Sluiten

Verandering van spieractivatie tijdens steile klim

Artikel

Geplaatst op 2 januari 2012

Geplaatst op 2 januari 2012

Stijgingspercentages van 20 % zijn tijdens mountainbikewedstrijden niet ongewoon. Diegene die tijdens de steile klimmen vooraan mee kan rijden, maakt een grote kans op een goede eindklassering of zelfs de winst.

Tijdens steile klimmen verandert de houding van de renner op de mountainbike in vergelijking met het rijden op een vlakke ondergrond. Of dit echter ook van invloed is op het spieractivatiepatroon (hoe lang en intensief spieren aanspannen) van de belangrijkste beenspieren en, zo ja, op welke wijze is tot op heden nog niet duidelijk.

Om de veranderingen van het spieractivatiepatroon te bepalen hebben twaalf goed getrainde mountainbikers (gemiddeld maximaal aeroob vermogen 402 Watt, lichaamsgewicht 71 kg en VO2max van 63 ml/kg.min) twee testen uitgevoerd op hun eigen mountainbike die op een rollerbank stond (Tacx). De eerste test was een opklimmende maximaaltest waarbij de weerstand, na het startwattage van 100 Watt, elke twee minuten met 30 Watt werd opgevoerd. De mountainbikers mochten tijdens deze test zelf de cadans bepalen. Ten minste drie dagen later werd een tweede test uitgevoerd. Hierbij moest drie keer twee minuten gefietst worden op tachtig procent van het maximaal behaalde wattage tijdens de eerste test. De mountainbikers fietsten per persoon in een wisselende volgorde met nul procent stijging, met een stijgingspercentage van tien procent en met een stijgingspercentage van twintig procent. De cadans was tijdens deze test bepaald op negentig omwentelingen per minuut en na elke twee minuten was er een actieve rustpauze van vijf minuten waarbij op 100 Watt werd gefietst. De proefpersonen kregen de instructie om tijdens het klimmen hun lichaamshouding aan te passen zoals ze dat ook in een wedstrijd zouden doen, maar ze moesten wel zittend blijven fietsen. Tijdens de tweede test werd van een achttal beenspieren met behulp van EMG-signalen het spieractivatiepatroon gemeten.

Uit de resultaten blijkt dat bij een stijgingspercentage van twintig procent de lichaamshouding het spieractivatiepatroon van verschillende beenspieren aanmerkelijk veranderde. Doordat de proefpersonen verder voorover leunden werd de heuphoek kleiner. Hierdoor waren sommige spieren korter actief en andere spieren langer actief. Daarnaast blijkt dat enkele spieren intensiever aanspanden, terwijl andere juist minder intensief aanspanden. Vooral het activatiepatroon van spieren rond de heup veranderde. Bij een stijgingspercentage van tien procent waren deze effecten veel kleiner.

Deze studie van Sarabon et al. laat zien dat het spieractivatiepatroon van beenspieren tijdens bergop fietsen vooral verandert bij erg hoge stijgingspercentages van ongeveer twintig procent. Hoe het spieractivatiepatroon verandert is afhankelijk van de ligging van de spier en welk(e) gewricht(en) die overspant. Of de gevonden resultaten zich ook op deze wijze voordoen in een werkelijke wedstrijdsituatie is onduidelijk. Tijdens de testen mochten de proefpersonen namelijk niet op de pedalen gaan staan en de fiets zelf stond daarbij ook stil. Een ander nadeel is dat de proefpersonen een vaste cadans opgelegd hebben gekregen, terwijl in het echte leven vaak wordt gezien dat de cadans iets afneemt tijdens het klimmen. Ook is de geleverde kracht niet gemeten, evenals de efficiëntie. Ondanks de onduidelijkheden wordt geadviseerd om specifiek te trainen op de steile klimmen. Dit aangezien er wezenlijke veranderingen plaatsvinden wat de spieraansturing betreft en omdat het goed is deze specifieke situatie te trainen.

Sarabon N, Fonda B, Markovic G (2011) Change in muscle activation patterns in uphill cycling of varying slope. Eur. J. Appl. Physiol., DOI: 10.1007/s00421-011-2236-1.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.