Sluiten

Nieuwe Beweegrichtlijnen: vragen uit de praktijk

Artikel

Geplaatst op 15 februari 2018

Hoeveel moet je bewegen om gezond te blijven? Die vraag houdt wetenschappers, gemeenten, sportbestuurders en anderen die verantwoordelijk zijn voor een gezonde leefstijl bezig. In Nederland bestonden al beweegnormen sinds 1998, maar nieuwe wetenschappelijke inzichten vereisten een update. Na grondige analyse van al dit onderzoek lanceerde de Gezondheidsraad in 2017 de nieuwe Beweegrichtlijnen. Wat is er veranderd en wat betekenen deze richtlijnen voor de praktijk?

Nederland had vroeger maar liefst drie normen voor gezond bewegen: de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, de Fitnorm en de Combinorm. Die maakten onder andere onderscheid tussen de mate van intensiteit van bewegen en waren al bijna twintig jaar niet meer gewijzigd. Internationaal stond het onderzoek naar het effect van bewegen op de gezondheid echter niet stil. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en diverse landen zoals Canada, Verenigd Koninkrijk en Japan, pasten in de afgelopen jaren hun richtlijnen al aan. Aanleiding voor voormalig minister Schippers om de Gezondheidsraad te vragen om onze oude beweegnormen te evalueren in het licht van deze nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen.

Eén van de knelpunten van de oude normen was dat drie normen teveel verwarring schiepen. Het was dan ook de ambitie van de Gezondheidsraad om de verschillende aspecten van bewegen te integreren in één set praktische en meetbare richtlijnen. De ietwat paternalistische term ‘norm’ werd vervangen door ‘richtlijn’. En om te benadrukken dat deze richtlijnen slechts een minimaal advies vormen om gezond te blijven, kregen ze een nieuw motto mee: Bewegen is goed, meer bewegen is beter.

 

 

Wat is er hetzelfde gebleven?

Het aantal minuten dat je per week moet bewegen is hetzelfde gebleven: 150 minuten verspreid over meerdere dagen. Dat is in totaal 2,5 uur. Met daarbij dus nog sterker benadrukt dat meer beweging – langer, vaker, intensiever – altijd beter is. Ook nu bevatten de beweegrichtlijnen geen advies voor kinderen tot vier jaar. Er is onvoldoende wetenschappelijk onderzoek beschikbaar om voor deze groep een goed onderbouwd advies op te stellen.

Meer vrijheid in indeling beweegmomenten

Een van de belangrijkste veranderingen is dat het totaal aantal actieve minuten dat de beweegrichtlijnen adviseren, niet is veranderd. Maar de verdeling hiervan over de week is wel nieuw. In de oude norm was sprake van vijf dagen per week, dertig minuten per dag bewegen. Dat advies is geactualiseerd naar 2,5 uur per week, verspreid over meerdere dagen. Dat geeft meer vrijheid om beweegmomenten naar eigen inzicht in te delen. Beweeg je op maandag zestig minuten, dan zou je een andere dag dus een half uur minder kunnen bewegen en toch voldoen aan de richtlijnen. Ook bevatten de nieuwe richtlijnen niet langer het advies om minstens tien minuten aaneengesloten te bewegen, daar werd namelijk geen waterdicht bewijs voor gevonden. Ook vijf minuten wandelen naar de supermarkt tellen voortaan mee.

Spier- en botversterkende oefeningen

Een ander belangrijk nieuw inzicht is dat de nieuwe beweegrichtlijnen volwassenen adviseren om twee keer per week aan spier- en botversterkende activiteiten te doen. Ouderen krijgen bovendien het advies om dit te combineren met balansoefeningen. Voor kinderen is het advies om niet twee, maar drie keer per week aan bot- en spierversterkende oefeningen te doen.

Minder zitten

Tot slot is een opvallende toevoeging aan de richtlijnen het advies om minder te zitten. Hieronder vallen alle activiteiten waarbij je niet of nauwelijks meer energie verbruikt dan in rust. Over het algemeen geldt dit voor activiteiten die je zittend of liggend uitvoert. Bijvoorbeeld: lezen, TV kijken, computeren, gamen, studeren. Omdat er nog relatief weinig onderzoek is naar het effect van zitgedrag op de gezondheid, is dit advies kwalitatief: het is niet uitgedrukt in cijfers en uren, maar simpelweg als ‘minder’. Het belangrijkste om te weten, is dat veel zitten samen lijkt te hangen met een hoger risico op vroeg overlijden aan hart- en vaatziekten. Hoe meer je beweegt, hoe minder sterk dit negatieve effect is. Maar dan moet je wel beduidend méér bewegen dan de nieuwe richtlijnen aangeven.

Wat doet de sportbestuurder met de beweegrichtlijnen

Voor sportorganisaties en sportinitiatieven die de komende jaren willen inspringen op een gezonde leefstijl, is het goed om bekend te zijn met deze nieuwe beweegrichtlijnen. De overheid zou graag willen dat Nederlanders de nieuwe richtlijnen niet alleen kennen, maar dat we er ook zoveel mogelijk aan voldoen. Daarom zetten veel gemeenten in op deze richtlijnen. Het biedt immers een basis voor een goede gezondheid en draagt zo bij aan het behapbaar houden van zorgkosten en het vitaal houden van inwoners.

Sportbestuurders die samenwerken met gemeenten doen er goed aan om de richtlijnen ook eens naar het eigen sportaanbod te vertalen. Biedt een hockeytraining eigenlijk spier- en botversterkende oefeningen? En als dat niet zo is: hoe zou je de training erop kunnen aanpassen? Of: kun je met jouw fitnessonderneming wellicht speciale balanstrainingen voor ouderen bieden? Of kun je jouw aanbod voor senioren voldoende intensief maken? Inspelen op deze richtlijnen kan jouw sportorganisatie een aantrekkelijke partner maken voor voor organisaties en verenigingen in de gemeente die zich op dezelfde mensen richten.

Vragen uit de praktijk

Veel beweegprofessionals hebben al kennis genomen van de nieuwe beweegrichtlijnen. Hun vragen komen al binnen bij onder andere Kenniscentrum Sport. We lichten er een aantal interessante vragen uit.

  • Zijn de beweegnormen in de hele wereld hetzelfde? De Nederlandse zijn in grote lijnen gelijk aan die in andere landen. Buitenlandse richtlijnen zijn ook meegewogen in de aanbevelingen van de Gezondheidsraad. Verschil zit bijvoorbeeld in een advies voor slapen, of een apart advies voor 0-4 jarigen.
  • Wat zijn voorbeelden van spier- en botversterkende oefeningen en van balansoefeningen? Spier: traplopen, herhaald opstaan uit zit, tuin omspitten, krachttraining, fitness, stenen sjouwen, hout kappen. Bot: springen, hinkelen, wandelen, traplopen, rennen, touwtje springen, dansen. Balans: op één been staan, een voorwerp van de grond oprapen, een verhoging op en af stappen.

Een gezonde leefstijl

Het blijft hoe dan ook belangrijk om mensen – wel of geen lid van een sportvereniging of fitnessclub – bewust te maken van de mogelijkheden die zij zelf hebben om hun gezondheid te verbeteren. Want voldoende bewegen verlaagt het risico op chronische ziekten als diabetes, hart- en vaatziekten en depressieve symptomen. En bij ouderen voorkomt het ook botbreuken. Daarom is het goed als mensen weten: welk soort beweging telt wel en niet mee? Wat kun je doen door in het dagelijks leven meer te bewegen, en waarvoor moet je echt gaan sporten? De beweegrichtlijnen vormen daarbij een handig hulpmiddel.

En er ligt nog een flinke uitdaging. Het RIVM schat dat nog maar ongeveer 45 procent van de bevolking aan de nieuwe richtlijn voldoet. Het percentage ligt met 55 procent het hoogst voor de groep 4- tot en met 11-jarigen en met 28 procent het laagst voor de groep 12- tot en met 17-jarigen. Bij de groep 18-plus ligt het percentage op 44 procent.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.