Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Overreaching nog steeds niet vast te stellen

Advies

Geplaatst op 7 december 2012

Geplaatst op 7 december 2012

Volgens Schmikli en collega’s is overreaching wellicht vast te stellen door het maandelijks uitvoeren van sportspecifieke veldtesten. De onderzoekers uit Utrecht en Groningen veronderstellen dat een 5 % afname in prestaties in combinatie met een verstoorde gemoedstoestand en een verminderde concentratie cortisol een goede indicator kan zijn voor niet-functionele overreaching. Hetzelfde geldt voor een toename van 5 % in hartfrequentie bij submaximale inspanning bij voetballers. Deze conclusies lijken echter wat kort door de bocht.

Samenvatting op aanvraag van H. Elzerman

Niet-functionele overreaching, het voorstadium van overtraining, is een vrij vaag begrip. Een duidelijke diagnose is tot op heden niet te stellen. Er vinden bij niet-functionele overreaching verschillende fysiologische en mentale veranderingen plaats. Het is echter niet zo dat als een van deze zaken de kop opsteekt er ook direct sprake is van overreaching. Het enige duidelijke kenmerk is een langdurige prestatievermindering (weken tot enkele maanden). Vanuit dit standpunt zijn Schmikli en zijn collega’s op zoek gegaan naar verklarende factoren voor de prestatievermindering. Zelf noemen de auteurs de atleten overreached als er sprake zou zijn van minimaal 1 maand prestatievermindering.

De resultaten van 15 elite jeugdatleten van ongeveer 18 jaar zijn beschreven in het onderzoek dat 1 seizoen in beslag nam. Het ging om middellange afstandlopers en voetballers. Elke maand liepen de sporters een veldtest, waarvan de resultaten zijn vergeleken met de veldtest aan het begin van het seizoen. Atleten zijn of ingedeeld in een overreached-groep (OG) of in de controlegroep (CON). Atleten kwamen in de OG-groep als er sprake was van prestatievermindering op 2 opeenvolgende tests ten opzichte van de meting die was uitgevoerd aan het begin van het seizoen. Voor de hardlopers betekende dit een 5% afname van de loopafstand tijdens zone 3 van de Zoladz-test (6 minuten hardlopen in 4 zones: 40, 30, 20 en 10 hartslagen onder de maximale hartfrequentie). Bij de voetballers was er sprake van prestatievermindering als hun hartfrequentie 5% hoger was tijdens de submaximale interval shuttle run test (70% van de maximaal aantal runs getest aan het begin van het seizoen). Uiteindelijk zijn er 8 atleten (1 hardloper en 7 voetballers) in de OG-groep terecht gekomen en 7 (4 hardlopers en 3 voetballers) in de CON-groep. Op het moment dat er voor de tweede opeenvolgende keer een prestatievermindering gemeten was op de veldtest is een vragenlijst (POMS) ingevuld door de atleten om hun gemoedstoestand in kaart te brengen. Op dat moment is ook de cortisolconcentratie in het bloed bepaald. Verschillen in de gemoedstoestand en cortisolconcentratie tussen de OG- en CON-groep zouden wellicht ook indicatoren kunnen zijn voor overreaching.

De OG-groep had lagere cortisolconcentraties dan de CON-groep (0.20 vs. 0.35 μmol/L). Uit de POMS-vragenlijst bleek dat atleten uit de OG-groep beduidend hoger scoorden op depressie (6,3 vs. 1,3) en boosheid (10,3 vs. 3,9) in vergelijking met de CON-groep.

Schmikli concludeert dat het erop lijkt dat overreaching is aan te tonen door middel van een prestatievermindering in combinatie met veranderingen in de gemoedstoestand en cortisolconcentratie. Maar zoals eerder gezegd is het geen bewijs dat veranderingen in deze uitkomstmaten ook betekenen dat er sprake is van overreaching. Overreaching kan zich op zoveel verschillende manieren uiten (zowel op fysiek als psychosociaal vlak) en is bij iedereen wellicht weer net anders. Daarnaast is het belangrijk dat de getraindheid van de atleten op het moment van de eerste en volgende veldtests duidelijk is. De resultaten van de eerste veldtest dienen immers als vergelijkingsmateriaal voor de volgende testen. Het onderzoek van Schmikli geeft helaas geen duidelijkheid over de getraindheid van de onderzochte atleten tijdens de eerste veldtest. Een laatste punt van aandacht betreft de cortisolconcentratie. Ondanks dat Schmikli concludeert dat de cortisolconcentratie een indicator kan zijn voor overreaching, is het zeker geen alom geaccepteerde methode. Het is uiteraard belangrijk om de prestatie van een atleet goed in de gaten te houden. Mocht de prestatie langdurig verslechterd zijn in combinatie met een verstoorde gemoedstoestand, dan is het in ieder geval belangrijk om de atleet goed in de gaten te houden en te waken voor niet-functionele overreaching.

Schmikli SL, Brink MS, De Vries WR, Backx FJG (2011) Can we detect non-functional overreaching in young elite soccer players and middle-long distance runners using field performance tests? Br. J. Sports Med., 45: 631-636
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.