Vrouwen in de sport: de Europese cijfers | Alles over sport

Vrouwen in de sport: de Europese cijfers

Feiten & cijfers

geplaatst op: 2 juni 2016

In mei 2016 kwamen ruim 700 vrouwen door heel Europa in beweging tijdens de eerste Europese Vrouwen Sportdag. Door deel te nemen aan de eerste Europese ‘connected race’  vroegen de deelneemsters aandacht voor de positie van vrouwen in de sport en riepen zij op tot meer erkenning en verandering. Waarom? Omdat het hard nodig is, zo blijkt uit de feiten en cijfers.

Vroeger was sport een vrijetijdsbesteding voor mannen. In de loop der jaren hebben vrouwen steeds meer hun intrede gedaan in de sportwereld. Vandaag de dag lijkt het of meisjes en vrouwen volledig geaccepteerd zijn in de sportwereld, maar toch zijn er nog groepen meisjes en vrouwen die vanwege sociaal-economische, culturele en andere redenen, niet aan sport kunnen of mogen deelnemen. De achterstand van vrouwen in de sport is vooral terug te zien in de betrokkenheid van vrouwen in sportbesturen, de mate waarin vrouwelijke trainers en coaches actief zijn in de sportwereld en de aandacht voor vrouwensport in de media.

Cijfers over vrouwen in de sport

De sportdeelname van vrouwen ligt gemiddeld 2% lager dan die van mannen, respectievelijk 69% van de mannen sport regelmatig en 67% van de vrouwen (Mulier Instituut, 2014). Dit lijkt dus nagenoeg hetzelfde. Echter als cijfers uitgesplitst worden naar verschillende factoren, dan zijn er grotere verschillen.

Zo is het verschil tussen het aantal mannen en vrouwen dat lid is van een sportvereniging 8%, met 34% van de mannen die lid zijn van een sportvereniging en 26% van de vrouwen (Mulier Instituut, 2014). Bij allochtone vrouwen en meisjes gaat het slechts om 14% dat lid is van een sportvereniging. Van de Nederlandse laagopgeleide vrouwen is zelfs maar 10% lid van een sportvereniging. Ook gezien de gemiddelde sportdeelname blijven allochtone vrouwen achter op autochtone vrouwen en de laagopgeleide vrouwen op hoogopgeleide vrouwen. Zo sport 59% van de allochtone vrouwen regelmatig ten opzichte van 68% van de autochtone vrouwen. De sportdeelname van laagopgeleide vrouwen ligt op 51% ten opzichte van 79% bij de hoogopgeleide vrouwen (Mulier Instituut, 2014).

Dezelfde tendens is zichtbaar bij meisjes van niet-westerse afkomst en laagopgeleide meisjes. Uit onderzoek onder Utrechtse jongeren in het voortgezet onderwijs blijkt dat 80% van de Nederlandse meisjes dagelijks sport en beweegt en dat 80% lid is van een sportclub (inclusief fitness), terwijl van de niet-westerse meisjes 62% dagelijks sport en beweegt en maar 39% lid is van een sportvereniging. Van de hoogopgeleide meisjes sport en beweegt 82% dagelijks, terwijl dit percentage bij laagopgeleide meisjes 62% is. Ook is het verschil tussen hoogopgeleide meisjes die lid zijn van een sportvereniging (85%) en laagopgeleide meisjes die lid zijn van een sportvereniging (44%) maar liefst 41% (Mulier Instituut, 2016).

Sportdeelname van vrouwen
Infographic Sportdeelname van vrouwen

De ‘connected race’

Deelnemen aan de Europese Vrouwen Sportdag kon door 5 kilometer te wandelen of hard te lopen. Op elk gewenst tijdstip, alleen of met een groep, bijvoorbeeld bij de sportschool of atletiekvereniging. Door hun (hard)loopapp te linken aan de website www.alicemilliatchallenge.com/nl/home, konden de deelneemsters hun eigen afstand direct vergelijken met deelneemsters uit Nederland en andere Europese landen. Een laagdrempelige manier om je te verenigen met andere vrouwen in Europa. Deze eerste editie van de connected race richtte zich vooral op vrouwen, maar ook mannen hebben meegedaan!

Vrouwen als sportbestuurder, trainer en coach en vrouwen in de media

Van alle sportbonden in Nederland had in 2012 slechts 65% één of meer vrouwen in het bestuur, met een totaal percentage van 17% vrouwen in sportbesturen. Van 35% van de sportbonden bestond het bestuur enkel uit mannen (Mulier Instituut, 2014). In 2014 telde het Internationaal Olympisch Committee 24 vrouwen, een vijfde van het totaal van 115 leden (European Commission Sport, 2014). Het besturen van de ‘sport’ in Nederland (en dit geldt ook voor Europa) wordt dus grotendeels door mannen gedaan.

Deze tendens zien we ook terug bij het trainen en coachen van sporters en teams. Meisjes- en vrouwenteams worden vaak getraind en gecoacht door een man, terwijl jongens- en mannenteams (met uitzondering van de allerkleinste jeugd) maar zelden getraind en gecoacht worden door een vrouw. In Europa is tussen de 20% en 30% van de coaches een vrouw (European Commission Sport, 2014).

Daarnaast is er ook verschil in salaris of vergoeding van de trainers: mannen die trainer of coach zijn van topsport verdienen gemiddeld aanzienlijk meer dan vrouwen in dezelfde rol. Deze verschillen kunnen oplopen tot € 1.000,- (European Commission Sport, 2014).

Infographic vrouwen als bestuurder, trainer en coach
Infographic vrouwen als bestuurder, trainer en coach

Sportvrouwen in de media

Verschillen in de topsport tussen mannen en vrouwen zijn ook zichtbaar in de media. Er is over het algemeen veel meer aandacht voor mannen- dan voor vrouwensport. Vrouwensport komt vaak alleen in de aandacht wanneer er goed gepresteerd wordt, terwijl mannensport, en met name mannenvoetbal, wekelijks uitgebreid verslagen wordt, ongeacht de prestaties. Zo bestond in 2014 de Franse sportmedia voor slechts 15% uit berichtgeving over vrouwensport (ENWoSP, 2014).

Tijd voor beweging

Honderden Europese vrouwen (en mannen) kwamen riepen door hun deelname aan de eerste Europese ‘connected race’ voor vrouwen op tot meer gelijkheid voor vrouwen in de sport. Enthousiast geworden? De Europese Vrouwen Sportdag is een jaarlijks terugkerend fenomeen op 7 mei.

Lees meer

  1. Artikel: Bestuurlijke vernieuwing: diversiteit is kracht
  2. Video: Women and men are equal in whichever sport they play | Vera Pauw | TEDxEde
  3. Artikel: Besturen: het verschil maken met verschillen

Auteurs:

Anita Vlasveld
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook