Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Samen Sportief Afvallen

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

Samen Sportief Afvallen (SSA) heeft als doel mensen met (een verhoogd risico op) leefstijl gebonden chronische aandoeningen te ondersteunen bij het bereiken van een gezonde leefstijl. De interventie is bedoeld om mensen te prikkelen zelfstandig te bewegen door verschillende bewegingsvormen te ervaren en daarna hun gekozen bewegingsvorm zelfstandig voort te zetten. Trainingssessies worden op maat aangeboden in samenwerking met een fysiotherapeut, diëtist en sportaanbieders van laagdrempelig aanbod uit de buurt. Samenwerking is daarbij het kernwoord. Tijdens de cursus SSA wordt op buurtniveau een daadwerkelijke verbinding gelegd tussen zorgverlening en sport- en beweegaanbod.

De doelgroep voor samen sportief afvallen hanteert een ongezonde leefstijl door een verkeerd eetpatroon en te weinig bewegen. De kennis op het gebied van een gezond eetpatroon schiet tekort en de afstand tot deelname aan sporten is te groot. Het simpele advies om meer te gaan bewegen wordt niet opgevolgd omdat sprake is van fysieke klachten, onwetendheid, angst, schaamte of geldgebrek. De interventie is breed toegankelijk, ook voor familieleden, vrienden of bewoners uit de wijk. Het gezamenlijk gaan sporten draagt eraan bij dat mensen het langdurig volhouden.

Samen Sportief Afvallen biedt aan een intermediaire doelgroep zoals huisartsen en praktijkondersteuners een goed alternatief om patiënten met een leefstijlprobleem toe te leiden naar laagdrempelig sport- en beweegaanbod in combinatie met dieetadvisering. Fysiotherapeuten, diëtisten en sportaanbieders hebben de mogelijkheid de cursus gezamenlijk te organiseren in de buurt en beschikken op deze wijze over een goed alternatief voor de doelgroep.

De basis van de interventie is een achtweekse cursus. Het bestaat uit een gedeelte beweging onder leiding van een fysiotherapeut/sportleraar en een gedeelte voedingsvoorlichting onder leiding van een diëtist. De dieetadvisering in groepsvorm richt zich op het voedingspatroon van de cursist. Tijdens het beweeggedeelte gaat de deelnemer eerst drie weken bewegen onder begeleiding van een fysiotherapeut met behulp van een persoonlijk trainingsschema. Vervolgens worden de trainingen gedurende twee weken geleidelijk overgedragen aan de sportaanbieder. De sportaanbieder verzorgt de trainingen, de fysiotherapeut bewaakt een medisch verantwoorde uitvoering. De laatste drie weken kent de deelnemer zijn eigen mogelijkheden en ligt het accent op het leren kennen van de sportmogelijkheden en plezier beleven aan bewegen.

Na afloop van de cursus gaan deelnemers zelfstandig verder met hun gekozen bewegingsvorm. Ze komen in de tien maanden volgend op de cursus één keer per kwartaal terug voor evaluatie. Zo worden resultaten over langere tijd gemeten en wordt geborgd dat deelnemers de opgedane kennis en het behaalde resultaat langere tijd vasthouden.

Meer informatie op: www.samensportiefafvallen.nl.

Probleembeschrijving

Het aantal Nederlanders met een chronische aandoening stijgt. Bij een aantal van deze aandoeningen (DMII, obesitas, depressie, CVRM, COPD) speelt een ongezonde leefstijl een negatieve rol (TNO, 2013).
Diabetes is de meest voorkomende chronische ziekte. Tussen 2001 en 2011 zijn prevalentiecijfers verdubbeld tot 0,8 miljoen. Als niet wordt ingegrepen heeft in 2030 48% van de 19-plussers overgewicht (TNO, 2013).

Naast inactiviteit en voeding rijk aan verzadigd vet is overgewicht een belangrijke risicofactor in het ontwikkelen van DMII (RIVM, 2014). De interventie Samen Sportief Afvallen (SSA) richt zich op het voorkomen (van verergering) van de bovengenoemde aandoeningen waarbij overgewicht een belangrijke risicofactor is.

Bewegen

1 op de 3 van de Nederlanders beweegt onvoldoende, waarbij personen van niet-Nederlandse afkomst en/of met overgewicht lager dan gemiddeld scoren. De helft van de Nederlanders sport niet wekelijks (OBiN, 2013).
Voor specifieke doelgroepen lukt het slecht om ze structureel aan het bewegen te krijgen. Het gaat voornamelijk om mensen met een verhoogd risico op chronische aandoeningen i.c.m. lagere sociaal economische klasse en/of allochtone afkomst. Met name de doorstroom naar georganiseerde sportactiviteiten blijft achter. 9 van de 10 beweegkuurinstructeurs gaf aan dat de drempel als te hoog wordt ervaren. Mogelijke oorzaken zijn (NISB, 2012):

  • Er is onbekendheid van eerstelijnszorgverleners met het sport- en beweegaanbod;
  • Het aanbod is te duur;
  • De deelnemers blijven sporten bij de fysiotherapeut.

Voeding

Nederlanders hebben een ongezond voedingspatroon (TNO, 2013). <10% van de volwassenen eet de aanbevolen 200 gram fruit en groenten per dag. De inname van ongunstige verzadigde vetzuren is bij >90% van de bevolking hoger dan de aanbevolen 10 energie% (TNO, 2013).

In het brede aanbod van medisch bewegen lukt het matig om daar behaalde resultaten te borgen vanwege de moeizame doorstroom naar sport- en beweegaanbod in de wijk. Het bestaande aanbod is gericht op mensen die lichamelijk gezond zijn en heeft vaak een competitief karakter. Daarnaast ontbreekt de ‘warme’ overdracht waarbij de beoogde doelgroep een kleine stap vanuit de zorg hoeft te maken naar regulier sport- en beweegaanbod.

SSA voorziet in deze warme overdracht en laat deze doelgroep die stap wel maken. SSA is ontwikkeld om de volwassenen met een (verhoogd risico op) een chronische aandoening structureel gezonder te laten bewegen en eten zodat ze zich gezonder voelen en minder gebruik maken van de gezondheidszorg.

Doelgroepen

De uiteindelijke doelgroep van Samen Sportief Afvallen (SSA) zijn volwassenen met een ongezond beweeg- en eetpatroon die (een verhoogd risico op) een chronische aandoening hebben. De mensen hebben een slechtere gezondheidsbeleving dan gemiddeld en maken langer en meer gebruik van de gezondheidszorg. De mensen zoeken ondersteuning bij het zelf de regie in handen nemen en het aannemen van een gezonde leefstijl.

Intermediaire doelgroep

De intermediaire doelgroepen van de interventie zijn:

  • Fysiotherapeuten
  • Diëtisten
  • Sport- en beweegaanbieders

De intermediaire doelgroep (fysio, diëtist en sport- en beweegaanbieder) zoekt een geschikt alternatief om patiënten met een probleem op het gebied van leefstijl en een grote afstand tot sporten toe te leiden naar laagdrempelig sport- en beweegaanbod. Bij voorkeur doen ze dit in combinatie met dieetadvisering. De professionals nemen het initiatief om een interventie te organiseren en uit te voeren.

Andere betrokkenen zijn huisartsen, praktijkondersteuners en de buurtsportcoach. Huisartsen en praktijkondersteuners spelen een rol in de werving en doorverwijzing. De buurtsportcoach neemt een actieve rol in het ontwikkelen van een lokaal netwerk en biedt daar waar mogelijk ondersteuning bij de organisatie.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Deelnemers aan Samen Sportief Afvallen hebben na één jaar minder risico op een leefstijl gebonden chronische aandoening of op verergering daarvan doordat ze een structureel gezond beweeg- en eetpatroon hebben ingepast in hun dagelijks leven.

Subdoel

Ter concretisering van het hoofddoel zijn de volgende subdoelen geformuleerd:

Subdoelen op niveau van de deelnemer:

  • Heeft een aantoonbare betere kennis op het gebied van gezonde voeding bij de afsluitende toets;
  • Weet welke gezonde en verantwoorde producten hij/zij moet kopen;
  • Is in staat om maaltijden/gerechten met minder suiker en vet te bereiden;
  • Maakt bewuste keuzes wat hij/zij eet, hoeveel en wanneer;
  • Heeft tijdens de interventie kennis gemaakt met diverse vormen van beweging;
  • Heeft een overzicht van sport- en beweegaanbieders in de buurt/wijk;
  • Maakt een keuze aan welke sport-/beweegactiviteiten hij/zij structureel gaat deelnemen na de basiscursus;
  • Blijft gedurende het jaar beweegactiviteiten in de buurt uitvoeren;
  • Voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen;
  • Laat zijn/haar voortgang op gebied van leefstijl om de drie maanden monitoren;
  • Heeft één jaar na afloop van de interventie een gewichtsreductie van 5%.

Subdoelen op het niveau van de samenwerking:

  • Er is een samenwerkingsverband van zorgverleners en sport- en beweegaanbieders dat afspraken heeft gemaakt over de rollen en verantwoordelijkheden binnen de interventie;
  • Binnen het gevormde samenwerkingsverband bewaakt de organisator de samenstelling van de groep, zodat met elkaar een positief resultaat bereikt kan worden. Bijvoorbeeld, de organisator bewaakt de samenstelling qua leeftijd en bepaalde aandoeningen.
  • Het samenwerkingsverband maakt gebruik van de beschikbare handleiding, draaiboeken en toolkit formulieren SSA.

Subdoelen op het niveau van de intermediairs:

  • De lokale zorgaanbieders en aanbieders van laagdrempelig sport- en beweegaanbod zijn op de hoogte van de interventie en gebruiken het als geschikt alternatief om de beoogde doelgroep met een probleem op het gebied van leefstijl en een grote afstand tot sporten te verwijzen naar laagdrempelig sport- en beweegaanbod in combinatie met dieetadvisering;
  • De lokale zorg- en sportprofessionals gebruiken SSA om door middel van de ’warme’ overdracht de verbinding tussen zorg en sport te maken. Zij doen dit door samen de interventie te organiseren;
  • De sport- en beweegaanbieder kan de doelgroep met een veilig gevoel begeleiden door training ‘on-the-job’.
  • De buurtsportcoach is op de hoogte van de interventie en biedt als mogelijk ondersteuning bij het organiseren en activeren van het netwerk van zorgverleners en sport- en beweegaanbieders in de buurt om de onderdelen van de interventie uit te kunnen voeren en goed op elkaar aan te laten sluiten.

Subdoelen op het gebied van de interventie-eigenaar:

  • De interventie-eigenaar krijgt alle resultaten en evaluatiegegevens toegestuurd en verwerkt deze;
  • De interventie-eigenaar organiseert scholing voor de sport- en beweegaanbieders waar nodig en op maat;
  • De interventie-eigenaar stelt de inhoud en organisatie van de cursus bij op basis van de evaluatiegegevens.

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

Opzetten vooraf:

  • Een zorgprofessional of sport- en/of beweegaanbieder neemt het initiatief nemen om een cursus SSA te organiseren. Er wordt een netwerk op buurtniveau gevormd, waarin zowel zorgverleners als sport- en beweegaanbieders participeren. Afspraken worden gemaakt over de locatie(s) en de tijdstippen waarop de cursus wordt uitgevoerd. Er wordt een overleg gepland met alle uitvoerende professionals en de interventie-eigenaar met wie tevens een licentie wordt afgesloten.
  • De organisator maakt afspraken hoe en door wie de terugkombijeenkomst georganiseerd wordt.
  • In het algemeen wordt door één samenwerkingsverband een cursus 2-3 keer per jaar georganiseerd.

Werving:
De organisator maakt de interventie kenbaar aan de intermediairs.

  • De organisator van de interventie verzamelt een groep van ten minste 10 en maximaal 15 deelnemers om de cursus mee uit te voeren. De organisator houdt bij het verzamelen van de deelnemers rekening met de leeftijd van de deelnemers en de wensen van de deelnemers met betrekking tot bijvoorbeeld tijden, dagen, mix mannen en vrouwen.
  • De organisator benadert daarvoor zo breed mogelijk verwijzers uit de buurt, zodat een stevig en divers netwerk ontstaat.
  • De data worden van tevoren vastgelegd. Vaak echter verzamelt de organisator deelnemers tot er een groep van minimaal 10 personen zich heeft aangemeld en bepaalt dan de exacte data van de cursus.

De cursus:

De basiscursus van acht weken bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Intake tijdens de eerste bijeenkomst;
2. Daarna volgt een programma van 2x per week 1 uur bewegen met een opbouw die gericht is op blijvend sporten;
In week 1-3 bewegen de deelnemers onder begeleiding van een fysiotherapeut,
In week 4-5 worden de sport- en beweegaanbieders geïntroduceerd (sport- en beweegaanbieder plus fysiotherapeut)
In week 6-8 vinden de trainingen plaats op locatie van het sport-of beweegaanbod (sport- en beweegaanbieder).
Iedere bijeenkomst heeft een rode draad: ervaringen delen van de afgelopen periode, bespreken van eventueel meegegeven huiswerk, specifiek aandachtspunt voor die bijeenkomst, warming-up, training, cooling down en eventueel een nieuwe huiswerkopdracht.
3. 1x per week 1 uur voedingsvoorlichting gedurende 8 bijeenkomsten;
Iedere bijeenkomst met de diëtist heeft een rode draad: ervaringen delen van de afgelopen periode, bespreken huiswerkopdracht, specifiek onderwerp en een nieuwe opdracht voor thuis.

Nazorgtraject:

  • Na 6, 9 en 12 maanden vindt er een terugkombijeenkomst plaats waarin een evaluatie plaatsvindt hoe het met de deelnemers gaat en welke resultaten ze behaald hebben;
  • Na een jaar worden alle resultaten bij elkaar gevoegd en verwerkt in een eindevaluatie.

Evaluatie:

  • De resultaten worden beschikbaar gesteld aan de interventie eigenaar;
  • Op basis daarvan kan waar nodig de opzet of uitvoer van de cursus worden aangepast (cyclisch ontwikkelen).

In de handleiding zijn tijdschema’s beschikbaar wat in de verschillende onderdelen door wie geregeld moet worden op welk moment.

Locaties en Uitvoering

De interventie wordt uitgevoerd op een locatie die geschikt is voor ten minste 10 personen om tegelijkertijd te sporten.

Tijdens het beweeggedeelte van de interventie (door fysiotherapeut) is dat veelal de oefenruimte van een fysiotherapiepraktijk. Ook kan gekozen worden voor een andere geschikte sportlocatie in de wijk (bijvoorbeeld gymzaal of sportschool). De fysiotherapeut stelt een verantwoord trainingsschema op voor de deelnemer. De trainingen worden in een groep gegeven, maar de fysiotherapeut bewaakt de balans tussen belasting en belastbaarheid van de individuele deelnemer.

De eerste zes bijeenkomsten is alleen de fysiotherapeut aanwezig. Daarna sluiten de sportinstructeurs aan bij het bewegen onder begeleiding van de fysiotherapeut ten behoeve van een ‘warme’ overdracht. De deelnemers leren op deze wijze de nieuwe sportinstructeurs kennen. Gedurende deze periode wordt het gesprek aangegaan met de deelnemers om te bespreken welk beweegaanbod aansluit bij hun wensen en fysieke mogelijkheden. Deze vier bijeenkomsten kunnen zowel plaatsvinden op de locatie van de fysiotherapeut als op die van de sportaanbieder. Beiden zijn daarbij aanwezig.

De laatste 6 bijeenkomsten vinden plaats op de locatie van de sportaanbieder, maar kan bijvoorbeeld ook op het sportveld zijn of in de open lucht (denk bijvoorbeeld aan wandelactiviteiten). Hierbij is alleen de sportaanbieder aanwezig. De sportaanbieder is inmiddels bekend met de mogelijkheden en beperkingen van de deelnemers en kan met een veilig gevoel training geven aan de groep.

Er kan ook voor gekozen worden de gehele cursus op één locatie te organiseren. De verdeling van de aanwezigheid van fysiotherapeut en sportaanbieder staat evenwel vast.

De voedingslessen kunnen op dezelfde locaties worden gegeven, maar ook in de praktijk van de diëtist.

Ondersteuning

De interventie is geschikt om breed ingezet te worden zowel op initiatief van de zorgverlener als de sport- en beweegaanbieder.

De interventie heeft met het ondertekenen van een licentieovereenkomst tussen de interventie-aanvrager en de interventie-eigenaar een systeem voor de overdracht. Implementatie van de interventie kan na ondertekening van die overeenkomst op gang komen door het volgen van de uitgegeven handleiding voor de organisator en zorg- en sportprofessionals, de draaiboeken voor de uitvoerende professionals en de toolkit met de benodigde formulieren en vragenlijsten.Omdat de basiscursus (voor einddoelgroep) kort is (en daarmee relatief lage kosten heeft) is een optimale afstemming belangrijk tijdens de basiscursus maar ook tijdens het nazorgtraject. Voor zowel de zorgverleners als de sport- en beweegaanbieders en buurtsportcoach zitten er veel nieuwe elementen in, vooral op het gebied van de samenwerking met respectievelijk de sport en de zorg. De interventie-eigenaar heeft daarom een overdrachtstraining c.q. deskundigheidsbevordering m.b.t. de inzet van de interventie ontwikkeld.

Daarnaast kan de eigenaar van de interventie ondersteunen bij de implementatie van de interventie. Afhankelijk van de wens van de organisatie die met de interventie aan de slag wil worden afspraken gemaakt over de mate van ondersteuning. Dit kan zijn de inhuur van expertise, deskundigheidsbevordering voor uitvoerenden of aanpassing van het projectplan aan de lokale behoefte met suggesties voor de te betrekken partijen en organisatiestructuur.

Materialen

De intermediaire doelgroep (fysio, diëtist en beweeg-/ sportaanbieder) zoekt een geschikt alternatief om patiënten met een probleem op het gebied van leefstijl en een grote afstand tot sporten toe te leiden naar laagdrempelig sport- en beweegaanbod. De professionals nemen het initiatief om een interventie te organiseren en uit te voeren.
Andere betrokkenen zijn huisartsen, praktijkondersteuners en de buurtsportcoach. Huisartsen en praktijkondersteuners spelen een rol in de werving en doorverwijzing De buurtsportcoach neemt een actieve rol in het ontwikkelen van een lokaal netwerk en biedt daar waar mogelijk ondersteuning bij de organisatie. De interventie wordt uitgevoerd op een locatie die geschikt is voor ten minste 10 personen om tegelijkertijd te sporten.

Tijdens het beweeggedeelte van de interventie (door fysiotherapeut) is dat veelal de oefenruimte van een fysiotherapiepraktijk. Ook kan gekozen worden voor een andere geschikte sportlocatie in de wijk (bijvoorbeeld gymzaal of sportschool). De fysiotherapeut stelt een verantwoord trainingsschema op voor de deelnemer. De trainingen worden in een groep gegeven, maar de fysiotherapeut bewaakt de balans tussen belasting en belastbaarheid van de individuele deelnemer.

De eerste zes bijeenkomsten van 1 uur (gedurende de eerste drie weken van de basiscursus) is alleen de fysiotherapeut aanwezig. Daarna sluiten de sportinstructeurs aan bij het bewegen onder begeleiding van de fysiotherapeut ten behoeve van een ‘warme’ overdracht. De deelnemers leren op deze wijze de nieuwe sportinstructeurs kennen. Gedurende deze periode wordt het gesprek aangegaan met de deelnemers om te bespreken welk sport- of beweegaanbod aansluit bij hun wensen en fysieke mogelijkheden. Deze vier bijeenkomsten van elk 1 uur gedurende week 4 en 5 van de basiscursus kunnen zowel plaatsvinden op de locatie van de fysiotherapeut als op die van de sport- en beweegaanbieder. Beiden zijn daarbij aanwezig.

De laatste 6 bijeenkomsten van 1 uur (gedurende week 6 tot en met 8 van de basiscursus) vinden plaats op de locatie van de sport- en beweegaanbieder, maar kan bijvoorbeeld ook op het sportveld zijn of in de open lucht (denk bijvoorbeeld aan wandelactiviteiten). Hierbij is alleen de sport- en/of beweegaanbieder aanwezig. De sport- en/of beweegaanbieder is inmiddels bekend met de mogelijkheden en beperkingen van de deelnemers en kan met een veilig gevoel training geven aan de groep.
Er kan ook voor gekozen worden de gehele cursus op één locatie te organiseren. De verdeling van de aanwezigheid van fysiotherapeut en sport- en/of beweegaanbieder staat evenwel vast.

De voedingslessen kunnen op dezelfde locaties worden gegeven, maar ook in de praktijk van de diëtist.

Organisatie

Organisatie: Gezonde leefstijl company
Telefoon nummer organisatie: 0627118040

Organisatie: Gezonde Leefstijl Company
Telefoon nummer organisatie: 06 43918535

Contactpersoon

Naam: Meike Los
Mobiel nummer: 0627118040
Email: meike@gezondeleefstijlcompany.nl

Naam: Marjo van Hal
Mobiel nummer: 06 43918535
Email: marjo@gezondeleefstijlcompany.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.