Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Gedragsverandering in Fitnessclubs

Artikel

De populariteit van fitness is de laatste jaren sterk toegenomen. Het is een miljoenenmarkt: 3,3 miljoen Nederlanders doen minstens eens per jaar aan fitness. Ruim een vijfde van de Nederlandse bevolking doet minstens één keer per jaar aan fitness – achttien procent doet dat maandelijks en veertien procent minstens 40 keer per jaar (OBIN 2006-2014). Daarnaast is fitness vanaf 18 jaar de meest beoefende sport (Kenniscentrum Sport, 2017).

Helaas houdt niet iedereen het vol om ook op langere termijn actief te blijven in de fitness. Er is nog te weinig bekend over de redenen dat mensen vol goede moed beginnen, maar het niet volhouden. Jan Middelkamp is de eerste Nederlandse onderzoeker die op het gebied van fitness promoveerde. Hij deed onderzoek naar training als een vorm van gezondheidsgedrag en hoe dit gedrag zich ontwikkelt en kan worden verbeterd (vaker en langer). In dit artikel lees je wat je als fitness professional kan doen om je leden enthousiast te houden.

Trainingsgedrag en het transtheoretische model voor gedragsverandering

Het starten met trainen en dit ook volhouden vergt gedragsverandering. Aan de hand van wetenschappelijke theorieën pogen onderzoekers dit gedrag te beschrijven, verklaren en voorspellen. Jan Middelkamp heeft in zijn promotie het Transtheoretical model of change (kortweg TTM) gebruikt. Het TTM is een geïntegreerd model van gedragsverandering. Kernonderdelen van andere theorieën zijn geïntegreerd in het TTM en gaan over emoties, cognitie en gedrag. Het model telt vier pijlers (zie figuur 1, theorieën die worden geïntegreerd:

Figuur 1 artikel gedragsverandering fitness
Figuur 1 artikel gedragsverandering fitness)
  1. Stages of changes (fasen van verandering)
  2. Decisional balance (beslissingsbalans)
  3. Self-efficacy (zelf-effectiviteit)
  4. Processes of change (processen van verandering)

De eerste pijler, de fasen van gedragsverandering door de tijd, is het centrale construct. Door de tijd heen doorloopt iemand bij gedragsverandering de stadia zoals in figuur 1 afgebeeld. De tweede pijler ‘beslissingsbalans’ gaat over de persoonlijk gewogen balans wat betreft de voor- en nadelen van veranderen. De derde pijler ‘zelf-effectiviteit’ beschrijft de mate waarin iemand gelooft dat hij/zij bepaalde barrières kan overwinnen en daarbij niet terugvalt in vorig gedrag. De vierde pijler, ‘processes of change’, gaat over verschillende cognitieve- en gedragsprocessen die invloed hebben op het uiteindelijk wel of niet veranderen van gedrag. Deze vier pijlers zijn gerelateerd aan elkaar. Hoe verder iemand in de stages of change is, hoe hoger de zelfeffectiviteit van die persoon vaak is. Het TTM helpt inzicht te geven in de fase waarin iemand zich bevindt en aan de hand daarvan kan de juiste gedragsstrategie worden toegepast.

Onderzoek naar het gedrag ‘trainen’ in de fitness-sector

Jan Middelkamp heeft in zijn promotieonderzoek in totaal vijf studies uitgevoerd. Allereerst onderzocht hij welke kennis er al is op het gebied van trainingsgedrag binnen de fitness in relatie tot het TTM. Samenvattend bleek dat trainingsgedrag positief wordt beïnvloed door elementen uit het TTM. De conclusie was ook dat onderzoek naar trainingsgedrag en het TTM bij leden in fitnessclubs beperkt is (33 geschikte studies, waarvan 8 met TTM) en nader onderzoek noodzakelijk is.

De tweede studie richtte zich op het bezoekgedrag van (ex)fitnessleden, waarbij het bezoekgedrag van 400 ex-leden van twee grote Europese fitnessketens werd geanalyseerd. Van deze 400 ex-leden had 19,5% de club nog nooit bezocht en had 10% de fitnessclub regelmatig (minimaal 4x per maand) bezocht voor zes maanden achtereenvolgend. Van de 400 ex-leden had maar 2,3% een regelmatig bezoekgedrag voor 24 maanden. Dit impliceert dat fitnessleden het moeilijk vinden om regelmatige fitness training vol te houden.

Vervolgens werd door middel van een vragenlijstonderzoek achterhaald welke strategieën (gerelateerd aan het TTM) werden gebruikt door Europese fitness professionals om hun klanten te ondersteunen bij het beginnen en het volhouden van hun sportgedrag. Fitness professionals ondersteunen klanten voornamelijk in de voorbereiding en de actie/handelingsfase (eerste zes maanden). Coaching in de andere fases gericht op het volhouden van het gedrag was beperkt. Daarbij worden voordelen van fitness wel erkend door de fitness professional en met de consument gecommuniceerd, maar blijft coaching op (wegnemen van) de nadelen achterwege. Dit terwijl consumenten nadelen kunnen ervaren, zoals weinig zelfvertrouwen en het terugvallen in oude gewoontes, die ook van invloed zijn op de mate waarin iemand het trainingsgedrag volhoudt.

In het vierde onderzoek is het effect van verschillende strategieën op trainingsgedrag in fitnessclubs onderzocht over een verschillend aantal weken. In totaal waren er drie groepen, waarbij een groep zelfstandig hun activiteiten kon kiezen en kon meedoen aan groepsfitness activiteiten, een groep kreeg een coachingsprogramma en tot slot een controlegroep (in totaal 122 personen). Uit dit onderzoek bleek dat trainingsgedrag kan worden verbeterd wanneer coaching en begeleiding een sterk onderdeel is. Ook bleek dat zelfeffectiviteit slechts voor een klein deel trainingsgedrag kan verklaren; er zijn dus veel andere factoren die medebepalend zijn. Daarnaast bleek dat mensen vaak stoppen met fitness wanneer hun doel is behaald. Bijvoorbeeld een bepaald aantal kilo afvallen. Door de focus voornamelijk op resultaten te leggen, stopt men met fitness wanneer de resultaten zijn behaald. Hierdoor wordt fitnesstraining niet geïntegreerd in het dagelijks leven.

Wat kan jij als professional hiermee?

Voor fitnessondernemers en trainers/professionals is het goed om te weten wat jij kunt doen om uitval van leden, het retentieprobleem, in de fitness te verminderen.

Een belangrijk onderdeel van goede begeleiding is coaching gedurende alle fases van gedragsverandering. Probeer de klant/fitness consument te begrijpen: wat motiveert hem of haar om te gaan fitnessen? Maar ook, wat belemmert juist om te gaan trainen? Hoe houdt die persoon de motivatie vast, hoe kunnen belemmeringen overwonnen worden? En tenslotte: wat heeft de klant van jou als trainer nodig?

Achterhaal het doel van de klant
Om de klant zo goed mogelijk te begeleiden, is het belangrijk om te weten wat de klant écht wil bereiken met meer beweging. Dit kun je achterhalen door de klant te laten beschrijven wat hij/zij meer kan als het doel bereikt is, of juist waar de klant geen last meer van zal hebben. Het visualiseren van het einddoel zorgt voor houvast voor de klant en geeft jou als professional richting.

Korte termijn doelen
Het loont om niet alleen lange termijn doelen te stellen, maar juist de klant te helpen met het nemen van kleine stapjes. Een goede gezondheid als streven zegt vrij weinig en zorgt niet voor langdurige motivatie (motivatie stopt wanneer resultaat uitblijft). Het dragen van een activiteitstracker kan ook helpen om korte termijn doelen te stellen, maar geeft beiden ook inzicht in het beweeggedrag. Strategieën die ook gebruikt kunnen worden om fitness aantrekkelijker te maken voor een langere periode is het vernieuwen van trainingsschema’s en het behouden van persoonlijk contact.

Bespreek de ervaren nadelen
Uit het onderzoek van Middelkamp kwam naar voren dat fitness professionals de voordelen van fitness vaak benadrukken, maar dat de ervaren nadelen van de klant niet ter sprake komen. Erken de klant in zijn of haar belemmeringen om te gaan fitnessen en kijk wat jij hierin kan betekenen. Zo kan de klant weinig zelfvertrouwen hebben wat betreft het volhouden van het nieuwe sportgedrag, of het terugvallen in oude gewoontes. Als fitness professional is het belangrijk om te weten dit te weten en hier met de klant regelmatig over te praten. Dit kan je doen door middel van motivational interviewing.

Sporten integreren in dagelijks leven
Kijk daarnaast niet alleen naar het gedrag en de resultaten binnen de sportschool, maar help de klant in het integreren van het sport en fitness-ritme in het dagelijkse ritme. Plan daarvoor verschillende beweegmomenten in de week op momenten dat de kans van slagen het grootst is. Help de klant om er routinegedrag van te maken, ook door daarin belemmeringen weg te nemen. Op deze manier hebben (onvoorziene) omgevingsfactoren ook minder invloed op beweeggedrag.

Tenslotte, bewegen is een onderdeel van een gezond leven. Redenen om te beginnen met sporten/fitness hebben voor 75% te maken met een betere gezondheid. Het loont de moeite om als fitness professional ook meer gezondheidsfactoren mee in je begeleiding, te weten minder zitten, gezonde voeding en rook- en alcoholgedrag.

Lees meer

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.