Sluiten

Sportclub en revalidatiecentrum bundelen krachten

Interview

Geplaatst op 28 september 2018

Passend én leuk sportaanbod vinden voor kinderen met een lichamelijke uitdaging of beperking is niet altijd eenvoudig. Trampolinepark Bounz® startte een pilot in Amsterdam-West, voor kinderen met een beperking en kinderen met overgewicht.

Trampolinespringen voor kinderen met een beperking

De pilot Bounz Unlimited in Amsterdam-West bestaat uit vijf lessen voor kinderen en jongeren, waarbij sport en spel samenkomen op de trampolines. De doelgroep zijn kinderen en jongeren tussen de 5 en 13 jaar oud, met een lichamelijke functiebeperking maar die wel zelfstandig kunnen lopen. De uitdagingen waar de kinderen mee kampen zijn heel breed. Variërend van Cerebrale Parese, Developmental Coördination Disorder, obesitas, astma, of diabetes.

Betrokken samenleving

Maatschappelijke betrokkenheid staat nadrukkelijk in de kernwaarden van Bounz, of zoals ze zelf beschrijven: “al springend bruggen bouwen tussen mensen en iedereen de kans geven zich te ontwikkelen”. Vanuit die visie werden ze al in 2011 geselecteerd als ‘Proeftuin Nieuwe Sportmogelijkheden’ door NOC*NSF.

Tanja van Hassel, vestigingsmanager en projectleider van het trampolinepark en begeleider van de pilot vertelt: “Ook kinderen met een lichamelijke beperking moeten de kans krijgen om te bewegen. In onze buurt is echter niet veel aanbod voor hen, dus besloten we het zelf op te pakken.”

Contact met gemeente en zorginstelling

Hiervoor zocht Tanja contact met de gemeente Amsterdam die haar onder meer attendeerde op Reade, het revalidatie- en reumatologiecentrum. “Kinderen van Reade die moeite hebben met lopen, bleken heel goed te kunnen springen op de trampolines. Dat overtrof onze verwachtingen”. Beide partijen bundelden hun kennis en krachten en zo ontstond er een reeks leuke lessen waarin kinderen met motorische achterstand hun spierkracht, conditie en lenigheid verbeteren en leuke sportspellen met elkaar op de trampolines doen.

“Het gaat niet om presteren, maar om positief te benadrukken wat wel lukt en kan”, voegt Tanja toe.“We hopen dat ze hier profijt van hebben in hun dagelijks leven en dat ze meer zelfvertrouwen krijgen.”

Werven en subsidies

Het werven van kinderen met een lichamelijke beperking bleek moeilijker dan gedacht. Bounz benaderde het Ouder- en Kindteam van de gemeente, Fit4kids, fysiopraktijken, huisartsen en lokale kranten. Ook plaatsten ze banners op websites voor mensen met een beperking zoals Jekuntmeer.nl en UniekSporten.nl. “Iedereen reageert heel enthousiast, maar het leverde ons nog niet veel deelnemers op. Maar begin juni zijn we gestart met een bredere doelgroep: bestaande uit 7 kinderen met een lichamelijke beperking of overgewicht. De jongste is 6 en de oudste is 13.”

Tanja vertelt dat de kosten soms een drempel kunnen zijn voor ouders. Voor een eerste kennismaking is het fijn als de kosten laag zijn of zelfs gesubsidieerd worden: “Grenzeloos actief subsidieert deze eerste reeks: elk kind betaalt € 10 voor 5 lessen. Het is mogelijk om een jaarabonnement via Jeugdfonds sport af te sluiten om lessen te volgen.”

Betrek mensen met ervaring

Tanja benadrukt het belang van kennis over de doelgroep. “Het is belangrijk dat je les goed in elkaar zit. Ik heb veel ervaring met het geven van verschillende sportlessen en kan putten uit mijn eigen ervaring met kinderen met een ‘rugzakje’ (leerlinggebonden financiering). Maar ik heb ook veel gehad aan de tips met de ervaringsdeskundigen van Reade, die elke dag werken met kinderen met een motorische achterstand.”

“We beginnen de les met een warming up, stretch-sprongen gevolgd door oefeningen en spelletjes. Oefeningen op de eigen trampoline, zoals naar links en rechts springen, zijn tijdgebonden en doen we 30 seconden, maximaal een minuut. Spelletjes, zoals estafette, kennen geen tijdslimiet.”

Een goede docent heeft geduld en affiniteit met de doelgroep: “Je moet wel met kinderen kunnen omgaan en kunnen switchen tussen het geven van individuele aandacht en groepsaandacht.” Een goede docent heeft ook pedagogische kennis: “Kennismaken met de kinderen, verwachtingen bijstellen, groepsvorming, rustmomenten creëren, niemand uitsluiten. Sommige kinderen hebben extra aandacht nodig. Ik differentieer de oefenstof. De kinderen moeten de oefening aankunnen, maar wel uitgedaagd worden, daarom heb ik van sommige oefeningen drie versies, zodat elk kind het op zijn eigen niveau kan doen.”

Contact met de ouders

Tanja benadrukt ook het belang van een goede vertrouwensband met de ouders. “Ik heb voordat de lessen begonnen telefonisch contact gehad met de ouders over eventuele bijzonderheden. Ik maak regelmatig een praatje met ze en na de laatste les volgt een evaluatie. Een paar maanden na de laatste les, neem ik nogmaals telefonisch contact met de ouders op om te vragen hoe het met hun kind gaat en of de lessenreeks zijn vruchten heeft afgeworpen. Het zou ook mooi zijn als we er een vervolgtraject aan kunnen verbinden en de kinderen een nieuwe uitdaging kunnen aanbieden.”

Ouders vinden het belangrijk dat hun kind er met plezier naar toe gaat en dat het bijdraagt aan de motorische ontwikkeling. De moeder van een 8-jarige jongen met CP bemerkt een verschil met de eerste en laatste les: ”Tijdens de eerste les had hij nauwelijks evenwicht, maar nu heeft hij door hoe het werkt. Hij doet er alles aan om niet te vallen, maar hij ervaart hier dat het veilig is en dat het geen drama is als hij valt. Zijn zelfvertrouwen is gegroeid. Hij durft meer risico te nemen en doet ook mee aan moeilijkere oefeningen.” Wat volgens zijn ouders ook goed werkt, is dat de groep kinderen divers is, met en zonder beperking, met motorische achterstand en met overgewicht. “Hij neemt een voorbeeld aan de andere kinderen”, besluit zijn moeder.

Een moeder van drie kinderen waarvan de oudste (13 jaar) en jongste (7 jaar) overgewicht hebben en de middelste (8 jaar) DCD heeft, vertelt dat haar kinderen erg enthousiast zijn om te gaan springen, terwijl ze normaal gesproken niet zo te porren zijn om te gaan sporten. Ze zegt: “Trainers houden rekening met de kinderen en geven complimenten en belonen. Dat geeft mijn kinderen zelfvertrouwen.”

Een moeder van een 10-jarige dochter en 8-jarige zoon, beaamt dat en voegt toe: “Ze gebruiken spieren die ze nooit hebben gebruikt en ze doen oefeningen die ze op de grond niet kunnen, maar op de trampoline wel.”

Leermomenten en tips

De laatste les is onlangs pas afgerond, maar Tanja ziet al een paar leermomenten: “Bij de volgende reeks lessen wil ik voordat de reeks begint de kinderen al een keer persoonlijk gezien hebben, zodat ze mij leren kennen en ik hen. En dan kunnen we er even lekker op los springen, voordat we in de eerste les ook serieus aan de slag gaan.”

Gedurende de eerste vijf lessen kwam Tanja er al achter dat het goed is om meer rustmomenten gedurende de les in te bouwen. Dat geeft minder chaos en creëert ruimte om rustig en duidelijk een volgende oefening of spel uit te leggen.

Gemeenten of sportaanbieders die ook plannen hebben om een soortgelijk aanbod te bieden, geeft Tanja de tip om contact te zoeken met elkaar en met andere belanghebbenden partijen. “Het werven van kinderen is lastig, kijk daarom wat je samen kunt bereiken en deel je kennis met elkaar, zoals wij met Reade. De eerste pilot is succesvol afgerond. Niet alleen wij, maar belangrijker nog ouders en kinderen zijn enthousiast. De werving zal makkelijker gaan, omdat we nu echt een activiteit hebben neergezet en gebruik kunnen maken van mond-tot-mondreclame. We kunnen een product laten zien, dat meehelpt aan het vergroten van hun spierkracht, conditie en zelfvertrouwen!”

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.