Sluiten

Sportakkoord Boekel is product van verenigingen zelf

Artikel

Publicatiedatum 4 augustus 2020

De gemeente Boekel is een Noord-Brabantse gemeente waar iedereen elkaar kent. Boekel heeft het lokale sportakkoord samen met veel verschillende verenigingen en andere partijen vormgegeven. Het sport- en beweegakkoord is feitelijk de basis voor het gemeentelijk sport- en beweegbeleid.

Geen expliciet sportbeleid

Bert Jongsma is bestuurslid van de Stichting Binnensport Boekel (SBB) en al jaren vrijwillig verbinder van sportinitiatieven binnen zijn gemeente. De gemeente Boekel is klein, met slechts 10.000 inwoners, en heeft daarom geen expliciet ontwikkeld sportbeleid. Samen met de wethouder was SBB betrokken bij het maken van een notitie over samenwerking in de sport. Daarvoor ging Jongsma langs alle sportverenigingen.

Vragen breed ophalen

“Ik wilde met hen in gesprek over hoe we zoveel mogelijk mensen in onze gemeente kunnen laten sporten. Welke gemeenschappelijke vragen hebben de verenigingen? En hoe kunnen we die samen met de gemeente beantwoorden? Tijdens de totstandkoming van het sport- en beweegakkoord zijn we de vragen echt breed gaan ophalen. Niet alleen bij de binnen- en buitensportverenigingen, maar ook bij de GGD, de ouderenbond, de scouting, fysiotherapie, Dorpsteam, WMO & Zorg en de basisscholen. Eigenlijk vormde de notitie de basis voor een bredere kijk op samenwerking in de sport.”

Veel voorwerk verricht

Mandy Deben, beleidsmedewerker sport van de gemeente Boekel, is sinds 2018 betrokken. Ze kijkt tevreden terug op de samenwerking met alle verenigingen: “SBB had al een breed netwerk in de gemeente. Daardoor hadden we meteen al veel aandachtspunten die we met specifieke vragen konden verfijnen. Voor onze nieuwe wethouder Tielemans was het ook meteen een mooie aanleiding om letterlijk langs alle partijen te gaan om kennis te maken en hun ideeën en vragen aan te horen. Toen in 2019 de vraag kwam om een sportakkoord op te stellen, was dus al veel voorwerk verricht.”

Hoe kwam het akkoord tot stand in Boekel?

Deben: “Jos Kuipers begeleidde als sportformateur het proces. In een startbijeenkomst hebben we met zo’n 60 vertegenwoordigers van verenigingen en andere partijen thema’s opgehaald. Later zijn die verder uitgewerkt. Hoewel we het Nationaal Sportakkoord steeds hebben gebruikt als toetssteen, is het akkoord is echt helemaal vanuit de behoeften van de betrokken verenigingen en andere partijen geformuleerd.

Na de zomer sloten we af met een slotbijeenkomst. In feite is het sport- en beweegakkoord nu het door de gemeenteraad vastgestelde leidende visiedocument, voor het nog te ontwikkelen sportbeleid in de gemeente. De vier pijlers van het akkoord vormen het uitgangspunt voor operationele activiteiten met alle betrokken partijen. Het is het akkoord van de verenigingen zelf, waarbij de gemeente vooral heeft gefaciliteerd.”

Hoe komen dat gemeenschappelijke doelen tot hun recht?

Deben: “Verschillende verenigingen hadden behoefte aan een gemeenschappelijk online sport- en beweegplatform. We zijn dan ook meteen met een werkgroep Platform gestart, met daarin vooral vrijwillige vertegenwoordigers. Zo zagen betrokkenen ook dat de gemeente zich het initiatief dus niet toe-eigent, maar daadwerkelijk de betrokkenen ondersteunt. Bijvoorbeeld met de inzet van een combinatiefunctionaris. Dat sportplatform is een heel concreet doel. Daar gaat de aandacht nu naar uit, omdat zo veel verenigingen daaraan behoefte hebben.”

Heeft het sportakkoord geleid tot andere keuzes, bijvoorbeeld in doelgroepenbeleid?

Deben: “Boekel heeft geen specifiek doelgroepenbeleid. De bestaande sportactiviteiten zijn vooral gericht op jeugdigen, omdat de verenigingen hen al goed bereiken. Tijdens de werksessies bleek er weinig belangstelling te zijn voor sportactiviteiten voor ouderengroepen. Ook het gericht stimuleren van teams met gehandicapte sporters krijg je in deze gemeente bijna niet geregeld. Er zijn gewoon te weinig mensen met een beperking binnen de gemeente om teams te kunnen maken.

Alleen voetbalclub Boekel Sport is een initiatief begonnen voor Passend voetbal. Dit zijn trainingen bedoeld voor kinderen met autisme, een motorische beperking of gedragsproblemen die in een vertrouwde omgeving willen trainen en partijtjes spelen.”

Hoe borg je de doelen en activiteiten uit het sportakkoord?

Jongsma: “We zoeken nog naar een goede manier van borging. We hebben nu financiële zekerheid voor twee jaar, maar willen dat het ook daarna doorgaat. We overwegen om van SBB een bredere sportkoepel binnen de gemeente te maken, met meer activiteiten en meer doelgroepen. Dan kunnen we bijvoorbeeld verenigingen ondersteunen met beleidsvragen. We stonden in maart op het punt om dit bij verenigingen te polsen, maar werkbezoeken zijn door corona niet doorgegaan. Jammer, want we willen de ondersteuning echt door de verenigingen zelf laten bepalen.”

Deben: “We denken ook na over hoe we die subsidie zo verstandig mogelijk kunnen benutten. Bijvoorbeeld door een stichting op te richten die het subsidiegeld in beheer krijgt. Als de gemeente geld overhoudt aan het eind van het jaar, wordt het budget afgeroomd. Een stichting heeft die verplichting niet. Dat betekent dat we ook niet zo strikt met de jaargrenzen om hoeven te gaan.”

Heb je daarbij nog extern advies ingewonnen?

Deben: “We hebben hulp gekregen van de adviseur lokale sport Paul Broers. Hij is lid van onze werkgroep en verruimt onze blik en houdt ons soms een spiegel voor. Door zijn ervaring bij andere gemeenten kan hij ons meer mogelijkheden presenteren en heel praktisch adviseren. Zo zijn we met het digitale platform een stuk verder, doordat hij ons al websites van andere gemeenten kon laten zien. Paul geeft in de uitwerking van het akkoord advies en ook deelt hij zijn ideeën over financiële borging met partners waaraan wij helemaal nog niet gedacht hadden, zoals ondernemingsverenigingen. Ook samenwerking met andere gemeenten komt daarbij in beeld.”

Jongsma: “We zoeken bijvoorbeeld nog naar bredere oplossingen van de vraag hoe we jongeren vanaf 12 jaar betrokken kunnen houden bij sport. Of hoe we activiteiten voor jongeren met een functionele beperking overkoepelend kunnen regelen. Het is niet ondenkbaar dat we dat over de gemeentegrenzen heen gaan doen met andere gemeenten, die daar al ervaring mee hebben.”

Jongsma: “Corona heeft echt een enorme impact gehad hier in de gemeente. Er waren dagen dat je echt de ambulances en rouwauto’s af en aan door de straten zag rijden. Maar deze gemeenschap is heel sterk bij elkaar betrokken en de contacten bleven toch intensief.”

Deben: “Door corona is het aantal contacten met clubs en sport- of beweegaanbieders zelfs gegroeid. De vragen zelf zijn na verloop van maanden wel veranderd. Eerst kregen we vooral vragen over het vinden van buitenlocaties om weer veilig te gaan sporten of bewegen. Een aantal clubs blijft nu trouwens ook buiten sporten. Dat is wel een mooi neveneffect. Ook hielpen we verenigingen in het begin vooral met informatie over de veiligheidsrichtlijnen en protocollen.

Momenteel ontvangen we meer vragen over de horeca bij sportverenigingen. Wat nu gaat spelen is bijvoorbeeld het issue van het maximaal aantal toeschouwers bij een wedstrijd. Sommige verenigingen geven al aan dat dat mogelijk nog lastig wordt, als straks de competitie weer gaat beginnen. Maar misschien hebben we dan weer met andere regels te maken.”

Jongsma: “De lockdown periode heeft ook geleid tot veel creativiteit binnenshuis: mensen bouwden een beweegparcours in hun eigen tuin voor henzelf en/of hun kinderen en er zijn veel meer bestellingen voor fitnessmaterialen voor thuis geweest. Zo kan dus ook iets nieuws ontstaan, want met die materialen blijven mensen natuurlijk ook in de toekomst bewegen.”

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.