Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Respons

Interventie

Erkenning

Goed beschreven

De methode Respons is ontwikkeld om gedragsproblemen op school aan te pakken. Hierbij kan gedacht worden aan problemen als pesten, agressief gedrag en onveiligheid op school. De basis van Respons wordt gevormd door een op vechtsport gebaseerde pedagogische methode. Deze komt terug in een serie lessenreeksen voor het primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs. Elke reeks bevat zeven lessen die afgestemd zijn op een specifiek probleem en doelgroep. Sport wordt ingezet als pedagogisch instrument om de benodigde vaardigheden en inzichten over te brengen op de deelnemers. Uniek aan Respons is dat het de leerlingen op een leuke en fysieke manier uitdaagt zélf te werken aan het oplossen van gedragsproblemen op school.

Met Respons wordt een samenwerking tussen een vechtsportclub en minimaal één onderwijsinstelling aangegaan. Op school worden de Respons lessen gegeven waarin leerlingen door beoefening van vechtsport getraind worden in het weloverwogen, proportioneel en oplossingsgericht reageren op dreigende situaties (zoals pesten of agressie). We noemen dit ook wel de flexibele respons. Ze leren situaties zelf te beoordelen en de juiste reactie te geven op gebeurtenissen die een andere (flexibele) reactie (respons) vragen.

Daarnaast zorgen de Respons lessen ervoor dat de vechtsporttrainer op een andere manier jongeren kan bereiken (sport kan meer voor mij betekenen) en te interesseren in bewegen, in de vechtsporten én in de club. Na de lessen op school organiseert de vereniging dan ook vervolglessen op de club om de jongeren enthousiast te maken voor haar (reguliere) aanbod. Door de aandacht voor deze doorstroom zal een deel van de deelnemers ook deel gaan nemen aan het reguliere aanbod van de club. Inzet van Respons werkt dan ook sportparticipatie verhogend.
Binnen de interventie is er tevens aandacht voor het realiseren van een sociaal pedagogisch vechtsportklimaat in de club, zodat deze nieuwe leden ook kunnen rekenen op de aanwezigheid van het juiste sportklimaat, veiligheid en blijvende aandacht voor competentieontwikkeling na deelname aan de lessenreeks.

Elke Respons reeks bevat zeven lessen die afgestemd zijn op een specifiek probleem en doelgroep. Sport wordt ingezet als pedagogisch instrument om de benodigde vaardigheden en inzichten over te brengen op de leerlingen. Respons kent de volgende modules:

  • Omgaan met pesten en groepsdruk (basisonderwijs)
  • Omgaan met agressie en geweld (voortgezet onderwijs)
  • Omgaan met onveiligheid (MBO)

De uitvoerende club ‘kiest’ naar aanleiding van de vraag in de buurt of de wens van de samenwerkende onderwijsorganisatie(s) één of meerdere van de modules. Zowel de vereniging als de trainer worden door de interventie-eigenaar zodanig begeleid en geschoold dat ze op een kwalitatieve en veilige wijze de genoemde lessenreeksen kunnen inzetten.

Probleembeschrijving

De interventie Respons gaat in op de hieronder beschreven drie problemen binnen het onderwijs.

1. Pesten en groepsdruk
Pesten komt het meeste voor op school, maar tegenwoordig ook digitaal. Ruim elf procent van de scholieren op de basisschool wordt regelmatig gepest (HBSC 2009). Pestgedrag kent vele vormen:

  • Verbaal
  • Lichamelijk
  • Stelen of vernielen 
  • Uitsluiting

Vaak gaat groepsdruk aan pesten vooraf. Soms pesten kinderen, terwijl ze het niet willen, maar onder druk van de groep toch doen. Doorgaans is een pester geen stabiel, zeker kind, maar wel fysiek en verbaal sterk ten opzichte van groepsgenoten. Het slachtoffer is vaak onmachtig, fysiek zwak en heeft een negatief zelfbeeld waardoor het een gemakkelijk doelwit blijft.
Pestgedrag en groepsdruk hebben een grote impact op de fysieke, sociale, cognitieve en emotionele ontwikkeling van kinderen. Het kan o.a. leiden tot angsten, isolement, depressies en psychosomatische klachten (Fekkes, M. 2005, Stassen Berger, K. 2007).

2. Agressie en geweld
Agressief gedrag en geweld komen vaak voor op school, vooral in het voortgezet onderwijs (CCV, ITS Radboud Universiteit, 2012). Agressie is de bewuste intentie om pijn, vernedering of schade bij anderen te berokkenen, die door de slachtoffers ook zo wordt ervaren.

Kenmerkend voor agressieve gedragsproblematiek is dat het kind structureel probeert schade toe te brengen. Dit kan fysiek, psychisch of materieel zijn. De problematiek ontstaat vanuit zowel persoonlijke kenmerken (zwak zelfbeeld, lage cognitieve ontwikkeling, moeilijk uiten van emoties) en problematische opvoedomstandigheden (in gezin/ school / sociale omgeving).
20 procent van de leerlingen kreeg in 2012 te maken met verbaal geweld. 17 procent met psychisch geweld, 18 procent met licht fysiek geweld en 17 procent met grof fysiek geweld (ITS, Radboud Universiteit Nijmegen, 2012)

Agressie in het onderwijs heeft niet alleen gevolgen voor de directe slachtoffers, maar ook voor docenten of klasgenoten. Naast fysieke schade kan het leiden tot stress, emotionele trauma’s, machteloosheid, demotivatie en slechte schoolprestaties (Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk, 2003).

3. Onveiligheid
Onveiligheid is ‘de mate van aanwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van afwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken’.

Veel leerlingen voelen zich niet veilig in het MBO. Elk semester hebben 10.000 van hen zo veel last van agressie en intimidatie door medeleerlingen dat het hun studie belemmert (Bron: Monitor Sociale Veiligheid MBO 2011). Onveiligheid is vooral een gevoel. Een gevoel dat per persoon of zelfs per groep kan verschillen. Terwijl persoon A zich op zijn gemak voelt, gaan bij persoon B alle alarmbellen rinkelen. Door leerlingen te leren vertrouwen op hun eigen kracht en vaardigheden, neemt het gevoel van veiligheid toe.

Kern van veel problemen in het MBO is dat leerlingen niet gehoord worden, zij worden te weinig gestimuleerd en gewaardeerd. Leerlingen hebben behoefte aan structuur, waardering en vertrouwen en krijgen dat onvoldoende. Het gebrek aan een veilige, vertrouwelijke sfeer op school is een belangrijke reden van schooluitval. Veiligheid is niet alleen belangrijk om leerlingen ‘binnenboord’ te houden, het is ook een voorwaarde voor kwalitatief onderwijs.

Doelgroepen

De doelgroep van Respons bestaat uit alle leerlingen in de onderwijssetting, in de leeftijd van 9 t/m 22 jaar.

De volgende subdoelgroepen zijn te onderscheiden:

  • De module ‘Omgaan met pesten en groepsdruk’ is bedoeld voor leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs (groep 6, 7, 8). Dit zijn leerlingen in de leeftijd van 9 t/m 12 jaar.
  • De module ‘Omgaan met agressie en geweld’ is bedoeld voor leerlingen in (de onderbouw van) het voortgezet onderwijs (vmbo, havo, vwo). Dit zijn leerlingen in de leeftijd van 12 t/m 16 jaar.
  • De module ‘Omgaan met onveiligheid’ is bedoeld voor leerlingen die een mbo-opleiding volgen, ongeacht de sector of het niveau. Dit zijn leerlingen in de leeftijd van 16 t/m 22 jaar.

Intermediaire doelgroep

De vechtsportclub voor het doorvoeren van de visie van Respons in het bestaande lesaanbod binnen de club. En het is tevens de plek waar een verantwoord en veilig sportklimaat wordt gecreëerd volgens de criteria van het Fight Right Keurmerk

  • De vechtsportdocent van de lokale vechtsportvereniging die de Responstraining geeft.

De onderwijsinstelling als plaats voor uitvoering van het lessenaanbod en tevens als vindplaats van nieuwe leden voor de club.

  • De docenten/mentoren uit het onderwijs die betrokken worden bij de trainingen. De docent van de groep is aanwezig tijdens de lessen op school en ziet de ontwikkeling van de leerlingen en kan met zijn / haar bevindingen reflecteren buiten de sportles

De gemeente is verantwoordelijk voor het lokale sportbeleid waarbinnen Respons plaatsvindt.

  • Buurtsportcoach, die waar mogelijk het Respons aanbod integreert in de wijkaanpak, of de relatie tussen de club en het onderwijs kan leggen.

Doel van het sport- en beweegaanbod

Hoofddoel

Respons wordt gebruikt om leerlingen om te leren gaan met verschillende maatschappelijke problemen, zoals pesten, groepsdruk, agressie of onveiligheid. Per probleem is geanalyseerd welke kennis, vaardigheden en inzichten (competenties) leerlingen nodig hebben om weloverwogen, proportioneel en oplossingsgericht te kunnen handelen. Het doel van Respons is dan ook in het handboek als volgt geformuleerd:

Door deelname aan Respons(lessen) krijgen deelnemers vaardigheden aangeleerd en worden zelfwaargenomen competenties vergroot, zodat zij in staat zijn weloverwogen, proportioneel en oplossingsgericht te handelen in een voor hen bedreigende situatie.

Via deze doelstelling levert Respons een bijdrage aan het voorkomen van machtsmisbruik van en door leerlingen en ondersteunt het tevens een positieve ontwikkeling van leerlingen.

De verschillende onderdelen van de interventie (zoals beschreven bij aanpak en in de handleiding) dragen bij aan het vergroten van de competenties en vaardigheden van deelnemers. Aan het eind wordt met hen gereflecteerd, om hen ook wat meer bewust te maken van hun vooruitgang.

Toelichting op het hoofddoel.
Wat bedoelen we als we het hebben over weloverwogen, proportioneel en oplossingsgericht handelen? Niet iedere situatie vereist dezelfde reactie (respons). Leerlingen leren weloverwogen (bewust gekozen gezien de situatie), proportioneel (in verhouding met de provocatie) en oplossingsgericht (daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen en geen verdere escalatie van pestgedrag) te handelen. Ze leren om op basis van de situatie zelf een ‘flexibele respons’ te geven.

Subdoel

Subdoelen einddoelgroep
Sport moet voor leerlingen vooral ook leuk zijn. In de lessen is plezier voor de leerlingen een belangrijk (sub)doel. Daarnaast zijn er de volgende subdoelen:

  • Kennismaken met vechtsporten
  • Verhogen van deelname aan sport en bewegen/ cq vechtsporten
  • Terugdringen van de mogelijke gevolgen van de eerder genoemde problemen.

De overige subdoelen van de interventie zijn onderverdeeld in de eerder genoemde intermediaire doelgroepen.

Subdoelen voor de club/ trainers:
De lokale club is door de Respons interventie in staat om vechtsport als kwalitatief maatschappelijk instrument binnen het onderwijs in te zetten om zo: (1) positief bij te dragen aan de oplossing van problemen in het onderwijs en (2) verhogen van sportparticipatie en beweeggedrag (3) potentiele nieuwe sporters te bereiken en (4) nieuwe leden aan de club te binden.

Dit moet leiden tot:

  • Een groeiend aantal deelnemers aan veilige vechtsportactiviteiten bij de vechtsportclub (meer sporten en bewegen in georganiseerd verband).
  • Verhoging van de sportparticipatie door de aanwas van nieuwe leden vanuit het onderwijs
  • Een krachtige maatschappelijke rol van de club in de buurt .
  • Doorvoeren van de Respons visie (competentie gerichte begeleiding en positief bijdragen aan gedrag) in het aanbod van de club.
  • Een structurele samenwerking met het onderwijs.
  • Verhogen van de pedagogische kwaliteit van het kader.
  • Verhogen van de veiligheid van het aanbod in de club evenals de sociale veiligheid binnen de club met behulp van het doorvoeren van de criteria van het Fight Right Keurmerk (het keurmerk als voorwaardelijk onderdeel binnen de interventie). 
  • Professionele en positieve profilering van Respons met de club als afzender, waardoor deze ook als een betrouwbare en betrokken sportpartner naar voren komt in de wijk / gemeente.

Subdoelen voor het onderwijs/ docenten in het onderwijs

  • Terugdringen van de mogelijke gevolgen van genoemde problemen op school
  • Professionele en structurele samenwerking met de vechtsportclub
  • Uitbreiding van het sport/ beweegprogramma op school met Responslessen

Subdoelen voor de gemeente/ buurtsportcoach

  • Uitbreiding van vernieuwend sportaanbod in de buurt 
  • Inzet van sport als pedagogisch/ maatschappelijk instrument in de wijk / gemeente
  • Verhogen van sportparticipatie in de wijk / gemeente

Aanpak (opzet interventie, locatie en uitvoerders)

Opzet van de interventie

De interventie Respons is in drie fasen onder te verdelen, te weten de initiatie-, uitvoering- en afronding- / evaluatiefase. Onder het kopje ‘Inhoud van de interventie’ hebben we deze fasen uitvoerig beschreven.

Fase 1: Initiatiefase
In deze fase starten de uitvoerders (trainers, bestuurders vanuit de uitvoerende club) met een startbijeenkomst georganiseerd door de interventie eigenaar. Er wordt een communicatieplan opgesteld die in de uitvoering uitgerold gaat worden om een zo groot mogelijk bereik en bekendheid te genereren. Ook worden de docenten opgeleid die met de Responslessen op school aan de slag gaan. Tevens wordt de samenwerking met het onderwijs geïntensiveerd, afspraken gemaakt en alle voorbereidingen getroffen die nodig zijn om tot uitvoering van de lessen over te gaan. De interventie eigenaar ondersteunt waar nodig in dit proces. De buurtsportcoach wordt in deze fase betrokken en zijn kennis en netwerk worden gebruikt om optimaal bereik en uitvoering te realiseren. Als laatste wordt er in deze fase een start gemaakt met het doorvoeren van de Fight Right criteria om het sociaal en pedagogische klimaat van de club (verder) te verhogen.

Fase 2: uitvoeringsfase
In deze fase gaat de club aan de slag binnen de onderwijsorganisatie(s), (zie beschrijving van de inhoud in de alinea hieronder), en vinden er tevens lessen plaats op de club, nadat de deelnemers op school de zeven Respons lessen doorlopen hebben. Deelnemers aan de lessen op school worden uitgenodigd om ook bij de sportvereniging te komen kijken bij speciaal georganiseerde vervolglessen. Het aantal lessen van dit aanbod, is niet vastgesteld. De lokale club bepaalt (afhankelijk van beschikbare ruimte, trainers etc.) hoeveel vervolglessen er aangeboden worden. Hier zit echter geen verplichtend karakter meer in voor deelname van de scholieren. Wel wordt door de club optimaal ingezet op deelname aan dit vervolgdeel door drempelverlagende acties, inzet communicatiemiddelen om dit aanbod te promoten en voortijdige aandacht van het vervolg tijdens de lessen op school. Immers door de interventie te verlengen in de vereniging, is de kans op ‘gedragsverandering’ groter: het weerbaarder maken van jeugdigen en ontdekken dat vechtsport leuk is. De interventie eigenaar adviseert de club hierin en draagt good practices over middels de intervisiebijeenkomsten die ze voor de Respons docenten van de club drie maal per jaar organiseert.

In het vervolgaanbod zijn twee hoofdtypen te onderscheiden, namelijk: (1) Respons verdiepingslessen / weernaarheidslessen en (2) beginnerslessen in de eigen sportachtergrond van de club. Aangezien de Respons lessen op school voornamelijk vechtsporttak-overstijgend worden ingezet, wordt in het vervolgaanbod ingezet op kennismaking met de grote verscheidenheid aan vechtsportstijlen afhankelijk van de vechtsporttak die bij de uitvoerende club wordt verzorgd. Dit varieert van jiu jitsu, kickboksen, karate, Ji do kwan, taekwondo tot judo. Deelnemers krijgen vervolgens een aanbod lid te worden en kunnen doorstromen naar het reguliere aanbod van de vereniging.

In deze fase wordt ook kennis overgedragen en ervaringen uitgewisseld aan de club en haar Respons trainers middels vaste intervisie-bijeenkomsten georganiseerd door de interventie-eigenaar.

Fase 3: Afrondingsfase en evaluatie
De verankering van de activiteiten (na een impuls/ projectperiode) is erg lokaal afhankelijk. Betrokkenheid van de scholen, gemeente, buurtsportcoach en wijkactieplannen of de beschikbaarheid van structurele middelen zijn van invloed. Vanuit de interventie-eigenaar worden mogelijkheden voor voortzetting van het aanbod al tijdens de initiatiefase en uitvoering besproken en bekeken. De oorspronkelijke problemen op de onderwijsorganisatie kunnen verminderd zijn, maar Respons is ook een preventieve aanpak en kan dus overal en voortdurend worden ingezet.

Locaties en Uitvoering

De interventie is opgezet om de samenwerking van de sportclub met de onderwijsinstelling(en) tot stand te brengen dan wel te intensiveren. Hierbij is de lessenreeks en methode Respons de sleutel welke er voor moet zorgen dat de problemen binnen het onderwijs worden aangepakt en waar tegelijkertijd centraal staat dat er meer kinderen / jongeren gaan sporten binnen de vechtsportclub als gevolg van de interventie. De club en haar Respons trainers zijn dan degenen die een belangrijk deel van de interventie uitvoeren. Sportorganisaties zijn dan ook het type organisatie die de interventie kan uitvoeren.De interventie is opgezet om de samenwerking van de sportclub met de onderwijsinstelling(en) tot stand te brengen dan wel te intensiveren. Hierbij is de lessenreeks en methode Respons de sleutel welke er voor moet zorgen dat de problemen binnen het onderwijs worden aangepakt en waar tegelijkertijd centraal staat dat er meer kinderen / jongeren gaan sporten binnen de vechtsportclub als gevolg van de interventie. De club en haar Respons trainers zijn dan degenen die een belangrijk deel van de interventie uitvoeren. Sportorganisaties zijn dan ook het type organisatie die de interventie kan uitvoeren.

Ondersteuning

Overdracht van de interventie is georganiseerd vanuit de interventie eigenaar naar de vechtsportvereniging en daarbij betrokken trainers. Daar worden alle kennis, achtergronden en werkwijzen geïmplementeerd waarmee de interventie lokaal uitvoerbaar is. Dit gebeurt op twee niveau’s:

1. Lesniveau/ uitvoering (trainers)
Trainers worden geschoold. Hiervoor nemen ze deel aan de Respons cursus (twee dagen). Voor iedere module/ doelgroep is een aparte cursus noodzakelijk. In de cursus wordt de basiskennis om Respons in de praktijk in te zetten overgedragen.

Daarna volgt de trainer het intervisieprogramma Respons (2 bijeenkomsten per projectjaar). Hierin is de verdere professionele ontwikkeling van de Respons trainer het doel. In deze bijeenkomsten worden alle Respons trainers met elkaar in contact gebracht en wisselen ze kennis en ervaringen uit of zo vanuit praktijkervaring samen tot nieuwe inzichten en kennis te komen.

2. Organisatie
Bij aanvang van de interventie neemt de uitvoerende club deel aan een startbijeenkomst. In deze bijeenkomst worden alle rand voorwaardelijke/ organisatorische onderdelen behandeld. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vechtsport positieve effecten op de persoonlijke ontwikkeling van deelnemers kan hebben, mits ze binnen de juiste randvoorwaarden wordt beoefend (Elling & Wisse 2010). Deze randvoorwaarden zijn verwerkt in het Fight Right Keurmerk, zodat deze ook daadwerkelijk in de club gecreëerd kunnen worden. Gedurende de interventie gaat de club werken aan het invoeren van, en wordt de organisatie van de club zelf gekeurd aan de hand van de criteria van dit Fight Right Keurmerk (indien de club dit nog niet bezit). Deze criteria hebben betrekking op onder andere de accommodatie, de veiligheid, de kwaliteit van trainers, de maatschappelijke betrokkenheid van de club en het pedagogische en didactische gehalte. Ook onderschrijft de club de erecode van de vechtsport. Het keurmerk is een voorwaarde, als een club het keurmerk heeft voldoet het aan de basisvoorwaarden voor uitvoering. Indien een club het keurmerk nog niet heeft behaald dient het deze te behalen. De kosten voor het keurmerk (zie begroting) worden door de Sportimpuls niet gefinancierd en zullen door de club (of de gemeente) als cofinanciering ingebracht moeten worden.

Optioneel kan de club extra ondersteuning aanvragen van de interventie eigenaar bij de organisatorische kant van de interventie, zowel in de initiatie-, uitvoering- als evaluatiefase. Overdracht is dan op maat.

Materialen

  • Handboek per doelgroep (beschrijving van de methode, kennis en achtergronden van de problemen en de doelgroep, volledig uitgeschreven lessenreeks)
  • Respons communicatiepakket (flyers, beeldenbank, logo’s, voorbeelden voor diploma’s, deelnamekaartjes)
  • Intake- en Evaluatieformulieren Respons (voor de lessen op scholen)
  • Handboek FRK (criteria van het keurmerk, procedure, voorbeelden)
  • Sport- en spelmaterialen trainers voor uitvoering van de lessen (stootkussen of pads, (tennis)ballen, blinddoeken, wasknijpersstopwatch)
  • Sport- en spelmaterialen op school (matjes, kasten, pionnen, springtouwtjes e.d.), deze zullen door school of club moeten worden aangeschaft als deze nog niet aanwezig zijn.

Organisatie

Organisatie: Nederlands Instituut voor Vechtsport en Maatschappij
Telefoon nummer organisatie: 0318 660 980

Organisatie: NIVM
Telefoon nummer organisatie: 0318 660 980

Contactpersoon

Naam: Wouter Schols
Telefoon nummer: 0318 660 980
Email: schols@nivm.nl

Naam: Arien Bosch
Telefoon nummer: 0318 660 980
Email: bosch@nivm.nl

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.