Wat kost een zwemkaartje eigenlijk écht? | Alles over sport

Wat kost een zwemkaartje eigenlijk écht?

Artikel

geplaatst op: 18 juli 2016

In de afgelopen week publiceerde RTL nieuws een nieuwsbericht met bovenstaande kop. Het bevat een duidelijke analyse waarom zwembaden subsidies van gemeenten nodig hebben om te kunnen draaien. De belangrijkste redenen zijn de hoge kosten voor de bouw en onderhoud van de zwemaccommodatie, personeel en gas, water en licht. Waarom lukt het zwembaden slechts mondjesmaat om voldoende inkomsten te genereren en waarom compenseren gemeenten zwembaden door het verlenen van subsidies? Is het (beter) benutten van de maatschappelijke rol van het zwembad een oplossing voor dit vraagstuk?

brancherapport zwemmen in NederlandEen ticket kost gemiddeld zo’n 3 tot 8 euro, maar veel mensen vinden dat best duur. Men realiseert zich echter niet dat een zwembadkaartje eigenlijk spotgoedkoop is. “De kostprijs is 60 tot 70 procent hoger”, zegt André de Jeu, directeur van Vereniging Sport en Gemeenten. Om dit gat te dichten, krijgen zwembaden subsidie van gemeenten. Geschat wordt dat ze daaraan ongeveer 270 miljoen euro per jaar aan kwijt zijn, blijkt uit het Branche Rapport Sport ‘Zwemmen in Nederland’ uit 2013.

Waarom besteden gemeenten zoveel subsidiegeld aan zwembaden?

De meeste Nederlandse gemeentes hebben een zwembad. De gemiddelde afstand tot een bad is 2,5 kilometer: er is geen enkel ander land ter wereld dat er zoveel heeft als wij. Heel vreemd is dat niet, want als klein landje aan de zee zit zwemmen in ons DNA. 93 procent van de Nederlanders vindt een zwembad een basisvoorziening, blijkt uit onderzoek van Mulier Instituut uit 2013. Bovendien ontstaat er bij de mogelijke sluiting van zwembaden regelmatig protest door inwoners zoals in Moerdijk, Enschede en Giessenlande. De beschikbaarheid van een zwembad dichtbij is dus belangrijk voor veel Nederlanders.

Kosten overdekt zwembad tientallen miljoenen

Om een zwembad kostendekkend te maken moet je zo honderdduizenden bezoekers per jaar trekken. Dat is voor de meeste sportgelegenheden niet mogelijk. De kosten lopen al snel hoog op: de bouw van een ‘simpel’ overdekt bad van 15 bij 25 meter, kost ongeveer 5 miljoen euro. “Maar als je een olympisch stadion wilt, dan ben je met 40 miljoen niet klaar”, zegt De Jeu.

Over dat bedrag wordt een hypotheek afgesloten. Wie uitgaat van een rekenrente van 4 procent, moet voor een zwembad van 10 miljoen euro ongeveer 400.000 euro aan hypotheekrente per jaar afdragen. Dan komt er ook nog onderhoud bij, meestal is dat na tien jaar nodig, zegt De Jeu. “Dat is gemiddeld zo’n 2 procent van het totaal per jaar. Veel gemeentes zetten dit geld niet opzij, maar halen het uit de algemene middelen. Deze kosten komen neer op zo’n 200.000 euro per jaar”, zegt De Jeu.

De complexiteit van onderhoud

Dat onderhoud is complexer dan dat je zou denken. Zwembaden moeten aan heel strenge regels voldoen. “Zo is elk schroefje en boutje genummerd en heeft elk haakje een aparte beschrijving. Alles in een zwembad moet worden genoteerd, zodat het op tijd vervangen kan worden als er iets verkeerd gaat”, vertelt hij. Al dat onderhoud is hard nodig om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren. Zo is in het zwembad van de gemeente Tilburg een baby om het leven gekomen door de val van een geluidsbox. De rechtbank heeft deze week de gemeente Tilburg verantwoordelijk gesteld voor de dood van een baby. “Dat is afschuwelijk en mag natuurlijk nooit gebeuren”, zegt hij.

Onderhoud is niet altijd zichtbaar

Een groot deel van de kosten voor het onderhoud gaat naar de machinekamer onder het bad. Daar is een gigantische installatie gevestigd met onder andere een waterreinigingssysteem. “Daar zit het geld”, zegt De Jeu. Al die apparatuur is nodig om het vuil uit het water te filteren. Dat gebeurt bijvoorbeeld met zand. “Of met speciaal geslepen glaskorrels, dat is de laatste trend”, vertelt De Jeu. Een ketel kost bijvoorbeeld zo 350.000 euro.

Per bezoeker wordt er 20 liter water gefilterd. Hoe drukker het wordt, hoe meer water er dus rondgepompt wordt, vertelt De Jeu. “Het zwemwater wordt regelmatig gecontroleerd en als het niet schoon genoeg is, kan het zwembad een boete krijgen.”

De inkomsten van een zwembad naast het zwemkaartje

Inkomsten komen natuurlijk primair uit het verkopen van entreebewijzen voor zwemmen. Daarnaast uit het aanbieden van zwemles. Zwemles is vaak iets duurder. De zwemles wordt veelal aangeboden door medewerkers van het zwembad of door een commerciële zwemschool. De zwemles is duurder omdat de gemeenten wel willen dat er zwemles wordt gegeven, maar dat niet perse als een kerntaak zien. “Daarom heet het ook particuliere zwemles”, legt De Jeu uit. “Mensen die het niet kunnen betalen kunnen wel bij de gemeente een bijdrage krijgen, of bijvoorbeeld via het lokale Jeugdsportfonds, dat daarvoor dan vaak weer geld krijgt van de gemeente.” Tot slot verhuren zwembaden ‘uren’ aan zwem- en waterpoloverenigingen of de Reddingsbrigade. Aan bijvoorbeeld speciale zwemtijden voor gehandicapten of ouderen wordt vaak geen geld verdiend. “Je zet zo’n zwembad ook niet neer om er geld aan te verdienen. Dat is ook zo met een bieb of een theater”, concludeert De Jeu. Onderzoek van Mulier Instituut uit 2013 ondersteunt dat ook: de meeste burgers vinden een zwembad in hun woonplaats (45%) belangrijker dan de bibliotheek (41%) of het stadspark (41%) of het theater, schouwburg of poppodium (28%)

De maatschappelijke rol van het zwembad

handdoek

Mensen hechten dus veel belang aan de beschikbaarheid van een zwembad. Bijvoorbeeld omdat zwembaden ook een belangrijke rol spelen om kinderen te leren zwemmen in ons waterrijke land. Zwembaden voorkomen verdrinkingen dus. In het zwembad ontmoeten mensen elkaar bij het (vrij) zwemmen en in verenigingsverband. Ook dat is een belangrijk maatschappelijk effect van een zwembad. Toch zijn er in allerlei gemeenten discussies over het openhouden van het zwembad, vooral gevoed omdat gemeenten jaarlijks moeten investeren in zwembaden via subsidies. De maatschappelijke waarde van het zwembad speelt op deze plekken kennelijk geen doorslaggevende rol.

Om de discussies over de gemeentelijke subsidies aan zwembaden te voorkomen willen gemeenten die maatschappelijke waarde steeds meer in kaart brengen. Zwembaden zullen ook iets moeten doen aan de balans tussen kosten en inkomsten. Klantgerichter werken, het breder benutten van de maatschappelijke rol bijvoorbeeld door andere doelgroepen aan zich te binden of modellen waarin bijvoorbeeld zwemverenigingen meer taken overnemen zijn allemaal oplossingsrichtingen die we in Nederland zien. Of moeten we accepteren dat de gemeente (de gemeenschap) geld moet blijven investeren voor een basisvoorziening als het zwembad. Dat blijft een belangrijke vraagstuk voor de komende jaren.

Auteurs:

Patrick Rijnbeek
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook