Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Schaken op school met SpeelZ

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

Schaken op school

Schaken op school met SpeelZ is een project met kinderen in de leeftijd van 6-9 jaar (groepen 3, 4 en 5 van het basisonderwijs) om hen structureel en duurzaam aan het schaken te krijgen en/of te houden. Dit om een bijdrage te leveren aan hun concentratievermogen, creativiteit, zelfvertrouwen en vermogen om moeilijke keuzes te maken. De kinderen wordt de kans gegeven via school de eerste beginselen van het schaakspel aan te leren. Via school, maar met de deskundige begeleiding van een schaakvereniging, nemen zij vervolgens deel aan een eerste schoolschaaktoernooi. De schaakvereniging neemt het daarna over van de school om de kinderen via een aansluitend lessentraject verder te ontwikkelen in het schaken.

Bij deze interventie is altijd een schaakvereniging betrokken en worden schaaktrainers erop uit gestuurd om op de naburige scholen schaaklessen te verzorgen volgens een vast stramien. De deelnemers die op school schaken leren, krijgen een eerste aanbod van 20 schaaklessen, een toernooi uitnodiging van de schaakvereniging om tegen andere scholen te schaken en tot slot een vervolg aanbod om lid te worden van de schaakvereniging.

De leerkrachten in het basisonderwijs en ouders van de jonge kinderen worden in de interventie meegenomen in het proces en krijgen de kans om zich als schaaktrainer te bekwamen, als aanvulling op de activiteiten van de schaakvereniging en om de continuïteit te waarborgen na de interventie.

De opzet van de interventie Schaken op School ziet er als volgt uit:

Fase 1: Er worden trainers van schaakverenigingen geworven, opgeleid of bijgeschoold om lessen aan 6-9 jarigen te verzorgen (6 weken, 3 uur per week);

Fase 2: De samenwerking tussen de schaakvereniging, school en ouders wordt opgezet; Na een demoles door een schaakvereniging aan kinderen op een school worden leerkrachten en ouders over het project geïnformeerd en worden afspraken gemaakt (4 weken, demoles van een uur);

Fase 3: Er worden twee series van 10 wekelijkse lessen van een uur aangeboden in de groepen 3, 4 en 5 van een basisschool (20 weken van een uur);

Fase 4: De leerkrachten en instructeurs van het naschoolse aanbod kijken eerst mee met de schaaktrainer en worden vervolgens zelf opgeleid tot schaaktrainer;

Fase 5: De deelnemende kinderen worden uitgenodigd voor een speciaal lokaal schoolschaaktoernooi groepen 3, 4 en 5, georganiseerd door de lokale schaakvereniging met ondersteuning van de schaakbond (1 middag).

Fase 6: Doorstroom naar de schaakvereniging. De schaaktrainer van de vereniging nodigt de schoolkinderen voorafgaand aan het schaaktoernooi uit om op de locatie van de schaakvereniging vrijblijvend te komen oefenen. Zij krijgen ook het aanbod om aansluitende schaaklessen (Stap 2) op de schaakvereniging te komen volgen als groep in het nieuwe seizoen (2 weken oefenen).

De samenwerking tussen scholen, schaakverenigingen, ouders en trainers staat centraal bij deze interventie.

Probleembeschrijving

Schaken heeft een enorme aantrekkingskracht op kinderen. De schaakstukken fascineren hen door de vorm en de bewegingen over het bord. Het is een spel waar je zelf de baas kunt spelen en de consequenties van je daden zijn dan ook geheel voor eigen rekening. Kinderen vinden het een leuk spel, zelfs ‘cool’. (naar: Van Wijgerden, Handleiding Schaaktrainers).

Veel kinderen stoppen rond hun 12e levensjaar met schaken. In de Notitie visie op jeugdschaak (KNSB, 2012, blz. 2) is het leeftijdsverloop te zien van de schakende jeugd. De leeftijdsgroep 9 t/m 11 jaar is veruit het best vertegenwoordigd. Schakers jonger dan 9 jaar zijn er veel minder en na 12 jaar lopen de aantallen snel terug. In een recent schaakproject in Amsterdam, de Schaakkaravaan (Sibbing, de Schaakkaravaan 2012), is gemeten dat de animo voor schaken onder de kinderen in de groepen 4 en 5 vele malen groter is als in de hogere groepen. Ook is bij de jongere groepen de verhouding meisjes en jongens nog evenredig, terwijl dit in de hogere groepen is teruggelopen naar 10% meisjes.

De notitie visie op jeugdschaak (KNSB, 2012) geeft als verklaring voor de uitval rond de 12-jarige leeftijd dat de kinderen de sport nog te moeilijk vinden. Ze ervaren niet de succesbeleving die nodig is om plezier aan de sport te beleven. In de notitie wordt dit vertaald naar nog niet het vereiste basisniveau bereikt hebben van Stap 3 (Brunia-Van Wijgerden Stappenmethode). Als we in staat zouden zijn om de kinderen eerder met schaken te laten beginnen, tussen de 6 en 9 jaar, is de kans dat de kinderen wel het basisniveau voor hun 12e jaar kunnen halen groter en daarmee ook de kans dat zij langer blijven schaken.

Kinderen van 6 jaar leren schaken vraagt om specifieke kennis bij trainers en docenten. Hier ontbreekt het vaak nog aan. Bovendien bieden basisscholen, waar kinderen in de genoemde leeftijdsgroep gemakkelijk te bereiken zijn, steeds minder schaken in lesvorm aan. Schaakverenigingen zijn daarentegen afhankelijk van vrijwilligers om schaakles op scholen te verzorgen. De aanwezige schaaktrainers aldaar stappen niet zo snel zelf naar een school toe of zijn bevreesd voor de grote klassen met kinderen.

Kinderen die schaken kunnen daar veel baat bij hebben. Zelfs kinderen met vormen van ADHD of bepaalde vormen van autisme of kinderen die moeilijker leren dan leeftijdsgenoten, leren veel door te schaken. Verschillende personen uit het onderwijs onderschrijven deze stelling (Sibbing, de Schaakkaravaan 2012). Kinderen leren spelenderwijs hun concentratie onder controle te houden, schaken stimuleert de creativiteit, vergroot het zelfvertrouwen (denk aan het verslaan van de eigen vader of moeder) en leert in het maken van moeilijke keuzes. Om te profiteren van de voordelen van schaken is het belangrijk dat kinderen dit structureel blijven doen.

Doelgroepen

Deze interventie richt zich specifiek op de einddoelgroep 6–9 jarigen, ofwel basisschool kinderen in de groepen 3, 4 en 5. Zoals bij de probleemomschrijving al beschreven is 6 jaar een goede en geschikte leeftijd om te beginnen met schaken. Deze kinderen zijn te vinden op de basisscholen. De animo van kinderen in groep 3, 4 en 5 om schaken te leren is ook groter dan die uit de groepen 6, 7 of 8.

Intermediaire doelgroep

Naast de einddoelgroep zijn er een aantal intermediaire doelgroepen te onderscheiden:

– Jeugdleiders van de schaakvereniging

– Schaaktrainers van de schaakvereniging

– Leerkrachten in het basisonderwijs en het naschoolse basisonderwijs

– Ouders van jonge kinderen (6-9 jaar)

Jeugdleiders van de Schaakvereniging

Bij deze interventie is het verplicht dat er een lokale schaakvereniging bij betrokken is. De schaakvereniging is vrijwel altijd ook de aanvrager van de interventie en is verantwoordelijk voor een passend structureel aanbod aansluitend aan de interventie. De jeugdleider is de spil van de vereniging en bepaalt in grote mate alle rand voorwaardelijke zaken. De vereniging levert in de meeste gevallen ook de schaaktrainers bij de start van de interventie.

Schaaktrainers van schaakvereniging

Veruit de meeste gediplomeerde schaaktrainers zijn wel opgeleid om aan kinderen (10-16 jaar) les te geven, maar ontbreekt het aan ervaring voor het specifiek lesgeven aan kinderen van 6-9 jaar.

Leerkrachten in het basisonderwijs of het naschoolse aanbod

De leerkrachten in het basisonderwijs of het naschoolse aanbod worden nauw betrokken bij de schaaklessen van de interventie. Zij vinden het schaakspel zelf vaak nog te lastig en zijn hierdoor niet in staat hierin les te geven. Door betrokken te zijn bij de schaaklessen van de schaaktrainers, en (eventueel) een (bij)scholing te volgen, zouden zij weer in staat moeten zijn om zelfstandig de schaaklessen uit te voeren.

Ouders van jonge kinderen (6-9 jaar)

De ouders van jonge kinderen bepalen in veel gevallen welke extra activiteiten er op de school worden georganiseerd. Tevens zijn ouders van schakende kinderen heel gemotiveerd om te zorgen dat op de school van het eigen kind wordt geschaakt, dan wel dat zij zelf de rol van schaaktrainer op zich nemen door mee te lopen met de schaaklessen van de schaaktrainers en een (bij)scholing te volgen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Het doel van de interventie is om jonge kinderen (zie doelgroep) structureel en duurzaam aan het schaken te krijgen en/of te houden. Dit om een bijdrage te leveren aan hun concentratievermogen, creativiteit, zelfvertrouwen en vermogen om moeilijke keuzes te maken.

Subdoel

Subdoelen op de einddoelgroep:

  • kinderen behalen vóór hun twaalfde jaar stap 3 van de Brunia-Van Wijgerden Stappenmethode: om dit subdoel te behalen is het nodig dat zij in de leeftijd van 6 tot 9 jaar de basisbeginselen van het schaakspel leren (stap 1);
  • kinderen ervaren meer successen bij het schaken en behouden (daardoor) het plezier in de sport (dit draagt eraan bij dat zij doorgaan met de sport);

Subdoelen op de verschillende intermediaire doelgroepen:

  • schaaktrainers (van de verenigingen) zijn beter in staat hun lessen specifiek aan te bieden aan kinderen van 6-9 jaar;
  • leerkrachten in het basisonderwijs en instructeurs in het naschoolse aanbod zijn (en achten zichzelf) in staat zelfstandig schaaklessen te verzorgen;
  • ouders van jonge kinderen promoten schaaklessen op de school van hun kinderen;

Rand voorwaardelijke subdoelen:

  • er is een (betere) samenwerking tussen scholen en schaakverenigingen, met als gevolg meer, kwalitatief beter en op elkaar aansluitend aanbod.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De opzet van de interventie ziet er als volgt uit:

Fase 1: Er worden trainers van schaakverenigingen geworven, opgeleid of bijgeschoold om lessen aan 6-9 jarigen te verzorgen (6 weken, 3 uur per week);

Fase 2: De samenwerking tussen de schaakvereniging, school en ouders wordt opgezet; Na een demoles door een schaakvereniging aan kinderen op een school worden leerkrachten en ouders over het project geïnformeerd en worden afspraken gemaakt (4 weken, demoles van een uur);

Fase 3: Er worden twee series van 10 wekelijkse lessen van een uur aangeboden in de groepen 3, 4 en 5 van een basisschool (20 weken van een uur);

Fase 4: De leerkrachten en instructeurs van het naschoolse aanbod kijken eerst mee met de schaaktrainer en worden vervolgens zelf opgeleid tot schaaktrainer;

Fase 5: De deelnemende kinderen worden uitgenodigd voor een speciaal lokaal schoolschaaktoernooi groepen 3, 4 en 5, georganiseerd door de lokale schaakvereniging met ondersteuning van de schaakbond (1 middag).

Fase 6: Doorstroom naar de schaakvereniging. De schaaktrainer van de vereniging nodigt de schoolkinderen voorafgaand aan het schaaktoernooi uit om op de locatie van de schaakvereniging vrijblijvend te komen oefenen. Zij krijgen ook het aanbod om aansluitende schaaklessen (Stap 2) op de schaakvereniging te komen volgen als groep in het nieuwe seizoen (2 weken oefenen).

Locaties en Uitvoering

De locatie van de interventie is bij voorkeur een klaslokaal van de betreffende basisscholen, maar kan eventueel ook een vergelijkbare buurt- 0f verenigingsruimte zijn.

De uitvoerders zijn de schaaktrainers, de leerkrachten en eventueel de ouders. Bij de intermediaire doelgroepen staan hun verschillende rollen.

Ondersteuning

De scholen die mee hebben gedaan aan de interventie beschikken blijvend over eigen schaakspellen en eigen opgeleide schaaktrainers. Zij worden blijvend ondersteund door de schaakvereniging met advies, eventueel een schaaktrainer en ontvangen jaarlijks een uitnodiging voor een schoolschaaktoernooi. De kinderen krijgen jaarlijks de mogelijkheid om een vervolg lessenaanbod op de schaakvereniging te volgen en lid te worden van de vereniging.

Materialen

De schaakbond levert bij de interventie een complete schaakleskist van SpeelZ voor groepsinstructie met schaakspellen en specifieke lesmaterialen voor de doelgroep om de kinderen spelenderwijs te leren schaken. Voor de schaaktrainer is een handleiding (Korte handleiding voor schaken op de basisschool) en voor elke deelnemer een eigen lespakket (Werkboekje Opstapje 1, Chess Tutor 1) beschikbaar.

Organisatie

Organisatie: Koninklijke Nederlandse Schaakbond
Telefoon nummer organisatie: 023 5254025

Contactpersoon

Naam: Eric van Breugel
Email: evbreugel@schaakbond.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.