Sluiten

Amsterdamse hoogleraar waarschuwt voor inactiviteit

Artikel

Publicatiedatum 20 september 2018

Begin 2018 is Evert Verhagen door de VU Amsterdam benoemd tot hoogleraar ‘Epidemiologie van sport, bewegen en gezondheid’. Zijn werk spitst zich toe op blessurepreventie én op het succesvol in beweging krijgen van de Nederlander. En dat is hard nodig, stelt de kersverse hoogleraar: “De gezondheid van de Nederlandse samenleving staat momenteel hevig onder druk door een collectief gebrek aan lichaamsbeweging.”

In zijn oratie had Verhagen zijn toehoorders meteen bij de les, door ze harde gezondheidscijfers op een presenteerblaadje aan te reiken. “Wereldwijd overlijden jaarlijks 40 miljoen mensen aan leefstijlgerelateerde aandoeningen. En deze aandoeningen treffen mensen op steeds jongere leeftijd, vanaf 30 jaar. En van die leefstijlgerelateerde aandoeningen blijkt lichamelijke inactiviteit cijfermatig gezien even slecht te zijn als roken: vijf miljoen doden per jaar.”

Vooral zorgen om jeugd

Als het gaat over de situatie in Nederland, dan maakt Verhagen zich met name zorgen over de jeugd. Waar ongeveer 55 procent van de jeugd tot 11 jaar nog de beweegnormen haalt, daalt dit tot een kwart van de jongeren tussen de 12 en de 17 jaar. En dan is het volgens Verhagen nog maar de vraag of deze inactieve pubers weer gaan bewegen als zij ouder worden. Ook heeft onvoldoende lichaamsbeweging in deze leeftijdsperiode vergaande negatieve gevolgen voor de gezondheid op latere leeftijd. “Ik kan uit dit alles geen andere conclusie trekken dan dat we in Nederland gewoonweg te weinig bewegen. Ik durf dan ook te stellen dat de gezondheid van de Nederlandse samenleving momenteel hevig onder druk staat door een collectief gebrek aan lichaamsbeweging.”

Uitlokking

Veel pogingen die gedaan worden om ongezond gedrag tegen te gaan blijken in de praktijk niet te werken, en Verhagen heeft daar wel een verklaring voor. “Veel van deze interventies zijn erop gericht het gedrag van mensen te veranderen. Maar dat lukt meestal niet, omdat heel veel dingen die we doen, die ongezond zijn, die doen we omdat we ze gewoon zijn geworden. We denken er niet meer over na. Je kunt het gedrag dus nauwelijks veranderen, omdat er geen bewuste keuzes aan ten grondslag liggen. Wat je wél kunt doen, is mensen het gezonde gedrag weer aanleren. Daar zijn we nog niet zo heel lang mee bezig. Het lastige is dat het ons heel makkelijk wordt gemaakt om ongezond te leven. Kijk naar het station: je hebt de roltrap omhoog en een trap ernaast. Wat zie je? Mensen staan in de rij voor de roltrap. Als je een gebouw binnenloopt vind je meteen de lift, maar de trap, daarvoor moet je eerst de nooduitgang zoeken. Commerciële bedrijven spelen in op onze zucht naar gemak. De ongezonde producten in de supermarkt staan op ooghoogte. En het is ook nog goedkoper. Al dit soort kleine dingen beïnvloeden ons gedrag heel sterk. Vandaar de uitspraak: ‘Vertonen mensen nou verkeerd gedrag, of is het de omgeving die het verkeerde gedrag uitlokt?’ Ik denk het laatste.”

Omgeving aanpassen

Met gezond aanleren doelt Verhagen op projecten waar zijn onderzoeksgroep de voorbije jaren mee aan de slag is gegaan op scholen, in wijken en via sportclubs. Innovatieve projecten waarbij de omgeving wordt aangepast, of mensen juist in een omgeving worden gebracht die gezond gedrag stimuleert. In het project PlayGrounds, zo vertelt Verhagen in zijn oratie, werd de inrichting van de schoolpleinen aangepast en werden materialen verstrekt om de spelvormen die kinderen tijdens de gymlessen hadden geleerd, ook op het schoolplein uit te kunnen voeren. “Wat bleek, in de schoolpauzes gingen de kinderen, zonder verdere interventie, actief en met plezier meer bewegen. Een groot deel van de dagelijkse aanbevolen dosis bewegen werd op deze manier al gehaald.”

Blessurepreventie

Op projectbasis werkt Verhagen met zijn teams (en partners als de Hogeschool van Amsterdam of de Krajicek Foundation) aan dit soort interventies, maar is daarbij afhankelijk van externe financiering. Het grootste deel van zijn werk heeft dan ook betrekking op die andere medaille van sport en bewegen: blessures. Of beter gezegd, op de gerichte preventie daarvan. Verhagen is opgeleid als bewegingswetenschapper en promoveerde in 2004 aan de Vrije Universiteit op onderzoek naar de preventie van enkelverstuikingen bij volleyballers.

Verhagen liet de volleyballers balansoefeningen doen: staan op één been, waarbij ze vervolgens hun ogen moesten sluiten, armen voor de borst. Daarna werden de balansoefeningen uitgebreid met volleybalspecifieke oefeningen. Deze oefeningen werden geïntegreerd in de warming-up. Resultaat: de helft minder blessures. Vooral degenen die al eens geblesseerd waren geweest bleken veel baat te hebben bij deze aanpak. De oefeningen werden verwerkt in een app en VeiligheidNL nam de onderzoeksbevindingen over in haar advisering richting haar doelgroepen; onderwijs, bedrijven en overheden. “Zijn pionierend werk op dit gebied heeft in grote mate bijgedragen aan het terugdringen van het blessureprobleem in Nederland”, ronkte het persbericht van de VU dan ook bij de bekendmaking van Verhagens benoeming.

Bijsluiter

De ruime aandacht voor blessures, ook voor de kostenkant ervan, is dat niet een domper op het feest dat sporten en bewegen toch is? “Ja, zo zou je het kunnen zien”, reageert Verhagen, zelf een fanatiek hardloper, “maar je kunt de risico’s niet negeren. Als je een medicijn koopt zit daar ook een bijsluiter bij en die bijsluiter moeten wij ook geven als je gaat sporten. Want de kans op een blessure is gewoon groot. Eén op de drie sporters, vooral beginnende sporters, loopt een blessure op. Als mensen uitvallen, beleven ze ook geen plezier aan het sporten. Zie daar het belang van preventie.

Onderzoek naar blessures richt zich vaak op topsporters en niet op beginners. En dat is spijtig, stelt Verhagen, want juist die groep heeft baat bij een goed advies. Onderzoek naar letsel bij topsporters is niet één-op-één door te vertalen naar breedtesporters.

Ongebonden sporters

Een van de grote vraagstukken in Verhagens werk heeft betrekking op de implementatie. Er zijn veel goede, bewezen interventies, maar de grote vraag is: hoe krijg je ze bij de mensen? Hiervoor trekt Verhagen met zijn teams dus onder meer op met VeiligheidNL, zij hebben een belangrijke taak op het gebied van communicatie en educatie. Maar hoe bereik je een van de belangrijkste doelgroepen, de ongebonden sporters, die in hun vrije tijd gaan hardlopen of fietsen, met nuttige kennis? Dat lijkt bij uitstek een lastig te bereiken populatie.

“Dat klopt”, stelt Verhagen. “Anders dan teamsporters die je via verenigingen kunt bereiken, krijg je deze groep heel moeilijk te pakken. Het is daarom zaak om de boodschap in interviews te verkondigen. Het is de bedoeling dat mensen vaker over blessurepreventie horen, en dat ze uiteindelijk naar goede adviezen op zoek gaan. De ervaring leert dat als mensen eenmaal zelf een blessure hebben gehad, dat dan hun ogen opengaan voor het belang van preventie. Ze leren naar hun lichaam te luisteren en de juiste oefeningen te doen.”

Digitaal trainingsadvies

Verhagen ziet op zijn werkterrein veel kansen door de inzet van apps, smartphones en andere meetapparatuur. “Het mooiste is als we commerciële partijen kunnen vinden om blessurepreventie via apps bij sporters onder de aandacht te krijgen. Strava, sporthorloges en andere meetapparatuur zijn allemaal gericht op het verbeteren van prestaties. Maar alle data die deze apps en trackers verzamelen kun je ook heel anders inzetten. Als een systeem registreert dat jij slecht geslapen hebt of veel stress hebt gehad, dan kan het trainingsadvies daarop worden aangepast. Want als jij op een dag één uur sport, daarop zijn die overige 23 uur van invloed. Dan kan het advies luiden: loop die 10 kilometer vandaag niet in 50, maar in 55 minuten. Zo verbeter je de balans tussen belasting en belastbaarheid.”

Ondanks de mogelijkheden die de voortschrijdende techniek biedt, heeft Verhagen met zijn onderzoekswerk op het gebied van zowel blessurepreventie als het bevorderen van een gezonde leefstijl nog een wereld te winnen. “Veel van onze studies zijn snapshots. De bottomline is dat er nog heel veel werk te verzetten is. Maar met alle kleine dingetjes die we doen, met alle kleine resultaten die we boeken, kunnen we de puzzel compleet maken.”

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.