Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sporteconomie en vrijwilligers

Feiten & cijfers

Welk percentage van de Nederlanders is actief als vrijwilliger in de sport? Spannen meer mannen zich in voor verenigingen en bonden, of juist meer vrouwen? Bestaat er een verschil tussen de generaties? En welk aandeel levert sport aan de werkgelegenheid en de Nederlandse economie? Cijfers over deze onderwerpen vind je hier.

Ruim een op de tien maandelijks actief als vrijwilliger in de sport

In 2014 was 12% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport. Mannen zijn twee keer zo vaak actief als vrijwilliger in de sport dan vrouwen. Mensen jonger dan 65 jaar zijn iets vaker maandelijks actief als vrijwilliger dan mensen van 65 jaar en ouder. Het percentage 55-64 jarigen dat actief is als vrijwilliger in de sport is in 2014 (13%) iets hoger dan in 2012 (8%).
Bron: SCP/CBS, VTO 2014

 

Hoogopgeleiden vaker maandelijks actief als vrijwillig in de sport

In 2014 was in Nederland het aandeel hoogopgeleiden dat maandelijks of vaker actief is als vrijwilliger in de sport twee keer zo groot als het aandeel laagopgeleiden.
Bron: SCP/CBS, 2014

 

Mensen met chronische aandoening iets minder vaak actief als vrijwilliger

In 2014 leken in Nederland mensen zonder een chronische aandoening of een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) of mensen met alleen een lichamelijke beperkingen iets vaker maandelijks actief te zijn als vrijwilliger in de sport dan mensen met een chronische aandoeningen (wel of niet in combinatie met een lichamelijke beperking).
Bron: SCP/CBS, 2014

 

1,3 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland betreft sport

In 2012 werkten 130.000 mensen (1,4% van het totaal aantal werkzame personen) in omgerekend 90.000 voltijdbanen in de sporteconomie. Dit kwam neer op 1,3% van het totaal aantal voltijdbanen in Nederland in dat jaar.

Aantal mensen dat werkzaam is in de sporteconomie neemt af

Het aantal mensen dat werkzaam is in de sporteconomie is afgenomen tussen 2006 en 2012. Uitgedrukt in voltijdbanen werkten er in 2006 100.000 fte’s in de sporteconomie of wel 1,4% van de totale werkgelegenheid in Nederland. In 2012 waren dit 90.000 fte’s (1,3% van de totale economie). De werkgelegenheid in de sporteconomie heeft zich dus minder gunstig ontwikkeld dan de totale werkgelegenheid. De afname van de de werkgelegenheid in de sporteconomie voltrok zich vooral tussen 2010 en 2012.
Bron: CBS, de Nederlandse sporteconomie 2006 – 2012

Aandeel sporteconomie in totale economie stabiel

Tussen 2006 en 2012 nam het sportgerelateerde bruto binnenlands product (bbp) toe van 5,7 miljard euro tot 6,6 miljard euro. In 2006 bedroeg het aandeel van de sporteconomie in de totale economie 1,0%. In 2010 was dit aandeel afgerond 1,1%. In 2012 was dit weer 1,0%. Tussen 2010 en 2012 bleef de sporteconomie dus achter bij de ontwikkeling van de totale economie.
Bron: CBS, de Nederlandse sporteconomie 2006 – 2012

Lees meer

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.