Sluiten

Topsport en thuisblijven in tijden van het coronavirus

Artikel

Publicatiedatum 8 april 2020

De Olympische Spelen zijn een jaar uitgesteld, evenals talloze andere grote sportevenementen. Nederlandse topsporters reageren begripvol, maar toch ook teleurgesteld. Hoe gaan sporters het beste om met zo’n ingrijpende verandering in de planning, die nog steeds gepaard gaat met veel onduidelijkheid? En wat kunnen sporters thuis nog doen, terwijl de overheidsmaatregelen van kracht zijn?

Hoewel topsporters de bui al zagen hangen, zorgde de mededeling dat de Olympische Spelen met een jaar worden uitgesteld voor een gevoel van teleurstelling. In plaats van nog een paar maanden te vlammen tijdens de voorbereiding op de Spelen, duurt deze voorbereiding nog een jaar langer. Met name voor sporters die na de Spelen wilden stoppen komt dit hard aan. Turner Epke Zonderland reageerde tegen de NOS: “Jammer natuurlijk. Als topsporter heb je hiernaar toegeleefd en ik heb het kwalificatieticket zo goed als binnen. Nu zou het moeten gebeuren” [8].

Onzeker

Hoewel de nieuwe datum voor de Spelen officieel vaststaat, blijkt het traject voorafgaand aan de Spelen voor veel sporters allerminst zeker. Zo zijn er sporters die zich nog moeten kwalificeren, of moeten zorgen dat ze volgend jaar óók weer voor het gekwalificeerde team geselecteerd worden. Ook blijft het onzeker wanneer er weer wedstrijden kunnen doorgaan. Wielrenner Mathieu van der Poel in de Telegraaf: “Vier jaar geleden hebben we een plan gemaakt richting de Spelen van Tokio, en dat plan valt nu eigenlijk in het water. Voorlopig is er ook weinig duidelijkheid wanneer we weer aan koersen toe zijn. Ik blijf voorlopig bezig, maar een echt plan maken lukt uiteraard niet” [10].

Kortom, het zijn verwarrende en onzekere tijden voor topsporters. Hoe moeten sporters daar mee omgaan? Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er goede en minder goede manieren zijn om met teleurstellingen om te gaan, maar ook dat topsporters hier uiteindelijk sterker uit kunnen komen.

Coping

Bijna alle topsporters krijgen op een gegeven moment in hun carrière te maken met tegenslag. Bijvoorbeeld in de vorm van een zware blessure, ziekte, verlies van een familielid, relatiebeëindiging of breuk met een coach. Ongetwijfeld ervaren sommige sporters het uitstel van de Olympische Spelen als een zware tegenslag. Dit kan leiden tot emotionele reacties, zoals woede, frustratie en hulpeloosheid, maar ook tot fysieke reacties zoals hoofdpijn en verlies van fitheid. Daarnaast krijgen sporters bij tegenslag de neiging om zich terug te trekken, hebben ze minder plezier in activiteiten en kunnen ze moeilijk praten over hun problemen [4].

Strategieën voor het omgaan met tegenslag heten ook wel coping skills. Sommige coping skills werken beter dan andere. Uit onderzoek blijkt dat sporters in eerste instantie met tegenslag omgaan door deze te ontkennen [3]. Nu valt het uitstel van de Spelen zelf natuurlijk moeilijk te ontkennen. Doen alsof je het uitstel niet erg vindt, het vermijden van dingen die herinneren aan het uitstel en het onderwerp vermijden in gesprekken met anderen vallen echter óók onder ontkenning. Ook jezelf optimistischer voordoen dan je je voelt is een coping skill die niet erg zal bijdragen om teleurstellingen te verwerken.

Steun vanuit de omgeving

Wat werkt dan wel? In de eerste plaats is steun vanuit de omgeving erg belangrijk. Uit onderzoek blijkt dat sociale steun een sleutelrol speelt in persoonlijke groei na tegenslag [4]. Daarnaast kunnen sporters werken aan weerbaarheid door de tijd te nemen om voor zichzelf uit te zoeken welke gedachten en acties bijdragen aan hun ontwikkeling en welke deze juist tegenwerken. Tenslotte is het belangrijk om te blijven sporten – binnen de mogelijkheden. Naast het op peil houden van de conditie, is trainen belangrijk om een gevoel van autonomie en identiteit als sporter terug te krijgen [4]. Met de juiste coping skills kunnen sporters leren van een slechte ervaring en hier uiteindelijk sterker uit komen.

Sterker door tegenslag

Ook tegenslag zelf kan helpen om een sporter sterker te maken. Britse onderzoekers interviewden in 2012 een dozijn Olympisch kampioenen uit verschillende sporten. Zij gaven allemaal aan dat ze tijdens hun carrière te maken hadden gekregen met een zware tegenslag [1]. De meeste kampioenen waren ervan overtuigd dat ze hun gouden medaille níet hadden gewonnen zonder deze tegenspoed.

Dat de Olympisch kampioenen vertelden dat ze uiteindelijk baat hadden bij hun tegenslag, betekent niet dat van álle sporters verwacht kan worden dat ze hier voordeel uit halen. Het geeft wel aan dat een zware tegenslag niet het einde hoeft te betekenen van een succesvolle sportcarrière [4]. Sommige sporters zijn hier beter in dan anderen: persoonlijkheidskenmerken zoals optimisme, veerkracht en mentale hardheid helpen hierbij [4].

Thuis trainen

Terwijl de overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus van kracht zijn, worden gezamenlijke trainingen afgelast en kunnen sporters niet meer op hun sportclub of trainingscentrum terecht. Dit maakt sportspecifiek trainen vaak onmogelijk. Sporters zijn dus aangewezen op thuis trainen. Zwemster Ranomi Kromowidjojo geeft tegen de NOS aan hoe lastig dit is: “We hebben al weken niet gezwommen. Het is een gekke situatie. Niet alleen voor sporters, maar voor iedereen natuurlijk. We proberen ons te focussen op wat we wel kunnen” [9].

Detraining

Wat gebeurt er nu in het lichaam als een sporter stopt met trainen en wat kan hij of zij doen om fit te blijven? Als een sporter een tijd lang helemaal niets zou doen, gaan alle factoren die normaal gezien verbeteren met training, juist achteruit. Dit proces heet ook wel detraining. Vooral het hart-longsysteem gaat achteruit. Na een maand stilzitten neemt de maximale zuurstofopname met 4 tot 14 procent af; na langere tijd kan deze tot 20 procent afnemen [6,7]. De achteruitgang in maximale zuurstofopname komt voornamelijk door een afname van de hoeveelheid bloed in het lichaam. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor duurprestaties. In welke mate prestaties achteruitgaan is sterk afhankelijk van het soort prestatie, maar in de literatuur zijn verslechteringen van 3 tot 25 procent na vier weken inactiviteit beschreven [6].

Spierkracht

Spierkracht gaat gelukkig minder snel achteruit. Maximale spierkracht bij oefeningen zoals een squat of een bench press hoeft na vier weken zelfs helemaal niet achteruit te gaan en vermindert na 8 tot 12 weken pas met 7 tot 12 procent [6,7]. Dit komt door een verlies van spiermassa en door slechtere aansturing van de spieren. Hoewel de maximale spierkracht redelijk op peil blijft, geldt dit helaas niet altijd voor het vermogen. Zo konden kajakkers na 5 weken detraining nog evenveel kilo’s bankdrukken als daarvóór, maar wisten ze deze kracht niet meer over te brengen op het water [2]. Het lijkt er dus op dat het sportspecifieke vermogen flink achteruit kan gaan, ondanks dat de maximale kracht redelijk op peil blijft [5].

Prioriteit

Gelukkig kunnen de meeste sporters thuis trainen en de detraining binnen de perken houden. Gezien de snelle achteruitgang van het hart-longsysteem is het verstandig om de tijdelijke thuistraining op dit systeem te richten. Krachttraining heeft minder prioriteit, omdat kracht minder snel achteruitgaat. Hoe meer een sporter sportspecifiek kan trainen, hoe beter. Dit houdt immers de sportspecifieke vaardigheden en het vermogen op peil.

Intensiteit

Net als in de fase van tapering voor een groot toernooi, geldt voor de periode van thuistraining dat sporters moeten proberen om hun conditie op peil te houden, terwijl ze misschien minder kunnen trainen dan voor de maatregelen ingingen. Net als bij tapering is het daarom aan te raden om de intensiteit van de trainingen hoog te houden, terwijl het volume en de frequentie van de trainingssessies kunnen worden teruggeschroefd [7]. Door thuis de conditie zo veel mogelijk op peil te houden, kunnen sporters snel weer aan de bak als de overheidsmaatregelen weer opgeheven worden – hoewel ze hun training dan ook weer geleidelijk zullen moeten opbouwen.

Referenties

[1] Fletcher D, Sarker M (2012). A grounded theory of psychological resilience in Olympic champions. Psychol. Sport Exerc. 13(5):669-678.
[2] García-Pallarés J, Sánchez-Medina L, Pérez CE, Izquierdo-Gabarren M, Izquierdo M (2010). Physiological effects of tapering and detraining in world-class kayakers. Med. Sci. Sports Exerc. 42(6):1209-1214.
[3] Howells K, Fletcher D (2016). Adversarial growth in Olympic swimmers: constructive reality or illusory self-deception? J. Sport Exerc. Psychol. 38(2):173-186.
[4] Howells K, Sarkar M, Fletcher D (2017). Can athletes benefit from difficulty? A systematic review of growth following adversity in competitive sport. Prog. Brain. Res. 234:117-159.
[5] McMaster DT, Gill N, Cronin J, McGuigan M (2013). The development, retention and decay rates of strength and power in elite rugby union, rugby league and American football: a systematic review. Sports Med. 43:367-384.
[6] Mujika I, Padilla S (2000). Detraining: loss of training-induced physiological and performance adaptations. Part I: short term insufficient training stimulus. Sports Med. 30(2):79-87.
[7] Mujika I, Padilla S (2000). Detraining: loss of training-induced physiological and performance adaptations. Part II: long term insufficient training stimulus. Sports Med. 30(3):145-154.
[8] NOS sport (2020, 24-03). Zonderland geeft Tokio 2021 een kans: ‘Intentie om door te gaan’. https://nos.nl/artikel/2328203-zonderland-geeft-tokio-2021-een-kans-intentie-om-door-te-gaan.html.
[9] NOS sport (2020, 29-03). Geen badmuts, maar wandelstokken voor zwemduo Kromowidjojo en Weertman. https://nos.nl/artikel/2328769-geen-badmuts-maar-wandelstokken-voor-zwemduo-kromowidjojo-en-weertman.html.
[10] Telesport (2020, 24-03). Mathieu van der Poel: ’Het is mentaal niet gemakkelijk’ https://www.telegraaf.nl/sport/1233469781/mathieu-van-der-poel-het-is-mentaal-niet-gemakkelijk.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.