Sluiten

Paralympische S9 zwemsters even snel vermoeid als valide zwemsters

Artikel

Geplaatst op 27 oktober 2014

Geplaatst op 27 oktober 2014

Paralympische zwemsters die vanaf de geboorte een onderarm missen (uitkomend in categorie S9), raken niet meer of sneller vermoeid dan valide zwemsters bij het borstcrawl zwemmen. Wel leveren paralympische zwemsters ongeveer 20% minder kracht en neemt hun slagfrequentie meer af aan het eind van een sprint van 30 seconden.

Paralympisch zwemmen

Paralympische zwemmers die een onderarm moeten missen, hebben een groot nadeel bij het zwemmen. De hand en onderarm spelen namelijk een belangrijke rol bij het voortstuwen van het lichaam. Zo zwom Ranomi Kromowidjojo een Olympische record op de 100 m vrije slag in 53:00 s, terwijl tijdens de Paralympische Spelen in Londen (2012) de beste zwemster in de S9-categorie deze afstand in 62:77 s aflegde. Britse onderzoekers hebben uitgezocht in hoeverre de kracht, slagfrequentie en vermoeidheid bij paralympische zwemsters verschilden met die van valide zwemsters.

Bewegingsanalyse

Negen paralympische zwemsters die sinds hun geboorte 1 onderarm misten (categorie S9) namen deel aan deze studie. Zij waren ongeveer 16 jaar oud en zwommen de 100 m vrije slag gemiddeld in 74,5 s. De controlegroep bestond uit 9 valide zwemsters van 16 jaar oud met een gemiddelde tijd van 62,7 s op de 100 m. Na een warming up moesten de zwemsters 30 seconden zo intensief mogelijk zwemmen, terwijl zij in het zwembad op hun plek werden gehouden met een band om hun middel. Deze band was met een krachtmeter verbonden aan de muur van het zwembad. Tijdens het zwemmen droegen de zwemsters een snorkel en zijn zij gefilmd. De krachten die zij uitoefenden en de videobeelden zijn vervolgens geanalyseerd.

Uit de resultaten bleek dat de paralympische zwemsters evenveel kracht leverden met hun niet aangedane arm als de valide zwemsters. Er was daarom ook geen verschil tussen de piekkracht die gemeten is bij de zwemsters. Wel leverden de paralympische zwemsters tijdens de gehele test gemiddeld 20% minder kracht dan de valide zwemsters. In de eerste 15 seconden was er geen verschil in slagfrequentie tussen beide groepen. In de laatste 15 seconden hadden de paralympische zwemsters echter een groter verlies in slagfrequentie. Deze ging namelijk van 47 naar 42 slagen per minuut bij de paralympische zwemsters, en van 48 naar 45 slagen per minuut bij de valide zwemsters. De relatieve afname van de geleverde kracht was echter voor beide groepen gelijk. Ook bleef de coördinatie tussen beide armen onveranderd voor beide groepen.

Conclusie

Hoewel de slagfrequentie van de paralympische zwemsters meer afnam dan die van de valide zwemsters, nam hun geleverde kracht niet meer af. Vermoeidheid speelt bij paralympische zwemsters dus geen grotere rol dan bij valide zwemsters. Wel is de vraag in hoeverre deze resultaten vergelijkbaar zijn met de echte zwemprestatie, omdat zwemmen zonder verplaatsing met een snorkel niet representatief is voor de zwemprestatie op de 100 m vrije slag.

Lee CJ, Sanders RH, Payton CJ (2014) Changes in force production and stroke parameters of trained able-bodied and unilateral arm-amputee female swimmers during a 30 s tethered front-crawl swim. J. Sports Sci., 32:1704-1711
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.