Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sprintanalyse van Mark Cavendish

Artikel

Geplaatst op 31 oktober 2012

Geplaatst op 31 oktober 2012

Mark Cavendish won in de jaren 2008 - 2011 maar liefst 58 % van de sprints die hij tijdens de 3 grote wielerrondes reed. Tevens blijkt het voor een sprinter onmogelijk een sprintetappe te winnen als hij in de laatste kilometer niet bij de eerste 9 renners rijdt. Dat concluderen 3 Australische sportwetenschappers op basis van een videoanalyse.

De Britse sprinter Mark Cavendish was in de periode 2008 – 2011 de te kloppen sprinter in het peloton. Wanneer Cavendish zich in de Tour de France, de Giro d’Italia of de Vuelta a Espagna tijdens de laatste kilometer voorin meldde, was de kans groot dat hij de sprint won. Van de 52 sprints die hij reed,wist hij er namelijk maar liefst 30 te winnen. Maar wat zouden voor Cavendish, naast zijn fysieke capaciteit, nou de succesbepalende factoren geweest kunnen zijn om dit ongelofelijke aantal etappes te winnen? Wat is bijvoorbeeld de invloed geweest van de tactiek van de ploeg of zijn positie in het peloton? Menaspà heeft dit samen met 2 collega’s onderzocht op basis van openbaar beschikbare videobeelden en wedstrijduitslagen.

Cavendish reed in de 4 geanalyseerde seizoenen 9 grote rondes en sprintte 52 keer mee om de etappezege. Hij won 30 keer, verloor 15 keer, was in 6 etappes vroegtijdig gelost, en was 1 keer betrokken bij een valpartij. Tijdens de door hem gewonnen etappes reed Cavendish de laatste kilometer verder van voren dan tijdens de etappes die hij verloor. De tactiek van zijn ploeg was hierbij uitermate belangrijk. Als de tactiek naar behoren verliep, en Cavendish op ongeveer 15 seconden van de finish werd ‘afgezet’, won hij beduidend meer etappes dan wanneer hij in het wiel zat van een tegenstander. In de resultaten is ook een vergelijking gemaakt met 4 naaste concurrenten. Het blijkt dat deze concurrenten gemiddeld vaker in de top-20 finishten (89% vs. 77%), maar beduidend minder etappes wonnen (15% vs. > 60%).

Hoewel de resultaten aanvankelijk alleen lijken te bevestigen wat alle wielerfans al lang wisten, namelijk dat Cavendish een extreem goede sprinter is, gaat er toch meer inhoud achter de studie schuil. De methode die Menaspà heeft gebruikt om tot zijn resultaten te komen is namelijk relatief eenvoudig en praktisch goed toepasbaar. Juist door deze eenvoud is de gehanteerde methode wellicht ook voor commerciële wielerploegen interessant. Zo kunnen zij hun sprinters onder de loep nemen en analyseren waar hun sterke en minder sterke punten liggen. Want het mag duidelijk zijn dat iedere sprinter, naast een hoge sprintcapaciteit, zijn eigen sterke punten heeft. Toch kan inzicht in de succesbepalende factoren van een sprinter een belangrijke bijdrage leveren aan de tactiek van de ploeg. Tevens kan het informatie opleveren over het selecteren van de beste ‘knechten’ die de sprinter zo goed mogelijk kunnen afzetten bij een sprint. Mocht je als sprinter tijdens de laatste kilometer niet bij de eerste 9 renners rijden, lijkt het op basis van de studie van Menaspà in ieder geval zinloos mee te sprinten voor de etappezege.

Menaspà P, Abbiss CR, Martin DT (2012) Performance analysis of a world class sprinter during cycling grand tours. Int. J. Sports Physiol. Perform., In press
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.