Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Mascottes Happie en Huppie groot succes

Praktijkvoorbeelden

Het valt niet altijd mee, mensen enthousiast maken en houden. Maar Helma Wiefferink is een positief persoon. Waar anderen problemen zien, denkt zij veel liever in kansen en uitdagingen. Wiefferink is projectleider van beweegproject Moving On bij De Twentse Zorgcentra. De effecten van Moving On moeten blijvend zijn. Het streven is structurele en bindende aandacht voor bewegen en gezond eten. “Dit project is het begin van iets moois.”

Ingewikkeld? Welnee, vaak is het zelfs simpel. De voorbeelden liggen letterlijk voor het oprapen. Met pittenzakjes kun je van alles doen: gooien, oprapen, over een parachute laten rollen om hem in de lucht te gooien. Een bal: dito. Geen attributen voorhanden? Doe een tikspelletje. Zelfs meervoudig complex gehandicapten kun je iets bieden. Helma Wiefferink: “Bij cliënten die heel erg beperkt zijn, is het vaak bewegen of bewogen worden. Dat kan al een wereld van verschil maken. Haal bijvoorbeeld een jongen die altijd in een rolstoel zit daar maar eens uit. Je zult voelen hoeveel spieren hij moet aanspannen om alleen al in evenwicht te blijven. Dat is genoeg. Of leg een cliënt in een hangmat terwijl je die heen en weer schommelt.”

Enthousiasme voor sport en bewegen

Het begon een paar jaar geleden, toen diëtiste Anneke Zocca het televisieprogramma Nederland in Beweging zag. Zouden we niet iets dergelijks kunnen opzetten voor onze cliënten, vroeg ze zich af. Aldus geschiedde: er kwamen dvd’s onder de titel Moving Matters, met aangepaste oefeningen: simpeler, langzamer, rolstoelvriendelijk en met een gebarentolk. Een groot succes, maar het kon beter. Want dvd’s kun je in de kast leggen en negeren. Nee, het moest groter, minder vrijblijvend en structureler.

Gehandicaptensport Nederland kwam als geroepen, lacht de projectleider. Met de aansluiting bij Zo kan het ook! kreeg Moving Matters een vervolg: Moving On. Er kwam een beweegboek, een beweegloket, verschillende activiteiten en de mascottes Happie en Huppie. In het beweegboek staan oefeningen beschreven voor de verschillende doelgroepen binnen het cliëntenbestand. Het type handicap maakt verschil en of het bijvoorbeeld kinderen of juist ouderen zijn. Het beweegloket is een site op intranet in geschreven en gesproken taal en met pictogrammen. De cliënt kan snel opzoeken welke activiteiten er zijn en hij kan zich direct inschrijven.

Tevens zijn er plannen om in het Persoonlijk Ondersteuningsplan (POP) van elke cliënt een individueel beweegplan op te nemen. Daarin worden afspraken en gestelde doelen vastgelegd. Het POP, en dus ook het beweegplan, wordt jaarlijks geëvalueerd. Het belangrijkste? Enthousiasme en creativiteit. Aan beide ontbreekt het geenszins bij het negenkoppige team van Moving Matters. Naast Helma Wiefferink en diëtiste Anneke Zocca bestaat het team uit fysiotherapeuten, bewegingsagogen en begeleiders van alle drie de locaties: Enschede, Almelo en Losser.

Haar team enthousiasmeren was niet nodig en ook de cliënten hebben geen aanmoediging nodig. Zij knappen enorm op van beweging. Ze hebben minder last van kwaaltjes en ze vinden het ook leuk. “Ze zijn met iets sociaals bezig en hebben er veel lol in. Je ziet ze genieten.” Feit is wel dat je er met enthousiaste cliënten nog niet bent. Cliënten zijn afhankelijk. Zij kunnen zelf wel willen bewegen, maar als de begeleider het niet ziet zitten, gebeurt het niet. Het is dus zaak de begeleiders op te porren. En het managementteam. Eigenlijk de hele organisatie.

Weerstand

Geduld is het toverwoord. En doorzettingsvermogen. En tact. “Veel hangt af van de persoon. Een begeleider bijvoorbeeld die zelf niet sport, hecht waarschijnlijk minder waarde aan bewegen voor de cliënten. Als ik een mail rondstuur over de wandeltweedaagse is het maar net door wie die mail geopend wordt.” Ze kreeg soms sceptische reacties, vertelt ze. Zo van: zo’n beweegboek belandt toch alleen maar in de kast. ‘Ja, als je mensen alleen een boek geeft en verder niets, dán belandt het inderdaad in de kast. Wij proberen het anders te doen, wij gaan uit van een kans van slagen.”

Dat klinkt mooi en ambitieus, maar hoe dan precies? “Nou, door de begeleiders van dagbesteding en wonen een cursus aan te bieden, waarin bewustwording een belangrijke rol speelt. In die cursus worden de beweegboeken uitgelegd en krijgen het beweegloket en het individuele beweegplan de nodige aandacht.”

DSC02283In het algemeen is het zaak in te spelen op de weerstand die de begeleiders hebben en die weg te nemen. Bijvoorbeeld door te benadrukken dat het niet ingewikkeld of heel groots hoeft te zijn en door met hapklare voorbeelden te komen. Wiefferink: “Mensen denken dat het veel gedoe is om een beweegactiviteit te organiseren. Die wijzen we erop dat je niet meteen een evenement uit de grond hoeft te stampen. Wandelen of een balspelletje telt ook. Of laat twee mensen een handdoek vasthouden en zo proberen een pittenzak omhoog te gooien. Da’s trouwens best moeilijk. Veel dingen kunnen gewoon in het lokaal. Zet de tafels aan de kant en laat mensen met een racket een bal naar elkaar overslaan. En oefeningen aan tafel, bij de koffie zijn erg geschikt voor ouderen.”

Wat goed werkt: maak het persoonlijk en pas de oefeningen aan naar smaak. “Er zijn begeleiders die weinig met sport hebben, maar bijvoorbeeld veel met muziek. Bewegen gaat goed op muziek. Zingen vinden de meeste cliënten heel leuk. Maak van zingen een spel: doe bij een bepaalde zin bijvoorbeeld je arm omhoog.

Toekomst

Het is belangrijk vol te houden, zodat dagelijks bewegen echt een gewoonte wordt. ‘Het hoeft niet groots te zijn. Juist als het klein is, kun je het zo implementeren zonder dat het heel veel moeite en tijd kost. Pak elke dag twintig minuten en laat het inslijten. Mensen denken vaak heel moeilijk. De antwoorden liggen voor de hand, maar ze moeten soms even aangegeven worden. Daar helpen wij mee, we maken het makkelijker. We hebben eens een paar cliënten gehad die wilden meedoen met de reguliere avondvierdaagse. Dat was haast niet te organiseren: ze konden er amper komen en daarbij was vier dagen voor de meesten gewoon veel te veel en te ver. Toen hebben wij zelf een wandeltweedaagse georganiseerd. Dat was een daverend succes. Nu houden we hem jaarlijks. Er lopen veel vrijwilligers en familieleden van cliënten mee. We vragen de begeleiders om voor vrijwilligers te zorgen en tippen ze: denk aan de familie. Wat blijkt? Iedereen vindt het hartstikke leuk.”

Sterker nog, een ander zorgcentrum in de regio zocht toenadering. Of de cliënten van die organisatie mochten meelopen in de wandeltweedaagse van De Twentse Zorgcentra? “Natuurlijk mag dat. We zijn geen concurrenten. Ons doel is hetzelfde.’ De begeleiders zelf hebben baat bij fitte cliënten. “Hoe langer cliënten mobiel blijven, hoe beter dat is voor de begeleiders. Probeer maar eens iemand te verschonen die niet zelfstandig kan staan. Dat valt niet mee.”

Het managementteam staat sterk achter het initiatief. Stimulerend, vindt Wiefferink. “Die houding geeft mij vertrouwen dat we op deze successen kunnen voortborduren. Dat een gezonde leefstijl geborgd wordt en dat bewegen de aandacht blijft krijgen die het verdient en nodig heeft. Als het bestuur het project niet steunt, dan is het einde zoek.”

En dat is het nog lang niet, zegt Helma Wiefferink, wat haar betreft begint het nu pas. “Er is altijd een groep die zegt: dit past niet bij ons. Maar als we vijftig procent aan boord krijgen, dan zou dat geweldig zijn. Ik heb er het volste vertrouwen in.”

Dit artikel komt uit het Magazine Zorg in Beweging. Zorg in Beweging is een uitgave van Gehandicaptensport Nederland in het kader van het programma Zo kan het ook! Tekst: Karin Sitalsing.

Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.