Sluiten

Beweeggedrag beïnvloeden: Modellen en theorieën die gedrag verklaren

Artikel

Publicatiedatum 23 december 2015

Starten met sporten en bewegen kan best ingewikkeld zijn. Zeker als je het niet gewend bent. Er is al veel onderzoek gedaan welke stappen we doorlopen om tot nieuw gedrag te komen en wat daarvoor nodig is. Dit heeft geleid tot veel modellen, zoals het ASE en I-Change model, die worden gebruikt om gedrag te verklaren en te beïnvloeden. Maar er zijn er nog meer. In dit artikel nemen we je mee in een aantal gedragsmodellen en theorieën.

Modellen voor het verklaren van gedrag

Modellen over gedrag zijn er genoeg. Dat wil niet zeggen dat een model precies de werkelijkheid beschrijft: daar is een model een te simpele weergave voor. Ook ontwikkelen modellen zich doorlopend door nieuw onderzoek. Toch zijn modellen fijn om een complex iets als gedrag te begrijpen. We lichten enkele modellen en theorieën kort voor je toe. Wil je meer weten over de modellen? Lees dan de uitgebreidere artikelen per model.

ASE-Model

Een model dat je vaak tegenkomt bij het verklaren en beïnvloeden van gezondheidsgedrag is het ASE-model (De Vries, 1988). ASE staat voor Attitude, Sociale invloed en Eigen-effectiviteit. Dit model is gebaseerd op de Theory of Planned Behaviour (Azjen, 1985). Kort samengevat zegt dit model (als we het invullen voor bewegen) dat we eerst de intentie moeten hebben om (meer) te gaan bewegen. Pas dan is er een kans dat we het daadwerkelijk gaan doen. Die intentie hebben we alleen als we meer voor- dan nadelen zien van bewegen (attitude), als we denken dat de mensen die voor ons belangrijk zijn het ermee eens zijn dat we gaan bewegen (sociale invloed), en als we denken dat we (meer) kúnnen bewegen, als we dat willen (eigen-effectiviteit).

Heel veel hardlopers tijdens een hardloopwedstrijd
(Foto: Kenniscentrum Sport)

Integrated Change model

Het Integrated Change model (I-Change model) is het uitgebreidere vervolg op het ASE-model en geeft een overzicht van wat er zoal komt kijken bij de keuze die we maken om bijvoorbeeld te gaan sporten.

Het I-Change model geeft aan dat motivatie door meerdere factoren wordt beïnvloed, namelijk:

  • iemands achtergrond (cultuur, verleden, kennis, etc.);
  • de kennis die iemand heeft over het gedrag
  • de risico’s die iemand ziet van een bepaald gedrag (in dit geval van ‘niet sporten’);

Deze factoren bij elkaar hebben invloed op de intentie die iemand heeft. Of het nieuwe sportgedrag ook écht wordt uitgevoerd, hangt daarnaast ook nog af van de ervaren drempels en of iemand het plan om te gaan sporten ook kan uitvoeren.

TTM

Je hebt vast wel eens gemerkt dat jouw plan om meer te bewegen of te sporten, niet zonder slag of stoot lukt. Dit komt omdat je door verschillende fases van gedragsverandering gaat. Deze fases laat het Transtheoretisch model (TTM) zien (Prochaska & Di Clemente, 1982).

Stroom en taart diagram ter ondersteuning van de tekst
(Foto: Jan Middelkamp)

Titel: TTM, bron: Jan Middelkamp

De eerste vijf fasen brengen iemand van besef tot volhouden van het gedrag. Voordat je iets kan veranderen is het eerst nodig om zelf te beseffen dat je wil veranderen: je denkt erover na. Denk je daar nog niet over na, dan gebeurd er niets. Vervolgens ga je kijken hoe je dit kan doen: met de buurvrouw wandelen? Een abonnement bij de sportschool? Je bent je aan het voorbereiden.

Daarna is het tijd voor actie: je gaat 1x in de week wandelen met de buurvrouw, en 1x in de week een rondje hardlopen. Je bent enthousiast begonnen, maar nu is het nog zaak om dit vol te houden of te onderhouden. Daarbij komt het regelmatig voor dat iemand even terugvalt: die 2x in de week wordt al snel 1x en voor je het weet stopt het helemaal.

Dit model geeft inzicht in de mogelijke fases. Maar dit wil niet zeggen dat iedereen deze fases doorloopt. Soms blijf je ergens hangen en kom je nooit tot actie, of houd je het bijvoorbeeld niet vol.

Zelfbeschikkingstheorie

De zelfbeschikkingstheorie (ook wel zelf-determinatietheorie genoemd) gaat niet uit van een aantal stappen van a tot z (gedrag), maar zegt dat we iets doen (gedrag vertonen) puur omdat we het ‘leuk’ vinden. We vinden iets ‘leuk’ als we:

  • Het idee hebben zelf te bepalen wat we doen;
  • We er goed in zijn en er beter in kunnen worden;
  • We verbonden zijn met anderen (erbij horen, aardig gevonden worden).

Als een bepaald gedrag, bijvoorbeeld sport, ons in deze drie dingen voorziet, dan zijn we mogelijk intrinsiek gemotiveerd. En dat maakt het weer gemakkelijker om gedrag op langere termijn vol te houden.

Beïnvloeden van bewust en onbewust gedrag

ASE, I-Change en de Zelfbeschikkingstheorie gaan ervan uit dat gedrag te beïnvloeden is en dat veel gedrag rationeel tot stand komt. Dat wil zeggen: dat mensen altijd nadenken over hun gedrag. Maar denk jij altijd bewust na over wat je doet? Daarnaast wordt ook vaak gedacht dat mensen gedrag veranderen wanneer je hun kennis over een bepaald onderwerp vergroot. Dat iedereen weet dat bewegen belangrijk is, wil nog niet zeggen dat iedereen dat ook doet.

Sportdocent legt leerlingen wat uit terwijl ze op de grond zitten
(Foto: Kenniscentrum Sport)

Gedrag komt zeker in bepaalde mate bewust tot stand, maar we doen ook veel dingen onbewust. Bijvoorbeeld doordat we reageren op onze (sociale) omgeving. Let maar eens op hoe mensen in de lift staan. Staat iedereen met z’n gezicht dezelfde kant op, dan pas jij je daar waarschijnlijk op aan. Omdat we sterk reageren op onze omgeving, is het ook mogelijk om ons gedrag te beïnvloeden door de omgeving aan te passen. Dat wordt vaak gedaan via priming, nudging en framing tegen. Door iets te veranderen in de omgeving of er iets aan toe te voegen, kun je mensen soms ongemerkt in de juiste richting sturen. Je beïnvloedt de automatische keuze die zij maken. Er is natuurlijk discussie over of dit altijd mag, want wat is de ‘juiste’ richting en wie bepaald dat? Onthoud daarbij wel: het is bijna onmogelijk om mensen een kant op te sturen waar ze zelf geen enkel belang bij hebben of waar ze totaal niet achterstaan. Daarnaast heeft automatisch gedrag ook zo z’n voordelen. Zo vluchten we in gevaarlijke situaties, zonder dat je er lang over na gaat denken.

Modellen zijn er dus om ons te helpen dingen te verklaren. In de praktijk gaat het vaak nét even anders.

Wil je meer weten over een ander gedragsmodel? Laat dit achter in een reactie op dit artikel.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.