Sluiten

Haagse jeugd weer veilig buiten laten sporten, hoe dan?

Praktijkvoorbeelden

Publicatiedatum 8 mei 2020

Sinds 29 april mogen kinderen in ons land weer in verenigingsverband of op speciale sportpleinen samen sporten. Gemeenten en verenigingen hebben samen de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit veilig en verantwoord gebeurt. In Den Haag zijn de eerste ervaringen al opgedaan met het heropstarten van de jeugdsport. Wat kunnen we ervan leren?

Hans Honders, senior consulent van de stichting Werkgever Sportclubs Den Haag (WSDH), coördineert samen met de gemeente de herstart van jeugdtrainingen van Haagse sportverenigingen die een sportcoördinator hebben. Ook ondersteunt hij aanvragen van verenigingen zonder sportcoördinator. WSDH is werkgever van 40 sportcoördinatoren die de sportverenigingen ondersteunen en op scholen naschoolse clinics aanbieden. Ook is WSDH werkgever van 25 buurtsportcoaches en streetsportleiders die op 32 pleintjes in de stad – onder andere Krajicek Playgrounds en Cruyff Courts – sportactiviteiten organiseren.

Wat is er in Den Haag allemaal al gebeurd?

Corona sport Den HaagHonders: “De gemeente Den Haag heeft allereerst alle 250 sportverenigingen en alle huurders van binnen- en buitensportaccommodaties een brief gestuurd, dat zij de jeugd vanaf 29 april weer mogen laten sporten op hun buitenaccommodaties. Daarbij is aangegeven dat dit alleen mogelijk is, via het indienen van specifieke verzoeken via een formulier dat de gemeente daarvoor heeft ontwikkeld. De gemeente wil de aanvragen zo vroeg mogelijk beantwoorden. We zijn nu een week verder en de gemeente heeft inmiddels 110 goedkeuringen afgegeven en de aanvragen lopen nog door. Verenigingen die nog verzoeken willen indienen zijn van harte welkom, er is geen deadline.”

Is het voor verenigingen en andere sportaanbieders niet lastig om die protocollen in te vullen?

Honders: “Nee, dat is niet lastig, maar verenigingen kunnen ook hun sportcoördinator vragen om te helpen bij het invullen. Als ze geen eigen sportcoördinator hebben, kunnen ze er een benaderen voor hulp. Het gaat in het protocol vooral om de interne afstemming binnen de vereniging: wie wat doet, welke maatregelen er worden genomen om de veiligheid te waarborgen. Denk aan hygiënemaatregelen, looproutes en tijdschema’s, zodat kinderen van verschillende leeftijdscategorieën elkaar niet tegenkomen bij de wisseling van trainingsgroepen.

Als er problemen zijn, kan een sportcoördinator of een gemeentelijke consulent hen ondersteunen. Verenigingen zijn ook verplicht een Coronacoördinator – een zogenoemde Coco – te leveren. Dat is bij voorkeur niet de sportcoördinator, want die heeft een andere verantwoordelijkheid.”

Waar zijn jullie tegenaan gelopen bij het naar buiten brengen van deze protocollen?

Corona sport Den HaagAl snel kregen we natuurlijk vragen van binnensportverenigingen die eventueel buitenactiviteiten mogen gaan doen. We hebben hier bijvoorbeeld een aanvraag van een boksschooleigenaar die op een buitenaccommodatie les wil geven. Ook zien we dat sommige sportbonden wat meer tijd nodig hebben gehad om hun reglementen te wijzigen. Soms komen die wijzigingen pas door, als de protocollen al zijn ingevuld. Sportcoördinatoren helpen dan met het aanpassen van de aanvraag, zodat het aangepaste reglement daarin wordt nageleefd.

Met de streetsportcoaches hebben we gekozen om gefaseerd te beginnen met drie aandachtswijken en niet met alles tegelijk. In die wijken heb je andere groepen én geen terrein dat je bijvoorbeeld kunt sluiten voor jongeren van boven de 18 jaar die dagelijks op zo’n pleintje komen chillen. We gaan nu eerst kijken hoe we met groepen jonge kinderen een goede vorm kunnen vinden. Momenteel staan we op 11 playgrounds en we willen dat nog uitbreiden naar activiteiten op een playground in elk stadsdeel. En dan heb je natuurlijk nog bijzondere groepen zoals de watersport, roeiers en zeilers die niet een eigen accommodatie hebben maar gebruik maken van kanalen en de zee. Daar zijn nu geen aparte protocollen voor.”

Welke vragen zijn er zoal gesteld door verenigingen?

Honders: “Verenigingen hebben vragen gesteld over hoe ze hygiënisch met materialen om kunnen gaan: moet je speelballen die gebruikt worden met de handen regelmatig wassen? Wat doe je met het gezamenlijk gebruik van hockeysticks, rackets en bokshandschoenen van de vereniging? Per sportsoort bekijken we de eventuele verfijning van protocollen in nauwe afstemming met de bond.

Bij streetsport is het basisprobleem de openbare orde en de veiligheid: hoe kun je het onderscheid maken in deelnemers aan de groep tot 12 jaar en de groep 13 tot 18 jaar? Je kunt niet zomaar elk kind om een ID vragen en sommige groepen zijn heterogeen, daar zitten ook mensen tussen boven de 18 jaar. Maar misschien mogen die groepen binnenkort ook buiten starten en lost het zich vanzelf op.

We merken nu dat op het aspect van veiligheid en EHBO er soms maatregelen moeten worden genomen die niet helemaal aansluiten op het protocol. Bijvoorbeeld: wat doe je als er onweer uitbreekt tijdens een buitentraining? Het protocol schrijft voor dat de kantine of kleedkamers niet gebruikt mogen worden, maar veiligheid gaat wel voor. We zorgen er nu dus ook voor dat de coördinator in dat geval wel de sleutels bij zich heeft en dat de EHBO-spullen altijd klaar staan.”

Hoe verliep het instrueren van de buurtsportcoaches, streetsportleiders en sportcoördinatoren?

Honders: “We hebben zoveel als mogelijk alle medewerkers geïnformeerd met beschikbare documenten van NOC*NSF, sportbonden, RIVM. De uitleg hebben we via Teams gestuurd. De coördinatoren wisselen regelmatig hun bevindingen met elkaar uit in video calls, zodat ze van elkaars ervaringen leren. Het visueel informeren is heel belangrijk, we zien daarvan ook heel leuke voorbeelden. Een korfbalvereniging zette 10 Corona-instructies in een filmpje voor eigen jeugdleden en deelde dat zodat alle jeugdige leden snel die informatie kunnen opnemen. We hebben zelf als stichting ook een spreekuur ingericht naast bestaande teamoverleggen. Zo kunnen we allerlei nieuwe vragen op tijd opvangen.”

Bekijk hier een video van hoe Street Sport Den Haag training geeft op afstand:

Wat zijn de eerste praktische ervaringen met de herstart?

Op 29 april zijn de eerste verenigingen al gestart. Meestal gaat het om een gefaseerde aanpak: Ze beginnen een keer per week, en bouwen dan langzaam op naar meer tijdstippen en meer groepen. Bedenk ook dat er meer mensen nodig zijn in deze nieuwe manier van sporten. Er is meer onderhoud en meer bewustzijn nodig en vaak betekent dit, dat er nu ook meer mensen op de accommodatie moeten zijn dan bij de normale trainingsactiviteiten.

We zien nu ook dat de eerste kruisbestuivingen tussen binnensport en buitensport ontstaan: er was bijvoorbeeld een aanvraag van een judovereniging die bij een voetbalvereniging op het veld wilde trainen. Of een voetbalvereniging die een streetsportgroep op haar accommodatie wil laten trainen. Een streetsportleider werkt hierin samen met het jongerenwerk om zoveel mogelijk jeugd uit de wijk bij de voetbalclub te laten sporten. Daarachter zit ook de hoop dat de kinderen doorstromen naar de vereniging. De streetsportgroepen gaan nu meer de verbinding aan met het welzijnsdomein; de jongerenwerkers kunnen nu niets in de jongerencentra doen, en de streetsportcoaches helpen hen in contact komen met hun doelgroep via de activiteiten op de sportpleinen. Zo zie je dus ook nieuwe verbindingen ontstaan.”

Wat zal een aandachtspunt worden in de toekomst?

Honders: “De gemeente denkt na over hoe we de naleving van de protocollen ook op langere termijn kunnen controleren, zonder meteen overal een handhaver te laten posten. Want op den duur worden de regels misschien losser gehanteerd dan we willen. Al is daar nu zeker nog geen aanleiding voor.”

Welke tips of adviezen wil je meegeven aan collega’s in het land?

  • In elk geval: zorg ervoor dat de protocollen niet te ingewikkeld zijn, gewoon praktisch, dat begrijpt iedereen en dan krijg je ze ook goed ingevuld terug.
    Gemeenten doen er goed aan om snel antwoord te geven op vragen over het protocol. Iedereen wil snel aan de slag en het werkt niet fijn als je een week of langer moet wachten op een antwoord.
  • Het is daarnaast belangrijk om je buurtsportcoaches en andere begeleiders heel goed en open over hun nieuwe rollen te informeren. Maak duidelijk wat er van hen concreet verwacht wordt. Dat betekent ook dat de voorwaarden om op veilige manieren te werken hen bekend moeten zijn. Je wilt niet dat ze voor verrassingen komen te staan.
  • Daarom moet je er ook voor zorgen dat alle begeleiders kunnen terugvallen op overleg. Alleen al een praktische vraag: “Wat gebeurt er als ik ziek word?” maakt duidelijk dat je veel moet overdenken voordat je werkelijk aan de slag kunt.
  • Tot slot nog een tip voor alle streetsportleiders en buurtsportcoaches: ga vooraf in gesprek met medewerkers en betrek elkaar bij het maken van een programma, bespreek de veiligheid van de medewerkers en deelnemers en de wijze hoe hierop toe te zien.”
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.