Sluiten

Wielrenners hebben meer kans op osteoporose

Artikel

Publicatiedatum 2 juli 2012

Geplaatst op 2 juli 2012

Maarten Tjallingii heeft de Ronde van Frankrijk na de derde etappe verlaten met een gebroken heup. Sinds de start van de Ronde is hij zelfs niet eens het eerste slachtoffer met een botbreuk. Is de oorzaak van de vele botbreuken bij wielrenners puur gelegen in de hoge snelheden waarmee ze tegen het asfalt smakken of is er meer aan de hand?

Bij wielrenners blijkt de botdichtheid (bone mineral density of BMD) lager te zijn dan bij niet-wielrennende leeftijdsgenoten. Deze groep sporters heeft daarom een grotere kans op het ontwikkelen van osteoporose. Overigens, de relatie tussen een lage BMD en botbreuken is niet bekend.

Tot ongeveer het 20e levensjaar vindt de grootste stijging van de BMD plaats. Hoe hoger de BMD, hoe sterker de botten. Tussen het 20e en ongeveer het 40e tot 50e levensjaar blijft de BMD gelijk bij het regelmatig belasten van de botten en het innemen van voldoende calcium. Ongeveer rond het 40e en 50e levensjaar gaat de BMD afnemen. Mensen waarbij de BMD niet zo hoog is, krijgen door deze afname eerder te maken met osteoporose en botbreuken.
Voor de BMD zijn twee factoren erg belangrijk; belasting van de botten en voldoende calciuminname. Botten worden belast door lopen, hardlopen, springen en onderbelast bij een gebrek aan zwaartekracht (André Kuipers). Iedere keer dat het lichaam contact maakt met de grond, worden de botten belast. Bij wielrennen ontbreekt deze belasting, omdat een wielrenner op de fiets zit. Daarnaast wordt veel calcium aan het lichaam van een wielrenner onttrokken omdat er veel calcium in zweet zit. Tijdens lange ritten wordt veel en gedurende lange tijd gezweet, waardoor er bij wielrenners sneller een tekort aan calcium ontstaat.

Wielrenners hebben door het ontbreken van botbelasting en een tekort aan calcium een verhoogde kans op een lage BMD [1-6]. Vooral de BMD van de lage rugwervels, de heup en de hals van het dijbeen (collum femoris) nemen af bij wielrenners.
Een lagere BMD doet zich voor bij zowel jonge als oudere wielrenners. Bij 18-jarige wielrenners zijn BMD gevonden die tot wel 24,5% minder waren dan de BMD van leeftijdsgenoten die op recreatief niveau deelnamen aan teamsporten zoals rugby, handbal en voetbal [5]. Hierbij moet wel opgemerkt worden door het uitvoeren van sporten zoals rugby, handbal en voetbal BMD extra gestimuleerd wordt. De botten worden immers belast. Echter, de BMD van topwielrenners is soms ook minder dan de BMD van niet-sportende mensen [4,6]. Bij wielrenners van gemiddeld 50 jaar met minimaal 10 jaar wielrenervaring, werd bij 90% een te lage BMD of zelfs osteoporose geconstateerd [4]. Leeftijdsgenoten die niet sportten bleken in 61% van de gevallen een te lage BMD of osteoporose te hebben. Overigens is de BMD van fietsers die veel bergetappes fietsen hoger dan de BMD van wielrenners die dit niet doen [2,6].

Tips om de BMD te bevorderen zijn:

  • Zorg voor belasting op de botten [1,4,6]. Dit kan door lopen, hardlopen, krachttraining, of ander soortgelijke oefeningen te doen. Vooral bij jongeren is dit belangrijk omdat zij nog in de opbouwfase van de BMD zitten.
  • Zorg voor voldoende calciuminname op het juiste moment (tijdens de inspanning) [2,4]. Stem de inname af met een arts. Hoeveel men moet innemen hangt namelijk af van leeftijd en de hoeveelheid training.
  • Rook niet en drink niet meer dan 2 alcoholische dranken per dag. Roken en alcohol dragen bij aan het verminderen van de BMD [4].

Sommige wetenschappers zijn voorstanders van het screenen van de BMD van wielrenners [2,4]. Op die manier kan snel een behandelplan worden gemaakt als de BMD laag blijkt te zijn. Hiervoor is wel een speciale scanner nodig waar ook kosten aan verbonden zijn.
Het risico op verminderde BMD geldt overigens niet alleen voor wielrenners. Ook zwemmers belasten hun botten niet in het water en hebben vermoedelijk daardoor ook lagere BMD waarden.

Auteur: S. (Susan) Vrijkotte

__________
[1]Nagle KB, Brooks MA (2011) A systematic review of bone health in cyclists. Sports Health, 3: 235-243.

[2]Beatty T, Webner D, Collina SJ (2010) Bone density in competitive cyclists. Curr. Sports Med. Rep., 9: 352-355.

[3]Campion F, Nevill AM, Karlsson MK, Lounana J, Shabani M, Fardellone P, Medelli J (2010) Bone status in professional cyclists. Int. J. Sports Med., 31: 511-515.

[4]Nichols JF, Rauh MJ (2011) Longitudinal changes in bone mineral density in male master cyclists and nonathletes. J. Strength Cond. Res., 25: 727-734.

[5]Olmedillas H, González-Agüero A, Moreno LA, Casajús JA, Vicente-Rodríguez G (2011) Bone related health status in adolescent cyclists. PLoS ONE 6: e24841. Doi:10.1371/journal.pone.0024841.

[6]Guillaume G, Chappard D, Audran M (2012) Evaluation of the bone status in high-level cyclists. J. Clin. Densitom., 15: 103-107.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.