jaar stroomden de positieve reacties binnen. “We hebben nog geen handtekeningen, maar er zijn heel veel bedrijven die mee willen doen.” Aanvankelijk was het doel om in 2018 met de nieuwe ploeg te beginnen, maar dat is even uitgesteld. “We willen topsport en duurzaamheid in het wielrennen met elkaar combineren. We zijn de eerste en dat kost tijd om het goed te doen.”

Luijkx is in ieder geval bevlogen: “Team Earth is meer dan een prachtig idee. Het is een droom, een missie. Die we gaan realiseren. De meest duurzame wielerploeg ter wereld. Duurzaam gefinancierd. Maar vooral met een maatschappelijke boodschap.”

Lees ook: Hoe duurzaam zijn loopevenementen in Nederland?

Dit artikel verscheen eerder in Sport & Strategie en is onderdeel van een reeks over de duurzaamheid van de Nederlandse sport.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.