Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Arme kinderen hebben baat bij Jeugdsportfonds en Jeugdcultuurfonds

Artikel

Kinderen uit gezinnen rond de armoedegrens hebben er profijt van als ze lid zijn van een sport- of cultuurvereniging via het Jeugdsportfonds of het Jeugdcultuurfonds.

Kinderen uit gezinnen rond de armoedegrens hebben er profijt van als ze lid zijn van een sportvereniging of culturele instelling via het Jeugdsportfonds of het Jeugdcultuurfonds. Ze vinden er rust en afleiding, kunnen er hun emoties kwijt en leren er doorzetten. Kortom, hun psychosociale ontwikkeling wordt erdoor gestimuleerd. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut in opdracht van het Jeugdsportfonds en Jeugdcultuurfonds.

Kinderen in gezinnen die leven rond het bestaansminimum krijgen van het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds de kans om aan sportieve of culturele activiteiten mee te doen. Wanneer hun ouders of verzorgers de contributie aan een sportvereniging of culturele instelling niet kunnen betalen, doen deze fondsen dat. Ze zijn sinds 1999 actief.

23 interviews

Het Mulier Instituut heeft 23 kinderen gevraagd naar de manier waarop zij hun sport- of cultuurdeelname beleven en wat dit volgens hen betekent voor hun ontwikkeling. In het onderzoek komen enkele belangrijke thema’s aan de orde. Die maken duidelijk hoe de geïnterviewde kinderen hun leven ervaren en welke rol sport of cultuur hierbij inneemt.

Voetbal als uitlaatklep

De geïnterviewde kinderen zien sport als een uitlaatklep. Ze kunnen hun emoties kwijt en vinden rust en afleiding in de sport en cultuur. Uit de verhalen van de kinderen blijkt dat sport voor kinderen een dagelijkse uitlaatklep is en extra betekenis heeft voor kinderen met structurele problemen.

Zo zegt een jongen van 12 jaar: “Ik heb voetbal gewoon heel erg nodig, omdat ik dan een uitlaatklep heb. Ik heb ADHD, waardoor ik wat drukker ben. In voetbal kan ik het loslaten. Ik kan dan mijn energie en agressie kwijt. Ik zou eigenlijk de hele wedstrijd willen voetballen. Dat heb ik eigenlijk wel nodig. Daarom vind ik keeper zijn ook leuk, dan sta je de hele wedstrijd erin.”

Via sport krijgen de kinderen meer grip op hun emoties en gedragsschommelingen. In het geval van passieve ouders kan dat voor een kind extra veel betekenen.

Aansporing om door te zetten

Alle kinderen geven aan dat sport of cultuur in hun beleving aan zelfontplooiing bijdraagt. Het sport- of cultuurlidmaatschap zorgt ervoor dat ze zich niet vervelen. Ook spoort het hen aan om door te zetten en doelen te stellen. Ze leren bijvoorbeeld dat ze goed moeten oefenen voordat ze op een instrument een lied goed kunnen spelen, en dat ze moeten trainen om bij sportwedstrijden goed te kunnen presteren.

Zo zegt een meisje van 16 jaar: “In december is dan het eerste toernooi en kun je eindelijk laten zien waar je al die tijd voor getraind hebt. Dat voelt dan echt goed. Als je de punten ziet die je hebt behaald als je goed gedanst hebt, dan denk je echt bij jezelf: hier doe ik het voor. Door het dansen heb ik geleerd om nooit op te geven. Door blijven gaan, niet achterom kijken, altijd blijven lachen. Ons motto was: zet ‘m op, blijven lachen. Dat is ons altijd aangeleerd, niet laten zien als er iets fout is gegaan. Dat heb ik ook in mijn echte leven meegenomen, als er iets fout gaat, altijd blijven lachen en niet laten zien dat het je pijn heeft gedaan.”

Vechtsporten maken weerbaarder

Een speciale rol is weggelegd voor vecht- en verdedigingssporten. Juist bij deze sporten is te zien dat kinderen weerbaarder worden: ze leren zichzelf te verdedigen en op de ander te anticiperen. Hierdoor worden ze zich meer bewust van hun eigen positie ten opzichte van anderen. Sommige ouders/verzorgers hebben hun kinderen bewust op een vecht- of verdedigingssport gezet om weerbaarder te worden.

Zo zegt de oma van een meisje van 12 jaar: “Ik heb haar op judo gedaan om weerbaar te worden en daar kon ze zich ook psychisch in ontplooien en zelfvertrouwen krijgen. Bij judo moet je nadenken wat je doet en kijken naar de tegenstander.”

Vooral kinderen die gepest zijn of een moeilijke of onveilige thuissituatie hebben (gehad), kunnen veel baat hebben bij vecht- en verdedigingssporten. Zo vertelt een jongen dat hij op karate is gegaan om weerbaarder te worden en zichzelf beter te kunnen beheersen: “Ze hebben me vroeger altijd gepest voor hoe ik eruit zie met mijn ogen en dat vind ik niet leuk. Daar heb ik ook heel veel moeite mee gehad. Nu zit ik op een zelfverdedigingssport en ik gebruik het niet om… ik mag het niet gebruiken… ik mag niet zomaar iemand aanvallen. Als ze mij aanvallen, mag ik mezelf verdedigen.”

Dromen van de top

Sport en cultuur bieden kinderen een toekomstperspectief. Net als veel andere kinderen, willen kinderen die aan sport of cultuur kunnen deelnemen via een van de fondsen, later van hun hobby hun beroep maken.

Zo zegt een meisje van 9 jaar: “Ik zou graag Anky van Grunsven willen worden. Ik wil een heel goed paard. Een groot en stevig paard. Het maakt niet uit als ik een klein huis heb, als ik maar een bed heb en een groot weiland. En een klein schuurtje, want dan kan ik ook bij het paard slapen als ik heb uitgemest. Ik ga gewoon bij het paard liggen.”

Dankzij het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds kunnen zij blijven dromen van een toekomst als profvoetballer of professioneel danser.

Aanbevelingen

Uit de gesprekken met de kinderen, en soms ouders, is gebleken dat er nog ruimte is voor verbetering. Daarom is voor zowel beleidsmedewerkers, als het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds, een aantal aanbevelingen opgesteld. En gezien het toenemende belang van beide fondsen, zijn deze ook voor andere partijen relevant.

  • In de ene gemeente worden bepaalde sporten, zoals paardrijden, niet vergoed en in andere gemeenten wel. Het heeft meerwaarde voor de kinderen als er eenduidige regels komen voor wat wel wordt vergoed en wat niet. Die eenheid is er nu niet. Er zijn zelfs sporten die niet worden vergoed terwijl die even duur zijn als sporten die wel worden vergoed. Kinderen voelen zich daardoor buitengesloten van die niet-vergoede sport.
  • Vecht- en verdedigingssporten mogen meer onder de aandacht worden gebracht bij kinderen uit gezinnen rond de armoedegrens. Deze sporten leveren een bijzondere bijdrage aan de psychosociale ontwikkeling van een (met name onzeker of sociaal onderontwikkeld) kind.
  • Er moet nadrukkelijk aandacht zijn voor de sfeer en de veiligheid van een vereniging, zodat een thuisplek voor alle kinderen wordt gegarandeerd. NOC*NSF en de sportbonden werken inmiddels met het concept ‘Open club’, waarbij die zich meer voor de wijk en het sociale domein moet openstellen.
  • Uit onze interviews blijkt dat kleding erg belangrijk is voor de identiteitsvorming van kinderen. Het zou goed zijn als alle kinderen die rond de armoedegrens leven, gebruik kunnen maken van kledingbonnen. Daarmee kunnen deze kinderen sportkleding of andere sportattributen krijgen, waardoor ze net als andere kinderen mee kunnen doen.

Meer lezen

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.