Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Factsheet Zitgedrag: kennis over zittend Nederland in beeld

Artikel

Kenniscentrum Sport en het RIVM ontwikkelden in 2017 een Factsheet Zitgedrag die de feiten op een rij zet en tips geeft over een effectieve aanpak van teveel zitten. Dit artikel is een korte toelichting en bronvermelding bij de factsheet.

factsheet zitgedrag

 

Download hier de complete Factsheet Zitgedrag.

Waarom is zitten een probleem?

De factsheet zoomt in op de gezondheidsrisico’s van teveel zitten. Een keur aan wetenschappers zetten de afgelopen jaren (zie deze voorbeelden uit 2012 en 2016) op een rij wat de grootste gezondheidsrisico’s zijn die kleven aan te veel zitten:

  • Ten eerste zijn er sterke aanwijzingen dat veel zitten kan leiden tot vervroegde sterfte. De conclusie van een wetenschappelijk gevalideerde meta-analyse luidt dat mensen die meer dan 8 uur per dag zitten een 10% tot 27% hogere kans op vervroegde sterfte hebben ten opzichte van mensen die minder dan 4 uur per dag zitten. Hierbij is al gecorrigeerd voor andere leefgewoonten die tot vervroegde sterfte kunnen leiden. De 10% verhoging treedt op in de groep die 50-65 minuten per dag matig intensief actief is en de 27% verhoging treedt op in de groep die minder dan 5 minuten per dag matig intensief actief is. Binnen de groep mensen die 60-75 minuten per dag matig intensief actief is leidt langdurig zitten (>8u/dag) niet tot een verhoogde kans op vervroegde sterfte. Dus matig intensief bewegen en sporten hebben wel degelijk een beschermend effect op de gezondheidsrisico’s van langdurig zitten. Maar alleen als men dit elke dag (dus 7 dagen per week!) meer dan een uur doet, dat wil zeggen 3 tot 4 maal de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
  • Ten tweede zijn er matig sterke aanwijzingen dat langdurig zitten kan leiden tot hart- en vaatziekten en diabetes type II. Een meta-analyse van dertien studies met 560.000 deelnemers uit geïndustrialiseerde landen komt tot de conclusie dat de groep mensen met de hoogste zitduur een 112% hogere kans op diabetes type II en een 147% hogere kans op hart- en vaatziekten heeft dan de groep met de laagste zitduur.

Hoeveel uur zitten we gemiddeld per dag?

De factsheet geeft de meest actuele, complete cijfers over ons zitgedrag. Dit is in de afgelopen decennia meermaals onderzocht, door verschillende organisaties, op verschillende manieren.

  • Het OBiN (Ongevallen en Bewegen in Nederland) was tot en met 2014 een continu uitgevoerde enquête naar letsels door ongevallen (module 1 van VeiligheidNL), sportparticipatie (module 2 van het Mulier Instituut) en bewegen/sedentair gedrag (module 3 van TNO) in Nederland. 
  • Het RIVM nam het stokje over en onderzoekt ons zitgedrag vanaf 2015 (laatste meting in 2015, Leefstijlmonitor RIVM i.s.m. VeiligheidNL en CBS). Omdat het RIVM een andere meetmethode gebruikte, kunnen we de cijfers van beide meetperiodes niet zomaar met elkaar vergelijken. Dat maakt het nu nog lastig om een langjarige trend weer te geven.

Kenmerken van mensen die veel zitten

Voor de factsheet is gebruikgemaakt van een groot aantal bronnen, die inzoomen op de kenmerken van mensen die veel zitten:

  • Alphen et al. 2016_Older Adults with Dementia Are Sedentary for Most of the Day. PLoS ONE 11(3): e0152457. DOI: 10.1371/journal.pone.0152457
  • Broekhuizen et al. 2014_The value of (pre)school playgrounds for children’s
    physical activity level: a systematic review. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity 11:59
  • Duncan et al. 2015_Identifying correlates of breaks in occupational sitting: a cross-sectional study, Building Research & Information, 43:5, 646-658, DOI: 10.1080/09613218.2015.1045712
  • Hadgraft et al. 2015_Excessive sitting at work and at home: Correlates of occupational sitting and TV viewing time in working adults. BMC Public Health 15:899. DOI: 10.1186/s12889-015-2243-y
  • Hildebrandt e.a. Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2000/2014 (TNO, 2015)
  • Loyen et al. 2016_European Sitting Championship: Prevalence and Correlates of Self-Reported Sitting Time in the 28 European Union Member States. PLoS ONE 11(3): e0149320. DOI:10.1371/journal.pone.0149320
  • O’Donoghue et al. 2016_A systematic review of correlates of sedentary behaviour in adults aged 18-65 years: a socio-ecological approach. BMC Public Health (2016) 16:163. DOI: 10.1186/s12889-016-2841-3
  • Rhodes et al. 2012_Adult Sedentary Behavior; A Systematic Review. Am J Prev Med 2012;42(3):e3-e28
  • Uijtdewilligen e al. 2011_Determinants of physical activity and sedentary behaviour in young people: A review and quality synthesis of prospective. Br J Sports Med 2011;45:896–905. DOI:10.1136/896 bjsports-2011-090197
  • Vandelanotte et al. 2013_Associations between occupational indicators and total, work-based and leisure-time sitting: a cross-sectional study. BMC Public Health 2013, 13:1110
  • Wallmann-Sperlich et al. 2014_Socio-demographic, behavioural and cognitive correlates of work-related sitting time in German men and women. BMC Public Health 2014, 14:1259

Nederlanders zitten het langst van alle Europeanen

Bij dit onderdeel van de factsheet is het waard te vermelden dat de vragenlijst in het najaar is afgenomen. In Noord-Europa is het dan al kouder en zitten mensen meer binnen. Wellicht heeft dat enige invloed gehad op de antwoorden die deelnemers invulden over hun zitgedrag.

De gegevens zijn gebaseerd op Loyen et al. 2016 European Sitting Championship: Prevalence and Correlates of Self-Reported Sitting Time in the 28 European Union Member States. PLoS ONE 11(3): e0149320.

Aanpakken en strategieën

De factsheet geeft verschillende voorbeelden, maar feit is dat het bewijs over effectieve aanpakken om de gezondheidsrisico’s van zitgedrag te verminderen anno 2017 beperkt is.

Ten eerste is het aantal studies van hoge kwaliteit op dit gebied gering. In de review van Commissaris e.a. (2016) over interventies voor volwassenen waren slechts 9 (22%) van de geselecteerde studies van hoge kwaliteit. En in de review van Altenburg e.a. (2016) over interventies voor kinderen en jongeren was zelfs geen enkele van de geselecteerde studies van hoge kwaliteit en slechts 8 (38%) van redelijke kwaliteit.

Daarnaast is de duur van de interventies om zitgedrag te verminderen beperkt tot enkele dagen of weken, of hooguit enkele maanden, maar niet enkele jaren. Hierdoor kunnen we geen uitspraken doen over de gezondheidseffecten van minder zitten op de lange termijn. En ook niet over de langetermijneffecten op vervroegde sterfte, hart- en vaatziekten en diabetes type 2.

Graag hadden we, naast uitkomsten over de inzet van zit-sta bureaus, ook iets gezegd over de inzet van bureaufietsen. Na zit-sta bureaus lijkt deze vorm van dynamisch meubilair inmiddels het meest gangbaar in Nederland. Het aantal studies hiernaar is echter te beperkt en van te lage kwaliteit om er iets wetenschappelijks over te kunnen zeggen. Er zijn geen studies bekend die gekeken hebben naar de effecten van bureaufietsen op zittijd. Gemeten gebruikerservaringen zijn over het algemeen redelijk positief.

Tips voor een succesvolle aanpak

In algemene zin zijn wel tips te geven over strategieën die aanpakken gericht op minder zitten tot een succes maken. Deze tips staan in een overzichtsartikel van Gardner uit 2015. Zij identificeerden 38 interventies, waarvan 15 veelbelovend wat betreft effecten op het verminderen van zitgedrag. De veelbelovende interventies zijn gebaseerd op technieken voor gedragsverandering en voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Aanpakken zijn uitsluitend gericht op het verminderen van zitgedrag. En niet tegelijkertijd op het bevorderen van fysieke activiteit.
  • Aanpakken zijn gebaseerd op het veranderen van de fysieke en sociale context. Denk aan het toevoegen van objecten (zoals sta-meubilair) in iemands werkomgeving. Of denk aan een aanpak waarin iemand zijn eigen zitgedrag consequent bijhoudt.
  • Aanpakken die gebruikmaken van voorlichting en scholing. Denk aan informatie over de gezondheidsconsequenties van veel zitten. Of aan scholing over alternatieven voor activiteiten die je normaliter zittend doet.
  • Aanpakken die gebruikmaken van overtuigen en training. Denk aan programma’s waarbij mensen leren om op zichzelf te reflecteren, hun eigen gedrag te evalueren, en zichzelf gedragsdoelen te stellen.

Alle veelbelovende aanpakken bevatten meerdere van bovenstaande componenten. Toch kunnen we hieruit nog geen definitieve conclusies trekken. De kwaliteit van de geanalyseerde studies is namelijk niet altijd hoog. Daarnaast zijn de genoemde gedragsveranderingtechnieken vrij cognitief van aard. Dat wil zeggen dat ze uitgaan van zitgedrag als bewust gedrag, terwijl het dat nu juist vaak niet is. Het is belangrijk om inzicht te krijgen in manieren om het onbewuste zitgedrag te beïnvloeden. Bijvoorbeeld via ‘nudging’: het geven van een subtiel duwtje in de goede richting, zonder hierbij vrijheden in te perken of verplichtingen op te leggen.

We hebben gebruikgemaakt van de volgende bronnen:

  • Altenburg e.a. 2016. Effectiveness of intervention strategies exclusively targeting reductions in children’s sedentary time: a systematic review of the literature. IJBNPA (2016) 13:65 DOI 10.1186/s12966-016-0387-5.
  • Commissaris e.a. 2016. Interventions to reduce sedentary behavior and increase physical activity during productive work: a systematic review. Scand J Work Environ Health 2016;42(3):181–191. doi:10.5271/sjweh.3544.
  • Gardner B., Smith L., Lorencatto F., Hamer M., Biddle S.J.H. (2015). How to reduce sitting time?: a review of behaviour change strategies used in sedentary behaviour reduction interventions among adults. Health Psychology Review. DOI: 10.1080/17437199.2015.1082146.

Download hier de complete factsheet.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.