Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sportieve verleidingen

Praktijkvoorbeelden

Hoe krijg je je mensen aan het bewegen? En, als het dan gelukt is, hoe zorg je dat ze blijven sporten en op hun voeding letten? Dat valt nog niet altijd mee, weet bestuursvoorzitter Wiecher Hadderingh van Promens Care in Assen. Maar wat vaststaat: als de medewerkers niet enthousiast zijn, wordt het met de cliënten zéker niets. En de medewerkers staan niet altijd te juichen. Het toverwoord is verleiding.

Twintig jaar geleden was alles anders. Toen bewogen de cliënten meer en aten ze gezonder. “Ze gingen ook elke week op de weegschaal”, herinnert Hadderingh zich. Maar inzichten veranderen en de cliënten moesten meer verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen leven. De emancipatie van de cliënt, zogezegd. Nobel, maar het ging niet helemaal goed, concludeert Hadderingh nu, terugblikkend.

Cliënten gingen meer eten en minder bewegen. Ze kregen last van kwalen als overgewicht en diabetes. En geen medewerker zei er iets van wanneer een cliënt twee of drie keer zijn bord vol schepte. Eigen verantwoordelijkheid, tenslotte. “Achteraf kun je zeggen dat we toen zijn doorgeslagen. We hebben de cliënten te veel aan hun lot overgelaten. Die verantwoordelijkheid die we gaven, konden ze helemaal niet dragen.”

Om deze ontwikkeling terug te draaien, zet Promens Care met zijn leefstijlproject in eerste instantie in op de medewerkers. “Onze cliënten hebben als het ware een dubbele achterstand. Ten eerste vanwege hun beperking. Bovendien zijn ze ook nog eens afhankelijk. Ziet de medewerker het belang van bewegen niet in, dan wordt het niets.”

Het project heeft net als het grote overkoepelende programma de naam Zo kan het ook! gekregen. Als onderdeel van dit project krijgen medewerkers een cursus, die ze vervolgens weer overdragen op hun teamgenoten op de eigen locatie.

Manifestatie

De aftrap van het project was een sport- en vrijetijdsmanifestatie waarbij zo’n tweeduizend cliënten en medewerkers konden deelnemen aan een grote variëteit aan beweegactiviteiten. Blijven hameren op de noodzaak van bewegen is heel belangrijk. Aan het eind van de dag hebben de medewerkers er baat bij als de cliënten fit en gezond zijn. “Natuurlijk, er zullen altijd mensen blijven die je niet kunt bereiken. We kunnen niemand dwingen. We kunnen wel erg ons best doen.”

Promens Care. Locatie Valkenhof in Assen.

Hoe? Door bijvoorbeeld een vaste beweegactiviteit op te nemen in het dagprogramma. Zo maak je er iets structureels van en wordt het een gewoonte, iets wat erbij hoort, net als tandenpoetsen. Voor de cliënt een vast onderdeel van het dagprogramma en voor de medewerkers iets wat bij het werk hoort. En een beweegactiviteit hoeft, bij wijze van spreken, niet meteen een halve marathon te zijn. “Als je iemand die in een rolstoel zit eruit haalt en een paar keer omhoog tilt, spant hij vanzelf al zijn spieren aan. Dat is ook beweging, en voor iemand die erg beperkt is, kan het genoeg zijn.”

Voor zowel medewerkers als cliënten is het belangrijk dat alles zo leuk mogelijk wordt gemaakt. Leg de nadruk eens niet op bewegen, maar op een activiteit, waar beweging als het ware een bijeffect is. Neem het geocaching. Cliënten gaan met een medewerker op zoek naar een schat. Het is leuk, het is spannend, er is een beloning aan het einde. Zonder het heel bewust door te hebben is zowel cliënt als medewerker in beweging, want er moet altijd gewandeld of gefietst worden. Per ongeluk je halfuurtje beweging per dag halen, zeg maar.

Een ander succes: e-fitness in de sportzaal. “We hebben een computer aangeschaft waarop mensen virtueel kunnen sporten, zoals badmintonnen”, legt Hadderingh uit terwijl hij een opslaande beweging maakt. “Dat is heel leuk, want de deelnemers kunnen zo ook tegen elkaar spelen. Een competitief element maakt alles spannender en dus leuker.” En het werkt. De activiteiten worden populairder, zo merkt de bestuurder. “Steeds meer mensen melden zich aan voor bijvoorbeeld de wandeltochten of de zwemactiviteiten.”

Naast de ‘losse’ activiteiten worden er speciale evenementen georganiseerd. Een wandeltocht bijvoorbeeld, samen met de Friese organisatie Talant. Een Prokkeldag, waarop een fietsroute wordt afgelegd langs alle voorzieningen. De wekelijkse trainingen voor de Kwartiermakerscup, een landelijk voetbaltoernooi voor mensen met langdurige psychische problemen.

“Het leuke van dit soort evenementen is dat de deelnemers echt worden aangemoedigd. Er is een concreet doel te behalen en er is een prijs te winnen of een medaille te verdienen. Je merkt dat ze er veel lol in hebben.”

Burgerschap

Portretten van sporters bijPromens Care.

Een belangrijk speerpunt van Promens Care is burgerschap. “Onze cliënten zijn burgers, net als andere burgers. We vinden het daarom belangrijk aansluiting te zoeken binnen de samenleving.” Kortom: fitness in lokale sportscholen, zwemmen in het reguliere zwembad. Waar mogelijk, natuurlijk. “Sommige cliënten kunnen integraal meedoen in een ‘gewone’ sportvereniging, maar ze moeten er wel komen. De drempel om zich aan te melden bij een reguliere sportvereniging is vaak erg hoog. Bij de verstandelijk beperkten, maar ook bij psychiatrische patiënten. Het stigma is groot.”

“De verstandelijk beperkten zijn vaak gemakkelijker te motiveren tot bewegen dan de psychiatrisch beperkte cliënten. Daar staat dan tegenover dat zij ook weer sneller het bijltje erbij neergooien als ze geen zin meer hebben. Cliënten met een psychiatrische aandoening zijn in eerste instantie moeilijker over te halen. Hebben zij de smaak eenmaal te pakken, dan gaan ze wel door. Wat verder opvalt is dat de mensen met een psychiatrische aandoening niet graag in groepen of bij sportverenigingen sporten. Zij kiezen liever voor een individuele sport.”

Snackbar

Omdat bewegen alleen niet helpt, is er ook aandacht voor gezond eten. Bij cliënten die intern wonen is dat gemakkelijker dan bij de ambulante cliënten, vertelt Hadderingh. “Bij die eerste groep hebben we zicht op wat ze eten en hoeven we alleen maar de hoeveelheid te beperken. Bij de laatste groep kunnen we voorlichting geven en hopen dat ze onze adviezen meenemen. Je weet niet wat er achter die voordeur gebeurt als we weg zijn. Zeker mensen die niet veel te besteden hebben, en dat is zeker het geval bij onze doelgroep, stappen sneller naar de snackbar dan dat ze gezond gaan koken.”

Iedereen moet mee, de hele organisatie. Voorbeeldgedrag is van onschatbare waarde, zegt Hadderingh, en niet alleen wat de medewerkers betreft. Ook sportieve cliënten kunnen als voorbeeld dienen voor anderen. Neem Erik Speller, de eerste G-atleet die een marathon heeft uitgelopen. Hij deed in april 2012 mee aan de Jaarbeurs Utrecht Marathon. Ze mogen dan misschien niet zelf met een cliënt staan te badmintonnen, de rol van de bestuurders van de organisatie is essentieel. “De dragers moeten enthousiast zijn en er ruimte en geld voor willen vrijmaken.”

Dat is in Assen absoluut het geval, sterker nog: leefstijl is een belangrijk onderdeel van het nieuwe strategisch plan. Bij het aannemen van nieuwe medewerkers is het onderwerp zelfs een vast gespreksonderdeel geworden. En er komt leefstijlgeld vrij per cliënt en bovendien wordt de leefstijl opgenomen in het zorgplan van elke cliënt. Dat wordt jaarlijks geëvalueerd. Zo kan de aandacht niet verslappen. Bewegen, gezond eten, aandacht voor welzijn en welbevinden in het algemeen, het moet onderdeel van de cultuur worden. “Dat begint bij de medewerkers. Als het bij hen vanzelf gaat, zal het ook voor de cliënten iets vanzelfsprekends worden. Net als vroeger eigenlijk. Maar we moeten het opnieuw uitvinden. Een gezonde leefstijl moet in de vezels gaan zitten.”

Dit artikel komt uit het Magazine Zorg in Beweging. Zorg in Beweging is een uitgave van Gehandicaptensport Nederland in het kader van het programma Zo kan het ook! Tekst: Karin Sitalsing.

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.