Milieuvriendelijk beheer van natuurgras: Gemeente Dalfsen

Terug naar themapagina duurzame sportvelden

Sportaccommodaties gemeente Dalfsen beheert vijf sportaccommodaties met gezamenlijk 16 natuurgrasvelden (voetbal), vijf kunstgrasvelden (voetbal en hockey) en één hybride veld (voetbal).

Omgeving complex en bespeling van velden

De accommodaties zijn gesitueerd in Dalfsen en omliggende kernen. Dalfsen is een landelijke gemeente met veel landbouw. Accommodaties in Dalfsen zelf liggen aan de rand, met bosschage er omheen. In de overige kernen liggen velden nabij landbouwgebied. De ondergrond in de gemeente is over het algemeen zandig, maar verschilt nog per accommodatie van bosgrond, heidegrond tot fijn zandig. De accommodaties kennen een verschillende speelintensiteit. Sommige accommodaties worden maximaal gebruikt (500-600 uur per jaar), één accommodatie slechts 300 uur per jaar.

Organisatie van het beheer

Het beheer en onderhoud van de sportaccommodaties wordt geheel uitgevoerd door de Buitendienst van de afdeling Onderhoud openbare ruimte. Het onderhoud gebeurt door drie medewerkers onder leiding van een toezichthoudende uitvoerder. De gemeente beschikt over eigen materieel, maar voor zwaarder materieel zoals een vertidrainer en schudzeef wordt een aannemer ingehuurd. Klein onderhoud zoals herstelwerkzaamheden wordt uitgevoerd door de clubs. De uitvoerder stelt de jaarlijkse planning van het beheer op.

Doelen en ambities

Het streven van de gemeente is om volledig chemievrij te beheren. In het dagelijks beheer en onderhoud betekent dit dat het onderhoudsteam er alles aan doet om te komen tot goed gesloten velden: vlak, stabiel en zo egaal mogelijk.

Planning van het beheer

Per veld wordt een schema opgesteld van de geplande werkzaamheden. Dit wordt afgestemd met de verenigingen, deze geven aan welke sportactiviteiten gepland staan. De planning is globaal als volgt:

  • Vroeg in het jaar een visuele inspectie van de velden: hoe zijn ze de winter doorgekomen? Van de velden worden monsters genomen om de kwaliteit van de bodem te onderzoeken.
  • Eerste behandelingen in het voorjaar met wiedeggen en prikken of snijden met slitrol
  • Daarna begint al snel het beluchten. 
  • De eerste maaibeurten zijn rond half mei. 
  • Het groot onderhoud is in juni/juli gepland, dan vindt ook het doorzaaien plaats.

Aanpak om inzet van gewasbescherming te voorkomen

Het uitgangspunt is dat er geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Dalfsen is daar succesvol in; de laatste keer dat er is gespoten was 14-15 jaar geleden. Belangrijk is dat men accepteert dat er af en toe onkruid in het veld zit of dat het af en toe wat gelig is. Men geeft aan dat er wat dat betreft een cultuuromslag is gemaakt, ook bij een vereniging die eerste klas speelt.

Het succes wordt onder meer verklaard door de gekozen aanpak van cultuurtechnisch onderhoud en het goed opvolgen van de kwaliteit van de velden. Bij dit laatste hoort dat er bij afwijkingen (onkruid, dichtslibben, etc.) snel wordt ingegrepen. Verder is het devies dat de natuur z’n werk moet doen. Het grassysteem streeft zelf naar een evenwicht en daarbij moet de mens niet te snel willen ingrijpen.

Uitvoering van het onderhoud

Het reguliere onderhoud wordt zelf uitgevoerd en richt zich op goed beluchten van de grond (1 keer per 1-2 jaar schudfrees, 1 keer per jaar vertidrainen) en het mechanisch verwijderen van onkruid (wiedeg). Er is veel aandacht voor de goede afstelling van de apparatuur, zodat deze effectief de grond belucht dan wel omwoelt. Het goed functioneren van materieel wordt ook regelmatig gecontroleerd door inspectie van velden na behandeling. 

Met een recycledress wordt de grond zodanig bewerkt dat bezanden niet nodig is. Een belangrijk uitgangspunt is namelijk dat men geen externe grond op de velden wil hebben in verband met contaminatie. Per jaar wordt per veld 10-15 ton groencompost opgebracht om het bodemleven te stimuleren.

De Buitendienst stuurt bemesting aan op sporenelementen, niet zozeer op NPK. De monsters die worden genomen worden geanalyseerd op elementen zoals silicium, koper en sulfaat. Beregening wordt zo lang mogelijk uitgesteld en wordt pas toegepast wanneer gras broos begint te worden. 

Gras wordt niet korter dan 3 cm gemaaid. Het gras blijft liggen en draagt bij aan het organisch stofgehalte. Daarbij bevat gras eiwitten die nieuwe groei stimuleren en bijdragen aan (goede) schimmelvorming in de bodem. Men vindt de gezondheid van het bodemleven belangrijk. Om dit op peil te houden worden ongeveer drie maal per jaar schimmels en enzymen gedoseerd.

Monitoring

De medewerkers controleren de velden vrijwel iedere dag, door de uitvoerder één keer per maand. Er wordt vooral visueel beoordeeld en bijgestuurd. Bij voorkomende problemen wordt direct ingegrepen. Bij weegbree bijvoorbeeld: schudfrees en blijven beluchten. Een andere indicator is de rulheid van het zand. Zodra wordt geconstateerd dat de grond begint dicht te slibben, zetten de medewerkers de de wiedeg in. Bij veel regenval wordt hier nog nadrukkelijker op gelet.

Bijsturen van onderhoud

De staat van de velden wordt wekelijks in het team besproken. Elk half jaar wordt het onderhoud met de verenigingen besproken. Op basis daarvan wordt het onderhoud door het team, maar ook door de verenigingen, zo nodig aangepast. De evaluaties worden vastgelegd.

Tips voor collega’s

  • Leer vooral om af te wachten, kijk wat de natuur doet en hoe die zaken oplost.
  • Kijk goed wat er gebeurt op het veld en pas je onderhoud daarop aan. Door te kijken wat er groeit, begrijp je wat er in de ondergrond gebeurt. 
  • Bouw een netwerk op van collega’s in andere gemeenten en laat ze eens meekijken hoe je de zaken aanpakt.