Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Nu is de tijd om openbare ruimte beweegvriendelijk in te richten (2015)

Artikel

Steeds meer mensen sporten in de openbare ruimte. Dat schreef minister Edith Schippers van Volksgezond, Welzijn en Sport op 30 oktober 2015 in een brief aan de Tweede Kamer. Om nog meer mensen te laten hardlopen, wandelen en fietsen is het belangrijk om die openbare ruimte gebruiksvriendelijk in te richten. En juist nu liggen er kansen om gezondheid te verbinden met ruimtelijk beleid in een lokale omgevingsvisie.

Naar aanleiding van het Wetgevingsoverleg Sport van een jaar geleden en een initiatief voor het ‘redden’ van de buitensport schreef minister Schippers een brief over het gebruik van de openbare ruimte voor sport. Ze start haar brief met de mededeling dat steeds meer mensen sporten in de openbare ruimte. Dit gegeven uit de Rapportage sport 2014 heeft het Kenniscentrum Sport vertaald in deze infographic. 41% van de Nederlanders tussen 6 en 79 jaar maakt wel eens gebruik van de openbare ruimte om te sporten. ‘Het is illustratief’, zegt de minister in haar brief, ‘dat de meest beoefende sporten, hardlopen, fietsen en wandelen, vooral sporten zijn die in de openbare ruimte worden beoefend.’

Sport als middel voor gezonde leefstijl

Verderop geeft de Minister aan dat sport en bewegen, naast dat het recreatief is, ook steeds vaker wordt ingezet als middel om verbetering van leefstijl en gezondheid te bereiken. Ze benoemt een aantal initiatieven waarbij gemeenten en maatschappelijke organisaties jong en oud in beweging krijgen, zoals Actief met de Friesland Zorgverzekeraar, Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) en de inzet van de Buurtsportcoach. Uit de beknopte omschrijving van de voorbeelden in de brief blijkt niet in hoeverre recht wordt gedaan aan de uitspraak die de minister doet dat het belangrijk is de openbare ruimte aantrekkelijk, veilig en beweegvriendelijk in te richten.

Uit ervaring weet ik dat het lastig is om de werelden van professionals die verantwoordelijk zijn voor beleid, ontwerp en beheer van de openbare ruimte en professionals die werken aan gezonde en actieve burgers bij elkaar te brengen. Ik onderschrijf de uitspraak dat het belangrijk is om de openbare ruimte aantrekkelijk, veilig en beweegvriendelijk in te richten. Ik zie het als een randvoorwaarde voor het inzetten van sport als middel voor een gezonde leefstijl. Mensen uitdagen om de fiets te pakken naar het werk of de winkel en hun kinderen te voet naar school te brengen. Dan moet de openbare ruimte daarvoor geschikt zijn en uitdagen. Met name in het dagelijks bewegen is veel gezondheidswinst te halen. Maar ook het eerder genoemde recreatieve hardlopen, fietsen en wandelen. Starten vanuit je huis, wanneer jij daar zin in hebt op je eigen uitgekozen moment. Alleen of met een groepje, in het park, door de wijk, in het bos of tussen de weilanden.

Lokale verantwoordelijkheid

De openbare ruimte beweegvriendelijk inrichten is primair een lokale verantwoordelijkheid aldus de minister. Ze verwijst naar de website Allesoversport met daarop voorbeelden van een beweegvriendelijke omgeving. Het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte wordt dus gestimuleerd, maar is geen verplichting. Er zijn geen wetten of normen voor de ‘beweegvriendelijkheid’ van de openbare ruimte. En als sociaal planoloog zeg ik, gelukkig maar, juist in een periode waarin we van heel veel wetten voor de leefomgeving naar één omgevingswet gaan! Dit biedt kansen. Kansen om gezondheid te verbinden met ruimtelijk beleid in een lokale omgevingsvisie.

Gezondheid in de lokale omgevingsvisie

Landelijk wordt er gewerkt aan de Nationale Omgevingsvisie. Het manifest in het jaar van de ruimte biedt onder andere hiervoor input. Ik blijf aandacht vragen voor Nederland als gezond land, een land waarin ruimtelijke inrichting een wezenlijke bijdrage levert aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en het faciliteren van sport, bewegen en ontmoeten, spelen en gezond verplaatsen in de openbare ruimte. Zowel op nationaal als lokaal niveau.

Leefomgeving van invloed op beweeggedrag

We weten dat er een relatie is tussen de inrichting van de leefomgeving en het al dan niet gezond gedrag van de mensen die er wonen. Onderzoekers van VU Medisch Centrum hebben, op basis van onderzoek in zestig wijken in vijf Europese landen, geconcludeerd dat de leefomgeving kan voorspellen hoe groot het risico op overgewicht is. Onderzoeker Jeroen Lakerveld wordt in het artikel op nu.nl als volgt geciteerd: ‘We weten steeds beter dat de omgeving medebepalend is voor hoe mensen zich gedragen. We kunnen dus niet alleen individuen ‘de schuld’ geven van ongezond gedrag en ongezondheid, want waar je woont, speelt hier ook een rol in.’ En dan zijn we weer terug bij die lokale overheid en haar rol. Wat kan de lokale overheid doen, om de leefomgeving van mensen zo in te richten dat ze faciliteert en stimuleert tot gezond gedrag? En vooral, hoe dan?

Hoe ga ik als lokale overheid aan de slag met de gezonde leefomgeving?

Die ‘hoe’ vraag stellen wij ons bij NISB geregeld zelf. Maar ook gemeenten kloppen bij ons aan met de vraag, hoe kan ik in mijn gemeente aan de slag met de gezonde leefomgeving of een beweegvriendelijke omgeving, zoals wij dat noemen. In de afgelopen jaren hebben we veel mogen kijken in de keuken van verschillende gemeenten en mogen adviseren. Op basis van literatuuronderzoek en deze praktijkervaring hebben we de reisgids met het stappenplan Beweegvriendelijke omgeving ontwikkeld. ‘Hoe maak ik ruimte voor bewegen?’ is de vraag die hierin centraal staat. Het stappenplan Beweegvriendelijke omgeving helpt jou en je gemeente op weg in het proces. Wie kan ik betrekken, hoe creëer ik draagvlak, welke instrumenten zijn beschikbaar en hoe zet ik die in.

Wat is een beweegvriendelijke omgeving?

Het ‘wat’ is altijd afhankelijk van de lokale context en de mogelijkheden in een bepaalde buurt of gemeente. Er zijn geen blauwdrukken voor een beweegvriendelijke omgeving. Dat moeten we niet willen, de wensen en behoeften van mensen in Utrecht Overvecht zijn anders dan die van mensen in een klein dorpje in Brabant. Het ‘wat’ is dus naast context afhankelijk ook sterk afhankelijk van wensen en behoeften. We willen je wel graag inspireren met voorbeelden uit ons land, zodat je ziet wat er allemaal mogelijk is. Bekijk onze inspirerende praktijkvoorbeelden van een beweegvriendelijke omgeving maar eens!

Geen blauwdruk dus, maar we geven je wel graag richtlijnen mee, voor het ontwerp van een beweegvriendelijke omgeving. Geen m2 normen of verplichtingen, maar een handreiking om beweeginclusief te ontwerpen, als je toch aan de slag gaat in een wijk! Met de ontwerpprincipes voor een beweegvriendelijke omgeving wil ik je verleiden om over bewegen en gezondheid na te denken in je ruimtelijk ontwerp.

Aan de slag!

Over motieven om een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving te creëren, hoeven we het niet meer te hebben toch? Volgens mij zijn we ons daarvan allemaal bewust. Mocht je daarvoor nog een onderbouwing nodig hebben, dan kun je de argumenten voor een beweegvriendelijke omgeving gebruiken. Ook handig als je de wethouder of je collega van ruimtelijke ordening nog moet overtuigen van het nut en de noodzaak van beweegruimte.

De minister legt de verantwoordelijkheid voor een beweegvriendelijke omgeving primair bij de lokale overheid. Via het Kenniscentrum Sport ondersteunt ze gemeenten. In deze blog heb ik je op weg geholpen met het waarom, hoe en wat van een beweegvriendelijke omgeving en de kennis en instrumenten die wij als het Kenniscentrum Sport daarvoor hebben ontwikkeld.

Bronnen

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.