Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sport- en beweegbeleid voor volwassenen

Artikel

Je wilt binnen je gemeente aan de slag met sport- en beweegstimulering voor volwassenen. Grote vraag: hoe pak je dat aan? Wat werkt voor de verschillende leeftijdsgroepen en welke rol speel je daarbij als gemeente? Ter inspiratie zeven mogelijke aanpakken, die je natuurlijk ook in samenhang met elkaar kunt inzetten.

Ruim 77% van de Nederlanders is ouder dan 20 jaar. Toch is er binnen het gemeentelijke sport- en beweegbeleid naar verhouding maar weinig aandacht voor de verschillende groepen volwassenen, voor zover zij geen specifieke beperkingen of klachten hebben. ‘Die redden zich wel’, is het idee, maar dat is niet helemaal waar. Want naarmate de leeftijd stijgt, zijn er steeds minder volwassenen die sporten, terwijl het percentage ‘overgewicht’ en ‘chronische aandoeningen’ toeneemt. Dat is een zorgelijke ontwikkeling als je bedenkt dat de groep volwassenen nog steeds groeit en hoe belangrijk die is voor onze economie en samenleving.

Het goede nieuws: een aanzienlijk deel van de inactieve volwassenen zou wel degelijk aan sport en beweging willen doen. Als gemeente kun je daar met gericht sportbeleid aan bijdragen. Voor je bedenkt hoe je dat gaat doen, is het goed om te weten dat er tussen groepen volwassenen soms aanzienlijke verschillen bestaan, afhankelijk van de levensfase waarin zij verkeren. Iemand van 35 met een drukke full time baan en twee kleine kinderen zit in een hele andere levensfase dan de babyboomer die net aan zijn pensioen begint. In elke levensfase zijn weer andere sportmotieven en -belemmeringen van invloed op het sport- en beweeggedrag. In je sportbeleid voor volwassenen is het dus cruciaal om aan te sluiten bij variërende behoeften en per leeftijdsgroep verschillende drempels weg te nemen. Op welke manieren dat kan, lees je hieronder.

1. Gericht accommodatiebeleid

Bestaande binnen- en buitensportaccommodaties bieden goede mogelijkheden om meer volwassenen met elkaar en met sport- en beweegaanbod in contact te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door de multifunctionaliteit van accommodaties te verbeteren en beter aan te sluiten bij de behoeften van ouderen of buurtbewoners. Denk aan het integreren van een buurthuisfunctie (sociale ruimte), het integreren van verschillende sporten en/of het openstellen van een sportpark als sportieve openbare ruimte voor een hele wijk. Door synergie tussen verschillende partijen te creëren, kun je ook aansluiten bij decentralisaties (ouderen, zorg, welzijn) via programma’s als ‘Meer bewegen voor ouderen’ of 55-plus sporten.

Een multifunctionele accommodatie leent zich ook om activiteiten van werk, sport, onderwijs en/of zorg dichter bij elkaar te brengen. Enerzijds neem je daarmee belangrijke sportbelemmeringen voor volwassenen weg; anderzijds zorg je voor een betere bezetting van de accommodatie. Denk aan faciliteiten voor flexwerken, het spreekuur van een huisarts, een schoolsportvereniging, het aanbieden van dag-arrangementen of bedrijfsmatige activiteiten. Het (mede)gebruik van sportaccommodaties kun je beter spreiden met behulp van tariefdifferentiatie, bijvoorbeeld door sporten op incourante uren goedkoper te maken. Met je tarievenmethodiek kun je het nieuwe doelgroepen (particulieren, bedrijven, niet-sportorganisaties) daarnaast makkelijker maken om voor specifieke initiatieven een sportzaal of sportveld te huren.

Heb je voor je accommodatiebeleid aanvullende financiering nodig? Wellicht kun je een beroep doen op (project- of programma)financiering vanuit andere sectoren, zoals de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Werk & Inkomen, Zorg en/of Welzijn. Denk ook aan provinciale regelingen, zoals de regeling ‘Sport, open clubs en vitale sportparken’ van de provincie Gelderland.

2. Enthousiasmeren van sportaanbieders

Met deze aanpak richt je je op de huidige sport- en beweegaanbieders en het huidige aanbod binnen je gemeente. Je enthousiasmeert sport- en beweegaanbieders om hun aanbod beter te communiceren, om dat aanbod beter aan te sluiten bij de behoeften van volwassenen en om de aanbieders meer of beter samen te laten werken. Deze aanpak sluit aan bij de landelijk noodzakelijk geachte ‘transitie van sportverenigingen’. Daarbij staat niet langer de vereniging, maar de individuele sporter en zijn of haar (veranderende) behoefte centraal. Je kunt sportaanbieders ook ondersteunen bij het ontwikkelen van activiteiten die van maatschappelijk nut zijn. Een voorbeeld daarvan is DemenTalent, waar mensen met beginnende dementie als vrijwilliger worden ingezet en begeleid.

Enthousiasmeren doe je om te beginnen door sport- en beweegaanbieders bewust te maken van de kansen die de doelgroep volwassenen hen biedt. Dat kan door binnen je gemeente gericht onderzoek uit te (laten) voeren en vervolgens onder hun aandacht te brengen, maar ook door het organiseren van bijeenkomsten voor bestuurders en trainers, waar zij elkaar vertellen wat de mogelijkheden zijn.

In een volgende stap ondersteun je de uitwerking en uitvoering van nieuwe ideeën. Dat doe je met behulp van verenigingsondersteuning, eventueel aangevuld met een financiële impuls voor goede initiatieven. Het stimuleren van samenwerking tussen sport- en beweegaanbieders is van belang voor een breder sportaanbod (bijvoorbeeld combi-lidmaatschap, combi-instapaanbod, gezamenlijk sportprogramma, koppeling van beweegactiviteiten aan een specifiek seizoen), om activiteiten goed op elkaar af te stemmen en om sporters die dreigen te stoppen onderling door te verwijzen. Aanvullende financiering voor deze aanpak is vooral te vinden via de reguliere Sportimpuls.

3. Benutten van de openbare ruimte

Met deze aanpak zorg je ervoor dat de openbare ruimte beter wordt benut voor sport- en beweegactiviteiten die populair zijn bij volwassen en oudere sporters, zoals hardlopen, bootcamp, wandelen en fietsen. De gemeente creëert de juiste randvoorwaarden, zodat mensen individueel of in groepen veelal zelfstandig actief kunnen blijven.

Een handig hulpmiddel bij deze aanpak is het Model BeweegVriendelijke Omgeving (BVO-model). Dat laat zien uit welke elementen een beweegvriendelijke omgeving bestaat: hardware (elke mogelijke plek die voor sport, spel en beweging geschikt zou kunnen zijn), software (het aanbod van activiteiten, begeleiding en communicatie daarover) en orgware (achterliggende processen, zoals burgerparticipatie, eigenaarschap, beheer en onderhoud, financiering en strategisch beleid).

Bij het creëren en in stand houden van een beweegvriendelijke omgeving biedt de nieuwe Omgevingswet van 2019 goede aanknopingspunten en kansen. Die liggen besloten in de doelen en opgaven van de wet: het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, doelmatig ontwikkeld, beheerd en gebruikt ten behoeve van maatschappelijke behoeften; op basis van een integrale en intersectorale aanpak, met vroegtijdige betrokkenheid van burgers en organisaties. Daarbij is het nieuw dat gezondheid in de fysieke leefomgeving wordt verankerd, naast aspecten als milieu, veiligheid, ruimtelijke ordening en leefomgeving.

De kernopgaven ‘gezondheid’ en ‘integraliteit’ bieden sportambtelijk de mogelijkheid om al vanaf visie- en planvorming aan te sluiten. Bijvoorbeeld door een ruimtelijke sport- en speelnorm vast te laten stellen en/of door sport en beweging in te brengen bij de ontwikkeling van nieuwe omgevingsvisies en gebiedsontwikkeling. Vanuit de kernopgave ‘burgerparticipatie’ kun je ideeën voor de inrichting van een gezonde leefomgeving ophalen bij sport- en beweegaanbieders, ongeorganiseerde sporters en buurtbewoners en die inbrengen bij je collega’s van Ruimtelijke Ordening.

Voor aanvullende financiering van deze aanpak kun je mogelijk een beroep doen op landelijke regelingen, zoals de Decentralisatie-uitkering GIDS of van het Nationaal Jeugdfonds Jantje Beton.
Ook veel provincies hebben interessante regelingen, zoals de Kwaliteitsimpuls Fietsnetwerk Drenthe, Regels regionale economie (Gelderland), Budget Sport en Bewegen (Groningen) en de Verordening Ruimtelijk Economisch Programma SNN (noordelijke provincies).

4. Direct de doelgroep zelf stimuleren

Deze aanpak gebruik je als je specifieke volwassen doelgroepen wilt bereiken. Daarbij zorg je zowel voor een passend beweegprogramma, als voor een communicatiestrategie op maat. Kernpunten daarbij zijn: differentiëren op je doelgroep, verleiden, laagdrempeligheid en voldoen aan de behoefte. Soms is het handig om de doelgroep(en) via instanties of tussenpersonen te benaderen en stimuleren, maar in het geval van volwassenen en ouderen kun je ook als gemeente een belangrijke rol spelen met een gerichte benadering en/of goede informatie.

De doelgroep(en) kun je op drie niveaus benaderen: collectief (via wijkkrant, folder, website); via instituties (bijvoorbeeld cursus-, ouderen- of welzijnsorganisaties) en individueel. In dat laatste geval kun je denken aan social media, maar ook aan personen die veel contact met volwassen/ouderen hebben, zoals huisartsen en praktijkondersteuners. Maak op alle niveaus goed duidelijk wat de ‘belofte’ van het sportaanbod is en wat die inhoudt. Laat de doelgroep daarbij vooral zien dat de belofte aansluit op hun wensen en wat zij belangrijk vinden.

Direct contact werkt het beste als je de doelgroep wilt benaderen en uitnodigen voor sportdeelname. Dat kan bijvoorbeeld met een fittest, een informatiebijeenkomst of met een menukaart met verschillende sportmogelijkheden in de buurt. Voor ouderen kun je nog verder gaan met een huisbezoek plus veiligheidsscan en daaraan gekoppeld een advies om te gaan bewegen of sporten. Een ander idee is om sporters te stimuleren om een vriend, familielid of buurtgenoot uit te nodigen om samen te sporten. In communicatie-uitingen (zowel tekst, als foto’s en filmpjes) kun je het beste gebruik maken van het beeld van fitte en gelukkige volwassenen of ouderen – echte mensen. Aanvullende financiering voor deze aanpak vind je mogelijk via de Decentralisatie-uitkering GIDS.

5. Faciliteren van activiteiten van inwoners

Volwassenen weten zelf het beste aan welk sport- en beweegaanbod ze behoefte hebben. Je kunt er dus voor kiezen om het initiatief voor passend sportaanbod gedeeltelijk of helemaal aan burgers en/of wijken zelf over te laten. Als gemeente pak je een faciliterende rol, waarbij je voor burgers de juiste randvoorwaarden en voldoende handelingsruimte creëert.

Om burgers goed te faciliteren, kun je binnen de gemeente heel direct hun sport- en beweegbehoefte ophalen, maar ook challenges organiseren om burgerinitiatieven te stimuleren. Een voorbeeld daarvan is de Gezondheidsrace Laarbeek, waarin eerst wijken en nu verenigingen de strijd om de fitste van Laarbeek aangaan. Faciliteren kan ook door budget beschikbaar te stellen dat wijkraden of buurtcomités naar eigen inzicht kunnen besteden. Grote steden als Haarlem, Den Haag en Rotterdam hebben een subsidie ingesteld voor maatschappelijke en/of sociale initiatieven. Het is belangrijk om aan zulk soort initiatieven niet al teveel verantwoordingseisen te stellen. De belangrijkste en bij voorkeur enige eis moet zijn dat het initiatief duurzaam en dus niet eenmalig mag zijn.

De uitvoering van wijkinitiatieven kun je ambtelijk ondersteunen met behulp van de buurtsportcoach, de instelling van gebiedsregisseurs of van aanjagers die de weg wijzen binnen de gemeente en naar (juridische) mogelijkheden voor eigen initiatief. Zo heeft de gemeente Voorst bijvoorbeeld een coördinator maatschappelijke initiatieven. Andere opties zijn de maatschappelijke aanbesteding van publieke taken, het wegwijs maken van burgers op het gebied van wet- en regelgeving bij organisatie van sportinitiatieven van burgers of het faciliteren of deelnemen aan sociale verbanden en netwerken waarbinnen burgers actief zijn. Denk bijvoorbeeld aan sportraden die je mee laat beslissen.

Relevante informatie met betrekking tot deze aanpak vind je via de websites van Right to Challenge, Aan de slag met de Omgevingswet en De Participatiewijzer. Daarnaast vind je hier voorbeelden van het faciliteren van inwonersactiviteiten.

6. Organisaties ondersteunen en sturen in aanpakken op doelgroep

Je kunt als gemeente alles zelf doen, maar je kunt ook andere partners stimuleren om in te zetten op volwassenen. Naast eigen inzet met bijvoorbeeld buurtsportcoaches en sportevenementen, stuur je maatschappelijke organisaties door criteria op te nemen in opdracht- en subsidieverlening. Met die criteria zorg je ervoor dat de juiste doelgroep met het juiste aanbod (activiteitenprogramma én communicatiestrategie) wordt bereikt, maar ook dat partijen dit effectiever sámen doen.

Denk niet alleen aan inhoudelijke sturing, maar ook aan sturing op gerichte samenwerking tussen partijen. In dat laatste geval kun je als gemeente optreden als regisseur om partijen op gezamenlijke uitdagingen te sturen. Bedenk wel hoe ver je als gemeente wilt gaan in je ondersteuning van organisaties. Kies je ervoor om alleen in de opdrachtverlening gerichte voorwaarden mee te geven, of ga je als regisseur heel actief partijen bij elkaar brengen en verbinden?

7. Gericht subsidiebeleid

Een andere sturingsmogelijkheid is om de regie te voeren over een netwerk rondom een doelgroep, waarmee je zorgt voor visie, beleid en uitvoering. Je kunt sturen op de inzet van een specifieke interventie, maar ook op de inzet van sport en bewegen in het algemeen, bijvoorbeeld door via contractafspraken met onder andere zorgaanbieders te sturen op sport- en beweeginitiatieven voor WMO-cliënten. Denk bijvoorbeeld aan projecten als wandelmaatjes of valpreventieprogramma’s.

Concrete ondersteuning bied je door organisaties te voorzien van (doelgroep)kennis, door het makkelijker te maken om een sportevenement te organiseren of door middelen en netwerkcontacten voor kleinere sport- en beweeginitiatieven beschikbaar te stellen. Voorbeelden van gericht subsidiebeleid zijn de subsidies van Breda Doet! of een innovatiebudget voor gezamenlijke sportinitiatieven.

Voor mogelijk aanvullende financiering voor deze aanpak kun je denken aan het Beleidskader Sportevenementen (VWS), provinciale gelden voor sportevenementen (o.a. provincie Gelderland en Kernsportevenementen Zeeland), provinciale regelingen gericht op een leven lang sporten en bewegen (zoals Nadere subsidieregels Sport 2016-2019 van de provincie Limburg) of andersoortige financieringen zoals het Schipholfonds.

Meer informatie

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.