Sportclubs als instrument voor maatschappelijke uitdaging | Alles over sport

Sportclubs als instrument voor maatschappelijke uitdaging

Artikel

geplaatst op: 18 oktober 2016

Hoe zetten lokale overheden sportverenigingen in voor de uitvoering van hun beleid en hoe gaan de clubs daar mee om? Die vragen stonden centraal in het onderzoek van Maikel Waardenburg, die in 2016 promoveerde aan de Universiteit Utrecht. In dit artikel het belang van zijn onderzoek en praktische tips en adviezen voor beleidsorganisaties, een maatschappelijke uitdaging.

Karola Mulder, verenigingsmanager van Atletiekvereniging Phoenix, vertelt uit eigen ervaring wat het betekent als een gemeente een grote maatschappelijke opdracht neerlegt bij een sportvereniging.

Sportclubs als instrument van de overheid

maikel-waardenburgHet onderwerp van het promotieonderzoek van Waardenburg past in een ontwikkeling naar een ‘participatiesamenleving’ of ‘doe-democratie’, waarin de overheid steeds meer verantwoordelijkheid bij burgers neerlegt. Ook van sportverenigingen wordt steeds meer verwacht; zij zouden een maatschappelijke rol op zich moeten nemen. Waardenburgs proefschrift ‘Dubbelspel: over instrumentalisering van de sportvereniging’, beschrijft deze ontwikkeling en gaat in op hoe sportverenigingen omgaan met deze druk.

Wat betekent ‘instrumentalisering’ precies? “Dat is het inzetten van organisaties voor doelen die verder af liggen van de organisatie dan de oorspronkelijke verenigingsdoelstellingen”, legt Waardenburg uit. “In mijn proefschrift gaat het over het gebruiken van een sportvereniging als instrument voor andere doelstellingen. Ik heb het dan over de sociaal-maatschappelijke instrumentalisering van sportverenigingen.”

Het onderzoek

Waardenburg deed naast een uitgebreide literatuurstudie onder meer onderzoek naar instrumentalisering bij 2 Utrechtse sportverenigingen. Ook analyseerde hij de manier waarop de 20 grootste gemeenten in Nederland in hun sportnota’s schrijven over de instrumentele rol van sportverenigingen. Daarbij viel hem op dat die veelvuldig worden aangesproken op hun maatschappelijke functie (sociale integratie, bestrijden van overgewicht, etc.), maar dat het niet altijd duidelijk is in welke rol zij worden aangesproken.

4 rollen sportverenigingen

Waardenburg onderscheidt 4 rollen voor de sportverenigingen in hun functie als maatschappelijk partner.

1. Sportvereniging als accommodatiebeheerder

Gemeenten vinden het belangrijk dat er accommodaties zijn in de directe omgeving van bewoners, waar sport wordt afgestemd op de lokale wensen en behoeften. Zo wordt het gewaardeerd als verenigingen hun accommodaties openstellen voor individuele sporters, of voor de buitenschoolse opvang van kinderen. Ook dichten gemeenten de sportverenigingen een belangrijke wijkfunctie toe. Denk aan de sportvereniging als ontmoetingsplek, zoals het ‘Buurthuis van de toekomst’ in Den Haag.

2. Sportvereniging als opleidingsinstituut

De sportverenigingen als opleidingsinstituten krijgen in gemeentelijke nota’s vooral betekenis vanuit de aandacht voor talentontwikkeling. De gemeenten leggen hierbij een relatie tussen topsport en breedtesport, vanuit de gedachte dat een brede basis leidt tot prestaties aan de top, die weer leiden tot meer deelname aan de basis. Enkele gemeenten benoemen de maatschappelijke stages voor jongeren om professionele vaardigheden te ontwikkelen bij de verenigingen. Ook zien enkele gemeenten de sportverenigingen als de plaats waar hun leden zich ontwikkelen tot actieve burgers en waar zij hun democratische vaardigheden oefenen.

3. Sportvereniging als sportaanbieder

Sportverenigingen worden door de gemeenten het meest aangesproken in hun rol van sportaanbieder. Zij beschouwen sportactiviteiten als diensten die van waarde zijn voor de samenleving. Sportverenigingen vervullen een belangrijke functie in het bevorderen van de leefbaarheid, bijvoorbeeld door het organiseren van sport en spel op pleintjes en veldjes in de wijk. Ook spreken gemeenten verenigingen als sportaanbieders aan op hun integratiefunctie, door verenigingen te stimuleren om meer aanbod te ontwikkelen dat afgestemd is op de wensen en behoeften van specifieke doelgroepen.

4. Sportvereniging als projectuitvoerder

Gemeenten schrijven in hun sportnota’s herhaaldelijk over de sportverenigingen als uitvoerders van publieke projecten, juist omdat zij over een sportaccommodatie beschikken, een sportaanbod verzorgen of acteren als opleidingsinstituut. Gemeenten zien sportverenigingen als belangrijke partners in de uitvoering van gemeentelijke programma’s, projecten en activiteiten. Een voorbeeld is de betrokkenheid van atletiekvereniging Phoenix bij de organisatie van evenementen tijdens het Europees Jeugd Olympisch Festival (EYOF) 2013, in Utrecht. Dit voorbeeld wordt hieronder toegelicht.

Wanneer verenigingen worden aangesproken op hun rol, zou dat verenigingen wellicht kunnen helpen bij de uitvoering van hun maatschappelijke functie. Voor de duidelijkheid: het verschil tussen een functie en een rol is dat iets of iemand een functie heeft en een rol vervult.

De praktijk bij AV Phoenix

karola-mulderKarola Mulder is verenigingsmanager bij de AV Phoenix in Utrecht en was in die hoedanigheid betrokken bij de organisatie van EYOF 2013. AV Phoenix is een vereniging met ongeveer 650 actieve leden, waar zowel wedstrijdatleten als recreatieve sporters zich thuis voelen. De vereniging staat bekend als een vereniging die zich ook breed maatschappelijk inzet: ze heeft aandacht voor de omgeving en organiseert veel drempelverlagende activiteiten voor uiteenlopende doelgroepen in de wijken.

Toen de gemeente Utrecht AV Phoenix vroeg om mee te werken hoefde de club niet lang na te denken. Samen met de Atletiekunie en twee andere atletiekverenigingen in Utrecht pakten ze de handschoen op. Mulder: “Dit voelde voor ons als een natuurlijke vraag; we vonden het logisch dat we erbij betrokken werden. In dit project organiseerden wij activiteiten met een Olympisch tintje voor kinderen in de wijken. Daarnaast deden we nog wat promotie voor EYOF en voor onze club.”

Hoe anders verliep het proces toen AV Phoenix besloot een sportimpuls-subsidie aan te vragen in het kader van het programma Kinderen sportief op gewicht (KSG). “We begonnen met een werkgroepje van enthousiaste mensen, maar gaandeweg haakten er steeds meer mensen af. Uiteindelijk hebben we besloten geen aanvraag in te dienen”, vertelt Mulder. Als reden geeft zij aan dat het project te ingewikkeld was en te ver af lag van de core business van de club. “Wij zijn goed in sport aanbieden en we kunnen allerlei activiteiten verzinnen om mensen in beweging te krijgen. Maar als de zorg de overhand krijgt, wordt het lastig”, aldus Mulder.

Grenzen aan instrumentalisering

Mulder toont met dit voorbeeld aan dat er grenzen zijn aan de instrumentalisering van sportverenigingen. Waardenburg spreekt in zijn proefschrift in dit verband over ‘spanning tussen een publieke logica en een communitylogica’ en gebruikt de termen ‘sport-plus’ en ‘plus-sport’ om dit te verduidelijken, termen van sportsocioloog Fred Coalter. Plus-sport is vooral gericht op de maatschappelijke doelstellingen, terwijl bij sport-plus de sportactiviteiten centraal staan en het maatschappelijk effect de spin-off is van die activiteiten.

AtltiekbaanIn het voorbeeld van AV Phoenix is plus-sport verbonden aan een publieke logica en is sport-plus verbonden aan een communitylogica. De Sportimpuls KSG vraagt van sportverenigingen om als hoofdaanvrager van een interventie, zorgactiviteiten uit te voeren en een publiek-private zorginterventie te managen. Dat bleek te ver af te staan van de oorsprong en communitylogica van de atletiekvereniging. Mulder: “Ik zat als procesmanager de ouderparticipatie op scholen te regelen en gesprekken te voeren met diëtisten en psychologen… Toen realiseerde de werkgroep zich dat we terug moesten naar dat waar we goed in zijn.”

Gemeenten moeten partnerschap aangaan

Waardenburg vindt dat complexere projecten vragen om netwerken, waarin gemeenten een rol spelen. In plaats van op te treden als opdrachtgever, zouden gemeenten partnerschappen kunnen aangaan gedurende het hele proces. In de partnerschappen worden de participerende organisaties, waaronder sportverenigingen, aangesproken op een specifieke rol, een rol die bij de vereniging past. Voor verenigingen is het niet altijd duidelijk in welke van de vier rollen ze worden aangesproken. Het zou ze kunnen helpen bij het uitvoeren van hun maatschappelijke functie, als gemeenten in hun beleid onderscheid maken in de verschillende rollen en daar helder over zijn in hun communicatie met sportverenigingen.

Wat zijn die motieven van sportverenigingen om maatschappelijk actief te zijn? Mulder geeft een voorbeeld: “De kinderen binnen de club zijn vaak sportieve kinderen, maar wij zien ook andere kinderen in de wijk, die om verschillende redenen geen lid zijn. Wij gunnen deze kinderen ook een plezierige sportervaring. Wij vinden deze groepen ook interessant en belangrijk en we zijn bereid om tijd te steken in doelgroepen die het hard nodig hebben.”

Voordelen voor verenigingen

Naast de motivatie van de sportvereniging om een maatschappelijke rol te spelen, levert het de vereniging ook voordelen op. Mulder noemt de volgende:

Een goede relatie met de gemeente

Wanneer zich andere interessante ontwikkelingen of subsidiemogelijkheden voordoen, is de gemeente eerder geneigd zich tot de vereniging te richten, op grond van de ervaring.

Een goede relatie met partners in de wijk en in de stad

De vereniging wordt als serieuze partner gezien, waardoor zij ook gevraagd wordt om mee te doen in projecten van anderen. Aan de andere kant kan de vereniging ook rekenen op medewerking van partners voor eigen projecten en activiteiten.

Een goede relatie met de leden en vrijwilligers van de club

Leden vinden het wellicht ook leuker om lid te zijn van een maatschappelijk actieve vereniging en dragen daardoor sneller zelf ook een steentje bij.

Een goede relatie met de wijk en de stad

De positieve uitstraling van de club kan nieuwe leden aantrekken en bijdragen aan de toekomstbestendigheid van de vereniging.

Dit laatste punt relativeert Mulder meteen: “De resultaten vallen vaak tegen. Maatschappelijke projecten hebben ons nauwelijks direct extra leden opgeleverd. De effecten van het positieve imago dat we ermee creëren zijn wellicht hoger en dat levert dan misschien indirect wel meer leden op. Maar dat is moeilijk te meten.”

Volgens Waardenburg toont dit aan dat sportverenigingen bereid zijn om een maatschappelijke rol op te pakken wanneer zij daarmee ook hun eigen ambities kunnen realiseren. Het is een tweezijdig proces. Gemeenten doen er daarom verstandig aan om meer rekening te houden met de motieven van sportverenigingen, wanneer ze een complexe maatschappelijke vraag bij verenigingen neerleggen.

Tips en adviezen voor beleidsorganisaties

Tot slot beantwoordt Waardenburg de vraag wat we kunnen leren uit het onderzoek? Waardenburg maakt een heldere vertaalslag van zijn wetenschappelijk onderzoek naar de dagelijkse praktijk. Er ligt een maatschappelijke uitdaging. Hieronder een aantal praktische adviezen.

  • Erken het verschil in doelen tussen publieke instanties en sportaanbieders.
  • Vertaal publieke doelen naar ambities van sportaanbieders. Wanneer individuele sportaanbieders betrokken raken bij publieke beleidsprojecten, probeer als gemeente dan vast te stellen welke ambities de aanbieder heeft (bv. ledengroei, of promotie naar hoogste klasse) en bepaal gezamenlijk hoe het maatschappelijke project ook legitiem ingezet kan worden ten behoeve van die ambities.
  • Benoem als gemeente helder in welke rol en op welke functie je sportaanbieders aanspreekt. Maak duidelijk, bijvoorbeeld in een programma gericht op gezondheidsbevordering, of je clubs vooral vanuit hun rol als sportaanbieder of als beheerder van een accommodatie wilt betrekken in het programma.
  • Regie betekent ook ondersteunen. Laat sportaanbieders niet aan hun lot over wanneer zij een voor hen nieuwe rol invulling proberen te geven. Zet als gemeente of ondersteuningsorganisatie de expertise en het netwerk in zodat de betreffende sportaanbieder daadwerkelijk die rol kan realiseren en blijf betrokken in het proces om die rol te borgen. Zodoende kan voor beide partijen een win-win situatie ontstaan.
  • Realiseer dat niet enkel maatschappelijke actieve clubs (Open Clubs, Vitaal+) een bijdrage kunnen leveren aan lokale vraagstukken. Juist een club die als minder ‘vitaal’ wordt beschouwd zou vanwege geografische ligging of ledenbestand wel eens beter in staat kunnen zijn een specifieke doelgroep duurzaam te bereiken. Dat vergt mogelijk wel een andere dan de regierol van de gemeente. Op den duur leidt dit tot een grotere diversiteit aan ‘open’ sportaanbieders die allen op hun eigen wijze een bijdrage leveren aan een veerkrachtige samenleving.

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van: Maikel Waardenburg en Karola Mulder. 

Aanvullende informatie

Auteurs:

Willie Westerhof
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook