Beweegstimulering kwetsbare ouderen achterstandswijken: een nieuwe aanpak | Alles over sport

Beweegstimulering kwetsbare ouderen achterstandswijken: een nieuwe aanpak

Artikel

geplaatst op: 13 maart 2017

Ouderen in achterstandswijken bewegen minder dan andere ouderen. Dat verhoogt de kans op chronische aandoeningen en kwetsbaarheid. En dat kan drukken op de gemeentelijke budgetten voor ondersteuning en zorg. Zo bereik je ze bevorder je dat ze blijven bewegen.

Omdat ouderen in achterstandswijken minder bewegen, hebben ze een hoger risico om al vroeg kwetsbaar te worden. Een veel gehoord probleem is dat het lastig is om deze groep goed te bereiken en deel te laten nemen aan beweegprogramma’s. Met een aangepast wijkgericht programma blijkt het mogelijk veel van deze mensen wél mee te laten doen aan beweegactiviteiten. Ze worden fitter en de beweeggroepen blijven nog jaren na de start actief. Een dergelijke aanpak kan helpen om het beroep dat ouderen doen op gemeentelijke ondersteuning en zorg te beperken.

Focus op sociaaleconomische achterstandswijken

Ouderen in sociaal-economische achterstandswijken lopen het risico om al vroeg kwetsbaar te worden. Veroudering kenmerkt zich in deze wijken door een gebrek aan vaardigheden om gezond te leven en een gebrek aan veerkracht op om te gaan met psychosociale kenmerken van kwetsbaarheid zoals eenzaamheid en depressie. Deze ouderen bewegen weinig en zijn moeilijk te porren om preventief een gezonde leefstijl aan te nemen.

Van cruciaal belang bij het werven en ondersteunen van deze groep kwetsbare ouderen is het aansluiten bij hun belevingswereld. Ouderen in achterstandssituaties zijn over het algemeen namelijk heel tevreden over hun leefsituatie. Ze hebben niet het gevoel dat ze slecht af zijn. Ze zijn trots dat ze zich met bescheiden financiële middelen en opleiding hebben weten te redden in het leven. Wil je deze ouderen bereiken, dan moet je aansluiten bij deze belevingswereld.

GAAS: een methode die wél werkt

Voor gemeenten en de zorg is het dus belangrijk te weten welke methoden werken om deze groep aan het bewegen te krijgen. Met de Groningen Active Ageing Strategy (GAAS) blijkt het mogelijk om  kwetsbare ouderen met een lage sociaaleconomische status beter te bereiken, hun kwaliteit van leven te behouden én om beweeggroepen nog jaren te laten bestaan.

GAAS is speciaal ontwikkeld om actief ouder worden te bevorderen bij thuiswonende ouderen (vanaf 65 jaar) die onvoldoende actief en eenzaam zijn en in sociaaleconomische achterstandswijken wonen. De strategie kenmerkt zich door de deelnemers zélf zeer expliciet te betrekken bij de organisatie, inhoud en uitvoering van het programma.

Groepsdynamiek inzetten

Om ervoor te zorgen dat de ouderen hun nieuwe gezonde gewoonten volhouden, werkt het programma met een groepsaanpak. Doel is een hechte groepscultuur ontwikkelen en de ouderen zelf verantwoordelijk maken. Ingrediënten zijn: leren samenwerken, samen nieuwe leden werven, als groep de kosten te delen, enzovoorts. Daardoor gaan deelnemers zich stap voor stap eigenaar voelen van de groep en van het programma.

GAAS getest in Delfzijl

De resultaten van de GAAS aanpak zijn meteen onderzocht. Hiervoor is GAAS toegepast binnen Delfzijl Gezond Ouder Worden (DELFGOUD): een wijkgericht leefstijlprogramma voor ouderen in achterstandswijken in Delfzijl. De gemeente Delfzijl, Bewonersbedrijf Delfzijl Noord, Stichting Welzijn en Dienstverlening, Stichting SI!, Stichting GALM, de voedselbank, GGD, huisartsen, fysiotherapeuten, thuiszorg en wijkverpleging werkten hierbij nauw samen.

Werving

Ouderen worden op verschillende manieren benaderd om deel te nemen: iedereen in de wijk krijgt een uitnodiging, dan van deur-tot-deur, aangevuld met benadering door “key-peers” en via maatschappelijke organisaties, zoals de kerk en thuiszorg.

Groepen maken

Deelnemers worden ingedeeld in groepen van 15-20 personen, gebaseerd op individuele beweegmogelijkheden. Zo ontstaan er groepen met ouderen die in staat zijn om veel te bewegen en groepen met minder actieve deelnemers.

Opzet programma

Het programma bestaat uit wekelijkse groepstrainingssessies van een uur in combinatie met 6 leefstijlmodules. Het beweegprogramma is ontleend aan het GALM programma. Deze modules duren een uur en gaan over bewegen,  het omgaan met gevoelens van depressie en eenzaamheid én voedingsvoorlichting. Ze worden direct na de training gegeven bij een kopje koffie om zo ook de saamhorigheid binnen de groep te bevorderen. De module over leefstijlactiviteiten (bewegen in het dagelijks leven) is afgeleid van het SMALL programma. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de wensen en behoeften van deelnemers door de inhoud van de trainingen hierop aan te passen. Deelname aan het leefstijlprogramma was gratis gedurende het onderzoek en één jaar daarna.

Resultaten uit Delfzijl

Aan het begin van het programma werd aan de hand van een stappenteller bepaald hoe actief deze ouderen bij aanvang waren. Het gemiddeld aantal stappen per dag (inclusief fietsen) bedroeg 4.200. Dit komt overeen met een passief beweegniveau.

Vergeleken met een controlegroep die niet deelnam aan het leefstijlprogramma, hadden deelnemers aan het programma na 12 maanden meer beenkracht en een beter uithoudingsvermogen. Het gemiddeld aantal stappen per dag (inclusief fietsen) nam toe naar 7.300. Dit komt overeen met een licht actief beweegniveau.

Niet alleen het beweegniveau steeg: er werd ook een kleine verbetering in kwaliteit van leven waargenomen bij deze deelnemers. Terwijl normaalgesproken de kwaliteit van leven bij mensen in deze leeftijdsgroep daalt. Dat werd bevestigd door de controlegroep, waar de kwaliteit van leven daalde. Het verschil tussen beide groepen was echter niet groot genoeg om te kunnen concluderen dat de stijging in levenskwaliteit óók door het programma kwam.

Successen van GAAS

We zetten de belangrijkste successen van de GAAS aanpak op een rij:

  • Dit leefstijlprogramma was erg succesvol in het bereiken van de ouderen in achterstandswijken. Van alle mensen die in aanmerking kwamen voor deelname, deed zo’n 40% daadwerkelijk mee. Terwijl je bij een andere strategie ongeveer 12% zou mogen verwachten.
  • Daarbij wist nog bijna twee op de drie deelnemers het jaar vol te maken. Terwijl het gemiddelde percentage uitval bij ouderen met een lage sociaaleconomische status (SES) zo’n 50% bedraagt.
  • Een groot succes was ook het behoud van alle zeven beweeggroepen, vier jaar na de start van het programma.
  • Het lukt in vrijwel alle gevallen de kosten voor een instructeur en de huur van een ruimte door de deelnemers zelf te laten betalen. Deelnemers betalen € 3,- per groepsbijeenkomst.
  • Het programma is erin geslaagd om de projectverantwoordelijkheden over te dragen aan de ouderen zélf. Het blijkt dat als de ouderen eenmaal betrokken zijn, hun groepsparticipatie en verantwoordelijkheid richting het leefstijlprogramma heel hoog is
  • Tot slot daalden de zorgkosten voor deelnemers aan GAAS programma in het jaar van onderzoek, terwijl die voor de controlegroep steeg.

Belang voor gemeente en zorgverleners

Het testen van de GAAS aanpak in Delfzijl heeft de volgende inzichten opgeleverd:

  1. De doelgroep ouderen met een lage SES en (risico’s op) gezondheidsachterstand lijkt met een aangepaste werving veel vaker te bewegen om deel te nemen aan het programma dan met andere aanpakken. Deze methode wordt steeds intensiever naarmate de potentiële deelnemer moeilijker tot deelname te bewegen is. Het bereik van de doelgroep in het DELFGOUD-programma is 40%. Deze doelgroep is op drie manieren geworven, namelijk via het persoonlijk werven van ouderen via de voordeur (78%), via de achterdeur met behulp van buurtgenoten (12%) en via het netwerk van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen in de wijk (10%).
  2. Het lukt met dit programma, waar veel verantwoordelijkheid voor inhoud en uitvoering bij de deelnemer is belegd, duidelijk meer mensen langer vast te houden dan normaal gesproken verwacht mag worden. Tegelijkertijd zijn deelnemers ook nog eens bereid om de kosten op een gegeven moment zelf te dragen.
  3. Het uitvoeren van een gezonde leefstijlaanpak bevordert niet alleen de fysieke fitheid en kwaliteit van leven, maar zorgt ook voor lagere zorgkosten in de eerste en tweede lijn en voor de dagopvang op de korte termijn. De conclusie van het kostenonderzoek is dat deelname aan DELFGOUD leidt tot een daling van de gemiddelde kosten met €378,- in de interventiegroep en leidt tot een stijging van deze kosten met €95,- in de controlegroep.

Lees meer

Proefschrift Annemiek Bielderman: Active Ageing and Quality of Life. Community-dwelling older adults in deprived neighbourhoods.

Auteurs:

Liesbeth Preller
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook