Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sporteconomie en vrijwilligers

Feiten & cijfers

Geplaatst op 27 december 2015

Welk percentage van de Nederlanders is actief als vrijwilliger in de sport? Spannen meer mannen zich in voor verenigingen en bonden, of juist meer vrouwen? Bestaat er een verschil tussen de generaties? En welk aandeel levert sport aan de werkgelegenheid en de Nederlandse economie? Cijfers over deze onderwerpen vind je hier.

Een op de tien maandelijks actief als vrijwilliger in de sport

In 2016 was 10% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport. Mannen zijn vaker actief als vrijwilliger in de sport dan vrouwen. De 35-54 jarigen (14%), 12-19 jarigen en 65-79 jarigen (beide 10%) het meest maandelijks of vaker actief als vrijwilliger in de sport. Het aandeel hoogopgeleiden dat maandelijks actief is als vrijwilliger in de sport (12%) is twee keer zo groot als het aandeel laagopgeleiden (6%). Mensen met een fysieke beperking (11%) zijn even vaak actief als vrijwilliger in de sport als mensen zonder aandoening of fysieke beperking (10%). Mensen met een chronisch aandoening zijn minder vaak actief (8%). Al deze cijfers geven een vergelijkbaar beeld als in 20142 en 2014. 

1,3 procent van de totale werkgelegenheid in Nederland betreft sport

In 2012 werkten 130.000 mensen (1,4% van het totaal aantal werkzame personen) in omgerekend 90.000 voltijdbanen in de sporteconomie. Dit kwam neer op 1,3% van het totaal aantal voltijdbanen in Nederland in dat jaar.

Aantal mensen dat werkzaam is in de sporteconomie neemt af

Het aantal mensen dat werkzaam is in de sporteconomie is afgenomen tussen 2006 en 2012. Uitgedrukt in voltijdbanen werkten er in 2006 100.000 fte’s in de sporteconomie of wel 1,4% van de totale werkgelegenheid in Nederland. In 2012 waren dit 90.000 fte’s (1,3% van de totale economie). De werkgelegenheid in de sporteconomie heeft zich dus minder gunstig ontwikkeld dan de totale werkgelegenheid. De afname van de de werkgelegenheid in de sporteconomie voltrok zich vooral tussen 2010 en 2012.

 

Aandeel sporteconomie in totale economie stabiel

Tussen 2006 en 2012 nam het sportgerelateerde bruto binnenlands product (bbp) toe van 5,7 miljard euro tot 6,6 miljard euro. Ondanks deze toename blijft het bbp schommelen rond de 1%. Tussen 2010 en 2012 bleef de sporteconomie enigszins achter bij de ontwikkeling van de totale economie.

 

Lees meer

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.