Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Onderzoek naar diversiteit in sportbesturen blijft noodzakelijk

Kennisbank

Blog van Marian ter Haar, adviseur bij Kenniscentrum Sport naar aanleiding van proefschrift ‘From participation to consumption? Consumerism in voluntary sport clubs’.

Vol verwachting zat ik op 4 december bij de verdediging van Jan-Willem van der Roest’s proefschrift: ‘From participation to consumption? Consumerism in voluntary sport clubs’. De titel intrigeerde me omdat deze een ontwikkeling suggereerde van ‘lid van zijn van een vereniging’ naar ‘klant zijn bij een vereniging’ en dat maakte mij nieuwsgierig. Ook zijn antwoord op de vraag: ‘waarom ontwikkelen sommige verenigingen zich tot ‘moderne’ verenigingen, terwijl andere clubs aan het klassieke verenigingsmodel vasthouden?’ eerder deze maand in SportknowhowXL prikkelde tot de gang naar het Academiegebouw op het Domplein in Utrecht.

Eerder besprak ik deze verdediging in Sportexpert aan de hand van de vraag van UvA’s bijzonder hoogleraar sportsociologie Ramon Spaaij over de aanstekelijkheid van een goed vertoog. Van der Roest maakte duidelijk dat het consumentisme een door NOC*NSF verspreide strategie is voor flexibele vraaggerichte aanbodontwikkeling. Dit idee heeft ruim baan gekregen in de verschillende sportbesturen. Uit het onderzoek van Van der Roest naar hoe dit beeld leeft in de vereniging, komt een genuanceerd beeld naar voren. Verenigingen laten graduele overgangen tussen consumentisme en de klassieke ledenbinding zien. De verenigingen bewegen over het algemeen losjes mee met de tijdsgeest.

Homogeniteit sportbesturen

Terug naar de verdediging. Annelies Knoppers van de Universiteit van Utrecht onderzoekt diversiteit in sportorganisaties en de maatschappelijke waarde van sport, vooral op het gebied van gender en seksualiteit. Knoppers vroeg zich tijdens de verdediging hardop af of Van der Roest een relatie ziet tussen het vertoog van NOC*NSF en de bonden over het consumentisme en de homogeniteit van de sportbesturen. Ze vraagt zich af of het geloof van NOC*NSF en de bonden in het consumentisme mogelijk samenhangt met een overeenkomstige identiteit van de bestuurders. Is deze opvatting niet te veel de opvatting van het old boys network?

In het onderzoek heeft Van der Roest, zo licht hij toe, nauwelijks significante verschillen tussen mannen en vrouwen gevonden in het denken over de verenigingsorganisatie. Er is een onafhankelijke steekproef uitgevoerd om het niveau van het consumentisme en betrokkenheid tussen mannen en vrouwen te vergelijken. Er zijn geen significante verschillen in de scores voor onafhankelijkheid, afzijdigheid, niet sociaal gedrag, affectieve betrokkenheid en normatieve betrokkenheid gevonden, parameters voor een consumentistische houding. Maar ten aanzien van kwaliteit van de dienstverlening is er wel een significant verschil: vrouwen slaan de kwaliteit van het aanbod hoger aan dan mannen. Ook de veiligheid van de sportbeoefening vinden vrouwen duidelijk van grotere waarde dan mannen.

Etnische variatie

Op de vraag van Knoppers of dit aanleiding was tot verdere analyse van dit toch wel opvallende verschil, zegt Van der Roest dat dit onderzoek daar geen antwoord op geeft. Het zou erop kunnen wijzen, suggereert Knoppers, dat de organisatiecultuur in de sportvereniging door vrouwen als onvoldoende veilig en het aanbod als kwalitatief onvoldoende gepercipieerd worden. Knoppers vraagt zich af of gender niet teveel als een neutraal kenmerk wordt gezien in dit onderzoek. De belangstelling voor kwaliteit, zo argumenteert Knoppers, reflecteert mogelijk de achterstand die vrouwen nog steeds in de sport hebben. Sportverenigingen hebben een beleid waarin mannen de boventoon voeren en etnisch beperkte variatie is. Dat heeft gevolgen voor het beleid van verenigingen, aldus Knoppers. Van der Roest hanteert in zijn onderzoek geen genderdifferentiatie [1] met meerdere identiteiten en etnische variatie. Dit heeft tot gevolg dat er geen antwoorden zijn op de vraag waarom de positie van LHBT [2] en etnische groepen sterk ondervertegenwoordigd is in sportbesturen. Wel legt hij een interessant verschil in beoordeling van de kwaliteit en veiligheid tussen mannen en vrouwen bloot.

Van der Roest suggereert dat in dit verschil wellicht een eerste aanzet besloten ligt voor verder onderzoek naar een verklaring voor de onevenredige vertegenwoordiging van vrouwen en etnische groepen in de sportbesturen.

1] Het benutten van het continuüm man-vrouw, mannelijkheid- vrouwelijkheid, in plaats van die dichotomie man-vrouw.

[2] Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuele personen en Transgender personen

Lees meer

Literatuurverwijzing: Haar, M. ter, & Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) (2015). Onderzoek naar diversiteit in sportbesturen blijft noodzakelijk.

Uitgifte datum: 2015

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.