Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Open Club: nu of nooit?

Artikel

Sportverenigingen die toekomstbestendig willen zijn, spelen in op maatschappelijke trends. Al dan niet een Open Club worden is een veelbesproken optie om de vereniging duurzaam relevant te maken. Kenniscentrum Sport zocht uit: is de Open Club dé oplossing?

In Nederland hebben we een enorm sterke sportinfrastructuur met meer dan 28.000 sportverenigingen, zeker een miljoen vrijwilligers en ook steeds meer professionals die deze verenigingen ondersteunen. Er is veel discussie in de sportwereld over hoe duurzaam en toekomstbestendig deze infrastructuur is. Moet de sportvereniging zich aanpassen aan de veranderende maatschappij en de veranderende (sport)behoefte van de mens?

Wat betekent dat voor het functioneren van de vereniging? Moet die enerzijds meer bedrijfsmatig werken (professioneler) en anderzijds meer aandacht voor de maatschappij hebben? De sport zelf vraagt om een Olympische top tien positie en een groei van 10% in sportparticipatie van alle Nederlanders. Kan het huidige model van de sportvereniging daar in voorzien? En als een vereniging een open club wordt, is dat dan de oplossing?

Dit artikel kijkt terug naar het ontstaan van de open club filosofie, bespreekt welke varianten er inmiddels zijn ontstaan en geeft handreikingen aan bestuurders, professionals en vrijwilligers van de sportvereniging bij het maken van keuzes rondom het wel of niet volgen van een open club filosofie.

Veranderen of aanpassen om te overleven?

Het Mulier Instituut voert jaarlijks een brede Verenigingsmonitor uit. Deze rapportage presenteert de stand van zaken en de ontwikkelingen in de Nederlandse sportverenigingen. Uit het meest recente onderzoek blijkt dat de verenigingen het de laatste jaren financieel zwaarder hebben, maar dat ze wel steeds meer zoeken naar samenwerking met derden.

Het huidige model van de sportverenigingen bestaat al meer dan 120 jaar. Marius Buiting (oud-voorzitter van de Nederlandse Katholieke Sportfederatie) verwoordde het al jaren geleden door te zeggen dat er meer verenigingen zijn dan bedrijven die 100 jaar bestaan. De overlevingskracht van de sportvereniging is dus sterk. Waarschijnlijk heeft het ook iets te maken met het feit dat de vereniging maar één streven heeft, namelijk haar eigen voortbestaan. Veranderen om te veranderen lijkt niet zo zinvol. Aanpassen aan de veranderende omgeving om te overleven, is wel heel zinvol. Zo weten we uit de natuur.

Overheid ziet maatschappelijk nut van sportverenigingen

De overheid en andere organisaties zien de sterke Nederlandse sportinfrastructuur steeds vaker als een te benutten kans. Het rijk probeerde eerder al partijen in te zetten om maatschappelijke problemen op te lossen. Waren het eerst de gezinnen (de ouders) en later het onderwijs, nu lijkt de sportwereld aan de beurt. Je ziet op zowel lokaal, regionaal als landelijk niveau allerlei initiatieven ontstaan die samenwerking met de sportvereniging stimuleren. Of het nu gaat om welzijn, zorg of justitie: allemaal zien ze de potentie van sport en bewegen.

Het helpt als overheid en andere organisaties zich daarbij ook afvragen wat de sportvereniging er zélf aan heeft. Ze zouden zich wat meer kunnen verdiepen in de uitdagingen van een sportvereniging, en die door samenwerking te ondersteunen. Aan de andere kant moet de sport zichzelf de vraag stellen of ze de competenties en tijd heeft om de overheid te helpen.

De waarom-vraag van de open club

Die ‘Waarom een open club’-vraag wordt nu nog onvoldoende gesteld. De meeste van huidige open club varianten zijn opgesteld door believers (zie het boek De Waardenvolle Club van Frank van Eekeren) en gaan meer over het ‘hoe’. De initiatiefnemers gaan ervan uit dat een open club noodzakelijk is om te overleven en dat het extra kansen biedt. Het is echter belangrijk dat elke vereniging zich – voordat ze met de open club filosofie start – eerst afvraagt: waarom en voor wie doen we dit?

Back to Basics: de maatschappelijke vereniging

Berend Rubingh en Sjors Brouwer deden al in 2011 en 2012 in opdracht van de KNVB en de Stichting Meer dan Voetbal onderzoek naar de maatschappelijke rol van amateurvoetbalclubs. Het resulteerde in een rapport Back to Basics en een paar interessante filmpjes die elke bestuurder en vrijwilliger in de sport kunnen inspireren. De onderzoekers onderscheidden de traditionele, de bedrijfsmatige en de maatschappelijke vereniging. De laatste groep verenigingen zijn verenigingen met een meer ideëel doel of verenigingen die in stand worden gehouden door de overheid vanwege de maatschappelijke rol die ze vervullen. Ook constateren ze dat bij de meeste verenigingen de drie functioneringsprincipes door elkaar lopen.

NOC*NSF: 5 basiskenmerken van een open club

Kort daarna kwam NOC*NSF met de open club filosofie. NOC*NSF legt op sport.nl uit dat het lastig is om een open club te herkennen, omdat elke club zich op een andere manier als open club kan ontwikkelen. De sportkoepel geeft aan dat het begint met het kloppend hart van de club. Dat deel zorgt voor de cultuur, de identiteit en de sfeer binnen de club.

De vele varianten van de open club

De term ‘open club’ roept de vraag op of er ook zoiets bestaat als een ‘gesloten club’. De sportclub staat echter open voor leden en als je een wedstrijd speelt, sta je open voor een tegenstander. Daarmee lijkt het dus dat een club per definitie niet gesloten kan zijn, anders waren er geen leden en geen wedstrijden. Dit vaststellende, zijn dus alle sportverenigingen open. Maar wat wordt er dan bedoeld met ‘open club’? Dat is – ondanks de 5 NOC*NSF kenmerken – in de praktijk nog steeds heel breed: dat iedereen lid kan worden, dat ouders hun kinderen kunnen brengen, dat vrijwilligers de vereniging in de lucht houden, dat supporters naar een wedstrijd kunnen komen kijken, dat de vereniging een rol in de buurt of wijk speelt, en dat er wordt samengewerkt met de lokale en regionale overheden om maatschappelijke problemen aan te pakken…

De meeste varianten zijn een mix van bovenstaande opsomming. Als jouw vereniging iets met de open club filosofie wil, verdiep je dan eerst in de mogelijke varianten en zoek uit wat past bij jouw eigen situatie en ambities. De meeste informatie vind je online (onder andere op Allesoversport.nl), maar ook sportbonden en regionale of lokale sportservice-organisaties kunnen je verder helpen.

Voorbeelden uit het land

Bij Rotterdam Sportsupport hebben ze het over Sportplus verenigingen. In Limburg is er een speciale website ingericht voor open clubs. MVV Nederland heeft het Maatschappelijk Verantwoord Verenigen-wiel ontwikkeld. Op meerdere plekken in Nederland worden sportcoöperaties opgericht. Het zijn allemaal vergelijkbare varianten. En ook de Rabobank richt zich nu samen met NOC*NSF op Nederlandse sportverenigingen. Bij NOC*NSF kun je zelfs open club sessies volgen. Met welke open clubvariant je ook aan de slag wilt: blijf je als vereniging afvragen waarom? Wat heb ik er nu en in de toekomst aan, en voor wie doen we het?

Onderzoek

Zoals al eerder aangegeven, komen de meeste van de open club aanpakken uit de hoek van de believers. Gedegen onderzoek naar de effecten van alle initiatieven is nodig, zodat andere sportverenigingen meer evidence based met deze filosofie aan de slag kunnen. Misschien is dit al iets voor de Dag van het Sportonderzoek in Zwolle in november. Het zou mooi zijn als praktijk en wetenschap hierin samen kunnen optrekken. Nu kunnen we alleen constateren dat de sportwereld in beweging is. Dat past in ieder geval goed bij onze branche en de sportvereniging zal ook de komende honderd jaar nog wel de basis zijn van de Nederlandse sportinfrastructuur.

Dit artikel is eerder verschenen in SPORT bestuur en management.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.