Sluiten

“Mentale krachttraining” beperkt krachtsverlies tijdens immobilisatie met 50%

Artikel

Geplaatst op 28 januari 2015

Geplaatst op 28 januari 2015

Het zich inbeelden van spiercontracties tijdens een periode van immobilisatie beperkt het verlies van de maximale kracht met 50%. Daarnaast houdt het de spieraansturing vanuit de hersenen op peil. Dit blijkt uit een studie waarin mensen met een polsspalk zich spiercontracties moesten inbeelden, zonder daadwerkelijk hun spieren aan te spannen.

Kracht leveren

Hoeveel kracht een sporter kan genereren is niet alleen afhankelijk van de eigenschappen van de spier maar ook van de neurale aansturing. Dit blijkt onder andere uit het feit dat mensen die beginnen met krachttraining, in de eerste weken vooral vooruitgaan door de verbetering die optreedt in de neurale aansturing. Pas enkele weken na de aanvang van krachttraining treden wezenlijke adaptaties op in het getrainde spierweefsel. In welke mate de aansturing vanuit de motorische schors in hersenen een rol speelt bij het leveren van maximale kracht is tot op heden zeer beperkt onderzocht. Amerikaanse onderzoekers hebben hier met een originele studie geprobeerd meer inzicht in te verkrijgen.

Spalk

De onderzoekers lieten 29, van in totaal 44 proefpersonen, 4 weken lang een spalk dragen om hun niet dominante arm. Hierdoor was het polsgewricht volledig geïmmobiliseerd. Gedurende de 4 weken voerden 14 proefpersonen een inbeeldingstechniek uit, waarbij zij zich gedurende 5 s moesten inbeelden dat zij hun pols zo krachtig mogelijk probeerden te buigen, gevolgd door 5 s rust. Dit deden ze 5 keer per week met 52 ingebeelde polsbuigingen per sessie. Tijdens de sessies is met behulp van een elektromyogram gecontroleerd of er geen daadwerkelijke (isometrische) spiercontracties plaatsvonden. De andere 15 proefpersonen droegen de spalk zonder inbeeldingstechnieken uit te voeren. Daarnaast was er ook een groep van 15 proefpersonen die geen spalk droeg en geen inbeeldingstechniek uitvoerde. Voor en na de immobilisatieperiode is bij alle proefpersonen gemeten met hoeveel kracht zij hun pols vrijwillig kunnen buigen. Daarnaast is de absolute maximale kracht gemeten door tijdens een maximaal vrijwillige contractie de spier een elektrische puls te geven. Met behulp van deze methode is te bepalen welk percentage van de absolute maximale spierkracht de proefpersonen kunnen benutten, ook wel de vrijwillige activatie genoemd. Tot slot zijn spiercontracties opgewekt door neuronen in de motorische schors een korte magnetische puls te geven. Nadat de spier op deze wijze is gestimuleerd is enige tijd geen signaal meetbaar. De duur van deze zogenaamde stille periode geeft aan hoe sterk de motorische schors het signaal naar de spier remt.

Uit de resultaten blijkt dat het immobiliseren van de pols leidde tot een afname van de spierkracht van 45% en een afname van de vrijwillige activatie van 23%. De duur van stille periode nam met 13,5% toe. Door zich spiercontracties in te beelden tijdens de immobilisatie is zowel de afname van de absolute maximale kracht als de afname van de vrijwillige activatie met ongeveer 50% te beperken. Daarnaast trad er door de inbeeldingstechniek geen verandering op in de duur van de stille periode. Bij de proefpersonen die geen immobilisatie ondergingen en zich geen spiercontracties inbeeldden is geen enkel verschil gevonden.

Tot slot

De resultaten van deze studie laten zien dat het zich inbeelden van spiercontracties tijdens een periode van immobilisatie het verlies van de spierfunctie en de neurale aansturing met de helft kan beperken. De aansturing in de hersenen blijft als gevolg van het inbeelden zelfs helemaal intact. Sporters die door een blessure niet fysiek mogen trainen kunnen met behulp van inbeeldingstechnieken het verlies in kracht dus aanzienlijk beperken. Hieruit blijkt dat het inbeelden van een bepaalde beweging meer is dan alleen een mentale voorstelling. Dat schreef overigens de beroemde Amerikaanse psycholoog en filosoof William James al in 1890: “every representation of a movement awakens in some degree the actual movement…”[1].

Clark BC, Mahato NK, Nakazawa M, Law TD, Thomas JS (2014) The power of the mind: the cortex as a critical determinant of muscle strength/weakness. J. Neurophysiol., 112: 3219-3226
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.