Sluiten

Sportimpuls creëert structurele sportactiviteit

Artikel

Geplaatst op 18 april 2018

Het ZonMw-programma Sportimpuls zit in zijn laatste jaar. Een grote groep mensen die te weinig beweegt of sport, blijft inmiddels fysiek actief door wekelijks gebruik te maken van sport- en beweegactiviteiten van lokale aanbieders. Dat is precies wat de overheid voor ogen had toen zij dit programma in 2012 startte. Het opzetten van structurele activiteiten binnen dit programma voor kwetsbare groepen blijkt echter moeilijker te zijn. In Luttenberg en Gorinchem boeken ze wel succes. Hoe pakken zij dit aan? En welke factoren zorgen voor succes?

Succesfactoren

Linda Ooms, sportonderzoeker bij het Mulier Instituut deed in opdracht van ZonMw onderzoek naar de borging van de 339 projecten die in de eerste fase van Sportimpuls (2012-2013) zijn ontstaan. Succesfactoren om structurele activiteiten voor kwetsbare groepen op te zetten blijken: een breed draagvlak, een veilige omgeving, regelmaat door wekelijkse activiteiten, vraaggericht werken, een goede organisatie, samenwerken met andere partijen en financiële borging.

Draagvlak creëren in Luttenberg door samenwerking
Om te zorgen dat de activiteiten voldoende gesteund werden, besloten de sportverenigingen van het Overijsselse dorpje Luttenberg samen een inventarisatie te maken van de wensen van de bewoners. Het kegelspel ‘koersbal’ stond hoog op het lijstje van ouderen. Met de subsidie van Sportimpuls konden hiervoor de speciale mat en ballen gekocht worden.

En nu gaan elke dinsdagmiddag zo’n dertig ouderen naar het gemeenschapscentrum voor een partijtje koersbal. Ze betalen ieder twee euro, waarvoor ze twee uur kunnen koersballen en een kopje koffie krijgen. Herman Holtmaat, voorzitter van Stichting Sportbelangen Luttenberg is enthousiast: “Bewegen is goed voor het lichaam en dringt dementie terug. Bovendien gaat samen bewegen verveling en eenzaamheid tegen.” Momenteel komen er in Luttenberg 400 mensen die voorheen niet sportten, in beweging.

Naast een groot draagvlak en vraaggericht werken, waren er andere succesfactoren: de projectgroep bestaat uit dorpsbewoners met een netwerk of talent voor organiseren of financiën. En het zijn niet ambtenaren, maar dorpelingen, die de activiteiten ontwikkelen. De projectgroep werkt bovendien nauw samen met medische professionals.

Wekelijks diverse sportlessen in Gorinchem

Sportinstructrice Louise Fynes kreeg Sportimpulssubsidie voor haar pilot om vrouwen in drie Gorinchemse wijken, die zich vanwege hun geloof of cultuur niet bij een vereniging aansloten, te laten bewegen. Inmiddels biedt zij met Lady Sport vrouwen tussen de 18 en 84 jaar diverse groepslessen per week aan, tegen betaalbare prijzen. “We halen de vrouwen uit hun sociale isolement. Het is bij ons veilig en vertrouwd. We hebben geen mannen in dienst”, aldus Louise. Ook werkt zij nauw samen met gemeente, ziekenhuis, huisarts, fysiotherapeut en scholen.

Financiële borging

”Je moet al bij de start van een project aandacht hebben voor de financiële borging en nadenken over de toekomst”, zegt sportonderzoekster Linda Ooms. Zo gebruikten ze in Luttenberg de subsidie bewust niet voor salarissen, maar voor de aanschaf van materialen die jaren meegaan. In Gorinchem betaalden de vrouwen vanaf het begin maandelijks 17,50 euro voor deelname aan groepslessen. Louise legde contact met de sociale dienst, zodat vrouwen het geld eventueel vergoed konden krijgen. Linda besluit: “De belangrijkste succesfactoren zijn duurzame samenwerkingsverbanden, breed draagvlak en goede financiële borging.”

Onderzoek wijst uit: structureel sportaanbod gewaarborgd

In het eerder genoemde onderzoek naar de borging van de 339 Sportimpuls-projecten kregen de hoofdaanvragers een online enquête toegestuurd. De centrale vraag was of de aanvragers structureel aanbod hebben opgezet dat na de subsidie is blijven bestaan. Maar liefst 88 procent van de respondenten heeft zijn activiteiten na de projectperiode geheel of gedeeltelijk kunnen voortzetten. 28 procent van de ondervraagden antwoordde dat meer dan de helft van de deelnemers aan de activiteiten structureel is gaan sporten en bewegen. Bij een derde van de projecten ligt dit beweegpercentage tussen de 25 en 49 procent. Bij een kwart was het percentage minder dan 25 procent. Twaalf procent van de ondervraagden wist niet in hoeverre de activiteiten hebben geleid tot structurele sport- en beweegdeelname bij de deelnemers.

ZonMw wil ook onderzoek laten doen naar de borging van de projecten die tussen 2014 en 2017 zijn gehonoreerd.

Dit artikel is een bewerking van het artikel Sportimpulsen beklijven, uit Mediator 26 van november 2017. Lees daar de volledige versie van het artikel voor meer resultaten, achtergrond en ervaringen.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.