Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Beweeggedrag beïnvloeden: Modellen en theorieën die gedrag verklaren

Artikel

‘Sporten’ is best ingewikkeld gedrag. Vooral als je het niet gewend bent en ermee wilt beginnen. Er is al veel onderzoek gedaan welke stappen we doorlopen om tot nieuw gedrag te komen en welke ‘ingrediënten’ daarvoor nodig zijn. Modellen als ASE en I-change kunnen worden gebruikt om na te denken over het verklaren en beïnvloeden van beweeggedrag. Ook een theorie als de zelfbeschikkingstheorie kan worden gebruikt om inzicht te krijgen in het gedrag van de mens.

Sporten kost tijd, sporten kost energie en al met al is het best wel een ingewikkeld gedrag. Bovendien kun je niet op ieder moment zomaar gaan sporten. Je moet je omkleden, naar de sportlocatie gaan en misschien nog wel lid worden van een vereniging. Als het om gedragsverandering gaat, kan het makkelijker zijn om dagelijkse gedragingen te veranderen -zoals vaker de trap nemen in plaats van de lift, of een appel eten in plaats van een reep chocolade- dan om te gaan sporten. De keuzes die mensen dagelijks maken zijn voor een aanzienlijk deel onbewust: we denken niet eens altijd goed na over wat voor gedrag we willen vertonen. Bestaande theorieën en gedragsmodellen die gaan over beïnvloeden en verklaren van gedrag kunnen daarom interessant zijn, ook voor sport- en beweeggedrag.

Modellen voor het verklaren van gedrag

Er is veel onderzoek gedaan naar welke stappen we doorlopen om tot nieuw gedrag te komen en welke ‘ingrediënten’ daarvoor nodig zijn. Daaruit is een aantal theorieën gekomen.

ASE-Model

Een model dat je vaak tegenkomt bij het verklaren en beïnvloeden van gezondheidsgedrag gaat is het ASE-model. ASE staat voor Attitude, Sociale invloed en Eigen-effectiviteit. Kort samengevat zegt dit model (als we het invullen voor sport) dat we eerst de intentie moeten hebben om te gaan sporten. Pas dan is er een kans dat we het daadwerkelijk gaan doen. Die intentie hebben we alleen als we meer voor- dan nadelen zien van sport (attitude), als we denken dat de mensen die voor ons belangrijk zijn het ermee eens zijn dat we gaan sporten (sociale invloed), en als we denken dat we zouden kúnnen sporten, als we dat zouden willen (eigen-effectiviteit).

I-change model

gedragmHet I-change model is een wat uitgebreider en recenter model dan ASE. Dit model combineert vijf oudere modellen en geeft een mooi overzicht van wat er zoal komt kijken bij de keuze die we maken om bijvoorbeeld te gaan sporten. I-change bevat onder meer het hierboven beschreven ASE en noemt dat ‘motivatie’. Motivatie leidt ook hier tot intentie. Gedrag wordt volgens deze theorie ook beïnvloed door:

  • Iemands achtergrond (cultuur, verleden, kennis, etc.);
  • het zien van risico’s van een bepaald gedrag (in dit geval van ‘niet sporten’);
  • of we daadwerkelijk kunnen sporten en of er mogelijk drempels zijn die ons ervan weerhouden.

Zelfbeschikkingtheorie

gedragaEen heel ander soort model komt uit de zelfbeschikkingstheorie. Deze theorie gaat niet uit van een aantal stappen van a tot z (gedrag), maar zegt dat we iets doen (gedrag vertonen) puur omdat we het ‘leuk’ vinden. We vinden iets ‘leuk’ als we:

  • Het idee hebben zelf te bepalen wat we doen;
  • We er goed in zijn en beter in kunnen worden;
  • we verbonden zijn met anderen (erbij horen, aardig gevonden worden).

Als een bepaald gedrag, bijvoorbeeld sport, ons in deze drie dingen voorziet, dan zijn we mogelijk intrinsiek gemotiveerd. Tussen intrinsiek en niet gemotiveerd zijn zitten nog andere vormen van motivatie.

Beïnvloeden van bewust en onbewust gedrag

ASE, I-Change en de zelfbeschikkingstheorie gaan ervan uit dat gedrag te beïnvloeden is. Op bijna elke stap of elk ingrediënt uit bovenstaande (en andere) modellen kun je ‘ingrijpen’. I-change laat bijvoorbeeld al zien dat informatie die op de juiste manier door de juiste persoon wordt gegeven invloed kan hebben op wat iemand van bijvoorbeeld sport vindt (attitude). In diverse modellen komt de term ‘barrières’ terug. Dat zijn de drempels die ons ervan (kunnen) weerhouden om te gaan sporten (denk bijvoorbeeld slechte bereikbaarheid van sportaccommodaties). De kans dat iemand zal gaan sporten is groter als die drempels worden weggenomen.

Omgeving aanpassen om gedrag te beïnvloeden

gedrageDaarnaast gaat een groot deel van wat we doen vanzelf door onze automatische reactie op de omgeving waarin we ons bevinden (lees hier meer over hoe ons gedrag wordt bepaald). Het is dus ook mogelijk ons gedrag te beïnvloeden door die omgeving aan te passen. In dit verband kom je vaak termen als priming, nudging en framing tegen. Door iets te veranderen in de omgeving of er iets aan toe te voegen, kun je mensen soms ongemerkt in de juiste richting sturen. Je beïnvloedt de automatische keuze die zij maken. Er is natuurlijk discussie over of dit wel mag, want wat is de ‘juiste’ richting?

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.